Geen lege dop

Weinig kerstsores voor mij op culinair gebied. Mijn opdracht voor morgen is beperkt tot een nagerecht voor 10 personen, een dat de bloeddruk niet zal verhogen. Mijn bloeddruk tijdens de bereiding, bedoel ik, de dinergasten moeten hun eigen lichaamshuishouding maar regelen.

Ik had Cilla Black opgezet (voor het eerst in zeven jaar, geloof ik); heerlijke muziek om ontspannen bij te spatelen, klutsen en prakken. Make it easy on yourself. Er moesten vier eieren door het beslag. Ik brak het eerste, liet de inhoud in de kom floepen en telde de dooiers – wat ik normaal niet doe. Maar ook bij tweede telling bleven het er twee.

Ik joelde de huisdichteres naar de keuken. Moet je zien! In haar bijzijn sloeg ik een tweede ei stuk. Weer twee! Was dit iets nieuws van AH? Maar op het doosje stond niks over tweelingdooiers. Vrije uitloop, XL. De huisdichteres sloop naar haar computer om te zoeken op ‘kippenziekte’, ‘Tsjernobyl’ en ‘dubbele genetisch gemanipuleerde dooier, noodlottige gevolgen bij inwendig gebruik binnen 24 uur’. In afwachting van de zoekresultaten brak ik alvast ei nummer drie. Probeerden ze me gek te maken? Was het een publieksvriendelijke actie van de pluimveehouders? Drie eieren, zes dooiers! Is dat een record?

.

dubbeldooi

.

Foto die helaas niets bewijst – kan fake yolk zijn – maarruh… erewoord!

Ik besloot het erbij te laten. Ik heb nog drie eieren over. Als ik 12 uit 6 scoor, laat ik het jullie zonder mankeren weten.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Oppiepers

Dat de aardappel mij een oppeppertje zou geven vandaag, in eendrachtige samenwerking met (doorgaans niet de frivoolste lectuur) The Guardian Weekly. Wie had dat kunnen denken?

Ik heb het over het nummer van 6 december, dat ik dus met enige vertraging tot mij nam – in deze dagen dat iedereen bezig is het kerstmenu samen te stellen. En zijn ‘aardappels’ dan niet wat gewoontjes? Zelf gepureerd, gegratineerd of gebakken..? Wie toevallig in de buurt is van het Andesgebergte, de kant van Peru op (vanaf de Heemsteedse Dreef rechts aanhouden in zuidelijke richting), zou eens een kijkje kunnen nemen in het aardappelpark in Cusco: een reservaat van 90 km², op een hoogte tussen 3400 en 4900 meter.

Bintjes of eigenheimers? Kruimig of vastkokend? Wah-blief? Ze hebben er 1367 variëteiten!!!! De plaatselijke bevolking heeft er prachtige namen voor, zoals alpacaneus en poemaklauw. Of pusi qhachun wachachi voor een zeer knobbelig en dus moeilijk te schillen knolletje: ‘maak je schoondochter aan het huilen’ (zoiets als ‘keukenmeidenverdriet’ bij ons voor schorseneren).

Dat serieuze weekblad wijdt er een artikel aan omdat wordt uitgezocht welke van de 4600 aardappelsoorten ter wereld de beste kansen bieden zich aan te passen aan veranderende en ongunstige klimatologische omstandigheden. Maar de voltallige eenpersoons redactie van Dagklad is al tevreden als jullie even op mijn artist’s impression van een klei-aardappel klikken of tikken. Dan kom je bij de foto waar ik me zojuist aan vergaapte.

.

aardappelgewoon

.

Aanklikbare klei-aardappel die je onvermoede aardappeldiversiteit zal tonen. Ook geschikt als kerstversiering (die andere, niet deze) 

Als het niet lukt: https://www.theguardian.com/environment/2019/nov/29/how-perus-potato-museum-could-stave-off-world-food-crisis

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

(On)geluksdag

Ik houd hem niet constant bij, maar mijn gelukgrafiek van gisteravond was een soort kartelrand – piekjes en dalletjes aan elkaar.

