Verwarde mannen

Ik fietste de Zijlstraat in. Een rijzige man met sluik, donker haar die met zijn fiets op de stoep stond, stak verheugd zijn hand op en zei met beschaafde stem: Hé, nou dat is ook toevallig!” Ik remde, herkende hem niet onmiddellijk, maar als het íemand was moest het mijn neef Maarten uit Breda zijn, die ik tien jaar geleden voor het laatst zag. En anders schoot het me misschien alsnog te binnen.

“Wat doe je hier in de stad?” hield ik mijn kruit droog. Hij glunderde breed en zei zonder op mijn vraag in te gaan: “Wat grappig, zo kort nadat je me vrijdag dat sms’je stuurde.”

Uh… sms’en? Ik ben geen sms’er. Wie sms’t er überhaupt nog? (Ik zette een streep door neef Maarten als kandidaat). Hij bespeurde mijn twijfel. “Jij bent toch wel Roland?”

Nee, nooit geweest ook. “Dan stel ik voor dat ons contact hier eindigt”, zei ik. “Leuk u even ontmoet te hebben.” Twee verwarde mannen namen vriendelijk afscheid.

 

P.S. Het RaDa heeft een categorie Ontmoetingen

Paars PS: Een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen? Abonneer je via ‘Over RaDa’ of in de zijbalk.

Schellebelle

Ik reed vanaf de Verspronckweg de Jan Steenstraat in. Halverwege speelden drie kinderen en een racende pizzakoerier toeterde nodeloos lang en hard.

Toen ik het groepje naderde, stonden ze nog verstijfd op de stoep. “Zo’n man heet een debiel,” onderrichtte ik ze in het voorbijgaan. “Ga maar weer fijn spelen.” Ik had dus al enige lichte verkeersergernis opgelopen, toen bij de kruising met de Santpoorterstraat een zwarte auto de bocht linksaf dermate scherp nam dat ik van schrik in de remmen kneep en ontzet de handen hief naar de onzichtbare bestuurder.

Aan de rembekrachtiging schortte niks. Twee meter achter mij stond het gevaarte al stil, en ging in de achteruit. Het was even spannend toen het raam open schoof. Een kickbokser, een schietgrage man met een schietklare Luger, een vliegende teckel die het gemunt had op mijn halsslagader?

“Wat moet je nou, mafketel?” Een blanke vrouw van een jaar of veertig met een nijdige, zwarte knot en blikkerende zwarte ogen bestookte mij met al haar venijn. In een plat accent. Achter haar in het halfduister zat op de achterbank een kaarsrecht kindje. Nou ja, beter dan twee lijfwachten.

“Misschien kunt u voortaan normáál rijden?” (Er was geen gelegenheid meer dit terug te nemen, ook al had ik me sinds Ruttes advertentie heilig voorgenomen dat ‘normaal’ nooit meer te gebruiken.)

“Ach, seik niet zo, kerel!”

“U scheurt op twee wielen door de bocht.” (Een hyperbooltje voor het goede doel)

“Rot toch op, man!” Het bleken haar afscheidswoorden, het raampje schoof omhoog – was ze teleurgesteld dat er niks te matten viel? Aan de uitlaatgassen te zien had ze nog niet al haar agressie verschoten.

De laatste meters naar huis piekerde ik of het woord ‘schellebel’ nou echt bestond of dat ik het zelf had verzonnen als variant op lellebel.

De huisdichteres wist het evenwel direct. Nee, ‘schellebelle’, dat komt uit Kunt u Breukelen? Van Justus van Oel. Erg grappig boekje.

.

9038855087

P.S. in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Vertrouwen

Volstrekte onzichtbaarheid was mij het liefst geweest deze zondagochtend (ik was grieperig en vrijdagavond brak er – krak! –  een voortand af), maar een lege provisiekast noopte mij tot winkelen.

Ik stond bij de kassa mijn tas in te pakken toen de jonge vrouw na mij een kreetje slaakte (een kreetje, geen verwensing!). Bankpasje thuis laten liggen. En bij de Marqt kun je alleen pinnen. De caissière bood aan de boodschappen zolang ergens weg te zetten, dan konden ze later… Maar nee, het was een heel eind fietsen en er was haast bij. Toen tot overmaat van ramp de havermoutzak ook nog openscheurde, bespeurde ik een begin van ontreddering.

“Als ik het pin, kunt u het dan met uw telefoon naar mij overmaken…?” Een dankbare glimlach, die weer verstarde toen ze besefte dat háár app niet compatibel was met míjn bank. “Ik zou u natuurlijk ook kunnen vertrouwen…” Ik zei het zonder nadenken. “Dat heeft op zich ook wel iets. Vertrouwen.”

