Luisteren!!!!!

Gek, al die zelfbenoemde goeroes en levenskunstenaars leren ons – gewone dolenden, ongeneeslijke twijfelaars, psycho-wrakken en stuurlozen – wat iedere vierjarige al kan: met verwondering kijken, aandachtig luisteren, slapen als een baby en je bijtijds ontspannen.


In dit verband: terwijl mijn enige kerstgroen, zijnde de maretak van €3,95, al gestaag uitvalt en de Christmas pudding stoomt, wil ik nog een verzuim goedmaken.

.

maretak

.

Een paar weken geleden luisterde de huisdichteres de eerste lustrumviering van de Amsterdamse talkshow Onbekend Bemind op. Een maand eerder (en vier jaar te laat) woonden we ter voorbereiding in de Rode Hoed een reguliere aflevering bij en stonden daar paf bij de eenvoud en genialiteit van de formule, geboren uit wrevel over het rondpompen van Bekende Nederlanders in de mediawereld.

In plaats van afgelebberde celebs en voorgeprogrammeerde experts interviewen de presentatrices, Ronit Palache en Corine Koole, twee mensen (ja, ik weet er zo gauw ook geen ander woord voor) zonder mediatraining. Per mens een half uur, over alles wat hen beweegt en bezielt. Vooraf weten de dames niet wie er zullen aanschuiven. Van de eerste keer staat mij vooral de verpleegster uit de GGZ bij, die zonder complexen doorrebbelde, maar wel degelijk iets te melden had. En bij het lustrum had de redactie een cadeautje voor Ronit en Corine: die hoopten al heel lang vurig op een heuse ‘vuilnisman’, en zowaar – er was er een opgeduikeld in Eindhoven. Een smeuïge Brabo. Weliswaar een met kunstacademie en een Griekse vrouw, maar dat strookte ook wel weer met de opzet – immers, gewone mensen zijn minder gewoon dan vaak gedacht.

Zulke gesprekken kunnen, geholpen door de spontaniteit en grilligheid van de interviewsters, alle kanten op schieten. Ik weet niet of er patent is aangevraagd op het idee, maar het lijkt me erg aardig iets dergelijks ook in ons eigen Haarlem te hebben.

Ondertussen kunnen we op de site van het HD stemmen op de Haarlemmer van het jaar. Leuk, de viooldiva’s zijn genomineerd, en Muggenmeester Wienen vanzelfsprekend. Aan een stemadvies waag ik me niet, beste Raarlemmers, ik  gun het ze allemaal. Kijk zelf maar.

Vrolijk Kerstvis!

.

kerstvis

Huisvlijt van Viz, in de Ostadestraat.

P.S. Smartwater (eerder gesignaleerd door het RaDa) heeft het Gouden Windei 2018 gewonnen. Zie hier.

Paars PS In de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Keukentafelgesprek

Zou nog te achterhalen zijn wie de bedenker is van de term ‘keukentafelgesprek’ in het kader van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning? Graag zou ik er een gezicht bij hebben, een stemgeluid, een stropdas, een salarisstrookje.

Een pervers soort bewondering kan ik de m/v niet onthouden. Keukentafelgesprek? Hou de aloude onverslijtbare associaties maar eens tegen: het aroma van pruttelende zelfgemalen koffie, verse krakelingen, een warme stoof, de spinnende poes. En dan de Wmo-ambtenaar die langs de achterdeur binnenkomt – liefst zou hij zijn stijve kantoorschoenen op de mat achterlaten en op kousenvoeten aanschuiven. Aan die tafel. “Ik heb een aardigheidje voor u meegebracht, namens de gemeente. Gaat het alweer wat beter met uw heup, mevrouw Kreunema?”

Dat de cynische praktijk in ons uitgebeende stelsel anders is, zal niemand (goed of slecht ter been) verbazen. Er is deze week ophef ontstaan over de buitensporig lange wachttijden hier in Haarlem, onder meer voor dagbesteding. Er zijn weliswaar voldoende plekken, aldus zorginstelling Philadelphia in het HD (19-12), maar onvoldoende mensen die een KTG kunnen voeren. KTG, zullen we het voortaan zo maar noemen?

En later, als iedereen ‘keukentafelgesprek’ vergeten is, passen we de afkorting met terugwerkende kracht aan: Karige Tegemoetkoming Gebrekkigen, of iets dergelijks. Ik houd me aanbevolen voor andere suggesties.