Tegen zes uur verliet ik na de boekpresentatie van Wim Cerutti de Basiliek in een goed humeur. Er was een onbeduidend voorvalletje toen (door mijn eigen onhandigheid) mijn fiets omdonderde en bij de mislukte reddingspoging bovendien de camera uit het (pech!) openstaande voorvak van mijn tas op de stenen kletterde. Gelukkig raapten behulpzame handen die voor me op, hij deed het nog (mazzel!) en aan de fiets mankeerde niets (meer mazzel), waarna ik thuis een meer dan genietbare zuurkoolstamppot maakte (vakmanschap). Alleen toen ik me genoeglijk wilde neervlijen op de uitbuikbank met mijn e-reader, bleek die weg (de e-reader, de bank stond er nog). Echt weg, weg weg. Hij moest bij de kathedraal ontsnapt zijn, samen met die direct gearresteerde camera. Zoiets hoopte ik tenminste, binnensmonds vloekend, als dat kan, hopen en vloeken tegelijk.

Ik stapte op de fiets (die gelukkig nog steeds heel was), bedacht halverwege dat ik geen lantaarn had meegenomen (stom! Het was een duister hoekje daar), dat mijn telefoon een flashlight-app had (mazzel) – onnodig gepieker want tot mijn blijdschap zag ik ook zonder bij te schijnen een zwarte rechthoek tegen het bisschoppelijk trottoir afsteken, versmaad (leve de ontlezing!) of onopgemerkt (leve de onopmerkzaamheid!). Nog een bof dat het niet stortregende, voor het binnenwerk van de e-reader en voor mij. De torenklokken begonnen te beieren, was het een teken van Hogerhand? De beide wijzerplaten stonden respectievelijk op tien voor half vier en kwart over twee, zag ik. Kon ook dat een teken zijn…? Eerst maar eens terug naar huis, besloot ik, waar bleek (pech!!!!) dat de e-reader ondanks de beschermhoes de val niet had overleefd. Nee, humortje, hij floepte gewillig aan, alsof hij na onze kortstondige scheiding dubbel gemotiveerd was mij te dienen.

Geluk zit in een klein hoekje, dat wil ik maar zeggen, en pech ook.

.

takkenboom

.

Vertakkingen

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Loutje

Vanmiddag presenteerde Wim Cerutti zijn nieuwste boek, toepasselijkerwijs in de crypte van de Koepelkerk Nieuwe Bavo: De weldadige hofjes van Pieter Janszoon Codde en Nicolaas van Beresteyn in Haarlem.

Ik was anders heus ook wel gegaan, maar ik kijk dezer dagen met andere ogen naar dit soort uitgaven. Om mijn carrière af te bouwen heb ik de redactie op me genomen van een lustrumboek over mijn oude school, Gymnasium Felisenum (70 jaar oud). Het is niet dat ik er spijt van heb, maar ik had niet beseft wat een karwei het zou zijn. En wat een amateur ik ben (nonchalant, inaccuraat, onsystematisch, hapsnapperig, impultuïtief).

Vorige week kwam ik Wim Cerutti tegen (hij woont vlakbij) en … nee, ik viel hem niet snikkend in de armen, maar wel steeg al babbelend mijn toch al niet geringe ontzag voor hem. Hoe deed hij dat, met die kaartenbakken, Excel-sheets, schoenendozen, ordners, CDroms en verschoten foto’s? En hoe bracht hij het geduld op voor al dat monnikenwerk? Zijn nieuwe boek bevat 325 voetnoten, een bibliografie, negen bijlagen en een verantwoording van alle afbeeldingen. Niks bijzonders, zou je denken, dat hebben zoveel boeken. Tot je zelf met dat bijltje moet hakken.

Bij onze ontmoeting prees ik de vormgeving van het recente boek van stadsarcheoloog Anja van Zalinge, Zesduizend jaar Haarlem. Schitterend! Bij een bezoekje aan onze drukker had ik het op tafel gelegd met de woorden ‘kunnen jullie zoiets ook maken?’ Ah… Uitgeverij Loutje, wist Wim. Daar zat hij zelf immers ook!

En nu sla ik maar eens aan het lezen. Het Hofje van Beresteyn bezat ooit vier Frans Halsen en verkocht die voor klinkende munt, onder meer aan Mathilde Rothschild in 1892. Hoezo Nationaal Kunstbezit? Dat moet een sappig verhaal zijn om mee te beginnen.