.

duplicaatbon

.

Dat slappe gelul van mij, daar zou ik eens mee op moeten houden. Want hierna was er geen weg terug meer; het was een Principiële Kwestie geworden. Dit kon ik niet laten volgen door ‘bij nader inzien, van iemand die kurkumathee drinkt kan je alles verwachten, dus hier ga ik mijn vingers niet aan branden’.

Dat hoefde ook niet, ik had mijn besluit al genomen. Ze bezwoer me tot twee maal toe met overbodige overredingskracht dat ze direct na thuiskomst het bedrag zou overmaken. Ik had als voorzorgsmaatregel een foto van haar kunnen nemen of om een vingerafdruk  kunnen vragen voor ‘Spoorloos’ of ‘Opgelicht’. Maar het voelde beter zonder.

Pas nadat ik dit stukje heb gepost ga ik kijken of er €47,07 is bijgeschreven op mijn rekening (ik vertel het jullie overmorgen). En de echte vraag is: als dat niet zo blijkt te zijn, doe ik dan volgende keer hetzelfde?

 

P.S. Meer over Vertrouwen in Soft Touch en het vervolg
Nog een P.S. In de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Geoefende stemmen

Ik moest de Randweg oversteken bij de ijsbaan en sloot bij het stoplicht aan achter vijf luid pratende hockeymeisjes in korte hockeyrokjes – alsof blaasontsteking en nierbekkenbevriezing niet bestonden.

Achter mij verschenen er uit de duisternis nog zes. Ik was ingesloten. Sticks staken in diverse hoeken omhoog, als primitieve wapens. Even verbeeldde ik me in een charivari terecht gekomen te zijn, de Opstand der Hockeymeisjes. Ze gingen de historische binnenstad plunderen (N.B. Er is in de regio een machtsvacuüm sinds deze week alle Haarlemse Hell’s Angels opgepakt zijn).

Het lag anders, ze bedreven (fel maar beschaafd) hockeypolitiek. De positie van Anne-Lotte was in het geding en er stonden principes op het spel. “Maar in de wedstrijd stáát ze er wel!” De oppositie voerde aan dat Anne-Lotte niet de nodige trainingsarbeid verricht. Daar moesten consequenties aan worden verbonden. Terwijl Kim wel trouw trainde (Kim knikte heftig) en desondanks genoegen moest nemen met een plek op de bank en invalbeurten. Er was ook nog zoiets als teamspirit, toch? Daar stond tegenover dat… Bij de Kleverlaan staan de stoplichten zo afgesteld dat aan beide standpunten ruimschoots recht gedaan kon worden.

Bijna had ik aangeboden te notuleren. Grote goden, konden ze niet gewoon krijsen, joelen, jennen schelden, gieren van het lachen, elkaar voor de grap bedreigen met die sticks?

Ik zag die dames nog een leven lang zo doorgaan, met hun geoefende stemmen: bij debatclubs, studentendisputen, personeelsvergaderingen, congressen en conferenties, de klankbordgroep van de crèche, bewonersverenigingen, medezeggenschapsraden, buurtcomités, inspraakorganen en inspreekavonden tot en met de activiteitencommissie van het verpleegtehuis. Vertegenwoordigers van een lange vaderlandse traditie van redekavelen.

Een kansloze som drong zich op: hoeveel uur besteed je luisterend naar mensen wier mening je na de eerste zin al kunt voorspellen? Inclusief de reactie van de andere partij? Op weekbasis? Op jaarbasis? Op levens… Maar zelfs bij de Randweg krijgen fietsers uiteindelijk groen licht.

 

P.S. Het RaDa heeft een nieuwe widget: in de zijbalk kun je je abonneren op een emailbericht telkens als er een nieuw stukje verschijnt (kon al via de rss-feeds).

P.S. 2: Kan iemand me vertellen wie de Haarlemse Literatuurquiz in Staal heeft gewonnen? En of dat een quiz was over Haarlemse literatuur of over literatuur in het algemeen?

P.S.3:  De Haarlem-quiz is aan een renaissance bezig: zie hier (een soort kroegentocht) en er is ook nog de vijfdelige Haarlemmer dan Haarlem Quiz met Maarten Brock (Happy memories! en Happier memories (uit 2006):

.

Amptriomf

.

P.S.4 Henk Sloos heeft de Haarlem Ademt fotoprijs 2016 gewonnen met zijn foto van de Houtvaart; zie ook Fotoserie(us)

P.S.5: Over fotoprofi’s en fotoamateurs gesproken: in het Kraanvlak bij Zandvoort schoot ik deze wisenten, met camera, niet met buks of donderbus:

.

wisenten

.

