Oudewijvengriep

Wie anders dan Kamagurka zou het nog lukken om een originele grap over de klimaatverandering te maken? In NRC gisteren: ‘Kortere zonsondergang door zeespiegelstijging.’

Daar moest ik onbedaarlijk hard om lachen en daarna ook onbedaarlijk hard van hoesten, want ik heb een laaghartige nazomergriep. Zou het door die krantenkop over het lerarentekort komen? Leraren mogen niet ziek worden las ik een paar dagen terug en ook mijn brein kent het woord ‘niet’ niet. Niet aan een olifant denken, niet aan een olifant denken, niet ziek worden, niet ziek worden, enz. En van de weeromstuit…

Of zijn de virussen en mijn immuunsysteem van slag door die rare klamme passaatwinden van de afgelopen week? Ik hoorde van een bejaarde man de term ‘oudewijvenzomer’ voor wat ik zelf altijd aanduid met Indian summer. Ah, sint-michielszomer blijkt ook te bestaan.

.

grass

.

Maandag wandelde ik vroeg in de avond in dat park tussen de Patrimonium-buurt en de Vomar en zag daar het groene gras. Uitzonderlijk groen gras (supergroen!) en dat deed me goed na de Somalische dorheid van juli. De natuur mag dan in de war zijn, maar maakt er zo goed en zo kwaad als het gaat het beste van.

Wat nooit verandert is mijn eigen natuur: er belde iemand van school om héél beleefd en inlevend te vragen of ik er morgen weer was. Wat makkelijker dan n…n…n…NIES (bis) ‘nee, nog niet’… NIES te zeggen? Niet dus. Ik kreeg het niet over mijn koortsige lippen. Uitzieken, dat zal ik wel nooit meer leren.

.

grass2

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Natte Muggenmeesters

Wat is dat toch met natte burgemeesters? In 2016 vatte Muggenmeester Schneiders bij de Swim to Fight Cancer met een volmaakt bommetje zijn hele ambtsperiode samen: een samenballing van bravoure, stijl, showmanship en vakmanschap. En een beetje gladheid en ongrijpbaarheid.

Gisteren, bij de editie van 2018 deed Jos Wienen een estafette met twee wethouders. Hij zwom de eerste 500 meter. Ik heb Wienen nooit ontmoet (toen de huisdichteres nog stadsdichteres was, kwamen wij dichter bij de hoogwaardigheidsbekleders / the corridors of power), dus mijn indrukken van hem baseer ik vooral op zijn voorzitterschap van de raad en op zijn uiterlijk (indachtig Oscar Wilde: Only shallow people do not judge by appearances).

Zijn gesoigneerde, ietwat plechtstatige Nederlands neemt me wel voor de man in, maar qua postuur doet hij het minder – Wienen doet me denken aan een tuimelaartje. Geen dolfijn, maar zo’n speeltje dat je moet omgooien en dat dan weer parmantig overeind gaat staan. En laat ‘m vooral niet proberen al te popie-jopie te doen, dacht ik toen ik ‘m op een video bij een feestelijke opening met een hamer in actie zag (niet de voorzittershamer).

.

wienenmethamer

.

Maar vanochtend stond er een spetterende foto in het HD van Wienen als zwemmer. Voor mij geen wetsuit, had hij besloten en terecht. Een machtige schouderpartij steekt boven de Spaarne-baren uit en hij geniet zichtbaar. Kan een burgemeester een torso hebben? Zo ja, dan heeft Wienen er een. Hij is in dat water zichtbaar in zijn element. Het RaDa stelt voor dat 500 meter zwemmen voortaan een verplicht onderdeel wordt van de aanstellingsprocedure van nieuwe Muggenmeesters. Overigens leverde de actie bijna een half miljoen op en dat is goed nieuws.

.

wienennat

Foto zonder torso

P.S. Het slechte nieuws was dat Wienen met een paar agenten in zijn kielzog zwom in verband met bedreigingen. Hij wordt permanent bewaakt. Hij doet daar zelf nuchter over – zoals hij over alles nuchter doet – maar je vraagt je af of die misdadigers niets beters te doen hebben.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Heenenweertaal

Je weet nooit hoe de dingen gaan. Stel dat de moderne Nederlandse taal wordt uitgeroeid, weggevaagd, geheel vergeten – in al zijn schriftelijke en mondelinge manifestaties – en over 5000 jaar vinden archeologen tot hun opwinding vlak bij elkaar, ergens langs de uiterwaarden van wat ooit de IJssel was, twee opschriften.