Zullen we overstappen naar opgewekter berichten? In hetzelfde HD van gisteren een mooie foto van redacteur Gwendelyn Luijk, die gul rondgaat met kerstkransjes en tulband voor de verkopers van Straatjournaal, die hun traditionele kerstpakket kregen overhandigd. Dankzij ook Tillie Zegwaart, die alles organiseert. Goeie mensen daar aan de Groenmarkt!

Nog een humeurverbeteraar:

.

hobbelvarken

.

Weet iemand toevallig waar dit hobbelvarken staat aan de openbare weg? Voor een oud stukje over een hobbelpaard, klik op Verdronken Paard.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Scherf

Vanochtend wobbelde en woesde ik wazig de trap af, douchte naar beste vermogen en at een grote kom havermout leeg. Dat eten ging zonder morsen, maar nadien zwiepte ik de lege kom van de salontafel. Gruzelementen verwachtte ik, maar er lag slechts één gruzelement: de kom, waaruit een stuk aardewerk ontbrak ter grootte van een halve beschuit.

Gelukkig niet overal van die geniepige kleine blotevoetzoolzoekende splintertjes dacht ik eerst, terwijl ik me bukte om de scherf te rapen. Die ik vervolgens niet zag. En na ogenknipperen nog een keer niet zag. En niet bleef zien. Ja, het was vroeg en schemerig, maar toch… Ik aaide met een bezem onder het bankstel, tuurde op handen en voeten gezeten over de vloer. En liet uiteindelijk een briefje achter voor de huisdichteres, waarin ik het mysterie uiteenzette. Zij had vandaag verplichtingen elders, maar app-te me dat de scherf nog voortvluchtig was. Na thuiskomst volhardde ik in mijn steeds obsessievere zoekpogingen. Dit liet ik niet op me zitten. Dus: tafel ontruimd, bank van de muur, krantenbak en staande lampen verplaatst… Lezer, die fuckscherf is er nog steeds niet! Nota bene, we hebben het niet over een contactlens of een minuscuul manchetknoopje.

.

scherfzoek

.

Ik herinnerde me nog iets. Toen ik mijn kattenbelletje aan de huisdichteres schreef, wilde ik de dop van de markeerpen trekken. Maar met de dop kwam ook de inktstift mee. Wordt het zo’n dag, verzuchtte ik. Maar zojuist, toen ik die pen aan een nader onderzoek onderwierp, kon ik ‘m met geen mogelijkheid nogmaals demonteren. Nou, ik kap maar, want de ggz leest mee en voor je het weet staan er mannen met witte jassen voor de deur.

P.S. Het paarse P.S. is ook zoek.

Paksneeuw

Vroeger had je paksneeuw. Die je dan met je blote (!), onbeschermde (!) handen oppakte en tot ballen kneedde. Kom daar vandaag de dag eens om. Een buurjongetje hanteerde een mij onbekend apparaat (al geef ik toe dat dat niet veel zegt. Om sociologische redenen weet ik niet wat de mama’s & papa’s van nu voor hummelgerelateerde attributen aanschaffen. Begrippen als ‘Maxi-Cosi’ en ‘babyshower’ komen mij niet aanwaaien).

.

sneeuwballenroller

.

Hoe dan ook, het apparaat leek op zo’n tang waar ze in de ijssalon de bolletjes mee scheppen. De sneeuwlaag van vannacht was dun en wilde het eigenlijk alweer voor gezien houden, dus het joch moest duchtig schrapen voor hij genoeg had voor één bal, maar die was dan ook volmaakt rond en mooi compact. Hij legde een voorraad aan, in afwachting van een weerloos oud vrouwtje… Nee, zo zijn ze niet tegenwoordig – het ethisch besef is aanmerkelijk sterker ontwikkeld dan bij mijn generatie op die leeftijd.

En ja, onze automatische schamperaar floepte aan. Heeft hij misschien ook nog een ander apparaat, dat de ballen voor hem gooit? Over tien jaar blijven ze binnen en vuren vanachter een console hun sneeuwballen af. Maar dat was flauw. In het Bolwerk was de opwinding als vanouds voelbaar. Opgetogen kinderen met sleetjes zochten de hellingen waar de sneeuw nog enigszins ongerept was. “Ja, dat plekje had ik ook in gedachte,” hoorde ik de ene vijfjarige op uiterst redelijke toon zeggen tegen een andere. Het taalgevoel is… uh… ook anders ontwikkeld dan bij mijn generatie op die leeftijd.

Het was behelpen, maar iedereen maakte er het beste van. De beoogde sneeuwmannen werden moddermannen. Of je moest je ambities bijstellen en genoegen nemen met een kindermaatje:

.

sneeuwpopje

.

