Hou OP!

“Gast, wacht! Ik ga je dit verhaal heel-le-maal vertellen…” De jongeman die achter me plaatsnam in de trein zei het op een toon of hij zojuist het laatste hoofdstuk van de Decamerone had geschreven.

Hij was echt ‘ziek blij’, stak hij van wal tegen zijn metgezel, maar mijn aandacht verflauwde weldra toen hij de verschillende stadia van een sollicitatieprocedure door begon te nemen – hij deed iets met ‘comfort management’. Af en toe ving ik niettemin een paar zinnen op. “Ik wil me ontwikkelen!” had hij zijn superieuren ingepeperd en de boodschap was overgekomen.

Even daarna riep de man naast hem op niet te negeren toon en geluidssterkte: “Hou OP! Hou OP!” Het ging over een reisvergoeding (‘echt ziek veel!’) en een vette bonus na een overplaatsing naar Bergen op Zoom. “Hou OP!” Bij (letterlijk) de achtste herhaling kon ik het plaatsen. ‘Hou op!’ was modernees voor ‘dat meen je niet!’

Hij begon in januari en die nieuwe baan was een cluster van projecten, wat veel goeds beloofde voor zijn ‘leercurve’. ‘Echt fucking chill’, daarover waren de jongemannen het roerend eens. Alleen, de sociale contacten daarginder? Hij had zijn plan klaar: “Ik ga Tinder maximaal aangooien!”  De omgang met nieuwe collega’s? Geen probleem. “Ik ga de eerste week alleen maar roze koeken uitdelen. Je moet gewoon vrienden kopen.”

We reden Haarlem in, maar pas nadat hij had onthuld wat zijn ‘einddoel’ voor de dag was. Hij had zijn zinnen gezet op een nieuwe piek voor de Kerstboom.

Een nieuwe piek… Ik gaf hem een goede kans om te slagen. Het was er echt de dag voor. En die roze koeken konden later ook nog.

,

piekdrukte

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Terloops

We schuifelden loom langs de Schotersingel toen langs het water bij het Dolhuys een vrouw van verre vroeg of ik even kon helpen met ‘de honden’. Het waren er twee, hun riemen verstrengeld.

Ik zegde direct mijn belangeloze medewerking toe, al wist ik nog niet waaraan. “Die van mij is loops en van deze zie ik het baasje niet. Kunt u die even tegenhouden?” Die loopse van haar was de modaalste standaardhond die je je kunt voorstellen. Zo’n bruine hond als een kind tekent. En het mannetje was wel héél erg een mannetje: een donkere buldog, met het figuur en de afmetingen van een opgerolde slaapzak. Gelukkig zat hij verpakt in een stevig tuigje met een handvat op de rug, dat ik (galant!) vastgreep.

De vrouw ontwarde de riemen en liep naar een bankje met de veronderstelde eigenaar van de buldog. Ondertussen stond ik daar met die krachtpatser. Het woord testosteronbom kwam bij me op. Hij trok uit alle macht, 100% voortplantingsdrift. Mij keurde hij geen blik waardig, al zijn zintuigen hadden zich gehecht aan het zich verwijderende teefje.

Mijn houding was zacht gezegd ongemakkelijk. Ik helde schuin achterover om dat drieste, laag-bij-de-grondse  beest in bedwang te houden, waarbij ik er rekening mee hield dat hij zich uit frustratie plotseling tegen mij kon keren en derhalve met mijn linkerbeen zoveel mogelijk afstand hield. Hernia, spit en schouderontwrichting dreigden. In plaats daarvan verrekte ik iets in mijn knie.

Ik bleef op mijn post. De bankzitter bleek niet de eigenaar. Na verloop van tijd keerde de vrouw terug met een engelachtig meisje van een jaar of twaalf met lang blond haar – in alles het tegenovergestelde van die buldog. Het woord ‘loops’ zei haar duidelijk niet veel, maar ze ballette soepel op ons af en bevestigde de riem. De vrouw bedankte mij en liep weg met haar eigen dier. Er kwamen nog twee soortgelijke meisje aanzwieren. “Hij mag best los, hoor!” joelde er een. En los was hij.

