Oorlogskachel

Veertig graden Celsius volgende week, volgens sommige voorspellingen. Uit protest (altijd in de contramine, dat RaDa!) een warm blogje over een kachel.

Ik trof ‘m aan op het volkstuincomplex dat ik telkens weer oprakel de laatste week (als er íemand een volkstuincomplex heeft, been ik het wel). Het was, zo werd mij verteld, een kachel met een verhaal. Hij stond te staan in een schuur ergens bij een Friese boer, en toen die het verrukte kreetje van de huidige eigenares hoorde, zei hij: “Och, niem/noam/njem maar mee dat dink/doang/tjeng als je ‘m hebben wolt/woal/wul/woel” (ik weet niet hoe Friese boeren ‘neem’, ding’ en ‘wil’ zeggen, maar helemaal normaal is het vast niet.

.

kachelvoor

.

Het was een gerenommeerd Deens merk, Morsø, dat al sinds 1853 bestaat. Van voren mag ie er wezen en hij brandt als het duin bij Heemskerk, maar het zijaanzicht is waar het me hier om gaat. Volgens het verhaal zou de Duitse bezettingsmacht in WOII de kachelfabriek hebben willen inzetten voor de wapenproductie, wat de Denen niet aanstond. De kachel maakt geen geheim van zijn neutraliteit / pacifisme

.

deenkachel

.

Boven de vredesduif staat een Deense tekst, die op het scherm niet helemaal te lezen valt, maar zoveel betekent als ‘Bij Morsø ijzerwerk ben ik gemaakt/ als kachel en niet als wapen / Blijf weg, onvrede / koude of hoosbui, Ik verspreid warmte in dit huis.’ Maar nu dus even niet.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Twee Bloemendalen

Soms zou ik een gesloten, alomvattend wereldbeeld willen hebben in plaats van het rommeltje aan feiten, vluchtige inzichten en verwaaiende conclusies waarmee ik me nu behelp.

Zodat ik tevergeefs poog twee Bloemendalen aan elkaar te lijmen. Ik die zelf zo makkelijk te lijmen ben. Eerst lees ik in het HD over de tentoonstelling in Museum Haarlem van het werk van Simon de Heer (1885-1970), de minst ‘entartete’ aller schilders, die in zijn broodwinning voorzag door de Bloemendaalse fine fleur te portretteren. Stapper noch schuinsmarcheerder – hoe kan je zo iemand serieus nemen als kunstenaar? Hoe dan ook een vakman. Kijk naar Mejuffrouw Annie op de canapé (1918). zeker een schilderij voor boven de bank, om met Piet Zwaanswijk te spreken. Als ik straks op die expositie rondloop sluit ik niet uit dat er een beetje weemoed in mij trekt of uit mij lekt (met weemoed weet je nooit welke kant hij uitgaat)

.

SH02000

.

In datzelfde Bloemendaal staat ook het klooster van de Zusters van de Goede Herder, die ooit de ‘liefdesgestichten’ runden. Met wasserijen en naaiateliers, waar tussen 1860 en 1970 naar schatting 15.000 meisjes (verwaarloosde kinderen, wezen of ‘gevallen vrouwen’) onvrijwillig te werk werden gesteld. Twee van hen reisden naar Bloemendaal, om erkenning te zoeken bij kloosterdirecteur Hubert Janssen. In Ierland kwam het tot een nationaal onderzoek, hier was onbetaalde dwangarbeid slechts een voetnoot in Deetmans rapport over seksueel misbruik door de kerk.

Janssen is bezig het inmiddels lege klooster op te doeken en verkopen. Hij betuigde weliswaar spijt, maar op enige financiële genoegdoening hoeven de vrouwen niet te rekenen (‘verjaard’). Bij het artikel in NRC staan recente foto’s van een achttal vrouwen, vergezeld van grimmige citaten: ‘Je mocht niet denken, niet praten. Je was niemand. Je was van hen. Niet meer van jezelf’, zegt Lies Visser (geb. 1953), opgesloten in Almelo en Bloemendaal van 1966 tot 1969.

De opdrachten kregen de werkplaatsen van de Kerk, ziekenhuizen, overheid, confectiewinkels en de lokale katholieke bourgeoisie. Mejuffrouw Annies, zeg maar, vanaf de canapé.  En dat 14 hectare grote landgoed van de nu vertrokken nonnen, Dennenheuvel, passeer ik regelmatig. Er komen woningen. De wervende leuze die ze hebben bedacht: ‘Landgoed met een missie’. ‘Omdat samen-leven beter is.’

