Onderwaterseringen

Vanmiddag bij de Oosterplas zag ik onderwaterseringen.

onderwaterseringen

Inderdaad, eitjes van het een of ander. “Kikkers!” kraaide de huisdichteres. Ik was niet meteen overtuigd. Ik sloot niet uit dat het brasemcaviaar was of  hom&kuit van zeelt of snoek. In de larveachtige zwarte pikkeltjes kon ik geen kikkervisjes herkennen.

instatunascendi

Morgen teruggaan dan maar, om te kijken wat daar wordt gekweekt?

kikkerbubbels

Voor meer RaDa-kikkermomentje zie Individuen en Kikkers en Kikkers.

En misschien is het tijd voor een reanimatie van mijn oude serie De natuur neemt het voorjaar weer erg serieus dit jaar?

In hun hum

Indian summer, daar kan niemand tegen zijn, mens noch dier (op een enkele ijsbeer na).

waterbuffels

Aan de Kleverlaan (Bloemendaalse kant) zag ik de afgelopen dagen al vaker Hooglanders pootjebaden en door het greppeltje waden, maar vandaag nam bijna de complete familie zijn vrijdagmiddagbad (vrijmiba). Better Together, zoals de Schotten zeggen (nou ja, 55% dan).

Er ging een merkwaardige rust van het tafereeltje uit. Als ze morgen allemaal veranderd zijn in waterbuffels, zal het mij niet verbazen.

buffeltjes

Scherpte

Aquarelleren kun je leren…

libellenvlinder

(Hier een reeks flauwiteiten weggelaten over die cursus waar ik mij in gezelschap van andere onverschrokken hobby-schilders bekwaam in de nat-in-nattechniek zonder kurk en zwemband)

libellenvaag

Fotograferen kun je ook leren, schijnt het. We waren bij Elswout, waar het al aardig paddestoelde en molmde. Langs de waterkant dartelden evenwel lustig de libellen en ze lieten hun kleuren fonkelen en flonkeren in de zon. Rustig poseren ho maar – hoe graag had ik ze niet vastgelegd, solo vliegend of in formatievlucht /copulatievlucht. Het wazige resultaat staat hierboven en ik verbeeld me dat mijn fotoquarellen toch een zekere charme hebben, ondanks dat ze niet onthullen welke van de 70 Nederlandse libellensoorten hier boven de waterlelies scheren.

Er zijn (zie Libellennet) negen families: beekjuffers, breedscheenjuffers, bronlibellen, glanslibellen, glazenmakers, korenbouten, pantserjuffers, rombouten, en waterjuffers. (‘Pantserjuffer’! Wie heeft er geen vrouwelijke collega die die benaming verdient?)

Op bovengelinkte site en ook bij Dutchdragonflies hebben ze vanzelfsprekend honderden foto’s en video’s die zo scherp zijn dat je er alle pakweg 30.000 facetten van het libellenoog op kunt zien. En niemand anders dan de huisdichteres kwam zojuist thuis met een eigen scherpe libellenfoto, genomen in Hillegom – op een fietspad bij Hillegom:

libelle

De stakker wentelwiekte daar machteloos als een aangeschoten helikopter en dreigde ieder moment overreden te worden door een brommer of fiets. Zij zette hem teder in de berm, maar toen ze een paar uur later weer langs die plek kwam, lag hij toch weer op het rode asfalt, in geplette toestand. Als het al een pantserjuffer was, had het pantser niet mogen baten…

Veldboeket

De natuur neemt de zomer weer erg serieus dit jaar. Neem het groothoefblad bij Middenduin; het staat zo hoog en zo dicht opeen dat menige gifpijlschietende Papoea-stam er tot de herfst onontdekt zou kunnen wonen.

groothoefblad

Ja (kort medisch bulletin), de ribben helen en de voltallige eenpersoons RaDa-reda kan weer pijnvrij wandelen.

hoefblad

Zondag liepen we van station Halfweg richting Haarlem, door Spaarnwoude, waar de bermen vol stonden met kant en klare, ongeplukte veldboeketten. Vooral langs de spoorlijn hielden de bloemen een niet eerder vertoonde kleurenshow. Klaprozen in traditioneel rood, maar ook in lilac en roze. Jammer dat ik aan dysbotanie lijd, want graag had ik hier gegeurd met de namen vaan al het prachtigs dat we onderweg tegenkwamen. En de foto’s doen geen recht aan de kleurenpracht, op de een of andere manier verwelken die bloemen ergens tussen lens en harde schijf.

Met een uitzondering. Ergens in een prutsloot zagen we paarse waterlelies:

waterlelie

En zo zagen ze er van dichtbij uit:

paarselelie

minilelie

De entree tot het gebied is gratis; toegankelijk voor rijwielen, wandelwagens, rolstoelen, skeetplanken, skippyballen, rolski’s en bolderkarren.