En weg spoot hij. De vijftig meter naar het teefje van zijn dromen legde hij af alsof hij was gelanceerd via een monorail. Ik masseerde mijn knie en voelde me niet geroepen tot een nieuwe interventie.

.

steigerwerk

.

P.S. Ik heb helaas (ik had mijn handen vol) geen foto van het voorval. Wel deze slogan van de firma De Vries, die mij erg bevalt. Zo een die de jongens zelf aan de stamtafel hebben bedacht. En met een beetje goede wil is hij van toepassing op de buldog.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Politieverordening?

Vanochtend dronk ik mijn koffie voor de verandering in de lobby van een Haarlems hotel (ik heb mijn nieuwe stekje nog niet helemaal gevonden). De ontbijttafels waren al afgeruimd, twee zakenlieden voerden een zeer negeerbaar gesprek. Het was kwart voor elf.

Een non-comformistisch geklede man kwam binnen. Zestig jaar? Zeventig? Baret, slobberige katoenen broek. Niet vies en verwaarloosd, keurig accent. Hij informeerde op gedempte toon bij de hotelmedewerker of ze al open waren. “Een whisky’tje graag dan.”

De jongen liet hem weten dat ze voor twaalven niet schonken. Het speet hem, maar… De man ontstak in woede en ontdempte zijn stem: “Wat IS dit, een nieuwe algemene politieverordening?”

Je moet het maar paraat hebben. Of had hij bij een ander adres ook al ingezet? Die jongen liet zich allerminst van zijn stuk brengen. “Het is een keuze die het hotel heeft gemaakt, meneer.” Breng daar maar eens iets tegen in. De man sputterde nog wat, zonder veel overtuiging. Hij was al op weg naar de uitgang.

Ik begreep het beleid van het hotel wel. Anderzijds, ik wil toch ook niet in een stad wonen waar een beschaafde, solitaire man die door omstandigheden die alleen hem aangaan om half elf des ochtends intens verlangt naar een glas sterke drank, alleen terecht kan op een bankje in het Kenaupark, met een heupflacon tussen de zwervers. Dat noem ik geen stad. Wat vinden jullie er nou van, als volwassenen onder elkaar?

.

wilgen

.De wilgen bij het Kennemerplein

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook.

Havelozen

Als gelukzoekende toerist ben je misschien gevoeliger voor de misère van bedelaars en zwervers. Of staan je zintuigen scherper afgesteld op onbekend terrein, uit onzekerheid of achterdocht en vallen ze je daardoor eerder op?

Eergisteren, tien uur ‘s ochtends. Bij station Dampoort (Gent) stond de geldautomaat pal naast een matras waarop – verstopt onder bontgekleurd beddengoed – een dakloze lag te slapen. De man voor mij bij de automaat stond op gespannen voet met de geldverstrekkers van Paribas en zijn nerveuze getoets en gemompel leverden geen bankbiljetten op. Geruime tijd stond ik daar (glimmend pasje in de hand) naast de matras, die tegen een laag muurtje lag dat het terras van een coffeebar afbakende. Daarachter dronk men koffie. Het was niet unheimisch – die man/vrouw lag daar in diepe rust. Eerder bevreemdend en ongemakkelijk.

.

slaapplek1

.

Vanochtend hier in Haarlem een andere wildslaper. In het Kenaupark zag ik een wiebelig blauw tentje staan, een beetje verscholen, een meter of zes van het pad. Ik kon niet zien wie de kampeerder was. Een jongeman in donker pak kwam met een aangelijnd hondje van de andere kant en liep voorbij zonder groeten. Moet kunnen, maar toen ik omkeek zag ik hem een leeg margarinebakje oprapen en het als een honkbalverrevelder naar dat tentje smijten. Uit alle macht. Woedend! Deksel en bakje zeilden ieder hun eigen weg, tegen de wind in, en landden ver van de veronderstelde vervuiler in zijn tent. Als het een daad van furieus protest was, bleef die in elk geval onopgemerkt

Toen de man mij zag kijken, rukte hij zijn hond richting Kinderhuisvest en beende weg, het gescheiden afval op het gras achterlatend. 

.

slaapplek2

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook.