Maar goede wil en motivatie waren ruim voorhanden. En hopelijk was dit een eerste begin – een warming-up voor de winter, als ik even wat metaforen mag klutsen. Let it snow, let it snow, let it snow!

.

neeuwhelling

.

P.S. wie bij ‘zoeken’ zoekt op ‘onvermoede apparaten’ vindt meer ‘onvermoede apparaten’ , zoals de Dieptemeter.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Kruimeltje

Ik geloof dat Kruimeltje in zijn jonge jaren ook weleens naar een woofcamp was geweest. Margot Klompmaker schrijft er vandaag over in het HD: over baasjes en honden die elkaars taal niet verstaan en in zo’n blafkamp bijles krijgen van ‘tolk’ Marit Hendriksen.

Kruimeltje was de Belgische herder van de overbuurvrouw/ een vriendin van ons. Ja, was. Deze week hoorden we dat hij is gestorven. Nogal vroeg, maar de slijtage was al bespeurbaar. Zijn beste kwispeljaren lagen achter hem – vroeger was hij niet te houden (letterlijk bijna) als hij mij aan de overkant van de straat zag en dan moest en zou hij even aan mijn hand lebberen. Fietsers op het voetpad langs het Bolwerk, ‘zijn’ territorium, mocht hij graag mores leren. En als hij op grote afstand, aan de andere kant van de Schotersingel, een oude bekende (hond) zag, werd hij een en al zintuig. Dat was een mooi gezicht.

Ik overdrijf niet als ik schrijf dat Kruimeltje en onze vriendin vrijwel onafscheidelijk waren. Hun vroegste ommetje maakten ze zo rond de tijd dat ik mijn tas onder de snelbinders doe om naar mijn werk te gaan. Dan was er meestal wel tijd voor een nogal fysieke begroeting – met Kruimeltje, niet met de vriendin. In de loop der jaren waren zijn manieren beter geworden; zo wist hij door schade en schande dat de meeste mensen het hem niet in dank afnamen als hij met ontembaar enthousiasme tegen ze opsprong en zijn modderpoten op hun revers stempelde. Maar hij wist ook dat ik een zwak voor hem had en het vier van de vijf keer toeliet.

Graag had ik nog één of twee modderpootjes van hem gehad, als afscheid, maar helaas… zoals het kan gaan, ineens was hij weg. 

.

gloed2

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Kerstspreiding

Straatjournaal december

Willen jullie méér Kerstmis of minder Kerstmis? Ik stel me voor hoe ik dit al dan niet demagogisch roep tegen twintigduizend lezers van Straatjournaal. Handen omhoog voor meer? Eenmaal, andermaal…?

Het is geen loze vraag, die Kerst ligt niet in beton gegoten, zoals politici dat uitdrukken. Een kort historisch overzicht: bij het concilie van Mainz in het jaar des Heren 813 werd Vierde Kerstdag afgeschaft. Een kleine duizend jaar later, in 1773, sneuvelde ook Derde Kerstdag, op last van de overheid. Wij hangen nu aan onze twee dagen, maar de meeste Amerikanen houden het na Christmas Day al voor gezien. Op Tweede Kerstdag werken ze gewoon en daarna eten ze kalkoenkliekjes. Wanneer ze fatsoenlijk naar de Meubelboulevard gaan is mij een raadsel.

Shakespeares komedie Twelfth Night verwijst naar Driekoningenavond, het einde van de twaalf dagen die Engelsen in die tijd uittrokken om de geboorte van Christus te vieren. Bijna twee weken schransen en slempen? Zelfs met een hulplever en drie bijmagen zou ik al op fifth night moeten afhaken, vrees ik.

Niet dat ik calorieënvrees heb, integendeel. Het recept voor een traditionele plumpudding ligt klaar op de keukentafel. De laatste zondag voor de Advent, vijf weken voor Kerst, helpen alle gezinsleden in Engeland beurtelings mee om de ingrediënten van het gerecht te mengen. Dat ritueel versterkt de saamhorigheid en betrokkenheid. Stir-up Sunday, noemen ze die dag. Na het roeren wordt het mengsel tot een bal gekneed en gestoomd – zeven of acht uur lang.