Het is niet veel, maar ze menen een aanknopingspunt te hebben om de oertaal te reconstrueren. Er zijn overeenkomsten in de beide teksten.

.

.

‘VEERPONT’ en ‘PONTVEER’?  Je zou het ze kunnen vergeven als ze op basis van hun beperkte corpus concluderen dat Nederlands een taal is waarin de volgorde van de delen in samengestelde woorden er niet toe doet. ‘Hansworst <> worsthans; zatlap <> lapzat; boekenwurm <>wurmenboek; huisraad<>raadhuis; koolraap <> raapkool; kunstkop<>kopkunst; windbuil <> builwind, etc.

Zelf zou ik de voorkeur geven aan ‘veerpont’. ‘Pont’ schijnt verwant te zijn aan het Latijnse ‘pons’/ponto – denk aan brug = hulpmiddel om over te steken. En ‘veer’ zal toch wel varen zijn, of vervoeren (zoals het Engelse ‘ferry’)?

De foto werd gemaakt bij Olburgen. De huisdichteres trad vandaag op in het innemende stadje Doesburg en we maakten er een weekendje van, met een fijne wandeling over de dijk.

.

.

Was Haarlem helemaal uit onze gedachten? Dat toch weer niet. Er werd rondgegaan met de pet / hoed om de kunst te subsidiëren en een van de collectehoeden droeg een stempel van Pettenfabriek / Hoedenmagazijn Lippits uit Haarlem. De trotse eigenaar informeerde of wij bekend waren met deze firma.

.

.

Nee, maar ik beloofde mijn best te doen meer te weten te komen over Lippits/Pitslip. Dat valt nog niet mee. Ze zaten in de Grote Straathout/Houtstraat [de advertentie is van 1907] en later wellicht aan de Kruisweg. Iemand die meer weet over de verkopers van deze hoofdddeksels/dekselhoofden????

.

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

 

 

Als een rund

De koeien zijn daar altijd wit. Deze foto nam ik deze zomer, toen het zo stoffig en heet was. Ik durf er geen vergif op in te nemen – zou het ras Blonde d’Aquitaine kunnen zijn?

.

.

(Is er een kenner in de zaal – want ik zie op Wikipedia dat de Aquitaine een betrekkelijk jong ras is, dat is voortgekomen uit drie Zuid-Franse onderrassen: de Garonnaise, de Quercy en de Blonde van de Pyreneeën, waar de fokkers ook nog eens Limousins en Charolais doorheen geklutst hebben)

Maar vandaag zag ik een roodbonte koe, zo leek het uit de verte. Was er een met zijn kont in de sloot terecht gekomen?

.

.

Hoewel, het was wel érg rood. Ik wilde er het mijne van weten en stapte af. Het was lastig te zien tegen de zon in. Doordat het rood zo egaal en symmetrisch over het achterlijf was verspreid dacht ik eerst niet eens aan bloed.

Wat het wel was. Een man kwam naast mij staan. Hij kende geen twijfel – bloed en samen kwamen we op de theorie dat het door de onophoudelijk zwiepende staart gelijkmatig over de romp was gekwast. Het rood gaf het bereik van de staart aan. Bloedde de staart zelf of zat er elders een wond? Het beest leek niet in paniek en deed de gewone koeiendingen. De man belde de politie. “Ja, hij bloedt behoorlijk…” hoorde ik ‘m zeggen en alletwee hoorden we de grap aanrollen die ze op de meldpost maakten. “Ja, wat u zegt, als een rund,”

.

.

Afijn, ze zouden de boer traceren, dus als er morgen bij de Kleverlaan een koe graast met een forse pleister op rug of kont, dan weten jullie hoe het komt.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Antiplof

Jan Terlouw raakte twee jaar terug een snaar bij het grote publiek door in een talkshow te memoreren aan het touwtje uit de brievenbus, als bewijs van ouderwets vertrouwen en gemeenschapszin (het RaDa introduceerde daarop het loktouwtje).