Oogcontactgestoordheid

Zelf ben ik denk ik wel van de blik van verstandhouding, de knipoog, het vriendelijke knikje en andere gratis manieren om de medemens even te laten weten dat hij een medemens is. Van mijn medemedemensen verwacht ik onbewust hetzelfde, maar (verbeeld ik het me?) steeds vaker kom ik bedrogen uit.

Drie gevalletjes oogcontactgestoordheid uit de voorbije twee dagen.

1. Op het strand bij Schoorl: een moeder ziet hoe haar peuter een plastic schepje hard tegen de wang / in het oog van een andere hummel gooit. Die zet het op een blèren. Mijn verwachting: ze gaat naar de hummel en kijkt hoe erg de kwetsuur is. In werkelijkheid begint ze aan een pedagogisch vertoog tegen haar eigen dochtertje, tilt het op en loopt weg van de locus delicti. Het andere kind loopt nog te huilen.

2. In de ontbijtzaal van ons hotel zitten aan een naburig tafeltje twee vrouwen van een jaar of veertig, een met de rug naar mij toe. Ze heeft een weelderige haardos (Andrélon zou haar zo kunnen inhuren als model), die ze na enige voorbereidende hand- en hoofdbewegingen met een joyeus gebaar achterwaarts zwiept – voor extra volume of om te drogen. De lokken missen onze marmelade op 10cm. De huisdichteres en ik seinen iets subtiels naar elkaar. (Dus nee, ik zei niet ‘mevrouw, uw krullen zijn prachtig, maar ik hoef ze niet op mijn brood.’) De haarzwiepster is zich kennelijk van niets bewust, maar die vriendin ziet het gebeuren, ziet ons naar elkaar kijken en zegt vervolgens niets. Ah, het blijkt een tic. Er wordt gezwierd met tussenpozen van twee minuten. Ook de tweede en derde keer dat het hoofd in de nek wordt gegooid geeft de vriendin geen hint. Waarom niet?

3. Ik zit op het toilet van mijn koffietentje als aan de andere kant van de deur een man en een vrouw koortsachtig beginnen te overleggen. Als ik even later naar buiten kom, zitten ze, de doorgang versperrend, over hun baby gebogen. Twee dertigers die samen een luier verschonen en daarbij kijken alsof ze een lever transplanteren. Ik wacht tot ze me erdoor laten. Als dat moment niet lijkt te komen, spring ik met een halve Schwalbe tussen ze door. Ze geven geen sjoege. Besta ik eigenlijk wel?

.

hertenkauw

.

Symbiose in het hertenkamp

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Discobol

Is er een Italiaanse topregisseur in de zaal, dacht ik halverwege het feest, zo eentje die vijftig jaar geschiedenis virtuoos in een avondvullende familiesaga perst?

Een van mijn beste vrienden viert zijn verjaardag met grote regelmaat – afgerond eens per jaar – en dat al zolang ik hem ken. Familieleden en vrienden van heinde en verre worden uitgenodigd. Gisteren werd hij 75 (en zijn lieve vrouw 65). In de late jaren zeventig duurden de feestjes tot een uur of vier ‘s ochtends en ieder jaar daarna gemiddeld 10 minuten korter – reken zelf maar uit.

Denk niet dat ik erover klaag! Om te beginnen had ik het uitstekend naar mijn zin gisteren (van eten en drinken wordt traditioneel veel werk gemaakt), maar voor mijzelf hoeft het ook niet meer zo woest. Ik blijf me wel bewust van het contrast met vroeger natuurlijk, maar het heeft anderzijds iets moois om te zien dat je gelijke tred houdt met je generatiegenoten. Veertig jaar is lang; sommige gasten zie ik alleen op die feestjes. Sommigen moet ik in gedachten restaureren, een kleurspoeling of een verjongingskuur geven om ze te herkennen. Degenen die ik ooit voor hip en hot hield hebben aan glans en lenigheid verloren: wie 20 jaar geleden 25 was is nu – reken zelf maar uit.

Denk niet dat ik erover klaag! Maar je hebt weet van een kwaal bij die, meerdere operaties bij een ander, van tegenslagen, scheidingen en uphill battles. Ook een paar lege stoelen hier en daar, het lot doet niet aan vrijstellingen. Maar de oudjes deden het ondanks alles nog goed gisteren. Er werd gedanst. De zoon van de jarige heeft een vrolijk bandje dat heupen stram en soepel in beweging bracht.

