Zeehonden

Bladerend door oude zaterdag-HD’s vind ik geen lokaal nieuws dat de term ‘seismisch’ verdient (maar laat het me vooral weten als Haarlem tijdens mijn absentie wél het epicentrum was van schokkende gebeurtenissen).

Wel las ik een artikeltje over dood aangespoelde bruinvissen, die blijken te zijn overleden aan een bacteriële infectie als gevolg van zeehondenbeten. De bacterie in kwestie luistert naar de welluidende naam Neisseria animaloris en het zijn met name grijze zeehonden die op bruinvissen jagen en hem overbrengen. 

Daar zit ik dan, met mijn RaDa-genieke vakantiefoto’s. Ik heb foute sympathieën… Op Orkney merkten we een paar jaar terug hoe een zeehond ons langs de kust bleef volgen zolang we zijn nieuwsgierigheid prikkelden met liedjes en gefloten melodietjes. Sindsdien zijn zijn we alert op hun in de golven dobberende koppies.

Dit jaar zagen we een zeehondenkolonie op het onbewoonde eilandje Staffa. Maar die telden eigenlijk niet, het was een georganiseerd boottochtje. Deze gluurder ontdekten we zelf.

.

zeehondinzee

.

Een dag later kozen we een pad tussen glibberige rotsen en troffen deze vondeling.

.

babyseal

.

Moederloos alleen, vredig soezend (en dromend van kleine bruinvisjes?). “Heb je nog een bontjas nodig?” vroeg ik aan de huisdichteres. Nee, we vergaapten ons. De kleine ontwaakte, geeuwde, rekte zich lui uit en bekeek ons vervolgens alsof hij van ons ook wel een foto had willen maken. Later waarschuwden we een voorbijgangster, die beloofde de ‘ranger’ te bellen. Voor de zekerheid, want de moeders laten hun jong ook weleens even achter als ze uit (bruin?)vissen gaan.

Weer twee dagen later waren we een dagje op The Isle of Mull. We sopten daar door een getijdengebied toen we op een rotsformatie een andere slaapkop zagen. Vloed gemist? Hij lag wel érg hoog en droog.

.

zeehondenrots

.

Toen we elkaar opmerkten, misinterpreteerde hij onze lichaamstaal en begon aan een paniekerige, bijna letterlijk halsbrekende afdaling richting ruime sop. We geneerden ons lichtelijk en waren opgelucht toen hij zich door de zeewierwirwar had geworsteld, omkeek en onderdook in de veilige baai.

.

zeehondenrots2

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Symbiose

In Schotland las ik Drive Your Plow Over the Bones of the Dead van Olga Tokarczuk. Op de e-reader, dus het citaat dat ik nodig heb laat zich lastig zoeken. Het is een observatie van de bejaarde vertelster, die in het grensgebied tussen Polen en Tsjechië tijdens de barre winters op een aantal vakantiehuizen past.

Het ging over de symbiose tussen mensen en huizen, die elkaar nodig hebben om gezond en weerbaar te blijven. Leegstaande huizen kwijnen weg, takelen af en verslonzen. Ik moest eraan denken toen ik eergisteren bij de thuiskomst de sleutel in de voordeur stak. Aan de weerstand voelde ik direct dat het hier de afgelopen weken veel had geregend. Want zo intiem is je relatie met je huis – al ben je je daar zelden bewust van.

Het halletje rook wat muf, maar verder leek het huis onze afwezigheid dapper te hebben gedragen. Geen lekkages of mankementen. Geen stille verwijten. Wel – het kan zijn dat ik het me verbeeldde – meende ik een soort dankbaarheid te voelen toen we het reanimeerden. Geleidelijk kwam de circulatie op gang. Verwarming, water, stroom, wifi. Zelfs de telefoon, die het bij vertrek niet meer deed, gaf een teken van leven. Een beller!

Omgekeerd voelde ik een soort behagen dat ik in B&B’s en hotels, hoe comfortabel ook, had gemist. Zoals de radiator thuis tikt, tikt ie nergens. Je kent ieder zuchtje, oprispinkje en krampje van je huis. En met je eigen gordijnen, kranen, pedaalemmer, koffiezetapparaat en stereo leef je in vanzelfsprekende harmonie. Knoppen en schakelaars gehoorzamen zonder sputteren en zo niet, dan wéét je dat van tevoren. Een huis uit 1914 mag ook wel een paar kuren vertonen. En ik woon er niet voor niets al twintig jaar.