Gisteren wilde ik een CD langsbrengen bij een vrouw van wie ik wist in welke straat ze woonde (anders was ik er niet aan begonnen natuurlijk) en ze had, zo had ik bij een eerdere gelegenheid vastgesteld, een ordentelijk naamplaatje. Dus… Alleen was dat naamplaatje weg. Ik drentelde zo onverdacht mogelijk heen en weer langs vijf in aanmerking komende voordeuren. Als er nou vier een naamplaatje hadden gehad, zou het ik via een proces van eliminatie…

Er had er één een naamplaatje. Aan het eind van de straat gekomen, draaide ik me om en deed een tweede poging. Aan de hele kant van die straat hadden er zes een naamplaatje. Ik gaf het op. Wat zegt dit over ons, in dit tijdsgewricht, vroeg ik me af. Het is geen straat waar het een schimmig komen en gaan is van deurwaarders, huisdealers, bijstandsfraudeurs, organisatoren van vechthondengevechten en stalkers. Het moest een reactie zijn op… ja, waarop eigenlijk? Iets met privacy. Het naambordje is toch een soort cookie… druk theorieën bakkend bereikte ik mijn voordeur.

Mijn anonieme voordeur, zag ik nu ineens. Bij de laatste schilderbeurt hadden we het oude bordje losgeschroefd, daarna zouden we een ander nemen, blinkender en prestigieuzer en zoals die dingen gaan (bij ons althans)… Daar was in ieder geval geen ingewikkelde theorie voor nodig.

*******

De ‘onvermoede apparaten’ hebben het tot op heden niet tot officiële categorie geschopt, maar al sinds 2010 duiken ze op bij het RaDa. [ Zie de dieptemeter, de glazenwassershengel (inmiddels gemeengoed), een geheim apparaat, de sproeibal voor natvilters, de glasgrijper , de kerstboomverpakker en niet te vergeten de uttelaar.]

Zo liep er vandaag een man door de straat met een modieuze zwarte hoed en een onmodieus fluorescerend groen hesje. Hij bewoog een rode steel op wieltjes voor zich uit, met op de grond een soort spatlap. En er werd iets geregistreerd met een meter. Ach, kijk zelf maar, wel zo makkelijk.

.

gaslekzoeker

.

En zo komt het dat er zo weinig gasexplosies zijn, liet ik me uitleggen. De man loopt de stoepen af, dat apparaat laat onder de rode bedekking hete lucht circuleren boven de gasleidingen en als het iets ‘ruikt’, komt Liander/Alliander/Steedseenander in actie, al dan niet met loeiende sirenes. Mooi vind ik dat – dat ze zo goed voor  ons zorgen, vaak zonder dat we er erg in hebben. Gesteld dat het tenminste een echt apparaat is en geen nepper, bedoeld om de bevolking gerust te stellen.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Sterrenstad

Monumentendag is de gelegenheid bij uitstek om het blazoen van de stad op de poetsen. Op steigers bij de Janskerk kregen de sterren in het stadswapen een opzichtig likje verf.

.

Ook elders in de stad flonkeren de sterren uitdrukkelijk de komende tijd, dankzij een kunstproject van de stedenpimpers van Studio Vollaerszwart, die de campagne ‘Haarlem viert cultuur‘ luister bijzetten – oh wacht, zelf noemen ze het city dressing. In het Heiligland zag de RaDa-reda een waarschijnlijk onbedoeld beeldrijm met de puntige inbraakwerende ijzerwaren.

.

.

Wij doolden gisteren op goed geluk door de stad, erop vertrouwend dat we her en der wel zouden struikelen over de Korenlintworm en ander leuke optredens. Als meest afgelegen punt kozen we het Hofje van Heijthuijsen (Kleine Houtweg 135,  waarover later misschien meer als ik het boek heb gelezen) en om vier uur wilden we in elk geval in het ABC-Architectuurcentrum zijn voor de lezing van Henk Sloos over ’s werelds zwembaden (verdient een reprise – zonde om die eenmalig te houden, en dan nog op zo’n overgeprogrammeerde dag).

Het voordeel van zo’n bewust bavocentristische keuteldagje (BBK) is dat je draalt waar je anders doorjakkert. Over Bavocentristisch gesproken: deze muurkaart is op de hoek van de Lombardsteeg, die Jansstraat en Begijnhof verbindt.

.

.

Uitgevoerd in keramiek, want het is een staaltje vakmanschap van de tegelbakkers van 1000 graden..Nu we toch cartografisch/bavocentristisch bezig zijn: deze maquette in het ABC verbluft mij telkens weer.

.

.