.

disco2

.

Er hupsten op een gegeven moment vier generaties rond in dat zaaltje, van wie de jongsten nog nooit een disco-bol hadden meegemaakt en gefascineerd de bewegende lichtjes achtervolgden. Tieners tienerden en twintigers straalden uit dat ze geloofden de toekomst. Ja, zo moeten feestjes zijn, stelde ik vast toen ik om tien uur thuiskwam.

Lief huilen

Qua menselijke warmte en sociabiliteit (is dat een woord?) sla ik mezelf laag aan. Ik ben geen gezelschapsdier of family man en na een paar uur ‘in de groep’ wil ik me als het even kan afzonderen.
 
Bij mijn zelfbeeld hoort ook dat ik niet van baby’s houd; als kinderen niet meer huilen, helemaal zindelijk zijn en ironie begrijpen is het doorgaans vroeg genoeg voor ouders om ze aan mij te tonen. Betrekkelijk kort geleden ging ik met twee collega’s op kraambezoek. Bij de aanblik van de pasgeborene begonnen ze eendrachtig te kirren en als een van hen de kleine vasthield keek de ander kwijlend van afgunst toe. Ik bezag hun gedrag van veilige afstand, verwonderd.

Toch zou het kunnen dat er iets aan het schuiven is. Zo voel ik me nu veel meer ‘oom’ dan 18 jaar geleden, toen ik het ook al was. En dit weekend hadden we een erg geslaagd etentje samen met zes goede vrienden. Twee van hen hebben eind december een zoontje gekregen en dat hadden ze meegebracht. (Nee, jullie krijgen geen foto – zoek er zelf maar een op ‘baby, zes weken, afbeeldingen’.)  Ogenschijnlijk onderscheidde het kind zich in niets van leeftijdsgenoten, maar er moet iets geweest zijn. Een innerlijke rust, een aangeboren tevredenheid. Van een oogopslag was nog nauwelijks sprake, daar merkte je het niet aan. Wel aan het huilen. Als hij huilde sprak daaruit geen existentiële angst of woede. Hij probeerde niet mijn pijngrens te halen. Het was gewoon het enige signaal dat hij beheerste en waarvan hij zeker wist dat het werkte. Ook de andere geluidjes die hij voortbracht waren geen inbreuk maar een aanvulling op de algemene goede stemming. Nou was ik zeker niet de enige die het zo ervoer. Niettemin…

Ben ik aan het veranderen? Tijd voor een nieuw zelfbeeld? Ik sluit het niet uit. Een andere mogelijkheid is dat deze twee ouders beschikken over een geheim recept. Want ze hebben nog een parmantig ouder zoontje, waar ook iedereen dol op is. Binnenkort ga ik langs om ‘m zijn eerste schaakles te geven.

.

Middenduin

.

Bij Middenduin wordt het landschap herschapen. Gisteren verdwaalden we er zelfs. Hopelijk laten de natuurknutselaars dit stuk zoals het nu is.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Avondrood

In de haven van Sanday (Orkney) werden wij met een paar andere voetpassagiers van de veerboot opgepikt door een taxibusje (service van het eiland). De eerste kilometers voerde onze vrouwelijke chauffeur ons langs een lege rechte weg door vlak landschap, met prachtige vergezichten over de zee.

Bij een van de eerste huisjes waar we langs kwamen stond een oudere vrouw in de berm, met opgeheven arm. In de andere hand hield ze een breiwerkje. “Oh, it’s Wendy…. I must stop for her.” Ze remde krachtig, stapte uit, legde een zorgzame arm om haar schouder. “I cannot take you with me now, dear. I’ll call Dennis, he’ll call round for you soon.” Ze mende Wendy terug het tuinpad op. Terug in de taxi legde ze uit dat de verwarde vrouw na de dood van haar man alleen in dat huis woonde. Er waren weliswaar ‘carers’ die een oogje in het zeil hielden, maar af en toe probeerde ze te liften. Onwetende toeristen waren haar soms ter wille en dan stond ze ergens plompverloren op het eiland.

