Tussenwoordjes

Over meesterschap van de Nederlandse taal gesproken. Ik hoorde een passerende vrouw zeggen: “… want het is eigenlijk toch echt wel een beetje mislukt.”

Ging het over haar huwelijk van 37 jaar, een schaalmodel van de Batavia in een Bokma-fles, het plan een oude pruimenboomgaard over te nemen, de terugdringing van het aantal Haarlemse airbnb-overnachtingen, een experiment met een transatlantische helikoptervlucht op zonne-energie, de vernieuwing van de Grote Sluis bij IJmuiden, zelf een pruimentaart bakken?

We beklaagden de vlijtige student (al dan niet inburgerend) van het gesproken Nederlands, die uit deze voorbijvliegende taaluiting moet opmaken hoe groot de schade of onvolmaaktheid is. Of een vertaler. Welke gradaties voegen die al dan niet loze woordjes als ‘wel’ en ‘toch’ nou toe? We goochelden wat met de woordvolgorde en al snel werden we zelf tureluurs van alle impliciete verschillen en verborgen aannames.

Iets is mislukt (100%: de helikopter stort in zee bij gebrek aan zon, er zijn alleen rotte en onrijpe pruimen – er worden geen pruimentaarten gebakken).

Iets is echt mislukt
(de Sluis sluit niet. Ontkennen baat niet; zoiets als boven, met wat meer overtuigingskracht gezegd).

Een beetje mislukt
(er moet een aangebakken korst van de taart geschraapt, verder is hij goed te eten).

Echt een beetje mislukt
(Helaas, ik had het ook liever anders gezien, maar een Batavia die de vlaggenmast niet omhoog krijgt, die zetten we voor geen goud in de tentoonstelling).

Echt wel een beetje mislukt
(hier durf ik niet te zeggen wat dat ‘wel’ precies doet; of is ‘toch echt wel’ een geheel? En hoe gedragen echtelieden zich in een huwelijk dat ‘echt wel een beetje’ mislukt is?) En dan wordt ‘eigenlijk’ er ook nog eens voor geplakt. Betekent ‘eigenlijk toch echt wel een beetje’ dat de spreker zich hoedt voor boude uitspraken of krasse oordelen en zichzelf niet de beroerdste vindt?)

En probeer die verschillende formuleringen nu eens te vatten in cijfers – bijvoorbeeld met aantallen airbnb-overnachtingen! Begrijp me goed, beste taalgebruikers, ik zou al deze nuances of schijnnuances niet overal willen vervangen door niet mis te verstane uitdrukkingen als ‘een flop’, ‘zwaar naatje’, ‘kut met peren’ of ‘ruk’. Want misschien is het wel dankzij deze onopzettelijke vaagheid dat we er vaak toch ook wel weer min of meer uitkomen met zijn allen.

.

beetjemislukt2.

Eigenlijk toch echt wel een beetje mislukte foto van de Schotersingel

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook.

Episch Centrum

Ik hoed mij ervoor zo iemand te worden die enkel aan zijn gerief komt als hij met zijn rood aangelopen potlood nijdig in andermans teksten mag prikken. (Is ‘pedanticus’ een woord?)

Maar soms roept een ‘fout’ interessante vragen op. Zo zag ik vanochtend een medewerker van Cool Blue met een frisblauwe bakfiets. Winkel Haarlem stond erop, voor het geval hij (de medewerker of de fiets) zoek zou raken. S.v.p. terugbezorgen in de Grote Houtstraat, waar CB sinds kort een verse vestiging heeft.

.

epicentrum

.

En dáár onder stond weer ‘Episch Centrum’. Ik onderdrukte de neiging die knul erop aan te spreken en te zeggen dat taalfouten niet cool zijn en dat het ‘epicentrum’ hoorde te zijn. In de betekenis van de plek vanwaar activiteiten / rampen zich verspreiden – de plek waar je niet wilt wezen als het gedonder in de glazen begint.

Maar ‘episch’ is aan een opmars bezig. Goed, in Epe zijn ‘Epische avonden’ (het zij ze gegund daar op de Veluwe). Maar wie zoekt komt ook ‘epische feesten’ tegen, ‘epische feutendiners’ en ‘epische basketbaldunks’. Homerus zou er zijn epische wenkbrauwen bij gefronst hebben, maar zijn invloed is tanende. Volgens de Cool Blue website is hun Episch Centrum de ‘operationele controlroom’ en wie ben ik dan om een potje te gaan zuren en zeuren?