 

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Homo loquens

Voor dat we een babbelende, keuvelende, kwetterende, smiespelende, rebbelende, beppende, smoezende, zwatelende, koeterwalende, zelden stille soort zijn (homo loquens) is het verwonderlijk dat echt contact zo vaak onhaalbaar blijkt. Neem de afgelopen week.

Een 17-jarige jongen die vastberaden de armen kruist. “Dat doe ik niet,” zegt hij. “Nee, dat doe ik niet.” Hij herhaalde binnen een kort bestek nog vijf maal dat hij het niet deed. Echt niet. Ik drong aan, pleitte, overreedde, paaide, kietelde, bleef redelijk – sprak mijn hele repertoire aan. Het eind van het verhaal was dat hij het niet deed.

Twee volwassenen die zich samen hebben verschanst in een schuttersputje. Alles wat ik zeg ketst af. Voorbeelden worden afgedaan als incidenten en toevallige uitzonderingen. Verwijten lijken hen niet te deren. Nee, dat herkennen ze niet. Het gesprek duurt ruim een uur, zonder dat van toenadering sprake is.

De man op een feestje wiens woordenvloed nooit -eb wordt. Onstuitbaar draagt hij anekdotes aan, als een wanhopige winkelbediende in de Cronjéstraat die steeds naar achteren gaat om nieuwe schoenendozen te halen voor zijn verwende klant. De held van de anekdotes kan er maar een zijn, al dertig jaar dezelfde, vermoed ik.

In de praktijk moet je je er eerder over verbazen dat het tegenovergestelde je soms overkomt. Dat je iemand nauwelijks vijf minuten kent en weet dat de woorden voorlopig zullen blijven komen, tot intens wederzijds genoegen. Gek, dat zijn tevens de gesprekken waarbij het er in wezen niet toe doet waar ze over gaan.

.

borjegezondklein

.

P.S. Bij het volkstuincomplex van die paarse bonen werd ik vandaag getrakteerd op een koud, maar o zo gezond buffet: met ‘bloemenboter’ (midden onder), kerriesalade, gevulde paprika’s en pesto van Oost-Indische kers (?!?). Alles verrukkelijk. Er stond daar ook een interessante Deense kachel, waarover later meer.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Toverbonen

Hier in de buurt is een volkstuincomplex waar de huisdichteres iemand kent die het aanbod van de Dekamarkt graag aanvult met onbespoten, griezelig verse groente.

Die moet vervolgens op, voordat hij verlept. Er zijn dagen dat ik vrees een boekmaag en een lebmaag te ontwikkelen, zo veel verse kruiden, sla, andijvie en snijbiet krijg ik dan te vermalen en verstouwen. Vandaag was er iets bijzonders geoogst: de paarse sperzieboon. Samen met zijn conformistische groene broertjes/zusjes (ik heb ze niet gesekst) zag hij er zo uit in de pan.

.

paarsboon

.

Weer eens wat anders! Alleen, na het koken was van de fraaie paars-groene combi nauwelijks iets over.

.

ontpaarst

.

Dat was even slikken, al waren we gewaarschuwd voor deze assimilatie. Ook qua smaak waren ze niet van de groene te onderscheiden. Waar doet de natuur het allemaal voor?

P.S. Het is alweer tien jaar geleden dat de huisdichteres en ik in het Wapen van Kennemerland optraden met een special over Vergeten groenten, waarvan sommigen nu nog vergetener en ongegetener zijn.

Grenzen

Veel aandacht voor normoverschrijdend gedrag in het HD deze warme dagen. Ten eerste die geschorste huisarts uit Velserbroek met een ‘roving eye’ en overactieve handen met eigen ethische opvattingen.

Dan is er de Haarlemse zorgmijder die bekend staat als ‘zoon van Moebarak’. Have en goed voert hij met zich mee – een rusteloos privétransport dat zowel ergernis als medelijden wekt. Een paar maanden geleden zat ik op zondagochtend bij Cups and (sic!) Leafs. Hij parkeerde zijn hoog opgetaste winkelwagen in de Zijlstraat en vroeg beleefd of hij even naar het toilet mocht. Het werd beleefd toegestaan.