In de jaren ’70-’80 (?) vervaardigd door gemeenteambtenaren met een akte knutselen / houtbewerking. Er werd mij verteld dat het een project in wording is. Af en toe wordt er een gebouw of plantsoen uitgelicht en verfraaid, of er worden details toegevoegd. Jullie snappen, dit wordt zo’n blogje waarbij ik ook veertig foto’s zou kunnen plaatsen. Want als je eenmaal echt begint te kijken, dat wil zeggen hoger dan de etalages, weet je van geen ophouden meer. Wat mij bijvoorbeeld opviel is hoe opvallend de gevelstenen zijn geworden overal. Bijna too much, zo fel. Voor deze Jonge Wolf met meeliftend lam in het Klein Heiligland heb je gelukkig geen zonnebril nodig en als iemand (ontvang je me, Martin Busker?) me kan vertellen wat erachter steekt, ben ik erkentelijk.

.

.

Toen ik ooit met Harrie de vragen voor de Haarlem-quiz bedacht, kreeg ik een krik in mijn nek. Geen garagekrik, gehanteerd door een gefrustreerde deelnemer-zo erg was het nog net niet- maar nekpijn door het gevelstaren. Een voorbeeld is dit ‘schrijftorentje’ zoals de huisdichteres dat noemt. Het bevindt zich… Ach nee, ik ben eigenlijk wel benieuwd of iemand het herkent. Duizenden Haarlemmers passeren het dagelijks.

.

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Werk ze!

Getver, wat is mijn lichaam toch eenvoudig te temmen en dresseren! Vanochtend – zaterdag! – werd ik wakker om vijf over zeven, vijf minuten voordat op de vijf werkdagen van deze eerste werkweek de wekker ging. Zo makkelijk zit je weer in een werkritme. Zitten slavernij en horigheid in de genen (om met Stef Blok te spreken)?

Werken zou een stuk leuker zijn als je er niet zo moe van werd – ieder jaar schrik ik daar weer van de eerste week. Thuis voldaan neerzijgen bij een kop thee en dan niets meer willen. Ja, oude afleveringen van Coast kijken of toezien hoe anderen hun geest pijnigen bij een internet-snelschaakmatch. Het eigen brein glijdt weg in een soort ‘lockdown’; het is de verklaring voor een RaDa-loze week.

Wat ik ook elk jaar weer vergeten blijk, is hoe ego-strelend die eerste lessen zijn. Na zo’n lange, zwijgzame vakantie houd ik er altijd rekening mee dat er niks komt als ik mijn mond opendoe, alleen spuugbelletjes en gerochel. Dat mijn Engels stokt, dat een klas in hoongelach uitbarst zodra mijn sjofele figuurtje het lokaal betreedt. Maar veel van die kinderen vinden het ook spannend of willen gewoon graag. En na drie geroutineerde grapjes, moet ik mezelf intomen. Niet te vroeg pieken. Dinsdag liep ik na een les glunderend door de gang en dacht ineens: Jaspers, je bent ijdel!

Tussen de stapel half gelezen boeken hier op de RaDa-reda ligt Bullshit Jobs van David Graeber. Over werknemers wier werk naar eigen zeggen compleet zinloos en overbodig is. Echt meeslepend vind ik het nog niet – de benadering is me iets te grondig. Maar het geeft stof tot nadenken. Graeber onderscheidt een aantal categorieën flutbanen: onder meer flunkies (lakeien, die de status van hun leidinggevende verhogen), box tickers (aanvinkers en turvers), goons (spierballenjongens) en mijn favoriet, duct tapers – degenen die dagelijks met plakband en elastiekjes fouten herstellen waarvoor het bedrijf te beroerd is een structurele oplossing te bedenken (niet allen in de ICT).

Gisteren bracht de NRC twee (2!) pagina’s over vrijwillige druivenplukkers; veelal veertigers en vijftigers die onbetaald helpen bij de druivenoogst teneinde hun hoofd leeg te krijgen en het lijf af te peigeren. Veel gezwets, maar het sluit aan bij een theorie die ik al lang huldig. Dat iedere werknemer, ongeacht zijn functie, één dag per week zwaar ongeschoold werk zou moeten doen. Afijn, het is weekend, ik  ga eens kijken of Grote Broer nog schokkend nieuws heeft opgedregd in het Haarlemse.