Anything for a Smile!

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook.

Ronronner

Er  ligt een uitje naar Parijs in het verschiet en het leek me raadzaam mijn Frans uit de mottenballen (boules anti-mites) te halen en voor het eerst in jaren weer eens een roman in die taal te lezen.

Leïla Slimani, fluisterde een francofiele vriendin me in en zo begon ik eergisteren dapper aan Chanson Douce. De eerste zin was goed te doen: Le bébé est mort. In het begin moest ik even door de baby-woordjes heen: een ‘poussette’ is een kinderwagen en de moordenares was de ‘nounou’, de nanny. Incidenteel zijn er valse vrienden uit het Engels: een vrouw met een duvet op haar wangen, zo beredeneerde ik, zeult vast geen dekbed met zich mee. Ah… dons!

Af en toe is er de frustratie dat ik een woord niet ken (ronronner is het spinnen van een kat), maar hoeveel sterker is de voldoening elke keer als je een betekenis vlot kunt raden, of onverhoopt uit je geheugen opdiept. Serotonine*! Dopamine! Zeggen ze althans, maar alle neuro-transmitters op een stokje, het is heerlijk de tinteling te ervaren die zo’n gereactiveerde taal oproept. Het is zoiets als je spieren sterker en leniger te voelen worden na een blessure.

Huis-tuin-en-keukenzinnetjes krijgen voor mij daardoor toch scintillement; ze flonkeren en sprankelen. En ik merk dat ik – nu 80 bladzijden ver – steeds makkelijker meega in de cadans van het Frans. Af en toe vraag ik me in vervoering af of ik me ook nog aan Spaans of Italiaans wil wagen. Russisch, Bulgaars, Turkmeens en Fins…

[Dit is een vervangend, lyrisch stukje – ik wilde niet simmen over het kwijnende taalonderwijs. Want ja, diep treurig, zo las ik vandaag in het HD, leraren Frans en Duits zijn steeds lastiger te vinden.]

* ‘Sérotonine’, zo heet ook de nieuwe Houellebecq. 

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

.

koeetn

.

Taligheden

1. Zondag was ik in Woerden bij een lezing / optreden van Wim Daniëls, auteur van een slordige zeventig boeken over taal in al zijn verschijningsvormen (de bibliografie in Wikipedia is een eerbiedige klik waard).

Het was een leerzame en onderhoudende middag, met een hoofdrol voor Daniëls’ geboorteplaats Aarle-Rixtel, waar ze zich in zijn jeugd (hij is van 1954) nog bedienden van een zeer smeuïg Brabants dialect, met tweemaal zoveel klanken als ons stijve ABN en prachtige woorden als ‘ertschallen’ (=aardebitter)  voor paardebloem (in het Engels ‘dandelion’ = ‘dents de lion’ = leeuwentanden). Ah, hij is geïnterviewd door Brigit Kooijman, die uit zijn mond het lekkere woord ‘schottelslet’ voor ‘vaatdoek’ optekende (we kennen sinds kort haar fascinatie met huishoudelijke zaken).

2. In het HD stond dit weekend een overzicht van bedrijfsjargon, van ‘aanvliegroute’ (benadering/aanpak) tot Vrijmibo. Ik merkte al lezend dat mijn tenen zich krommer kromden bij de Nederlandse uitdrukkingen (‘er een klap op geven’ / iemand ‘ergens op insteken’ voor bijpraten) dan bij de apert aanstellerige en lachwekkende (‘bila’ voor ‘bilateraaltje’ = gesprek met zijn tweetjes) of Engelse (‘challengen’ / ‘dedicated’). En ja, getver, wat vliegen er uit die lijst veel voorbij tijdens een willekeurige nu-niet-indutten-vergadering (= ‘multilateraaltje’?). Anderzijds, je went er ook weer aan. De eerste keer dat ik het woord ‘gremium’ hoorde (25 jaar geleden) moest ik kokhalzen; inmiddels triggert roept het hooguit een klein zenuwtrekje in het rechter ooglid op.