Het duurde even. En nog langer. En toen nog vijf minuten. De zoon van Moebarak verscheen weer, groette en zette zijn eenpersoons karavaan in beweging. De serveerster verdween naar achteren en bij terugkomst glimlachte ze naar mij – een korte, uiterst discrete glimlach die meer zei dan duizend woorden en betekende dat de inspectie geen onregelmatigheden en onrechtmatigheden aan het licht had gebracht (de schrikbeelden kunnen jullie desgewenst zonder mijn hulp oproepen, mag ik hopen?). Daarbinnen was alles glimmend, blinkend en fris, als haar glimlach.

Ten slotte was er de ’28-jarige man die gekleed in alleen een onderbroek ongevraagd woningen aan ’t Krom binnenging’. Tot zover niet veel bijzonders (een soort onbezoldigde On That Ass-reclame). Echt gezellig werd het pas toen de politie de slipdrager wilde aanhouden en die over onvermoede atletische kwaliteiten bleek te beschikken: ‘In een poging uit handen van de politie te blijven beklom hij onder meer een brandtrap, sprong in een bootje, klom op muurtjes en ging (ongevraagd! RaDa-reda) diverse tuinen in.’ Onderschat ze niet, die verwarde mannen in onderbroek! Agenten in uniform hadden uiteindelijk assistentie van een politiehond nodig om hem in de kladden te grijpen – hoewel, kladden? Hij droeg maar één klad.

.

nooduitgang

..

Overigens vrees ik zelf een horecaverbod. Vanochtend in mijn vaste koffietent, waar ik de enige gast was, liet de serveerster een glas aan diggelen vallen. Nota bene: ik had haar geen compliment gemaakt. “Dat is de eerste keer!” zei ze. Dat zei die andere woensdag ook. Misschien is er meer aan hand?

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

De complimenten

Een terrasklever wil ik mezelf niet noemen, maar in deze dagen van verschroeide aarde, onderduikend grondwater en zero humiditeit is de verleiding om na een niet zo spetterende werkdag een vochtig tot nat biertje te pakken wel erg groot. Zeker als de terugweg langs het sublieme Driehuizer café Middeloo voert.

Dus daar zat ik vanmiddag rond half zes. Nou wil ik mezelf (als ik het teveel over mezelf heb, hoor ik dat wel, hè, ik kan als geen ander tegen kritiek, al zeg ik het zelf) – nou wil ik mezelf geen echte prater noemen, een conversationalist, laat staan een geboren verteller of raconteur, maar soms… soms lekt het er gewoon lekker uit, misschien meer dan de gemiddelde gesprekspartner lief is. Zo ook vanmiddag rond half zes (of had ik dat al verteld?).

Ik was in dorstige afwachting van mijn derde vaasje en luisterde samen met een pientere jonge collega ademloos naar mijn eigen bevlogen betoog over de stijl van leidinggeven en hoe essentieel het is voor ieder organisatie dat superieuren, chefs en alle andere managemensen regelmatig hun waardering uiten. Bovengeschikten, als jullie meelezen, onderschat nooit, nooit, nooit het belang van een eenvoudig bedankje, het schouderklopje… [hier naderde de serveerster met mijn vaasje – ik kom daar vaker, ze is goedlachs, guitig en efficiënt] en het effect van het doorvoelde, welgemeende compliment. En terwijl mijn nietsvermoedende vaasje vakkundig op het viltje werd gepositioneerd, zei ik, complimenteus, bij wijze van humorgrapje: “Dat heb je héél, héél erg goed gedaan!”

Waarschijnlijk zei ik het iets te heftig. Ze schrok. In één vloeiende beweging gooide ze het glas om, de inhoud gutste over mijn gretig drinkende broek, het glas lag aan gruzelementen.

.

kletselschade

.

Een complimentje geven, het klinkt zo makkelijk. Maar in de praktijk is het niet iedereen gegeven. Met de kennis van nu zou ik zeggen: begin voorzichtig en als je het doet, doe het met mate.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Hersendoof

Windkracht 4… Hoe vaak maak je dat mee in een mensenleven? Oostenwind ook nog, hè! Awakenings-woordvoerder Tim Boersma doet het in het HD voorkomen alsof het om een ‘freak of nature’ gaat. Overmacht, een grillig natuurverschijnsel waardoor de verzamelde decibellen van zijn acht podia twee dagen lang als miljoenen agressieve wespen richting Haarlem werden verdreven.