Acht jaar geleden waren we één dag op Sanday. Het hoosde en er was geen openbaar vervoer. Een vriendelijke oude knar pikte ons op. Jim (of Jem, zoals hij het zelf uitsprak). Hij liet ons het eiland zien, troonde ons mee naar zijn boerderijtje en trakteerde in de pub op whisky. We hadden door navraag een vermoeden waar Jim woonde en wilden even langs. Helaas bleek hij op vakantie, maar zijn huis bleek naast dat van Wendy te staan. Ze stond in de voortuin, een boeketje bloemen in haar hand – als een bejaarde Ophelia. Toen we naar Jim vroegen, keek ze ons priemend aan. “Jim, yes, Jim does live here.” Haar ogen lichtten nog wat feller op. “I don’t think you would like him very much.” En daar liet ze het bij.

Op het Mainland, in Kirkwall, zagen we bij een bushalte hoe twee tienermeisjes hun demente vader uitlieten. Vanuit de verte zag het er schattig uit, aan elke arm een dochter, maar toen ze een bekende tegenkwamen en stil hielden voor een praatje lieten ze hem los. Hij bleef volstrekt onbeweeglijk staan, als een doodvermoeid ezeltje, en staarde naar het gesprek, zonder te knipperen, zonder enige expressie. Toen zijn dochters weer inhaakten, ging hij gedwee mee, in de pas, zonder een woord. 

P.S. Ten slotte – ik moet waken voor Orkney-moeheid bij de lezers – een zonsondergang die geen maat kan houden. Niet deze, die valt voor mij onder ‘normaal’. De ideale achtergrond voor een avondwandeling.

.

sunsetmodest

.

Maar deze zonne-orgie. In een boek kwam ik deze week de frase ‘pornographic sunsets’ tegen en moest er gelijk aan denken.

.

sunsetplus

.

Zo’n zonsondergang een die van geen ophouden weet en niet alleen de horizon in gloed zet, maar ook de hele omgeving betovert.

sunsetplus3

.

sunsetpllus5

.

Zodat je denkt, dit is zó pastellig wee, zo cliché, moet ik dit echt fotograferen? En dan legt er ook nog iemand een bootje bij om het nóg clichéer te maken.

.

sunsetplus6


Ik beken, ik heb (cliché, clichéer, clicheest) nog lang staan hopen op een school tuimelende dolfijnen, maar er zijn kennelijk nog sunset-regisseurs in de hemel.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Waarvan akte

Zoals wel vaker onderbrak ik in Bloemendaal mijn fietstocht naar huis om bij de Génestetbank te genieten van het uitzicht over het meertje van Caprera en de mooie koeien in het weiland. Ik zat nog nauwelijks of een rijzige man met grijzend zwart haar en een donker, vosachtig gezicht voegde zich bij mij. Even zaten we daar zwijgend, toen knoopte hij een gesprek aan, met niet al te subtiele knopen.

Of ik daar vaker kwam, of de koeien melkkoeien waren. Ik zat er niet op te wachten en mijn antwoorden waren aanvankelijk niet meer dan plichtmatig. Hij sprak zeer dienstbaar Nederlands met een niet direct te lokaliseren buitenlands accent. ‘Wat is een akte?’ vroeg hij op een gegeven moment, wijzend op het bord met historische informatie. 

Ik legde het uit, waarna hij begon over een examen Nederlands dat hij per se wilde doen, waarvoor ze (na een reeks intake-gesprekken) bij Nova en InHolland €150 vroegen. Er volgde een verhaal over strubbelingen met instanties waar hij als Afghaanse vluchteling mee te maken had gehad, zoals de ‘heilige gemeente Haarlem, nee, de schijnheilige gemeente Haarlem’, die hem tien jaar geleden geen cursus had aangeboden omdat hij geestelijk ‘kapot’ was. Er zat hem veel dwars, maar op die kennis van het Nederlands kwam hij steeds terug.