.

overveen

.Overveen, vorig weekend

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Vuile toga’s

Het grootste deel van mijn leven was ik hartstochtelijk anglofiel, maar de laatste jaren kost het me steeds meer moeite van Engeland te houden. Het is een werkrelatie geworden.

Zo lees ik momenteel twee woedende boeken over het verloederde Verenigd Koninkrijk. Darren McGarvey, de schrijver van Poverty Safari, groeide op in Pollok, een kansarme/kansloze wijk in Glasgow. Zijn boek wisselt bittere sociale analyse af met memoires. By the age of ten I was well adjusted to the threat of violence. In some ways, violence itself was preferable to the threat of violence.

McGarvey heeft zijn illusies over het verdwijnen van de armoede verloren. Hij ziet een onbreekbare cyclus in de achterbuurten, waarbij endemisch geweld, trauma’s en stress, alcoholisme, drugsmisbruik, zwaarlijvigheid, kindermisbruik, verwaarlozing en apathie elkaar in stand houden. Zijn wantrouwen jegens de middle class geldt zowel Conservatieven als alle betweterige linksige types die een boterham verdienen aan de poverty industry.

En dan was er een tip van Folkert Jensma in NRC, die The Secret Barrister aanbeval. Een anonieme aanklacht van een advocaat tegen de volledige uitkleding van de Engelse justitie. Over het (letterlijke!) amateurisme in de magistrates’ courts, waar leken na een stoomcursus de rol van rechter mogen vervullen; over grove fouten en nalatigheden, vaak het onvermijdelijke gevolg van het krakende systeem – met een krankzinnige werkdruk (strafpleiters die een kwartier krijgen om dossiers van 10 cm te ‘lezen’), die wordt veroorzaakt door ongehoorde bezuinigingen bij politie en rechtspraak (26% tussen 2010 en 2016 en het eind is niet in zicht). Het boek laat zien hoe er gesold wordt met slachtoffers (en verdachten en getuigen), die na maanden wachten vaak onverrichterzake naar huis moeten doordat er structureel veel te veel strafzaken worden ingeroosterd. Put Victims First, is officieel het parool. Na het lezen van een aantal uiterst pijnlijke praktijkvoorbeelden kon ik hoongelach niet onderdrukken bij deze opsomming van alle in het leven geroepen instanties, diensten en functionarissen: Victims’ Code, Victims’ Minister, Victims’ Commissioner, Victims’ Taskforce, Victims’ Contact Scheme, Victim Liaison Units… en dit is nog maar de halve lijst.

Ik zal nooit meer een paardenharen pruik zien zonder aan dit boek te denken. Je hoopt dat het in Nederland beter is, maar graag zou ik ook hier zo’n anonieme advocaat hebben die de vuile toga’s buiten hangt.

P.S. Het Nederlands Instituut voor Militaire Historie (NIMH) heeft duizenden oude luchtfoto’s online gezet. Zie hier een piepklein Hoofddorpje, anno 1920. Voor de bavocentrist zit er ook  het nodige tussen natuurlijk. En de RaDa-reda was zich niet bewust van dit eertijdse Spaarne-haventje achter de Patrimoniumbuurt.

.

luchtfoto's

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Schoon aan de haak

Rodepennenset kopen, agenda, een betere bureaustoel, naar de kapper, onderhoudsbeurt voor de fiets… Ziehier mijn afvinklijstje om me geestelijk en praktisch voor te bereiden op een nieuw school-/werkjaar, wie weet mijn laatste. 

In datzelfde kader bracht ik ook een kostuum en een colbertje naar stomerij Sassen aan de Zijlweg, een zaak die er al zit zo lang ik me kan heugen (sinds 1964 om precies te zijn – er zitten in dat stukje Zijlweg meer ouwe taaien: ook een juwelier en Kaptino kantoormeubilair). Ik sta daar niet wekelijks aan de balie en zo kon het gebeuren dat ik me bij het afhalen vergaapte aan de lange rail die mijn goede goed mijn kant op transporteerde, via talrijke vernuftige bochten en zwenkingen, die ergens bij de Kinderhuissingel leken te beginnen.

.

.