.

Cover-Codde-en-van-Beresteyn-Voor-CMYK

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Babyboemelaar

Zijn de negentigjarigen al gedwongen excuus aan te bieden aan latere generaties voor het verwekken van miljoenen ‘boomers’? De boomerboom (spreek uit ‘boemerboem’) van de jaren ’45-’55 heeft, zo wordt nu algemeen erkend, een enorme ellende aangericht.

Tweede- en derdegeneratieboomerslachtoffers hebben ‘boomer’ nu gekozen tot woord van het jaar. Of zouden de boomers (verwaten en narcistisch als ze zijn) op zichzelf hebben gestemd? Zelf ben ik (van 1953 – een soort nakomerboomertje) er ook zo een. Ontkennen baat niet.

Ik heb me niet zo intensief met de verkiezingen beziggehouden, anders had ik mijn eigen, niet pejoratieve ‘babyboemelaar’ voorgedragen. Oei, mijn eigen? Theodor Holman citeert in een column van 26 nov. een boze jongeman die hetzelfde woord gebruikt in de zin van profiteur. Dus de woordspeling kan ik niet claimen.

Let evenwel op het verschil: mijn babyboemelaar (van 4 december) vent het gedachtegoed van de PAVOHOVAHA uit en neemt de tijd om rond te keutelen en keuvelen. Zo ook vandaag. In het Staten Bolwerk zag ik deze ‘egeldrinkplaats’. Leuk, hè? Met een info-bordje erbij voor geletterde egels en een schoteltje met drinkwater. Of het in een grote behoefte voorziet weet ik niet, want overal in het park liggen plassen. Maar baat het niet dan schaadt het niet. Laat maar komen die egelboom (spreek uit ‘-boem’)

.

egeldrinkplaats

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Luiletterdag

‘Wat bewegen is voor het lichaam, is lezen voor de geest’, zo besluit René Diekstra zijn HD-column van vanochtend.

Het is een oproep aan volwassenen (en dan vooral de kinderhouders/-hoeders onder hen) om het goede voorbeeld te geven. Bij voorbeeld door ‘beeldschermloze dagen’ in te stellen. Wie kan daar tegen zijn? De gekozen term vind ik minder – die suggereert toch dat je jezelf iets prettigs ontzegt. Is ‘Luiletterdag’ een alternatief?

In mijn eigen luilekkerland heerst een verkoudheidsbacil. Maar na twee dagen gedwongen banklegerigheid heb ik inmiddels dat aangename stadium bereikt dat het lichaam nog niet staat te trappelen om iets anders te doen dan kuchen en sniffen en de geest afleiding zoekt in een boek.

Na Ulysses had ik niet gedacht ooit nog dagenlang op andermans stream of consciousness mee te willen drijven, maar ineens was daar Ducks, Newburyport van Lucy Ellmann. Hersenspinsels en –maalsels van een huisvrouw uit Ohio in Trumps Amerika. Ik ben pas op blz. 40 van de dikbedrukte 998 (het bestaat ook nog eens uit slechts acht zinnen!) maar ik heb zin in de rest van het boek, dat toevalligerwijs een leuk setje vormt met de doos tissues die het de komende week gezelschap houdt.

Jammer dat er geen kinderen zijn die mij mijn voorbeeldfunctie voorbeeldig kunnen zien uitoefenen.

.

newburyport

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Sjoelkolade

Met de kerstdis in het vooruitzicht is dit bij uitstek het weekend om te oefenen en experimenteren met de gerechten van uw keuze. Het verschil tussen de prof en de amateur is dat de eerste onder alle omstandigheden tot een topprestatie in staat is.

De amateur overschat zichzelf. Een luchtig dessert dat in een lui weekend uit de losse pols wordt bereid voor vier personen, kan hopeloos floppen als je het moet maken voor een gezelschap van zestien, in een vreemde keuken, na een copieuze lunch, terwijl kinderen krijsen en ravotten, Slade ’tis Christmas!!!! brult en je schoonmoeder over je schouder meekijkt.