Tussen Stir-up Sunday (dit jaar 25 november) en 25 december moet de pudding rusten en rijpen. Voor het opdienen wordt hij opnieuw verhit en eventueel geflambeerd of overgoten met karamelsaus. Een reden dat de pudding zo’n instituut werd was de lange houdbaarheid. In de tijd van het Empire konden ver weg gestationeerde troepen en officials daardoor toch getrakteerd worden op a taste of home. En ook symboliek speelde mee. In de pudding werden gedroogd fruit en specerijen uit dat hele, machtige wereldrijk samengebald.

Vijf weken is het minimum, maar met een beetje geluk blijft zo’n gestoomde pudding dertien (13!) maanden goed. En dat brengt mij bij mijn idee van Kerst-spreiding. Want de makke van Kerst is toch dat een heel volk het tegelijk wil vieren, met alle hectiek en paniek van dien. Neem alleen al de bloedige onderhandelingen over de datum van het gezellig samenzijn. 25 of 26? Mijn schoonfamilie begint rond Moederdag al te steggelen. Iedereen tot in de derde graad van verwantschap delibereert mee. Wie heeft er nachtdienst, kinder- en huisdierenopvang, vervoer? Etc.

In de aanloop naar de dag dat Maria is uitgerekend, doen vriend en vijand er alles aan om de Kerst-hysterie aan te jagen: DJ’s, meteorologen met hun sneeuwvoorspellingen, dennen- en kaarsenkwekers, topkoks, pastoors, stollenbakkers en poeliers. Het lijkt een complot om ons een Kerst-overdosis te bezorgen. Kerst-coaches en Kerst-therapeuten knappen massaal af en de eerste Kerstbomen worden rond 19 december alweer het raam uit geflikkerd door Kerst-slachtoffers die het niet langer trekken. Te vroeg gepiekt!

Ik weiger me nog langer gek te laten maken. Zeker, die plumpudding stoom ik volgens schema op 25 november. En vervolgens laat ik ‘m rijpen. Maar dit jaar zet ik ‘m pas in als het mij uitkomt. Ergens in februari, vermoedelijk, als ik in een winterdipje zit of – spontaan! – behoefte krijg aan wat menselijke warmte in een ongedwongen sfeer. “Hé, moet je horen. Ik heb nog een rustende plumpudding staan. En een goede wijn. Hebben jullie zin?”

Noem het een pop-up Xmas. En mocht het er niet van komen, is er geen man overboord. Dertien maanden houdbaar! Want vergeet niet, volgend jaar is het wéér Kerstmis.

.

Christmas pudding

.

Zie ook Zest!

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Balen

Op zondag 2 december zat ik hoog in zo’n dubbeldekkersnelbus naar A’dam Zuid (lijn 346) en bij een bouwterrein bij de Schipholweg zoefde ik langs een lange afzetting van van die witte plastic zandbalen. Het was een fantastisch gezicht. Om goede foto’s te maken ging het te snel, dus ik besloot later terug te gaan op de fiets.

Ik ging er onbevangen heen – in gedachten probeerde ik tevergeefs een soort time lapse video af te spelen van hoe de entree naar Schalkwijk door de decennia heen veranderd is. Europaweg, Van der Valk, ziekenhuis, etc. Zoals je in filmpjes wildbloemen ziet ontluiken en verwelken. Wat is er weg, wat is er nieuw, etc. Als niet-automobilist kom ik daar niet echt regelmatig, maar zelfs dan… Hoe zag het eruit in 1980, 1990, 2000 en 2010? Hopeloos!

Dat van die fiets bleek een naïef idee. Voor fietsers is langs die Schipholweg geen enkele voorziening. Voor voetgangers evenmin. Ik dropte mijn fiets bij een bushalte en ploeterde plompverloren door de berm, terwijl het verkeer langsraasde. Die balen markeerden de bouwvlakte nog, maar het gebulder en de stank van het verkeer joegen me te zeer op om op mijn gemak te kunnen fotograferen. Wat een vierbaans hel daar – of was het zesbaans? Straks is de nieuwbouw af en hopelijk maken ze dan ook een paar viaducten en tunneltjes.

.

balen

.

balen2

.

Om niet helemaal kleurloos te eindigen op deze grauwe dag, plaats ik hier de laatste december-bloemen, gisteren gefotografeerd bij de Stadskweektuin.

.

herfstbloemen

.

P.S. Even opscheppen: de huisdichteres staat  vandaag met interview plus prachtige foto in het Parool (p. 16-17). In ieder geval is de publicatie van Wat als we niet waren betoverd niet ongemerkt voorbij gegaan.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

.

Roodenburgh

Voor een fikse duinwandeling was het te grillig, ons vaste antimufheidsommetje langs het Bolwerk stond blank en zo boemelden we duf de andere kant op, richting Stadskweektuin.

Tom&Ron van de blommenzaak probeerden ons met Glühwein en een walmend houtvuur te verleiden tot de aanschaf van een Kerstboom en andere seizoensgebonden evergreens, wat in zoverre lukte dat we tot onze eigen verbazing een maretak kochten voor €3,95 (moet zo’n druïde wel helemaal met zijn snoeimes voor de mareboom in, dus…).

Bij de Kleverlaan begonnen de ogen te wennen aan het daglicht. Op een gazon stond een gek standbeeldje – het staat er vermoedelijk al sinds 1921 en we zijn er al tientallen keren langs gekomen, maar ineens stond het er. Paddestoelen, met daaronder aan vier zijden een schuilende figuur: twee kabouterachtigen

.

kabouter2

.

en twee ontevreden kijkende nudistes

.

kabouter

.

Het beeld stond voor een huizengroep waarvan we de schoonheid voor het eerst echt op ons lieten inwerken. 

.

onderdak

.

We drentelden de poort in, bewonderden de luiken, het metselwerk, de sierlijke kozijnen en het gave schilderwerk. Een bewoner vertelde ons desgevraagd dat het buurtje was gebouwd voor onderwijzers, door Coöperatieve Woonvereeniging Onder Dak. De architect was J. Roodenburgh (1886-1972). Tegenwoordig worden de woningen ook te koop aangeboden, vertelde ze er zorgelijk achteraan – het was een beschermd stadsgezicht weliswaar, maar toch… Op de terugweg maakten we nogmaals een slinger door het wijkje, nu door de Dusartstraat. De zon scheen inmiddels en het werd er nóg mooier op. Nog iets: Ron&Tom bleken ons vakkundig te hebben geconditioneerd met hun kransen en ander commerciële kerstmeuk.

.

geenkerst2

.

Ja, soms hangt er ook gewoon écht iets aan een boom zonder dat er een elastiekje of touwtje uit China aan te pas komt.

P.S. Over die woningbouwvereniging Onder Dak kon ik op het Grote Boze Wereldwijde Web weinig vinden. Wel dit

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Vogelvoerverbod

‘Verdordening’ vertypte ik me toen ik de herkomst van ‘verordening’ wilde opzoeken. De zoektocht stelde teleur- zowel ‘verordonneren’ / ‘commanderen’  als ‘orde scheppen/rangschikken’ stammen af (zo concludeer ik na 90 seconden intensief onderzoek) van het Latijnse ordo.

Is Haarlem de stad met de hoogste verordeningsdichtheid? Ik vroeg het me af toen het HD vanochtend een gemeentelijke verordening aankondigde die het voeren van vogels verbiedt. De krant voert (ahum) de 68-jarige Sylvia de Mooy uit de Leidsebuurt op als een van de hoofdschuldigen aan de duivenoverlast aldaar. Berouwvol is ze niet:” Ik ben weduwe. Die duiven zijn alles wat ik heb.” Op haar beurt zou ze ook wel een paar verordeningen weten: een tegen trampolinespringen in de tuin, bijvoorbeeld, en voetballende kinderen. En haar invalideparkeerplaats wordt (in weerwil van de verordening) vaak ingepikt door fietsen.

Waar staat het RaDa in dezen? In het verleden heb ik me in besloten kring weleens positief positief uitgelaten over een jachtseizoen van 365 dagen voor meeuwen – alle wapens van katapult tot Kalasjnikov toegestaan en geen vergunning nodig. Anderzijds (er is altijd een anderzijds) wie is er niet vertederd als hij een opa met kleinkind brood aan de eendjes ziet voeren? En denk eens aan mijn buurman die dankzij zijn zonnebloempitten een kolonie puttertjes heeft weten te stichten? Wil je dat verbieden?

Van ver(d)ordeningen komen ver(d)ordeningen. Het zal wel eindigen met een ondoorgrondelijk systeem waarbij uitsluitend pasjeshouders op bepaalde plekken en tijden mogen voeren aan bepaalde hulpbehoevende soorten. Mensen van bewezen eenzaamheid eerst, die dan tevens de verplichting op zich nemen de omgeving van hun tuin of balkon vogelpoepvrij te houden. Of wellicht worden er speciale volières gebouwd waar liefhebbers zich kunnen uitleven. 2019 zal het leren.

.

kauw

.

Het brutale jonge kauwtje dat in september op het terras van het Dolhuys een fors stuk boterkoek van mijn schoteltje griste met een duikvlucht die grote routine verried.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.