3. Onlangs was ik bij een praatje van Bas Haring, ‘volksfilosoof’. Hij liet zich erop voorstaan dat zijn taalgebruik voor de niet-specialist geen nodeloze barrières opwerpt. Dat is mooi meegenomen. Alleen, op een gegeven ogenblik gebruikte hij het woord ‘tof’. Mijn rechter ooglid hield zijn fatsoen. Even later vond Bas weer iets tof – goed, hij is van een jongere, toffere generatie, maar niettemin. Na de derde keer kon ik het tofturven niet laten. Bij het slotapplaus stond de tof-teller op negen en na afloop tofte het nog lang door in mijn hoofd.

4. Een vertaling uit het hier eerder geprezen Codex 1962 (ik lees de Engelse vertaling), over de IJslandse taal:

IJslands is als een bergbron, een prachtige en machtige rivier, zo helder dat je de bodem kunt zien waar je maar kijkt. Soms vloeit hij met de kabbelende stroom van een verhaal, dan weer stort hij via watervallen naar beneden, met de daverende stroomversnellingen en draaikolken van poëzie. In het voorjaar wordt hij van heinde en verre gevoed door beekjes smeltwater, dat modder en klei meevoert, maar er nimmer in slaagt de diepste waterputten te vertroebelen. Slechts wat veegjes bezinksel bezoedelen de oevers, maar gestaag zinkt zulke viezigheid naar de bodem en verdwijnt zeewaarts.

Samengevat, dat IJslands is best wel een tof taaltje!

P.S. Het RaDa heeft een categorie Taligheden 

.

pluimen

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Woordverdubbelaars

Over meisjemeisjes en meisjemeisjemeisjes schreef ik hier al eens eerder, maar kan het zijn dat het dubbelwoord aan een onstuitbare opmars bezig is?

[Ik schrijf dit met het bange vermoeden dat dit onderwerp al voor mijn neus is weggecornelist, maar ik gok het maar.]

Bekend zijn dialoogjes als ‘Vind je ‘m leuk? Ja wel, maar niet leukleuk (waar ik ‘leukleuk’ interpreteer als ‘neukleuk’).

Deze week zat ik in de treincoupé tegenover een klef (klefklef) stelletje. Zij moest er bij Amstel uit, hij bleef zitten tot CS. ‘Heb je alles?’ vroeg hij toen zij aanstalten maakte uit te stappen. Ze mompelde iets geruststellends. ‘Alles alles?’

Het klonk een beetje streng, alsof hij uit ervaring wist dat ze als regel wel een oorbelletje of een pinpas tussen de zitting achterliet.

Zou het met niks ook kunnen?

Man met drankprobleem komt thuis van receptie. ‘Wat heb je gedronken?’ ‘Nee, niks.’ Zijn vrouw, wantrouwig: ‘Niks niks?

.

kabouterhuisje

.

P.S. Misschien is het er al héél lang (langlang), maar onlangs zag ik in het Bolwerk een nieuw kabouterhuisje (‘Is je vriend klein?’ ‘Kleinklein?’). In hetzelfde bomenrijtje is er nog een. En ik moet nodig weer eens op huisinspectie in het Kenaupark.)

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Bijvangst

We waren bij mijn moeder geweest en maakten op de terugweg een slinger door de winkelstraat van Bloemendaal. Het weer was ineens op guur gesprongen en ik had honger. HONGER. En toen (Bloemendaal heeft het!) passeerden we een goed gesorteerde viskraam.

Fish on Friday, nooit een slecht idee. Terwijl het ene meisje onze heilbot verpakte, zette het andere zwierig een schaal kibbeling op de toonbank – heet uit de frituur. “Voor de liefhebbers!” Deze liefhebber pikte een mootje mee, probeerde of een tweede mootje net zo lekker was… ja!… en bestelde een heel bakje.

Dat goedgemutste duo kwam uit Spakenburg en ze stonden blijkbaar vaker op die stek. “Wat bent  u lang niet geweest!” Een blozende, grijsharige vrouw die aan kwam rollatoren werd joviaal begroet. Ze legde uit dat ze steeds vaker (ze neeg haar hoofd naar de rollator) haar buurman om een boodschap stuurde. En toen kwam ze ter zake, met een puntgave hypercorrectie:

“Ik heb ook wel zin in zo’n porsje kibbeling.”

Het standaardvoorbeeld ‘kopje kofje’ heb ik nooit in het wild gehoord, ‘beeldhouder’ wel. Maar deze vond ik leuker.

Porsje? Ik had het beslist goed verstaan, maar toch (we waren in Bloemendaal) begon ik later te twijfelen. Bedoelde ze niet een ‘Porsche kibbeling’?