Mijn dag is dan al goed, maar in de verte zagen we ook een fotojager in de weer met statief en een lens zo dik als de loop van een middeleeuws kanon. We maakten een praatje en hij had een kaartje. Op zijn website zag ik dat zo’n wisent voor deze man maar klein wild is (de wisent staat onderaan, onder de olifanten en leeuwen).

P.S.6 Wie bezwaar heeft tegen de overmaat aan Pee-essen bij dit stukje, make dat kenbaar bij de reacties

 


 

Rendezkoe

Op Blije Vrijdag – de dag waarop Nederland volgens mijn zelfgebakken theorie een energiepiek beleeft, fietste ik zelf uitgeblust en afgeknoedeld naar huis (wat de stelling natuurlijk nog niet ontkracht).

Hoe dan ook, toen ik het Bloemendaalse stuk van de Kleverlaan op reed, naar de Randweg toe, zag ik een stoere auto met een onoverdekte aanhangwagen het hek van een weiland in rijden. De passagiers waren zes witte runderen, kalveren en koeien, dicht opeengepakt. Ze zouden worden bevrijd, altijd een leuk gezicht en voor mij een welkom excuus om in de remmen te knijpen.

.

uitdebak

.

Ze hadden weinig aansporing nodig om het malse gras te betreden. Ze inhaleerden diep; ze snoven en snuffelden, draaiden oriëntatierondjes. En toen, het zal niet zo zijn,  riep er een ‘BOE!’ (of ‘Boer!’, daar wil ik vanaf wezen). Een ander voegde er zijn eigen niet mis te verstane ‘boe’ aan toe (tot zover geen sensatie). Maar toen kwam er een boe terug, helemaal van de andere kant van het weiland – zo’n 300 meter verderop.

Daar stond nog zo’n kuddetje van zes. Oude makkers? Familie? Het verlangen naar een hereniging was wederzijds en hevig;  de twee groepen draafden op koeientopsnelheid op elkaar af, luid loeiend. Het rendezkoe ontmoetingspunt was precies halverwege; daar werd gelikt en gelebberd en als koeien high fives hadden kunnen geven hadden ze dat vast ook nog gedaan.

.

rendezkoe

.

Het was best een end rennen voor ze (onderstaande foto maakte een satelliet voor me):

.

kleverlaan

.

Na de vreugdevolle begroeting werd snel overeenstemming bereikt over de nieuwe koers: zo ver mogelijk weg bij dat vervloekte karretje. Alle neuzen dezelfde kant uit, in oostelijke richting! Zo’n scheiding flikken ze ons geen tweede keer!

.

doeiboer.. 

‘It was the day’s first moment of grace’ las ik  net ergens. Dat gold voor mij niet, de teller stond hoger, maar ‘grace’ durf ik zo’n onbesteld warm tafereeltje zeker wel te noemen.

Zooitje

Ik zag ze met z’n vieren langsdrentelen in de coupé en na een kort groepsberaad namen ze plaats in het vierzitje achter ons. Brave zestigers, twee echtparen. Hun gesprek werd op aanvaardbaar volume gevoerd, volgens een voorspelbaar patroon.

Over de weersomstandigheden werden ze het na enige tijd eens, zonder hoog oplopende emoties. Blijkbaar leden ze onder een wegomleiding bij hen in de buurt en een van de mannen wist een betere route, met minder kans op files. De andere man wist nóg een route. Ze hoopten eensgezind dat het spoedig achter de rug zou zijn, met die files. Toen ging het over de klantenkaart van een bouwmarkt – die stelde de groep voor netelige afwegingen…

“Dit zijn de saaiste mensen EVER,” fluisterde ik gefascineerd. Het was een gesprek van bovengemiddelde gemiddeldheid, zo gemiddeld dat ik mijn oren er lastig van af kon houden. Ze leken in goede verstandhouding een vast conversatieprogramma af te  werken, waarbij ze zich per onderwerp verder van hun eigen voordeur verwijderden. In Zwijndrecht had een leraar fraude gepleegd bij de eindexamens, hadden de anderen dat al gehoord? Ze vonden er het hunne van, zoals voortdurend, en zo dreutelde het door tot ze bij het internationaal terrorisme geraakten. Die lui gebruikten telefoonkaartjes die niet op naam staan, bracht een der vrouwen in. Prepaid, assisteerde de andere. Man 1 haalde de zeventig maagden van stal. “Misschien moet ik ook maar eens jihadist worden,” grapte man 2. En dan was er Orlando nog…

Van dat vermoorde Engelse parlementslid hadden ze ook weet. Jo Cox. Het gesprek stokte, voor het eerst. Gezamenlijke berusting? Wanhoop? Was de zak met onderwerpen leeg? Uiteindelijk verzuchtte man 2 (het kan ook 1 geweest zijn): “Ja, als je het mij vraagt is het momenteel een beetje een zooitje aan het worden in de wereld.”