Die podia staan bij de Houtrakpolder, met zo’n 40.000 feestgangers eromheen. Een Rude Awakening, zo mocht je het het technofestival wel noemen voor de ‘omwonenden’ in de ruimste zin des woords – lees Haarlem, Spaarndam en Bloemendaal en Heemstede. Nou bracht ik het weekend grotendeels zwetend en vloekend door in NS-bussen/-treinen, maar toen ik zondagavond nog een precisiewerkje moest doen, tokkelden die irritante, aanhoudende technonootjes als hagelstenen op mijn schedeldak.

Bij het inlezen zag ik op de site lagertoontje.nl een oude reactie van iemand die beweerde dat de geluidsgolven zowel hem als zijn vrouw een hartaandoening dreigden te bezorgen. ‘Wat ik niet begrijp is dat de mensen plezier van zo’n herrie hebben – ze zullen hersensdoof zijn.’ Oh nee, ‘hersendood’ stond er. Maar hun muzieksmaak is het punt niet. Saillant: volgens Boersma hebben hij en zijn gabbermaatjes zich aan alle vergunningen en afspraken gehouden, maar ‘op een windkracht vier uit het oosten hebben wij geen invloed.’

En ‘even zachter zetten is geen optie’, beweert hij (er zit geen ‘zachter’ knop op die enorme mengpanelen?). Laat het RaDa eens meedenken. Kan er geen reusachtig windscherm worden opgetrokken aan de oostkant van het terrein? Dan krijgt de wind (4 op de schaal van Beaufort) geen vat op de muziek. Doe er voor de zekerheid nog een geluidswal bij aan de ander kant (zoals bij snelwegen, maar dan veel hoger), een nieuwe verdedigingslinie voor Haarlems trommelvliezen. Alleen, drie jaar geleden was de Zaanstreek de klos, toen waaide de wind uit een andere hoek. Wind waait, wind draait. Moet je daarom niet ook een zuidwal en… weet je, voor de zekerheid zou vier wallen het beste zijn. Met nog een dak erop, want geluid zoekt altijd…

Nee, wacht eens even! Vier muren met een dak?!?! Waar heb ik dat eerder gezien? Een soort gebouw, zeg maar. Liefst geïsoleerd. En dat al dan niet helse muziek daar dan binnen blijft! Geniaal!

.

JHML1206

.

P.S. Ann Demeester heeft een petitie opgesteld om de gemeente aan te zetten financieel bij te dragen aan een renovatie van het Frans Hals. Wie Straaltje Zonlicht heeft gelezen, weet dat de RaDa-reda zich als één man achter haar opstelt. Hier kun je tekenen.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Droomboot

Vanuit Woerden wandelden we via de Oude Rijn naar Harmelen, wat net te doen was in de hitte. Onderweg zagen we wat misschien ooit iemands droomboot was geweest.

.

boot1

.

Gekocht voor een grijpstuiver? Met het idee ‘m op te knappen? De lekken dichten, hozen….

.

boot2

.

Niks forceren – geduld, toewijding en volharding. Schuren, lakken, beitsen, kitten… eerst de noodzakelijkste reparaties en verbeteringen en later de aankleding. Misschien gehaakte gordijntjes en sierplanten voor de ramen. Die tekeningen op de zijwand mogen blijven.

.

boot3

.

Het roefje bewoonbaar maken, de geur van versgemalen koffie in de kombuis en wie weet op den duur af en toe een proeftochtje langs de rietkragen? Vrienden uitnodigen voor een borrel?

.

boot4

.

Ten slotte (als alles af is) er definitief intrekken, met eerst alleen een kat als gezelschap en later – met wat geluk – stel dat je een leuke vrouw ontmoet die zich ook aangetrokken voelt tot het waterleven?

.

bootlaatst

.

Maar soms haalt het leven je in, gaan de zeeën je te hoog en slaan je dromen stuk op ongeziene klippen.

.

bootheel

.

“Hoe lang ligt ie er al zo bij?” vroeg ik aan twee mensen die een huisje aan de oever hadden. “Sinds januari,” wisten ze. “We hebben er nooit iemand bij gezien.” En ja, dat snap ik dan ook wel weer.

Ander paars P.S.: de abonneeteller  staat op 99. Voor de honderdste abonnee ligt geen prijsje klaar; dat vind ik oneerlijk tegenover alle voorgangers, zonder wie die honderdste …

.