Vandaag koken we Sjoelkolade, een toetje uit de Schotse Hooglanden met eenvoudige ingrediënten. Goed te doen, ook voor de beginner, mits hij over de juiste mindset beschikt. Het smaakt hoe dan ook, maar het verschil tussen opgetogen ‘oeehs’ en teleurgestelde ‘glwuhhhs’ zit in de presentatie. Overmoed en onverschilligheid zijn direct zichtbaar in het resultaat.

.

drieflop

.

Er zijn hele kuddes thuiskoks die hier genoegen mee nemen, maar voor de feestdagen zou ik zelf de lat wat hoger leggen. Eerste vereiste is natuurlijk dat het beslag de juiste consistentie en temperatuur heeft, maar verder is het vooral een kwestie van persoonlijkheid. De een kiest voor veilige maar fantasieloze mopjes of bolletjes.

,

sjoe8 

.

Anderen, veelal met een logische, rationele insteek, gaan voor cleane schijfjes – de schuifjes waaraan sjoelkolade zijn naam ontleent. Makkelijk te verdelen en nooit ruzie.

.

schijftop

.

Maar ook de showkok kan aan sjoelkolade zij hart ophalen. Hieronder het betere kijk-mij-eens-met-losse-handen-werk. Koken met schwung en bravoure! Als je twijfelt of het voor je is weggelegd, is dit het weekend om het te proberen! Veel succes en eet smakelijk!

.

zwier

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Glasplaatjes

Op de Eerste Hulp kennen ze die glasplaten van het Stationsplein, boven de fietsenstalling. Bij regen, om maar te zwijgen van sneeuw, krijgt geen zoolprofiel er vat op. En ze zijn minder flexibel dan menige heupbot.

.

statglasoverzicht

.

Het glas is in de loop der jaren op allerlei manieren beschadigd en aangetast. Als babyboemelaar nam ik gisteren even de tijd om het aan een nadere inspectie te onderwerpen. Kijk even mee naar mijn selectie.

.

statglas3

.

statglas4

.

statglas10

.

statglas11

.

statglas12

.

statglas14

.

Misschien tijd om al die platen weg te slopen, in te lijsten en in een galerie te hangen?

P.S. Ik vermoed dat ik al eerder zo’n serie heb gemaakt, maar deze foto’s zijn van gisteren

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook


Toeristen turven

Kwestie van focussen, maar toen ik (nog 100% cafeïnevrij) door de regiopagina’s van het HD swipete/zwiepte, las ik de kop ‘Twintig senioren meten aantal bezoekers in Haarlem’.

Ik was direct enthousiast. ja, geef die oudjes een maatschappelijke taak. zet ze op parkbankjes en terrassen en laat ze toeristen turven, zoals vrijwilligers dat nu al doen bij de vogelteldag. Ontspannen je pensioen indexeren en de eenzaamheid verzachten door aan voorbijgangers te vragen: ‘U bent zeker niet van hier?’ ‘Gaat u ook nog naar musea?’

Helaas, de werkelijkheid is weer eens prozaïscher. Er stond niet ‘senioren’ maar ‘sensoren’. Ze worden in 2020 geplaatst door artificieel intelligente mensen van bureau RMC, dat ‘een deel van de wifi-signalen van mobiele telefoons en tablets’ onderschept (het zogenaamde MAC-adres). Als ik dus met mijn unieke MAC-adres (bijvoorbeeld 00:0B:7E:D1:11:C6) dag in dag uit rondjes om de Bavo loop, concluderen ze na zes maanden dat ik geen toerist ben. Maar het blijft een weinig verfijnd instrument, want iemands herkomst (Oostenrijk of Oisterwijk) verraden de sensoren niet. RaDa-gokje: twintig senioren zouden tegen een geringe vergoeding minstens zulke nuttige informatie leveren als je ze elke week met hun scoreformulier uitnodigt op het stadhuis, met koffie en appeltaart.

.

aaalscholvers

.

Een geheim experiment van de gemeente Haarlem waarbij in de omgeving van het Dolhuys aalscholvers werden getraind om toeristen te herkennen is gestaakt.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Jassengeluk

Straatjournaal december ‘19

Soms word ik gelukkig van een boek, jawel, zelfs al heet het Drive Your Plow Over the Bones of the Dead. Dat is van Olga Tokarczuk, de Poolse auteur die dit jaar de Nobelprijs voor Literatuur won. Zoals die vrouw over een jas kan schrijven! Nee, ik meen het.