Daar kon ik alleen maar mee instemmen, al deelde ik niet hun bedenkingen over die klantenkaart.

Jong stelletje

Het meisje had ik twee jaar geleden al eens gezien. Toen was ze zes. Pienter, guitig en nogal wijs voor haar leeftijd. Ze kan al een beetje schaken ook, zei haar trotse opa.

Haar snoetje deed ze me denken aan schaakster/schaakfotografe Anastasiya Karlovich.

laralookalike

En ze heeft al een vriendje, vulde oma haar cv aan. Ik nam het eerst voor kennisgeving aan. “Nee, echt, ware liefde, een jongetje uit haar klas. Die twee zijn helemaal dol op elkaar!”

Gisteren zag ik haar terug, nu met verloofde. Het was op een verjaardag, ze zaten naast elkaar in de kring, als een middelbaar echtpaar. Met dit verschil dat hun beentjes bungelden, hun voeten raakten de grond niet eens. Zij was wat langer en molliger geworden, maar de pretoogjes waren dezelfde. Hij droeg een grasgroene fluwelen broek en een fleurig overhemd; een stevige, achtjarige knaap met een zelfverzekerd, open gezicht, waarop vaak een glimlach scheen.

Ze hadden het zichtbaar goed samen. Voor mij was zo’n stilzitfeestje als kind een kwelling (evenals meisjesgezelschap), maar die twee zaten te giechelen en gniffelen. Ze vertelden komische verhalen en anekdotes – de spreektijd was eerlijk verdeeld. Ze raakten elkaar aan of hielden elkaar vast op een vanzelfsprekende, onnadrukkelijke manier. Ik kon mijn ogen er moeilijk  vanaf houden.

Later hielpen ze bij het uitdelen van de toetjes. De samenwerking verliep perfect. “Riekje wilde zonder slagroom, kan jij dat doen, dan ga ik naar die hoek daar.” Alles zonder wanklank of misverstand, in opperstebeste stemming.

Dat gaat nooit meer uit.

 

En natuurlijk moest ik aan Maarten en Eva denken. Zie Tweeëenheid. En bovenstaand stukje is bijgezet in de categorie ‘Ontmoetingen’. Die categorieën [uitklapmenu aan de linkerkant] vergeet ik zelf nog weleens, maar ik maak me sterk dat er voor iedere rechtgeaarde RaDa-lezer nog verrassingen tussen zitten. 

Soft touch (3)

Een paar weken geleden schreef ik hier hoe een mooie vrouw van een jaar of veertig me in de Smedestraat een tientje aftroggelde – mijn puike stemming was daar zeker debet aan, maar ik geef toe, als haar gezicht onder de wratten had gezeten was ik waarschijnlijk toch minder snel over de brug gekomen.

Vanmiddag, in het enige kwartiertje dat de zon scheen, zag ik haar zitten, op het bankje bij het Friethoes. Modieus gekleed, glimmende halfhoge laarsjes. Ik keek haar indringend aan en zei schijnheilig: “Ik meen dat wij elkaar ergens van kennen.”

“Dat kan heel goed kloppen,” zei ze zonder de geringste aarzeling. “Wil je een frietje?” Ik negeerde het spontaan uitgestoken bakje. “Ik kan het mis hebben, maar heb ik u een paar weken terug niet tien euro geleend? Omdat u in financiële nood zat?” “Ja, dat was bijzonder vriendelijk van u.” Zonder blikken of blozen.

“Ja, het was crisis, toch – uw vriend had het laten afweten met de huur, iets dergelijks herinner ik me?” Het werd bevestigd noch ontkend. “Weet u – ik kan het nu wel zeggen, dat ik destijds wel een beetje argwanend was?” Ze likte een fliepje mayo van een nagel en keek me oprecht verbaasd aan.

“Ja, het eigenaardige was dat er in uw portemonnee vier tientjes zaten. Dat vond ik wel enigszins verdacht.” Ze keek me meewarig aan. “Ja, maar die achterdocht komt dan toch echt uit jezelf.”