Grastapijt

Vandaag bij de post een soort stafkaart van de Kleverpark- en Frans Halsbuurt. Handig voor wie later stadsguerrilla wil worden! Afzender is de Manager Operations van Spaarnlanden, M.M. van Duijn, die ons in een begeleidend schrijven verwittigt van de op handen zijnde ‘milieuvriendelijke onkruidveegactie’.

BVD

Dit is maar een uitsnede (zie hier voor de hele kaart) maar geloof mij, beste Raarlemmers, alle goten waar je in terecht kunt komen staan erop. De rode goten worden op 15 mei geveegd (dus dan bij blauw parkeren) en de blauwe op 16 mei. ‘Vervuilde goten zijn een belangrijke broeihaard voor onkruid’, zo maaien ze de anti’s het gras voor de voeten weg. Want onkruidbroei, dat wil immers niemand!

[Lexicaal intermezzo: Uh… wat is een broeiplaats eigenlijk? Letterlijk, bedoel ik. Kan je ze op Marktplaats kopen? Via Google kom ik alleen op voorbeelden van broeiplaatsen: mascara, toetsenborden, tandenborstels, de stethoscoop en de groentela zijn broeihaarden van bacteriën en Bangladesj is er een voor terroristen. Mijn bejaarde Van Dale kent ‘broeihaard’ helemaal niet – wel ‘broedplaats’ natuurlijk en ‘haard (van onrust)’. Een mooie klus voor Ewoud Sanders (een stadgenoot, stadgenoten!)]

Hoe dan ook, laat Spaarnelande die goten nog maar één keer goed uitmesten want volgens het nieuwe coalitieprogramma van D66, PvdA, GL en CDA gaan we toe naar ‘een lager kwaliteitsniveau van het onderhoud openbare ruimte’ ( besparing € 1 miljoen over vier jaar).

Misschien heb ik nog een ideetje voor de nieuwe wethouder. Bij station Abcoude werd ik getroffen door een onwaarschijnlijk glad en groen plantsoentje. Onnatuurlijk groen…

kunstplantsoen

Ah… kunst!

plantsoenbreed

Zo zouden we het in het Staten Bolwerk ook  kunnen doen. Of langs de Jan Gijzenkade. En na Bevrijdingspop zo’n tapijtje leggen kost waarschijnlijk geen drol vergeleken met de herstelwerkzaamheden van nu. Hé, die bomen daar in Abcoude, zouden dat ook neppers geweest zijn? Of is dat de volgend stap?

Glibbers en glijders

Een mooie dag om een erfenis te verdelen, zoals de uitdrukking luidt, met al dat geplens en gedrens, maar wij moesten en zouden wandelen, door de Kennemerduinen.

Voor gladde, graag natte beestjes was het droomweer. Ik schreef hier al eens eerder over een paar triljoen nano-kikkertjes – dat was bij Middenduin. Vandaag krioelde het ervan bij het Wed. Een zwartgespikkelde geboortegolf trok van de oever over het zand naar… ja, waarheen eigenlijk?

Hopelijk hadden ze de briefing goed begrepen.

Er was ook veel slakkenverkeer. Kent een slak geluk? Ze zagen er intens tevreden uit zoals ze soepel door het vochtige gras gleden – de tentakels bedrijvig als doventolken.

Midden op een fietspad zagen we er twee (de huisjes niet groter dan peperkorrels) die op ramkoers lagen, zo’n 10 cm van elkaar. De een (m+v) was overgestoken van links en de ander (m+v) van rechts. Sensatiebelust wachtten wij af.

Zou een van de twee wijken? Zouden ze vechten? Hadden ze een date en zouden we getuige zijn van een heftige vrijpartij tussen twee wildvreemde hermafrodieten?

Het mocht niet zo zijn… Voor ze op snuffelafstand waren, laveerde de kleinste luttele millimeters naar links en zonder elkaar een blik waardig te keuren vervolgden ze hun weg.

Niet waar de mensen bij zijn? Nog niet geslachtsrijp? Exen? Elkaars type niet? Verschillende soorten?

Aan het weer kan het in elk geval niet gelegen hebben.

 

Op de plaat

Deze zeehond zag ik vanmiddag op de zandplaat bij Zandvoort. In zijn uppie. In zijn hum. Een vrouw vertelde me dat zij gehoord had dat hij op die bank al een week zijn vaste stekkie had.