Rijbewijs

De NS had in zijn ondoorgrondelijke NS-heid besloten dat er vandaag door ‘geplande werkzaamheden’ vanuit Haarlem geen treinen reden naar Sloterdijk, naar Leiden en naar Zandvoort.

Wij wilden naar Woerden voor een (eveneens gepland) familieweekend en op de beide logische routes (via Utrecht of anders Leiden) werden wij dus gedwongen gebruik te maken van NS-bussen – geen prettig vooruitzicht bij 27 graden. ’s Ochtends was het nog enigszins te harden, al voelde station Sloterdijk geschikter voor glastuinbouw (papaya’s, mango’s?) dan passagiersvervoer.

.

heterdijk

.

’s Avonds deden we er zo’n drie uur over. Op Station Leiden waren alle WC’s defect; de bussen reden er op onplanbare tijden en de rij wachtenden was lang. We kozen daarom de sprinter naar Sloterdijk (die geen last meer ondervond van de ongeplande bermbranden bij Hoofddorp), vanwaar bussen zouden moeten gaan. Er arriveerde een bus. Twee NS-hesjesmannen begonnen aspirant reizigers af te tellen bij de dranghekken. “Zijn jullie samen?” vroeg de servicemedewerker, wat wij beaamden. Er was nog één plek. Bars maande hij de man achter ons in te stappen. Het was elf uur, ik was door mijn geduld en mijn heusheid heen en maakte een onheuse opmerking. “Dan had je maar een rijbewijs moeten halen,” kaatste hij terug.

Daar had hij helemaal gelijk in. De volgende bus kwam weliswaar weldra, maar toen we tegen half twaalf station Haarlem naderden, verzuimde de chauffeur vanaf het Prinsen Bolwerk de geplande afslag naar het Stationsplein te nemen. Ging hij ons bij de voordeur afzetten? Maar nee, we moesten mee, via de Kinderhuissingel naar het Patronaat, waar hij het verste punt van zijn geïmproviseerde lus bereikte en via Kinderhuisvest en Parklaan het station hervond.

Die rijbewijzen, kon je die niet voor €50 bestellen op een Poolse site?

Ander paars P.S.: de abonneeteller  staat op 99. Voor de honderdste abonnee ligt geen prijsje klaar; dat vind ik oneerlijk tegenover alle voorgangers, zonder wie die honderdste …

Barebackstreet

Buitenlandse toeristen een plezier mogen doen, het is me niet elke dag gegeven. Maar vandaag lummelde ik bij 26 graden Celsius door de Barrevoetstraat, met in mijn rugzak verse tuinbonen en kersen en in de boodschappentas verse boeken van Athenaeum.

Twintig meter verderop stond een dozijn toeristen van het braafste middelbare soort. De blikken gingen volgzaam van historisch hofje zus naar schilderachtig geveltje zo, gedirigeerd door een Engels sprekende gids. Voordat ik ze bereikte zag ik dat het kozijn van een zolderraam werd gevuld door het naakte bovenlijf van een jongeman met donker krullend haar. Zijn achterwerk stak uit over de vensterbank en hij had zijn gebronsde rug zo gepositioneerd dat hij het maximum aan zon opving.

De groep stond voor mij op de stoep en toen ik inhield, bood een vrouw nodeloos haar excuses aan. “No, I was just wondering if you were all looking at that guy up there,” zei ik, quasi-ondeugend. Nu zagen zij ‘m ook. Een gekir en gejoel steeg op. “Thank you so much!” zei een van hen tegen mij, op een toon alsof ze dit beeld nog jaren later zou oproepen, in Wisconsin of Milwaukee of waar ze vandaan kwam.

“My pleasure!” Ik wou nog een grapje maken over de Barrerugstraat, maar schatte in dat dat bij deze hitte teveel van me zou vergen. Je moet het ook niet overdrijven.

P.S. En verder geef ik alle blote ruggen (m/v) voor één lekkere stortbui.

.

zo'ndag

.

P.S. Actueel RaDa-stukje over de staking in het streekvervoer: Busbaan

Ander paars P.S.: de abonneeteller  staat op 99. Voor de honderdste abonnee ligt geen prijsje klaar; dat vind ik oneerlijk tegenover alle voorgangers, zonder wie die honderdste …