Goeie! Ik amuseerde me nog even. Had ze niet – een héél klein beetje – de schijn tegen met haar verhaal? Immers… Ze gaf geen krimp. Wat mij frappeerde was dat ze zich niet verdedigde of aanvullend bewijs aanvoerde. Als ik haar martelde met mijn insinuaties, bleek dat uit niets – haar glimlach verkrampte geen moment. Kort later namen we vriendelijk afscheid.

“Nogmaals dank je wel!” riep ze me na.

Fietsend geluk

Twee uur zat ik gisteravond in de knusse bubble van de Utrechtse Vorlesebühne, waar de huisdichteres optrad met een amusant proza-ensemble, met o.a. Bernhard Christiansen en Eva Meijer.

En dan komt het moment dat je de intimiteit van de houtzaagmolen moet verlaten. Buiten was het guur en nat, dat wisten we al. Die twee neon vulpotloden van de moskee kwamen evenmin als een verrassing. Soms vind ik ze mooi, maar nu triggerden ze de beelden van de Parijse gruwelen.

 

mostrecht

 

In de trein las ik Laura Starink, over de transformatie van Königsberg in Kaliningrad; geen opwekkende literatuur en tegen een uur of een, toen we station Haarlem bereikten, zat de somberheid weer diep in mijn poriën. Met het nodige vernuft vonden we een route tussen regenplassen en bouwobstakels door naar het Staten Bolwerk. Guur en nat, dat schreef ik al, maar het stormde bovendien. Er zijn dagen dat het hek daar als een windharp werkt en een soort sirenengezang voortbrengt. Zo ook gisteren, alleen wilde de betovering niet komen, niet bij mij, ik hoorde een elegie.

Twintig meter verder kwam het geluk toch eventjes onze kant op. De fraaie akoestiek van het Franklin Hoevenstunneltje bracht uitbundig melodieus gezang voort. Een meisje op de fiets zwierde de Verspronckbrug over, zwarte haren verwaaid, gedurfd slalommend langs de plassen en straatvijvertjes. Stuur-, toon- en tekstvast. Not a worry in the world. Aangeschoten, misschien en/of verliefd of vrolijk omdat ze niet anders kon. Ik zwaaide dankbaar naar haar voordat ze verdween in het duister van de Van Ostadestraat.

Ze deed me aan Amy MacDonald denken. Zouden er in Schotland mannen rondlopen die haar op haar zestiende alleen door de nacht hebben zien fietsen, luidkeels zingend? Of fietst Amy niet?

 

Soft touch (2)

Soms ben ik een ‘soft touch’. Neem gisteren, vrijdag rond half zes. Er was een lastige klus naar tevredenheid geklaard, ik had één glas wijn gedronken op de goede afloop en wandelde huiswaarts door zonnig Haarlem.

In de Smedestraat fietste een vrouw traag tegen de rijrichting in, monsterde mij opzichtig en maakte een U-bocht. Jaar of veertig, kastanjekleurig haar. “Mag ik u iets vragen?” Grote, bruine ogen keken mij stralend aan. “Van mens tot mens?”

“Daar zegt u er wel wat bij. Nou, vooruit dan maar.”

Ze wilde een tientje, van mens tot mens, daar kwam het op neer. Ze hing, in uiterst gesoigneerd Nederlands, een ingewikkeld verhaal op over een pension in Zandvoort, waar haar huur dagelijks werd voldaan door haar vriend. Maar vandaag, om onnaspeurbare redenen, was die vriend…

“Dus of ik voor een dag uw vriend wil zijn, is dat de bedoeling?” kapte ik haar af. Ze schaterde. Ik had het vage gevoel dat ik haar kende. Een BN-er? Ze ontkende alles. Nee, niet literair begaafd, geen kunstenares of actrice (oud-winnares van de Zilveren Vos voor beste babbeltruc?). “We worden toch niet gefilmd, hè?” vroeg ik met rudimentaire argwaan. Ze vond het een wereldgrap.

“Ik heb alleen vijftig euro.” Het was geen smoes, ik had inmiddels besloten dat ik het die middag niet erg vond ergens in te tuinen, dan maar gekke gerrit, het leven was goed. Ze haalde met een soepel gebaar een elegant tasje tevoorschijn en nog voor ze haar portefeuille opende zei ze: “Fantastisch, dankjewel, dat kan ik wel wisselen”. Binnenin zat een keurige vierling van tientjes.

Van vorige slachtoffers? Ging ik nog een poging doen haar verhaal door te prikken? Nee, besloot ik. Zonde van mijn puike humeur. Eerlijk of doortrapt, het was een leuke vrouw. En als ik al een sukkel was, dan in ieder geval een tevreden sukkel.