Om bij de natuur te blijven, dit ‘geïmporteerde, exotische’ en daarom voor  PVV-er Olof Wullink ‘ongewenste‘ dier is een Schotse Hooglander, maar een die (uit angst voor uitzetting?) zijn haar zwart heeft geverfd. Ik zag ‘m in de Kennemerduinen, enigszins afzijdig van zijn bruine soortgenoten.

 

 

Waterspreeuw

De onderwaterspreeuw (cinclus cinclus, nul broedparen in Nederland) is gesignaleerd in de duinen bij Haarlem, lees ik in Trouw.

Nee, wacht… het zijn waterspreeuwen. Maar ze kunnen wel over de bodem van een riviertje lopen, lekt Wikipedia hier.

In het Duits heet de waterspreeuw ‘waterlijster’, Wasserramsel. Voor een foto kun je terecht op de site van Vogelvisie, waar alle gevleugelden van Aalscholver tot Zwartkopmeeuw in één cyberbiotoop te vinden zijn.

Dat de vogelaar als doelgroep een verwaarloosbare soort is, blijkt uit de reclames die de almachtige algoritmes van Google Ads op de site van Vogelvisie genereren:

 

(plaatje aanklikkken bij slecht zicht)

Zo snel

We beginnen noodgedwongen in media res, in het Staten Bolwerk: vanuit mijn ooghoek zie ik een ekster een duikvlucht maken  en fel in het gras pikken. Hij vliegt weg als er twee honden langsravotten en ik zie iets door het gras scharrelen.

Een muis, denk ik eerst, maar het is een jong vogeltje. Uit het nest ontvoerd en uit de ekstersnavel gevallen? Of zat het daar al? Het hummeltje heeft een verenpak maar ook nog plukjes dons.

Als het ons ziet, maakt het een paar pasjes naar ons toe, recht overeind, en spert zijn oranje bek geluidloos open. Een klein kaal spelertje dat zich beklaagt bij de Grote Scheidsrechter. Over pijn. Onrecht.

Het bekje gaat een paar maal wijd open en dicht. “Zullen we ‘m meenemen?” vraag ik aan de huisdichteres. Op dat moment glijden de pootjes weg – nee, dit gaat niet goed. Even rust hij ongemakkelijk op zijn buik en dan maakt hij, vanuit het niets, één onwaarschijnlijke achterwaartse salto. Er is geen doodsstrijd. Er is geen doodsschreeuw. Na de landing ligt hij meteen met gespreide vleugeltjes voorover in het gras.

Dat was het, voor hem. Wij lopen door naar het station, we moeten nog een finale zien.

En om niet in dubbelmineur te eindigen: herinneren jullie dat pluizige frummeltje nog? Dat kon nog wel verpleegd worden en zie, het is uitgegroeid tot een zeer vitale Groningse groenling!

 

Knusheid en musheid

Vanavond een knus Haarlems ‘ons scant ons’/ ‘ons kent ons’ avondje in de Stadsbibliotheek bij de Vierde Haarlemse Kennis Kwis. Met vaste presentatoren Marc en Ziggy, veel vertrouwde deelnemers, en in de jury de muggenmeester en Chris van Velzen.

Het Ampzing Genootschap prolongeerde zijn titel, zij het in een sterk gewijzigde opstelling: topscorer Jan van Assem was er weer bij, nu terzijde gestaan door Bies van Ede en Joost Mulder, die beiden op de beslissende momenten een zeer nuttige inbreng hadden – dit ten koste van het team van René Snoeks, dat aanvankelijk de concurrentie leek te verpletteren.

Nog even een excursie buiten de stadsgrenzen, want ik wil per se de foto van deze Groningse vondeling plaatsen voordat hij is opgekweekt tot een grote dikke mus

Hij heet Catullus, schrijft zijn weldoenster me, naar de grote Romeinse dichter Gaius Valerius Catullus, die dichtte over zijn muze Lesbia, die bekend was om de tamme mus die ze bij zich had.

Leuk bedacht, alleen bleek de ‘mus’ toen hij wat meer veertjes kreeg een groenling.

Het beestje lag vlak bij de afhaal-toko aan het Gedempte Zuiderdiep met zijn pootjes in de hoogte en van die pootjes bewoog net nog één teentje, bij wijze van noodsignaal. Het werd gelukkig opgemerkt; de stakker werd liefdevol opgenomen en warm gehouden met een infraroodlamp. Hij kreeg kattenbrokjes en havermout; het mengsel werd toegediend met een pipetje dat de apotheek belangeloos ter beschikking stelde.

Inmiddels is zijn dieet aangevuld met spinazie en pompoenpitjes. De mu…uh groenling kan zelfs al door de kamer vliegen (behalve als hij in zijn onervarenheid even ‘vergeet’ met zijn vleugeltjes te wapperen).

Goed hxc3xa8?

.