Toen ik een vraag stelde over de ‘contactpersoon’, die hij herhaaldelijk noemde, viste hij uit zijn portefeuille een document met zes rood omkaderde vakken – zijn ‘gebruiksaanwijzing’. Medicijnen, adressen van psychiaters en instellingen voor geestelijke gezondheidszorg en kreten als ‘depersonalisatie’ en ‘derealisatie’. NIET AANRAKEN als hij kwaad of emotioneel is, las ik. Voorlopig deed hij min of meer rustig zijn relaas.

‘Ik ben boer, ik kan niet lezen of schrijven. Maar ik ken vijf talen’ (Farsi, Urdu en Punjabi heb ik onthouden, er was ook nog een kleinere Pakistaanse taal). En Nederlands dus. Het leek een soort erekwestie voor hem om te bewijzen dat hij dat machtig was. Hij wist nog precies waarom hij zo gekrenkt was dat hij nu een diploma wilde, los van de praktische voordelen.

Hij had een keer ernstige buikpijn gehad; als die ooit terugkwam moest hij zich direct onder behandeling laten stellen, had de arts gezegd. Vijf jaar later deed dat geval zich voor, maar hij werd afgepoeierd en van kastjes naar muren gestuurd. Uiteindelijk, na 24 uur soebatten, werd hij door een ambulance naar het ziekenhuis gebracht, waar een verpleegster de eerste opvang deed. Hij deed zo goed en zo kwaad als het ging zijn verhaal, krimpend van de pijn, waarop zij een chirurg belde. En tijdens dat gesprek hoorde hij haar zeggen: ‘Die meneer spreekt geen Nederlands.’

Het was kantje boord geweest, zijn blinde darm stond op knappen, had de chirurg gezegd na de operatie. We praatten nog wat verder en toen zei ik dat ik maar eens op huis aanging, naar moeder de vrouw (in goed Nederlands).

.

IMG_3094

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Gebroken groep

Zondagmiddag rond enen, ze waren er vroeg bij. Op de Grote Markt had ik dat groepje al vreemde (dronken?) strapatsen uit zien halen en luidbundig horen lachen. Een van hen droeg een fluorescerend groene trainingsbroek, twee hadden dolle mutsjes – dat werk.

Jongens én meisjes, dus geen vrijgezellenparty en het was geen ontgroenseizoen. Afijn, ze hadden niet direct mijn warmste belangstelling, ik liep de Barteljorisstraat in en ging naar binnen bij Tromp, voor kaas en yoghurt. Terwijl ik afrekende, verscheen hetzelfde groepje weer in beeld en ik zag hoe de kassameisjes elkaar bedenkelijk aankeken. Er lag een gebroken rauw ei op straat. Het groepje bescheurde het, tot een van de kassameisjes naar buiten kwam. “Wie van jullie gaat dat opruimen?”

De verbazing had niet groter kunnen zijn als ze gevraagd had wie van hen zich ter plekke gratis wilde laten steriliseren met een ongewassen kaasschaaf.

“Dat ei wordt bij ons straks naar binnen gelopen, dan zitten wij met de viezigheid.” Ze zei het niet agressief. Toen er twee van de vijf begripvol knikten, had ze het pleit eigenlijk al gewonnen. De jongen met de veel te groene broek pruttelde iets, hoe hij dat ei dan weg moest krijgen. Nou, daar wist ze wel wat op. Hij moest mee de winkel in, om keukenpapier te halen.

Ontdaan van zijn groep, zag hij er jaren jonger uit. Sullig. Onbenullig. Op zijn voorhoofd stond zijn naam – Melvyn of Kevin of Trevor. Hij praatje netjes. “We hebben een personeelsuitstapje met opdrachten,” meldde hij ongevraagd. Het meisje nam dit voor kennisgeving aan en legde hem uit wat er van hem werd verwacht bij zijn corvee. Dat kwam wel in orde met het deppen en boenen.

In de Kruisstraat kwam diezelfde knul weer joelend langsstuiven, achtervolgd door een maatje. Had hun hernieuwde vrolijkheid iets geforceerds, of hoopte ik dat alleen maar?

.

zoekdeplek

.

In Straatjournaal hebben Jan Heijer en Hein Kruijver zo’n ‘zoek-de-plek-rubriek’. Het is maar zelden dat ik het antwoord weet. Zelf denk ik dat deze makkelijk is.

.Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.