De bejaarde hoofdpersoon uit dat boek met die naargeestige titel (nog niet in het Nederlands vertaald) woont alleen in een somber, dunbevolkt bosgebied tegen de Tsjechische grens aan. Ze is ziekelijk, slonzig en mensenschuw en gelooft heilig in astrologie. Ze gruwt van alle wreedheden die jagers en stropers begaan; dat er binnen korte tijd vier mannen beestachtig worden omgebracht in het woud komt haar geestelijke stabiliteit evenmin ten goede.

Maar nu die jas. Die zoekt ze bij een soort kringloopwinkel: “Ik heb een warme jas nodig,” zegt ze schuchter. Als het winkelmeisje bemoedigend knikt, vervolgt ze na een korte pauze: “Een die me warm houdt en beschermt tegen de regen. Hij moet anders zijn dan alle andere jassen, niet grijs of zwart, niet zo een die per vergissing wordt meenomen uit de garderobe. Hij moet zakken hebben, veel zakken, voor sleutels, hondensnoepjes, een mobieltje, paperassen – dan hoef ik geen tas mee te nemen en houd ik mijn handen vrij.” Ze krijgt een knalrode donzen jas aangereikt, precies wat ze verlangt. Ja, hij zat als gegoten. Ik voelde me als een pelsdiertje dat zijn gestolen vacht terugkreeg. In een zak vond ik een kleine schelp, een cadeautje van de vorige eigenaar, wilde ik graag denken. Bij wijze van wens: dat de jas je goede diensten mag bewijzen.

Nou maak ik me sterk dat de meesten van jullie ook een jas hebben. Of vijf. Ik heb er ook een, alleen sta je er zo zelden bij stil. Dat het bezit ervan niet vanzelfsprekend is en een reden tot geluk kan zijn. De mensen die ik ken zijn vooral bezig hun zolders en kasten leeg te Marie Kondoën (en ze net zo hard weer vol te Zalandoën en Bol.commen).

Gisteren haalde ik mijn vrouw van de trein op het Kennemerplein, achter het Station. Ik was vroeg en ging zitten op het stenen muurtje dat twee bomen beschermt. Er buitelden zes aangeschoten vrouwen naar buiten, joelend en giebelend. Twee tienermeisjes zwierden naar binnen, gierend van het lachen. “Het is volle maan,” wist een jonge man die plotseling in mijn nabijheid was opgerezen. Hij drentelde wat. “Mag ik u wat vragen?” Ik maakte geen bezwaar, maar zijn vraag wilde niet komen. Ik had een vermoeden welke vraag het was. “Ik ben wat gespannen…” “Ik ben totaal ontspannen,” wijsneusde ik, “neem de tijd.” Hij humhumde een aanloopje. “Heeft u misschien vijftig cent voor me?”

Hoog zette hij niet in. Ik slikte een paar altijd voorradige flauwe grapjes in en vroeg waarvoor. Voor onderdak die ene nacht. Het was een heel verhaal. “Ik kom er even bij zitten als u het goed vindt.” Hij miste een paar voortanden, maar zijn ogen straalden intense vriendelijkheid. Morgen kon hij in een doorstroomwoning, maar vannacht had de Wilhelminastraat geen plek meer en…

De complicaties bespaar ik jullie, Zijn verslaving had hij overwonnen en hij werkte aan zijn levensverhaal. Een boek. Samen met Bert Voskuil, kende ik die? Hij kwam in Nieuwe Revu in december. Ik had hem net een briefje van vijf gegeven toen mijn vrouw aankwam. Hij schudde haar warm de hand en prees mijn inborst. Hij liep weg, bedacht zich. “Hij heeft allemaal mooie dingen over u verteld!’ vertrouwde hij mijn vrouw toe. Wat niet zo was. “Zo is het wel goed,” lachte ik. Hij struinde tunnel in. Na twintig meter draaide hij zich om en zwaaide, zwaaide, zwaaide. En wij zwaaiden terug.

P.S. Van de huisdichteres staan ook drie stukjes in dit december-nummer.

.

herfstig

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook