Woordverdubbelaars

Over meisjemeisjes en meisjemeisjemeisjes schreef ik hier al eens eerder, maar kan het zijn dat het dubbelwoord aan een onstuitbare opmars bezig is?

[Ik schrijf dit met het bange vermoeden dat dit onderwerp al voor mijn neus is weggecornelist, maar ik gok het maar.]

Bekend zijn dialoogjes als ‘Vind je ‘m leuk? Ja wel, maar niet leukleuk (waar ik ‘leukleuk’ interpreteer als ‘neukleuk’).

Deze week zat ik in de treincoupé tegenover een klef (klefklef) stelletje. Zij moest er bij Amstel uit, hij bleef zitten tot CS. ‘Heb je alles?’ vroeg hij toen zij aanstalten maakte uit te stappen. Ze mompelde iets geruststellends. ‘Alles alles?’

Het klonk een beetje streng, alsof hij uit ervaring wist dat ze als regel wel een oorbelletje of een pinpas tussen de zitting achterliet.

Zou het met niks ook kunnen?

Man met drankprobleem komt thuis van receptie. ‘Wat heb je gedronken?’ ‘Nee, niks.’ Zijn vrouw, wantrouwig: ‘Niks niks?

.

kabouterhuisje

.

P.S. Misschien is het er al héél lang (langlang), maar onlangs zag ik in het Bolwerk een nieuw kabouterhuisje (‘Is je vriend klein?’ ‘Kleinklein?’). In hetzelfde bomenrijtje is er nog een. En ik moet nodig weer eens op huisinspectie in het Kenaupark.)

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Bijvangst

We waren bij mijn moeder geweest en maakten op de terugweg een slinger door de winkelstraat van Bloemendaal. Het weer was ineens op guur gesprongen en ik had honger. HONGER. En toen (Bloemendaal heeft het!) passeerden we een goed gesorteerde viskraam.

Fish on Friday, nooit een slecht idee. Terwijl het ene meisje onze heilbot verpakte, zette het andere zwierig een schaal kibbeling op de toonbank – heet uit de frituur. “Voor de liefhebbers!” Deze liefhebber pikte een mootje mee, probeerde of een tweede mootje net zo lekker was… ja!… en bestelde een heel bakje.

Dat goedgemutste duo kwam uit Spakenburg en ze stonden blijkbaar vaker op die stek. “Wat bent  u lang niet geweest!” Een blozende, grijsharige vrouw die aan kwam rollatoren werd joviaal begroet. Ze legde uit dat ze steeds vaker (ze neeg haar hoofd naar de rollator) haar buurman om een boodschap stuurde. En toen kwam ze ter zake, met een puntgave hypercorrectie:

“Ik heb ook wel zin in zo’n porsje kibbeling.”

Het standaardvoorbeeld ‘kopje kofje’ heb ik nooit in het wild gehoord, ‘beeldhouder’ wel. Maar deze vond ik leuker.

Porsje? Ik had het beslist goed verstaan, maar toch (we waren in Bloemendaal) begon ik later te twijfelen. Bedoelde ze niet een ‘Porsche kibbeling’?

.

kibbeling

 Zes seksueel actieve kibbelingen in de paaitijd

 

PS Een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen? Abonneer je via ‘Over RaDa’ of in de zijbalk.

Premierabel

Een lelijker woord zal ik voorlopig niet tegenkomen, vermoed ik. Uit de NRC van vandaag (p.5): ‘Rutte moet zo lang mogelijk premierabel blijven en is gebonden aan de PvdA’.

.

Premierabel

.

Google raakte ook in de bonen toen ik het intikte. ‘Bedoelt u premietabel?’ Uh… nee, niet dat ik dat dagelijks bezig, maar daar zou ik niet zo tegenaan hikken. Verwijzingen naar de Japanse Premier Abel (Shinzo voor zijn vrienden) negeerde ik ook.

Mijn ‘premierabel’ stond op nr. 3, met een verwijzing naar het artikel dat ik in handen had. Ha, een heterdaadje! En zero tolerance lijkt me op zijn plaats bij dit soort taalcriminaliteit.