.

kibbeling

 Zes seksueel actieve kibbelingen in de paaitijd

 

PS Een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen? Abonneer je via ‘Over RaDa’ of in de zijbalk.

Premierabel

Een lelijker woord zal ik voorlopig niet tegenkomen, vermoed ik. Uit de NRC van vandaag (p.5): ‘Rutte moet zo lang mogelijk premierabel blijven en is gebonden aan de PvdA’.

.

Premierabel

.

Google raakte ook in de bonen toen ik het intikte. ‘Bedoelt u premietabel?’ Uh… nee, niet dat ik dat dagelijks bezig, maar daar zou ik niet zo tegenaan hikken. Verwijzingen naar de Japanse Premier Abel (Shinzo voor zijn vrienden) negeerde ik ook.

Mijn ‘premierabel’ stond op nr. 3, met een verwijzing naar het artikel dat ik in handen had. Ha, een heterdaadje! En zero tolerance lijkt me op zijn plaats bij dit soort taalcriminaliteit.

Respectabel, declarabel, demontabel, etc. vind ik natuurlijk acceptabel: kan gerespecteerd, gedeclareerd, gedemonteerd en aanvaard worden. Het Haagse ‘ministeriabel’ vond ik al een wangedrocht (zijn mensen straks ook bakkerabel, agentabel of tandartsabel?), maar daarvan wist je tenminste nog hoe je het uit moest spreken.

Want wat doen ze (die vuile taalvervuilers, de onverbeterlijke Haagse jargonneurs) met de onhoorbare ‘r’ in ‘premier’? Zeggen ze echt pre-mjee-abel? Bekt niet bepaald lekker. Of wordt er een verbindings-r binnengesmokkeld? Pre-mjee-rabel? Het klinkt alletwee even miserabel/abominabel/discutabel.

Goed, punt gemaakt. Een ander voor mij nieuw pr*m-woord: bij de Vlaamse editie van de Vorlesebühne gebruikte Eva Herman tot tweemaal toe terloops het woord ‘primeren’ in de zin van ‘zwaarder wegen’/ ‘prevaleren’. Geinig woord, dacht ik vrijdag nog, maar nu (met een door ‘premierabel’ overschreden allergiedrempel) doet het me ineens denken aan ‘het primaat van de politiek’. Jeuk! Jeuk!! Driewerf jeuk!!!

Mokertof?

Beroepshalve bevind ik mij vier dagen per week in een gebouw met overstekende jeugdtaal.

Gisteren kwam mijn volgende klas het lokaal binnen en zag op het projectiescherm een meer dan levensgrote afbeelding van pianiste Eva Knardahl (1927-2006). In tussenuren mocht ik de laatste weken via Youtube graag nakijken bij haar vertolking van de Lyric Pieces van Grieg. En toen… en toen waren die ineens weg. Verdwenen, onvindbaar. Zonder waarschuwing vooraf, zonder nazorg.

Bij wijze van zinloos protest had ik Eva ingesteld als bureaubladachtergrond, wat voor sommige leerlingen nogal confronterend bleek. Ze vonden dat het niet kon. De fotografie was uitsluitend uitgevonden voor fotogenieke mensen, als ik mag afgaan op de reacties.

 

evaknardahl

 

“Die is echt MOKERLELIJK”was een van de opmerkingen die langs vloog. “Zei je nou ‘mokerlelijk’” vroeg ik aan het meisje. Ik had het goed verstaan.

Onder mijn collega’s was er een die me kon vertellen dat moker het nieuwe ‘kei-‘ was, een multiïnzetbaar prefix. Mokergaaf, mokerdom, mokervet, mokermoeilijk, mokerziek, mokerslap…. Deze voorbeelden heb ik zelf verzonnen, maar mocht er hier een minderjarige lezer passeren, houd ik me aanbevolen voor toepassingen uit het mokerrealistische leven van alledag.

Augmentatief

De voorlaatste keer dat ik mijn betreurde collega Edo Velema in levende (maar wel danig aangetaste) lijve zag, bij een geanimeerde lunch, kwam het gesprek op de soms wat al te knussige knusheid van Nederlandse verkleinwoorden.

“We zouden for good measure ook een vergrootwoord moeten invoeren”, opperde ik. Voor een bakbeest, een bruut, een loeder of loebas van een auto/vent/wijf/ hond, etc. Een suffix voor anabool of siliconisch opgevoerde lichaamsdelen, voor reuzeportemonnees of ego’s van de buitencategorie.

Drie dagen na die lunch kreeg ik een kopietje toegestuurd: ‘De vrouwtjes liefkozen, de vrouwtjes minachten’, over Italiaanse variaties op hun ‘donna’, zoals daar zijn donnina, donnetta, donnicina, donnicciuola en donnuccia. En ook op het Spaanse import-woord ‘donzella’ (jong meisje) gaan de Italianen los, wat donzelletta, donzellina en donzellona oplevert.

Al die verkleinwoorden hebben een eigen gevoelslading, positief dan wel negatief. Ter vergelijking, ons woord ‘wijfie’ kan zowel liefkozend worden gebruikt (‘wijfie van me’) als denigrerend, als het wijfie in kwestie je afbekt of afbluft. En jawel, het Italiaans kent een vergrootwoord/augmentatief: donnone/donnona en ook (nog een paar zwembandjes en onderkinnen extra) de allesverpletterende donnotta.

Tussen twee rondjes pubquiz door stipte ik het onderwerp aan bij teamgenoot MaartenJan Hoekstra van Dorp, Stad, Land, die geen twee tellen hoefde nadenken. “Ja, ‘-one’! Dat heb je ook in het Nederlands. Ballon = grote bal, balkon = grote balk.”  Later las ik ergens dat miljoen ‘grote duizend’ betekende. Nooit bij stilgestaan.

Tijd om dat toegestuurde kopietje te deanoniemiseren.

taaltoerisme

 

Het komt uit Taaltoerisme van Gaston Dorren: ‘Feiten en verhalen over 53 Europese talen.’ Dat ene hoofdstuk kietelde mij genoeg om het boek meteen te willen hebben. Wat een feest!! En zeker niet alleen voor de linguist. Een huppelend, dansend, nergens inzakkend boek – humor, intelligentie, geleerdheid, liefde en ontzag voor de taal spatten van elke pagina. Je kunt het het best bij de auteur zelf bestellen, voor een luttele €16 en wie nog niet helemaal overtuigd is, kan eerst even grasduinen op zijn website.

Als ik jullie ten slotte nog even deelgenoot mag maken van mijn privé-problemen: de straf voor een stukje over het augmentatief is wel dat je de rest van de dag een nummer van Jeroen van Merwijk in je hoofd hebt: ‘Wat zijn de vrouwen groot.’

 

Meisjes

Er liepen twee vrouwen achter me in de Kruisstraat, grimmig zwijgend.

Nee, herstel, ze rebbelden honderduit en ik hoorde een van hen midzins ‘… meisje meisje meisje kleren…” zeggen. De hersengebieden voor taal- en redekundig ontleden kwamen met spoed terug van reces.

Ah… een van de drie meisjes moet een meisje-meisje geweest zijn, met zo’n modieuze verdubbeling: “Mark is een vriend, maar niet mijn vriend-vriend”, waarbij de vriend-vriend degene is die jaloers wordt als niet-vriend-vrienden te intiem worden met de vriendin. Die zou zich kunnen verweren tegen de aantijgingen door te zeggen: “Maak je geen zorgen, ik vind Mark een leuke gast, maar niet léuk-leuk.”

Dat opgevangen flard zou je dus zo kunnen aanvullen tot een hele zin: ‘Wat is er mis mee om een meisje meisje-meisjekleren te geven?’ Een jongen-jongen geef je een stiletto voor zijn verjaardag en een scheikundedoos, en je steekt hem in camouflagepak. Maar (met alle respect voor 2000 jaar feminisme) je meisje-meisje maak je blij door haar uit te dossen in petticoat en hakjes.

Inmiddels zat ik in Battus-modus. Drie meisjes achter elkaar in een zin, kon ik dat overtroeven? Als je zo’n meisje-meisje meisje-meisjekleding geeft, begint ze te stralen = 4x.

Een lesbiënne die op meisje-meisjes valt, zou je een meisje-meisjemeisje kunnen noemen. Zelf draagt ze misschien stugge tuinbroeken. Dus als als je dat meisje-meisjemeisje meisje-meisjekleding geeft, zal ze die willen ruilen = 5x. Meisje-meisje-meisjes hebben hun eigen klederdracht: meisje-meisjemeisjekleding. Dus 6x moet ook kunnen. En 7x laat ik hier slingeren als kluif voor de echte manie-maniakken.