.

pod

.

P.S. Op Iona zaten we een week in een ‘pod’. Niet veel groter dan een tent. Goed geïsoleerd, vloerverwarming, twee kookplaten. Geen stromend water. We hadden gerekend op een soort stresstest voor ons huwelijk, maar de eenvoud en knusheid bevielen uitstekend. We bleven zelfs een paar dagen langer dan gepland.

.

tweedehuis

.

En natuurlijk treuzel je weleens als je een ‘house for sale’ ziet. Met een weidser uitzicht…

.

regentoren

.

Of beter nog, een vuurtoren (die regenbogen doen de makelaars er op de Hebriden standaard bij)

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Door het lint

Ineens wist ik waar de uitdrukking ‘door het lint gaan’ vandaan komt. Na bijna vier weken RaDa-loosheid keerde de voltallige eenpersoons redactie terug uit Schotland. Om 10 uur ‘s ochtends wilde de boot uit Newcastle zijn 1300 passagiers in IJmuiden aan wal laten gaan, maar werd daarbij ernstig gehinderd door de douane.

Het wachten duurde zó onwaarschijnlijk lang dat ik veronderstelde dat de marechaussee een langzaamaanactie hield. Na ruim een uur schuifelen en schoorvoeten bereikte de Engelsman voor ons in het defilé het hokje van de beambten. “Man, this is worse than Africa, believe me!” luchtte hij zijn hart (hij was naar Nederland gekomen voor een afspraak met een ernstig zieke vriend en moest diezelfde middag alweer terug). Ik brieste nog een toegift, waarop ik te horen kreeg dat ze maar ‘twee systemen’ hadden.

Twee computers dus, maar hij vergat het ‘personengeleidingssysteem’.

.

lint

.Een ‘personengeleidingssysteem’ noemt de fabrikant van de Tensabarrier dit.

Ergens tussen de passagiersbrug en de roltrappen naar de het Beloofde Land/de rij naar de douane werden wij onderworpen aan de ultieme vernedering. Daar was een soort overloopruimte gecreëerd van naar schatting 20×20 meter. Je moest er in door een deuropening (zoals wel vaker het geval), dan moest je een route door afzetlinten volgen en vervolgens (dwz na 20 minuten) verliet je – een flauwte nabij – de ruimte via dezelfde deuropening. Het systeemplafond bevond zich op 50cm boven onze hoofden en aan ventilatie / zuurstof voor de 200 passanten in jacks en jassen was niet gedacht. “Ik wil naar huuui-uis!” vatte een blèrend kind het algemene gevoel samen.

De tocht langs die linten – van punt A via al die parallelle paadjes voelde als een sadistische kwelling. Maak er dan een leuk labyrint van. Voorbeelden genoeg! (Kijk eens op deze website) En wie de puzzel heeft opgelost mag zijn paspoort tonen!

Och help, ik had helemaal niet negatief willen beginnen… ‘s Nachts zagen we vanuit onze hut tientallen prachtig uitgelichte meeuwen dansen en zwieren in het slipstream van de boot. Sprookjesachtig. En de vakantie had ons talloze wonderbaarlijke momenten gebracht. Zo was er op het eiland Iona een onverwacht doolhof. Zonder linten.

.

labyrinth

.

Later meer foto’s.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Onrustige hoofden

Straatjournaal-column van deze maand.

De beste manier om het imago van daklozen te verbeteren is natuurlijk om ze allemaal een riante villa te schenken in Bloemendaal of Blaricum. En zou het ook helpen als Straatjournaal (in afwachting daarvan) in plaats van een krant een GLOSSY werd?

Ik vroeg het me af toen ik van een leestafel het eerste nummer van HRLM-Z meegriste, van dezelfde familie als het glossy magazine dat al meer dan tien jaar de stad Haarlem fraai belicht: altijd smetteloos, gaaf, glanzend en glimmend. Die Z staat voor Zakenglossy. In honderd pagina’s wordt een keur aan ondernemers in de etalage gezet. Van ongeduld stuiterende start-uppers, revolutionaire vernieuwers, oude rotten met drie faillissementen op hun CV en stabiele familiebedrijven.