De foto doet er op geen enkele manier recht aan. We hebben het over zo’n 1700 knaapjes, liet ik me vertellen en die komen na een druk op de knop zacht ruisend en zwierend langs, zonder haast, onbevlekt en geurloos, van Haarlemmers rein en onrein, tot uiteindelijk jouw eigen kledingstuk met je herenigd wordt en aan een soort hengel neerdaalt. Ik zou er uren naar kunnen kijken. En ik moet nog terug, want – zo zie ik op de website – ze hebben ook een automatisch systeem waarbij je de spullen ook na sluitingstijd kunt inleveren en afhalen.

Ieder zijn rol: de een maakt schoon, de ander vies. Vorige week, bij een wandeling door de Hekslootpolder, moesten wij uitwijken voor een tractor die een slang achter zich ontrolde. En ontrolde en ontrolde…

.

.

Ik houd het op zo’n 300 meter. De tractor verdween uit het zicht. De slang lag aanvankelijk plat en levenloos op het wegdek, tot ze bij een tankwagen en weer een andere tractor een kraan opendraaiden. Toen zwol hij op en nam zijn volledige omvang aan.

.

.

De man in de tankwagen keek tamelijk grimmig – de uitdrukking ‘gieren van het lachen’ was niet aan hem ontleend – dus ik heb me niet laten bijpraten. En het klassieke slapstickgrapje dat onvermijdelijk bij ons opkwam zou zijn stemming zeker niet hebben verhoogd. Dat een van ons op die lange slang ging staan zodat de derrie niet meer uit de tuit spoot, waarna zijn giercollega er verbaasd in tuurde, en precies op dat ogenblik… En los daarvan, mensen die hun werk doen – goéd doen – verdienen bewondering en steun, zo houd ik mezelf deze dagen voor.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

 

Diversiteit

Tut-tutten en jeremiëren, miemelen en mieren… als het even kan onderdrukt de RaDa-reda deze ouderdomsverschijnselen met totalitaire genadeloosheid. Ja, een ouderwetse gloeilamp van 75 Watt kost nu €4,95, ontdekte ik vandaag en een miezerig rolletje afdekplakband €4,00. Jammer dan.

Desondanks, soms zijn er momenten die je doen beseffen dat je een aantal boten definitief hebt gemist. Dat een onzichtbare wand je scheidt van volgende generaties. Zo las ik in NRC een opiniestuk van zeven directeuren van de Rijkscultuurfondsen plus de Nederlandse Unesco Commissie. Het gaat over ‘diversiteit’. De zeven zijn er allemaal voor (je kan je afvragen wat dit zegt over hun eigen diversiteit), en wel omdat diversiteit ‘past bij de maatschappij van vandaag’ en ‘omdat we daar internationale afspraken over hebben gemaakt’.

Het ‘opiniestuk’, Diversiteit kunst dwingen wij vanaf nu af met subsidie, dat nergens anticipeert op een tegengeluid of eventuele nadelen aanstipt, bestaat uit drie actiepunten.

1. We geven de verhalen die nu niet gehoord worden een podium (een voorbeeld van één zo’n verhaal zou aardig geweest zijn, voor de ondiverse eenpersoons RaDa-reda).

2. ‘Jongeren zijn experts in diversiteit en tonen de kracht ervan’, dus ‘beginnende makers’ worden met subsidie gestimuleerd tot ‘doorontwikkeling’.

3. In hun eigen organisaties en netwerken willen de zeven hun medewerkers toetsen op ‘culturele sensitiviteit’ en ze beoordelen op hun ‘ervaring met diversiteit’.

Het onthutsende voor mij is vooral dat het stuk nergens op welke manier dan ook concreet wordt. Kennelijk weet iedereen behalve ik waar dit over gaat en moet ik het Doreen Boonekamp, Birgit Donker, Andrée van Es en de rest van het culturele septet niet kwalijk nemen dat ze het mij niet uitleggen, hoe weinig ‘inclusief’ dat ook is. Had ik maar beter op moeten letten. ‘Diversiteit is niet de uitzondering maar de regel zelf: dat is onze toekomst.’ En daarmee basta.

Nog een geluk dat het RaDa voor zijn voortbestaan slechts afhankelijk is van mijn eigen voortbestaan en motivatie en niet van subsidie. Anders had ik er er een hard, wit, boos, hoofd in.

.

homozebra

.

P.S. de minst diverse regenboogvoetgangersoversteekplaats van Nederland – alle strepen hadden zo langzamerhand dezelfde beige teint aangenomen – heeft vandaag een opknapbeurt gehad. Gaat dat zien aan de Parklaan.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.