Respectabel, declarabel, demontabel, etc. vind ik natuurlijk acceptabel: kan gerespecteerd, gedeclareerd, gedemonteerd en aanvaard worden. Het Haagse ‘ministeriabel’ vond ik al een wangedrocht (zijn mensen straks ook bakkerabel, agentabel of tandartsabel?), maar daarvan wist je tenminste nog hoe je het uit moest spreken.

Want wat doen ze (die vuile taalvervuilers, de onverbeterlijke Haagse jargonneurs) met de onhoorbare ‘r’ in ‘premier’? Zeggen ze echt pre-mjee-abel? Bekt niet bepaald lekker. Of wordt er een verbindings-r binnengesmokkeld? Pre-mjee-rabel? Het klinkt alletwee even miserabel/abominabel/discutabel.

Goed, punt gemaakt. Een ander voor mij nieuw pr*m-woord: bij de Vlaamse editie van de Vorlesebühne gebruikte Eva Herman tot tweemaal toe terloops het woord ‘primeren’ in de zin van ‘zwaarder wegen’/ ‘prevaleren’. Geinig woord, dacht ik vrijdag nog, maar nu (met een door ‘premierabel’ overschreden allergiedrempel) doet het me ineens denken aan ‘het primaat van de politiek’. Jeuk! Jeuk!! Driewerf jeuk!!!

Mokertof?

Beroepshalve bevind ik mij vier dagen per week in een gebouw met overstekende jeugdtaal.

Gisteren kwam mijn volgende klas het lokaal binnen en zag op het projectiescherm een meer dan levensgrote afbeelding van pianiste Eva Knardahl (1927-2006). In tussenuren mocht ik de laatste weken via Youtube graag nakijken bij haar vertolking van de Lyric Pieces van Grieg. En toen… en toen waren die ineens weg. Verdwenen, onvindbaar. Zonder waarschuwing vooraf, zonder nazorg.

Bij wijze van zinloos protest had ik Eva ingesteld als bureaubladachtergrond, wat voor sommige leerlingen nogal confronterend bleek. Ze vonden dat het niet kon. De fotografie was uitsluitend uitgevonden voor fotogenieke mensen, als ik mag afgaan op de reacties.

 

evaknardahl

 

“Die is echt MOKERLELIJK”was een van de opmerkingen die langs vloog. “Zei je nou ‘mokerlelijk’” vroeg ik aan het meisje. Ik had het goed verstaan.

Onder mijn collega’s was er een die me kon vertellen dat moker het nieuwe ‘kei-‘ was, een multiïnzetbaar prefix. Mokergaaf, mokerdom, mokervet, mokermoeilijk, mokerziek, mokerslap…. Deze voorbeelden heb ik zelf verzonnen, maar mocht er hier een minderjarige lezer passeren, houd ik me aanbevolen voor toepassingen uit het mokerrealistische leven van alledag.

Augmentatief

De voorlaatste keer dat ik mijn betreurde collega Edo Velema in levende (maar wel danig aangetaste) lijve zag, bij een geanimeerde lunch, kwam het gesprek op de soms wat al te knussige knusheid van Nederlandse verkleinwoorden.

“We zouden for good measure ook een vergrootwoord moeten invoeren”, opperde ik. Voor een bakbeest, een bruut, een loeder of loebas van een auto/vent/wijf/ hond, etc. Een suffix voor anabool of siliconisch opgevoerde lichaamsdelen, voor reuzeportemonnees of ego’s van de buitencategorie.

Drie dagen na die lunch kreeg ik een kopietje toegestuurd: ‘De vrouwtjes liefkozen, de vrouwtjes minachten’, over Italiaanse variaties op hun ‘donna’, zoals daar zijn donnina, donnetta, donnicina, donnicciuola en donnuccia. En ook op het Spaanse import-woord ‘donzella’ (jong meisje) gaan de Italianen los, wat donzelletta, donzellina en donzellona oplevert.

Al die verkleinwoorden hebben een eigen gevoelslading, positief dan wel negatief. Ter vergelijking, ons woord ‘wijfie’ kan zowel liefkozend worden gebruikt (‘wijfie van me’) als denigrerend, als het wijfie in kwestie je afbekt of afbluft. En jawel, het Italiaans kent een vergrootwoord/augmentatief: donnone/donnona en ook (nog een paar zwembandjes en onderkinnen extra) de allesverpletterende donnotta.

Tussen twee rondjes pubquiz door stipte ik het onderwerp aan bij teamgenoot MaartenJan Hoekstra van Dorp, Stad, Land, die geen twee tellen hoefde nadenken. “Ja, ‘-one’! Dat heb je ook in het Nederlands. Ballon = grote bal, balkon = grote balk.”  Later las ik ergens dat miljoen ‘grote duizend’ betekende. Nooit bij stilgestaan.

Tijd om dat toegestuurde kopietje te deanoniemiseren.

taaltoerisme

 

Het komt uit Taaltoerisme van Gaston Dorren: ‘Feiten en verhalen over 53 Europese talen.’ Dat ene hoofdstuk kietelde mij genoeg om het boek meteen te willen hebben. Wat een feest!! En zeker niet alleen voor de linguist. Een huppelend, dansend, nergens inzakkend boek – humor, intelligentie, geleerdheid, liefde en ontzag voor de taal spatten van elke pagina. Je kunt het het best bij de auteur zelf bestellen, voor een luttele €16 en wie nog niet helemaal overtuigd is, kan eerst even grasduinen op zijn website.

Als ik jullie ten slotte nog even deelgenoot mag maken van mijn privé-problemen: de straf voor een stukje over het augmentatief is wel dat je de rest van de dag een nummer van Jeroen van Merwijk in je hoofd hebt: ‘Wat zijn de vrouwen groot.’

 

Meisjes

Er liepen twee vrouwen achter me in de Kruisstraat, grimmig zwijgend.

Nee, herstel, ze rebbelden honderduit en ik hoorde een van hen midzins ‘… meisje meisje meisje kleren…” zeggen. De hersengebieden voor taal- en redekundig ontleden kwamen met spoed terug van reces.

Ah… een van de drie meisjes moet een meisje-meisje geweest zijn, met zo’n modieuze verdubbeling: “Mark is een vriend, maar niet mijn vriend-vriend”, waarbij de vriend-vriend degene is die jaloers wordt als niet-vriend-vrienden te intiem worden met de vriendin. Die zou zich kunnen verweren tegen de aantijgingen door te zeggen: “Maak je geen zorgen, ik vind Mark een leuke gast, maar niet léuk-leuk.”

Dat opgevangen flard zou je dus zo kunnen aanvullen tot een hele zin: ‘Wat is er mis mee om een meisje meisje-meisjekleren te geven?’ Een jongen-jongen geef je een stiletto voor zijn verjaardag en een scheikundedoos, en je steekt hem in camouflagepak. Maar (met alle respect voor 2000 jaar feminisme) je meisje-meisje maak je blij door haar uit te dossen in petticoat en hakjes.

Inmiddels zat ik in Battus-modus. Drie meisjes achter elkaar in een zin, kon ik dat overtroeven? Als je zo’n meisje-meisje meisje-meisjekleding geeft, begint ze te stralen = 4x.

Een lesbiënne die op meisje-meisjes valt, zou je een meisje-meisjemeisje kunnen noemen. Zelf draagt ze misschien stugge tuinbroeken. Dus als als je dat meisje-meisjemeisje meisje-meisjekleding geeft, zal ze die willen ruilen = 5x. Meisje-meisje-meisjes hebben hun eigen klederdracht: meisje-meisjemeisjekleding. Dus 6x moet ook kunnen. En 7x laat ik hier slingeren als kluif voor de echte manie-maniakken. 

Verbroken Nederlands

‘Verbroken links gevonden.’

Trouwhartig komt het programmaatje Broken Link Checker dagelijks met deze mededeling. Die houdt in dat ergens in een stokoud RaDa-stukje een doorklikje niet meer werkt. Op zich nuttige informatie, maar waar het me hier om gaat is het aandoenlijke Nederlands. Een relatie kan je verbreken, maar een URL? Alsof iemand mijn weblog moedwillig heeft losgezaagd.

De maker van de plugin komt uit Letland, dus dat zij zich in gebroken Nederlands uitdrukt, valt te begrijpen. En dit is natuurlijk maar een van de vele vertalingen die ze heeft moeten maken.

Mijn Sony-ereader kan mij ook vertederen met zijn taalgebruik. Die start op met het archaïsche ‘gelieve te wachten…’

Ik heb sinds een paar weken een nieuwe laptop, die werd geleverd met een proefversie van McAfee Antivirus. Toen die verliep, wilde ik overstappen op een ander merk. Bij het verwijderen van zulke beveiligingssoftware stuit je doorgaans op allerlei door de fabrikant ingebouwde obstakels. Chantage en onheilstijdingen, die ik agressief negeer. Maar ditmaal raakte ik bijna in gewetensnood. Terwijl de blauwe balkjes die het deïnstallatieproces suggereerden over het scherm flitsten, verscheen daar kortstondig deze melding:

‘Het vertrouwen wordt ingetrokken van McAfee’s programma’s op uw PC.’

Schoft dat ik ben!

Zonder mankeren

Met je vingertje in de dijk staan terwijl de golven er over klotsen en het water aan je lippen staat… wie doet het niet op zijn tijd?

In de NRC staat dit weekend een opiniestuk van aankomend romancier Marian Donner. Zij heeft geen hoge dunk van de moderne mens, die (in tegenstelling tot de Cro Magnonmens, de middeleeuwer en de sovjetmens) zwelgt in zijn eigen emotieclichés/cliché-emoties – zie het voorspelbare, verwisselbare fotoaanbod op Instagram, Tumblr en Pinterest. Maagdelijke sneeuw, een bloem naast de snelweg, de kat die zich genoeglijk uitrekt en vul maar aan. Veel lyriek op het Internet, maar geen analyse, geen kritiek, achtergrond of voorgeschiedenis. Pfoe, we doen het niet best met z’n allen! Hopelijk komt er nog een vervolgartikel met een remedie, daar zou de mensheid bij gebaat zijn.

Maar nu míjn vingertje in de dijk, een opgeheven vingertje nog wel. Donner schrijft over het fenomeen decay-porn (d.w.z. gephotoshopte vervallen gebouwen):

‘Elke context mist.’

En over het hersenloze emotiedumpen door volwassenen die beter zouden moeten weten, en verzuimen de wereld te onderzoeken en bestuderen: ‘Maar juist dat begrip mist in de verheerlijking van ‘het moment’.’ 

ONTBREEKT! ONTBREEKT!!!!

Weliswaar vind ik Taaladvies aan mijn zijde en krijg ik morele steun van Onze Taal, maar wat koop je ervoor? Verzet helpt niet, dit is een verloren strijd. De tegenstander leest geen stijlboeken en smaalt om taalpuristen en grammar nazis. Over tien jaar gebruikt iedereen (mijzelf niet uitgesloten?) ‘missen’ als onovergankelijk werkwoord. De moed mist me in de schoenen als ik er aan denk.

Breinklaar

Nou dat weer! Alsof het leven nog niet gecompliceerd genoeg is voor een eenvoudige blogger… Al bijna acht jaar voel ik me tegenover de RaDa-lezers als een jonge moeder met een opgroeiend kindeke. Geef ik ze wel genoeg? Qua aandacht, intellectuele stimulatie, vitamine A(ctualiteit) en H(aarlem), moreel houvast in onzekere tijden? En dat allemaal zonder de blogsnacks, de humorgrapjes en de noodzakelijke verstrooiing te vergeten?

Taaltechnisch daarentegen is het maar net hoe mijn pet staat. De ene keer raaskalk ik manisch door, maar er staan in het archief ook stukjes die aanvankelijk niet wilden glimmen – waar danig op gepoetst is. Met alle poetsgevaren van dien. Je kunt ze in je redactionele ijver ook kapotpoetsen. De gevreesde Schlimmbesserung. Het is een wankel evenwicht, meende ik, onkundig van de nieuwste inzichten.

Moet ik de hele bliksemse boel herschrijven, vroeg ik me af toen ik donderdag de wetenschapspagina van NRC las. Zijn mijn zinnen wel ‘breinklaar’?

Amerikaanse onderzoekers hebben onlangs vastgesteld dat Facebook-zinnetjes beter beklijven dan alles wat via andere geschreven media tot ons komt. Koppen met breaking news, stijlbloempjes van Voltaire, willekeurige zinnen van de CNN-site… ze worden aanmerkelijk slechter onthouden dan de losse flodders & wegwerpteksten die miljoenen Facebookgebruikers dagelijks afscheiden, met dezelfde gedachteloosheid waarmee de hooikoortspatiënt in het pollenseizoen serieel zijn zakdoekjes volsnuit.

Allerlei variabelen werden vergeefs onderzocht om de memorabiliteit van de blog- en Facebookzinnetje zinnetjes te verklaren; uiteindelijk hielden de onderzoekers het op de factor ‘spontaniteit’. Facebookteksten worden geschreven zonder rem: ‘Zo losjes als ze het ene brein verlaten, zo losjes komen ze het andere brein binnen.’

WEES SPONTAAN, het is een paradoxale opdracht die ik mezelf stel, vanaf heden. Want je wilt toch dat de mensen onthouden wat je schrijft. Ik zit niet op Facebook, dus daar kan ik niet oefenen. Maar mochten jullie binnenkort een stijlverandering bespeuren hier – minder weerhaakjes in de alinea’s, een significante afname van het aantal polysyllabische woorden, zinnen die zo naar binnen floepen – floep! – zonder dat je erop hoeft te kauwen, maar die je maanden later nog levendig voor de geest staan, dan heb ik mijn doel bereikt:

Het RaDa is breinklaar.

Ontduitsing

Ik heb een goed voornemen voor 2013 en het komt door wat ik vrijdag in de NRC las. Niemand leest meer Duits. Het klantenbestand van boekhandel Die weiße Rose in A’dam sterft letterlijk uit.

Het zijn van die processen die zich sluipenderwijs voltrekken en waarvan je je met een vaag onbehagen bewust bent. Keuzevermindering, verschraling. Steeds meer inheemse appelrassen verdwijnen, tot er alleen nog maar van die synthetische Granny’s en Golden Delicious in de fruitvakken liggen, met een sober gastoptreden van de goedreinet rond Oudjaar.

Nederlanders lezen geen Duits meer. En ook de Duitse cultuur zal ze worst zijn, daar komt het op neer. Het heeft geen zin ze er individueel op aan te spreken, we doen het met z’n allen (niet): 16 miljoen Nederlanders hebben zoiets van ‘why bother?’ / halen lomp de schouders op/ hebben belangrijker zaken aan hun hoofd / lezen liever een taal zonder naamvallen / vingeren de godganse dag hun touchscreens / hadden op het atheneum les van een sukkel / lezen liever een boek waar ze op verjaardagen met iedereen over kunnen praten, moet je niet met Fallada aan komen zetten/ denken dat anderen Goethe, Sebald en Böll wel voor ze lezen/ usw.

Ik moet bekennen dat ik tamelijk gschokt was door dat interview met Franz Ittlinger van Die weiße Rose. De boekhandel viert met wat geluk in 2014 zijn 25-jarig bestaan – en met een beetje pech wordt dat niet gehaald. De toon van het vraaggesprek is afwisselend mismoedig / das-war-einmal-ig en manmoedig.

Waar het op neerkomt is een teloorgang van kennis en een verlies aan liefde. Kennis die we eerst met z’n allen wel hadden (Mulo-leerlingen van mijn vaders generatie kunnen/konden goed uit de voeten met Duits) en liefde die we hebben laten sloffen. Verlies van liefde, beste Raarlemmers, dat is nooit goed. Dus ik ga morgen een Hansje Brinker doen en dat boek van Michael Kumpfmüller bestellen dat in de krant wordt aangeraden en dat uitgeverij Ambo versmaadt, Die Herrlichkeit des Lebens.

En laten we het maar niet over het Frans hebben. Prijswinnende boekhandel de Vries hier ter stede heeft (of ik moet me erg vergissen) geen fatsoenlijk plankje met Franse literatuur. Misschien dat er in het magazijn een schooluitgave staat van Le Petit Prince of L’Étranger, maar dat is het.

Zo, heb ik mijn goede voornemen voor 2014 ook alvast.