Het fijne van glossy’s is dat ze je niet voor verrassingen stellen. Dus ja, het ondernemen zit bij iedereen in het bloed, in het DNA, in de genen én in hart in nieren. Het is een passie (gaap!), al die ondernemers zoeken uitdagingen (gaap-gaap), zijn slim/smart en innovatief (ook al handelen ze in tweedehands moltondekens of gerecyclede theemutsen), hebben dromen en missies, barsten van de (vanzelfsprekend positieve) energie, zien problemen en mislukkingen als kansen. Je vindt ze bij voorkeur in broedplaatsen en kraamkamers, bedolven onder pasgeboren plannen. Als ze na een 90-urige werkweek even op hun krent zitten, handelt hun hoofd rusteloos verder.

En zulke rusteloze hoofden bestaan écht, weet ik sinds kort. In Gent werd ik meegetroond naar een restaurantje dat was gespecialiseerd in rundvlees. Geen poeha – formica tafeltjes, een allegaartje aan stoelen, maar dat vlees!!! De kok kwam het toelichten in sappig Vlaams. Hij weidde uit over de koeien; hun nobele stamboom, de onbespoten klavertjes vier die ze aten… De Japanse koeien werden gemasseerd om de bilpartij malser te maken. Die kok sliep bij wijze van spreken met een rauwe ossenhaas of een begeerlijke bavette als hoofdkussen. Het liep als een tierelier, met dat vlees, maar het roer ging om. Vanaf december deed hij alleen pizza’s en daarna drie maanden zeevis en daarna… Anders dutte hij in. Ik kon er niet bij. Het kwam mij krankzinnig voor, maar ik ben dan ook geen rusteloze ondernemer.

Het rusteloze hoofd is een motief in zowel HRLM-Z als Straatjournaal. En welke toevalligheden bepalen dan of je die energie kunt kanaliseren en een geslaagd zakenman wordt, of dat je er de speelbal van wordt, in een chaotisch of destructief leven? Deze maand stond in NRC een necrologie van Nol van Schaik (1954-2019). Hier in Haarlem en daarbuiten is hij bekend als oprichter van coffeeshop Willie Wortel, maar meer nog als actievoerder tegen het schizofrene Nederlandse softdrugsbeleid. Op zijn eigen terrein een idealist dus.

In zijn jonge en veel te wilde jaren was Nol onder meer bondscoach van de bodybuilding-federatie. Het lichaam ging voor alles. Hij was zo nuchter als een woestijncactus en clean als een stukje karnemelkzeep. Zeer gespierd, maar geen grammetje zitvlees. Tot hij op een dag – hij was al dertig – toch een jointje rookte en het ineens (voor het eerst) kalm werd in zijn hoofd. “Ik had altijd honderd ideeën en voerde er tien tegelijk uit, die allemaal mislukten. Dat is veranderd doordat ik cannabis ben gaan roken.”

Hij schreef nadien boeken en columns en ‘deugde’. Hoe anders had het kunnen lopen. In de jaren tachtig gingen zijn sportscholen failliet, hij had schulden, pleegde twee bankovervallen, zat in de bajes. Bij een hasjtransport in Frankrijk ontsnapte hij aan de gendarmes door in een ravijn te springen.

Ik wil maar zeggen, Straatjournaal of HRLM-Z? Je kiest je eigen hoofd niet uit en het kan van een kleinigheid afhangen in welk blad je terecht komt.

.

paarspeer

.

Wortels en draden

Toen ik een jaar of twintig was, bleu en groen tegelijk, las ik gretig The Secret Life of Plants, een door wetenschappers verguisde en vergruisde bestseller. Ik herinner me er weinig van, behalve dat planten een verfijnde muzieksmaak zouden hebben (ze floreren dankzij Mozart-trio’s en verwelken door heavy metal). En hun onderlinge conversatie stond op een hoog peil. Alleen gevoel voor humor misten ze, geloof ik.

Ben ik terug bij af? In Underland (vertaald als Benedenwereld) onderzoekt Robert MacFarlane op zijn eigen geleerde, aandachtige, associatieve manier de wereld onder onze voeten: mijnen, tunnels, grotten, gangenstelsels, enz. In hoofdstuk 4 (The Understorey) gaat het over ‘the wood wide web’, over de ondergrondse communicatie tussen bomen, via hun wortels en vooral via schimmels (er is in Oregon een honingzwam, de Armillaria solidipes, die bijna 9 km2 bestrijkt). Over de symbiose van schimmels met andere levensvormen – via de ‘hyphae’ (de zich eindeloos vertakkende zwamdraden) – is amper iets bekend.

Komisch is daarbij onze onbedwingbare neiging de plantenwereld in politieke termen te duiden. Is een bos een socialistische verzorgingsstaat, waarbij bomen elkaar voeden, steunen en het licht gunnen, of is het een vrijemarktmodel, met genadeloze concurrentie en slechts enkele winnaars?

Hoe dan ook, toen ik vanochtend over het Bolwerk liep, keek ik toch weer even met andere ogen naar de mossen, paddestoelen en klimop waardoor de bomen daar werden omgeven.

.

bombast

.

mycotroep

Privacygevoelig

De alarmerende HD-kop ‘Marius ging alleen met woorden graf in’ ging gelukkig niet over mij, maar over de ‘eenzame uitvaart’ van naamgenoot Marius Schippers. Het betreft een voor Haarlem nieuw, waardevol initiatief voor stadgenoten die sterven zonder familie, vrienden of kennissen (zes à tien per jaar).

Dichter van dienst Bas Belleman nam het op zich de plechtigheid een minimum aan cachet te geven, met als enig aanknopingspunt dat de ongooglebare Schippers werd gevonden door iemand voor wie hij een boodschap zou doen.

Om privacy-redenen mocht Belleman de woning niet betreden, wat zijn taak aanzienlijk bemoeilijkte. Nog iets, een uitvaartvereniging bladert niet door adressenboekjes van de overledene in de hoop alsnog bekenden op te snorren. Het is het soort formele opstelling (fijngevoeligheid wil ik het niet noemen) dat mij tegen de borst stuit. Het gedicht eindigt met de tedere strofe Ja, hoe zijn lange leven is verlopen,/ Ik mocht het nu niet weten. / Maar wie een boodschap doet / Die is het leven niet vergeten.

In een ander artikel in het HD-regiokatern wordt de privacy-gevoeligheid juist uiterst nonchalant benaderd. Het gaat over de toegenomen overlast door huurders met psychische problemen. Je zal er maar een zijn… En je zal er maar een naast je hebben wonen. Verslaggever Jacob van der Meulen gaat uitvoerig in op de perikelen die de Kosovaar ‘Zilver’ veroorzaakt in de Blinkertlaan, een stil straatje in het Ramplankwartier. Hij praat onverstaanbaar, schreeuwt naar voorbijgangers, draait luide muziek. De woningcoöperatie ‘bouwt een dossier op’. Zilver valt onder zorginstelling RIBW, die hem begeleidt, zo goed en zo kwaad als het gaat. Bij een incident werd een mes in beslag genomen en moest de man door de politie in bedwang worden gehouden. Niets dan narigheid dus.

Maar ik had het over privacy. Je hoeft geen Sherlock Holmes te zijn om Zilver op te sporen. De verslaggever gaat – blocnote in de aanslag – op huisbezoek, vermeldt welke poster er bij de deur hangt en citeert de tirade die hij naar zijn hoofd krijgt. Alsof het nog niet genoeg is, drukt de krant een door een buurtbewoner genomen foto af waarop twee agenten Zilver in een judoklem hebben. Zijn achterhoofd is goed zichtbaar. Dat had van mij wel wat kieser gekund. Nee, wat ik bedoel is: waar is het in vredesnaam voor nodig?

.

schotersingel

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook.

Pleinvrees

Het mooiste station van Nederland met het lelijkste plein van Nederland? Als je ergens pleinvrees krijgt, is het als je aan de centrumzijde uit station Haarlem komt.

Zou het HD (dat er vanaf de redactieburelen op uitkijkt) niet eens een wedstrijd uit kunnen schrijven voor de beste Stationspleinfoto?

Vanochtend, toen buien en zon stuivertje wisselden, deed ik een poging er iets moois te kieken, maar dat viel om de dooie dood niet mee.

.

station1

.

plein2

.

plein3

.

plein

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook.

Exoskelet

Kevers en andere insecten hebben een exoskelet; mensen met beenprotheses soms ook en de verwachting is dat beoefenaars van zware beroepen er in de toekomst een zullen dragen ter aanvulling van de eigen spierkracht.

En vandaag zag ik er een bij een pand op de hoek van de Nicolaas Maesstraat en de Hondecoeterstraat (020) waar de pui van een gebouw gespaard moest blijven, in tegenstelling tot de rest. De rest was weggesloopt en -gesleept, de pui werd overeind gehouden door een stalen constructie. En wat voor een!

Ik prak de foto’s hieronder, zonder quasi-bouwtechnisch commentaar. We liepen een rondje om het bouwterrein en mijn bewondering voor de mannen van de firma IJskes werd allen maar groter.

.

exo2

.

exo3

.

exo5

.

exo7

.

exo8

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook.

Leeszaal

,

evawijers

.

Bovenstaande muurschildering van Eva Wijers kiekte ik in een knus hoekje van de Rotterdamse Leeszaal, waar de huisdichteres optrad met de Vorlesebühne. De Leeszaal is als zo’n minibiebje in voortuinen, maar dan sterk vergroot. Gratis afhalen, gratis deponeren. Daar aan het Rijnhoutplein worden wekelijks 1000 boeken gebracht en 700 meegenomen.

De Leeszaal is behalve drempelloze bibliotheek ook ontmoetingsplaats, vergaderruimte en (voor sommige bezoekers, niet alleen voor de boeken) een tweede huiskamer. Het assortiment was heel behoorlijk – het is niet zo dat ze alles maar neerplempen (en ze komen in hevige gewetensnood na de Boekenweek, als de literaire ‘geschenken’ met dozijnen tegelijk worden doorgeschonken).

Ik griste een exemplaar mee van Italo Calvino’s postuum verschenen Waaom zou je de klassieken lezen. En als er één boek aan leesbevordering doet is dit het wel. Onderhoudend, geleerd en achteloos scherpzinnig voert Calvino je mee van Xenophon, Plinius en Ovidius tot – het eindpunt van zijn tijdreis – Pavese, Hemingway en Borges. Voorlopig hoef ik geen reading drought te vrezen, ‘nieuwe’ ideeën genoeg.

En wat die Leeszaal betreft, als er in Haarlem centrum zo’n plek was, zou ik er regelmatig te vinden zijn.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook.

NEE op alles

Het is ja, tenzij het nee is, huldigde een vriend van mij als pedagogisch principe. Als het even kan, welwillend knikken in plaats van op voorhand geërgerd nee schudden.

Waarom hebben we het hierover, vraagt de RaDa-lezer (op zich wel wat gewend qua redactionele hersenkronkels en gedachtenhuppels) zich nu af. Het heeft te maken met een bericht eerder deze week dat vijftien Noord-Hollandse huis-aan-huisbladtitels zullen verdwijnen. Denk Wieringer Courant, Westfries Weekblad De Streek, Westfries Weekblad Hoorn-Koggenland, De Koerier, Alkmaars Weekblad, De Krommenieër, De Zaankanter Zaandam, De Zaankanter Zaanstreek & Wormerland, Gezinsblad Purmerend-Edam-Volendam.

Ik herinner me in het HD de frase ‘een krater in het medialandschap’ gelezen te hebben. En ja, zelf vind ik (veelvraat van kruimelnieuws en triviatapas) het ook betreurenswaardig. Leve de regionale nieuwsvoorziening. Maar in hoeveel medestanders mag ik me verheugen in dezen? Vanmiddag liep ik langs een Haarlemse flat en afgaande op de stickers zouden veel stadgenoten hun brievenbussen liefst dichtmetselen én camoufleren. The noes have it, The noes have it! om met John Bercow te spreken: twee schamele ja’tjes tel ik.  

Veel stadgenoten zijn kennelijk toch meer van de Windows pop-up ‘NEE op ALLES!

.

nee-op-alles2

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook.