Fake Bavo

Als het aan de Haarlemse gemeenteraad ligt, komen er dus twee woontorens in de Gonnetstraat: een van 27 en een van 35 meter.

De coalitie (GL, PvdA, CDA, D66) vormde één front – gesloten en massief als de de pui van winkelcentrum Marsmanplein – en liet zich niets gelegen liggen aan de bedenkingen van onder meer de Historische Vereniging Haerlem en de Erfgoedvereniging Heemschut, die vrezen voor aantasting van het fraaie aangezicht van de historische binnenstad en precedentwerking bovendien. Waar twee torens staan, verrijzen er doorgaans meer.

Op een filmpje bij RTV-NH toont Heemschut-zegsman Peter Koppen een afbeelding waarop de twee torens slordig zijn ingetekend: twee drolkleurige briketten die als ze omkieperen een dam in het Spaarne zullen vormen. Op zulke nieuwbouw zit geen rechtgeaarde Haarlemmer te wachten.

.

Gonnetrepen

.

In gelul kun je niet wonen (dixit Jan Schaefer) maar in schoonheid evenmin, zal daarentegen de gedachte van de coalitie zijn geweest. De stad heeft woningen nodig. En daadkracht. Doorduwen die handel. “We willen de groene rand van Haarlem groen houden, dus moeten we bouwen in de stad”, aldus Misja de Groot van D66. “We kunnen het niet iedereen naar de zin maken.” (HD)

Dat gaan we vaker horen de komende jaren. Tenzij…? Is er echt geen compromis mogelijk?

Kunnen die gretige ontwikkelaars als HBB en Hoore Vastgoed geen historische torens nabouwen? Een fake-Bavo? De echte is 78 meter hoog, twee keer zo hoog als de beoogde woontorens. Dat biedt mogelijkheden. Zet aan de Gonnetstraat een nep-kathedraal in postmodern gotische stijl. Een soort Hollywood-decor maar dan bewoonbaar. Sociale huurwoningen in het onderste deel van het gebouw, de middengroepen uh… middenin en op de hoogste verdiepingen en in de toren de lofts voor witwassers, speculanten en anderen die bulken van het geld. Een extra Teylers zou ook niet misstaan. De toeristen zullen kwijlen en na een tijdje weet niemand meer beter. Is hier eventueel draagvlak voor?

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Haarlems Literatuur Festival

Voor een onpartijdig verslag van het Haarlems Literatuur Festival moeten jullie niet bij mij zijn. De huisdichteres was een van de deelnemers in de kleine zaal van de Philharmonie en zoals bekend staat zij garant voor een glansrijk optreden. Zo ook gisteren, waarbij bovendien aan de reacties te merken was dat er nogal wat liefhebbers van haar werk in de zaal zaten.

Ergens in mijn hoofd zat nog een valse link naar wijlen het Haarlems Boekengala van 2012, dat ergens een stille dood gestorven moet zijn toen iedere Mug met drie goedlopende zinnen in zijn oeuvre aan bod was geweest. Op zich jammer, want de eerst keer was de animo ongekend groot (ik bedoel maar, ik waag mij niet ieder jaar op de dansvloer).

Het Derde Literatuur Festival bood gisteravond een gevarieerd programma, zonder zwakke plekken. Van podiumvrees en plankenkoorts viel bij niemand iets te bespeuren en presentator Bart Gielen vond het juiste midden tussen popie joligheid en serieuze interesse; de muzikale intermezzi van Dafne Holtland (zij van Zazi) vielen algemeen in de smaak. Iemand als Frank Westerman zou uit de losse pols een avondvullend optreden kunnen verzorgen – de hem bemeten 12 minuten (over de Flores-mens) voelden meer als een appetiser.

Dat gold in nog sterkere mate voor Jan Brokken, voor wie zowel de interviewbank als de 12 minuten te krap voelden. Het zwaartepunt lag op De rechtvaardigen, het verhaal van de Nederlandse consul in Litouwen die in de Tweede Wereldoorlog een ingenieuze vluchtroute naar Curaçao construeerde waaraan duizenden gevluchte Poolse joden hun leven dankten. Het werd erg, erg stil in de zaal toen doordrong dat deze Jan Zwartendijk in 1976 was gestorven zonder van officiële zijde ooit enige erkenning te krijgen.

Ook naar Hanna Bervoets had ik nog aanzienlijk langer willen luisteren dan het interview-format nu toestond. Met daarna een gulle voordracht als toegift! Nou ja, wat doe je als je achteraf nog steeds geïntrigeerd bent door een schrijver? Dan vervoeg je je bij het boekenstalletje. Dus wie weet was het wel een duivelse list van de meewerkende Haarlemse boekhandelaren. Hoe dan ook, ik kom volgend jaar terug bij editie vier.

.

literatuurfestival

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Inktvissen

Zoals anderen in de De Heer zijn, of into origami, zo ben ik in de octopus. Deze week althans. Het komt door een boek (en niet door een tapas-restaurant): Other Minds van Peter Godfrey-Smith.

.

octosmith

.

Er staan sterke staaltjes in van hun intelligentie en sluwheid; het zijn ware ontsnappingskunstenaars (hier hebben ongewervelden een pre). In het laboratorium gedragen ze zich vaak nukkig en balorig. Ze pesten bepaalde verzorgers en saboteren schakelaars of verstoppen afvoerbuizen. En soms talen ze niet naar de obligate vishapjes die daar als beloning gelden voor suffe, aangeleerde kunstjes.

De tentakels hebben hun eigen ‘hersenen’ met eigen kronkels en kuren. Fascinerend zijn de gedaantewisselingen die inktvissen op hun repertoire hebben staan. Alsof onze kleren bij een wandeling door de stad niet alleen voortdurend van kleur zouden wisselen, maar bovendien van materiaal en snit. Handig voor camouflagedoeleinden, maar in het hoofdstuk dat ik nu lees, behandelt Godfrey-Smith de ogenschijnlijk nutteloze, overbodige kleurveranderingen die ze daarnaast vertonen – ook in rust, als er geen gevaar dreigt. Hij speculeert erover of die een soort ‘monologue intérieur’ zijn – breinbabbel.

Als tussendoortje keek ik eergisteren naar een soms adembenemende documentaire op Youtube, waar ze met ‘aliens’ worden vergeleken; ik maakte er op school een ‘excuusluistertoetsje’ bij (voor leerlingen die altijd overal minstens 10 vragen bij willen) en bekeek ‘m  vandaag met een derde, vierde en vijfde klas. Die vragen had ik wel weg kunnen laten, ze zouden anders ook niet hebben afgehaakt.

P.S. Klik voor Recensie van Other Minds in NYT

Paars P.S. dat vandaag eigenlijk om de drie tellen van kleur zou moeten wisselen: in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Ideetje?

Ik was vanmiddag bij iemand die een parkiet in een kooitje hield. Nou ja, hield? De deur stond altijd wijd open, zei ze, maar haar gevederde vriend had niets met de buitenwereld. 

Zijn stuurmanskunst was niet virtuoos genoeg voor haar huiskamer en na twee crashes had hij zijn vleugels aan de wilgen gehangen er de brui aan gegeven.

In diezelfde huiskamer lag een black box zwart doosje (niet van de vogel) met de opdruk ‘mislukte ideeën’.

.

ideeen

.

De vrouw had het cadeau gekregen van een kunstenaar. Ik heb er niet in gekeken, maar stelde me wel even voor hoe het zou zijn als iedereen verplicht zo’n zwart doosje had staan en gewetensvol een boekhouding bijhield van zijn mislukte ideeën en plannen, alle nooit verwezenlijkte dromen en onvoltooide projecten. En dan daarnaast een gele doos met ‘gelukte ideeën’: het schot in de roos en de spijker op de kop.

Hoe zou de verhouding gemiddeld zijn tussen slagen en falen? Zouden er ook mensen zijn die op jaarbasis maar vijf ideeën hadden? Hoeveel miskende geniale ideeën zouden er tussen de mislukkelingen zitten?

Het heeft iets arrogants om je mislukte ideeën in zo’n mooi vormgegeven doosje te doen, dacht ik eerst. Míjn fiasco’s zijn beter dan de jouwe!

Anderzijds, de meeste mensen hebben de neiging hun waanideeën en wanideeën weg te moffelen en te verdringen, maar come to think of it, het kan zo zijn voordelen hebben om ze plechtig bij te zetten. Om met Beckett te spreken: Ever tried. Ever failed. No matter. Try again. Fail again. Fail better.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Ontzield

Steeds meer sporen van mijn opvoeding worden grondig gewist. Het Triniteitslyceum in Haarlem en de Titus Brandsmaschool in Santpoort zijn al jaren niet meer. Ook op religieus vlak gaat het hard: in een adviesrapport aan het Bisdom Haarlem wordt aanbevolen drie van de vijf zieltogende R.K. parochiekerken benoorden het station op te doeken.

De twee blijvers zijn de Adelbertuskerk (Rijksstraatweg) en de Engelmunduskerk (Driehuis). Geschrapt zouden worden de erediensten in de Pieter Kerk (IJmuiden), maar ook – dit is even schrikken – de Mariakerk (Rijksstraatweg) en de Naaldkerk (Santpoort-Noord). Vooropgesteld: mijn ontkerstende zelf heeft geen enkel recht van protesteren; het was een ander verhaal geweest als ik daar nog steeds mijn eigen knielkussentje had.

Niettemin… Mijn jeugd was niet zo héél rijk en héél Rooms, maar wat ik na het doopsel aan sacramenten heb ontvangen voltrok zich op die twee plekken: Eerste Heilige Communie in de Mariakerk, die toen nog Onze Lieve Vrouw van Zeven Smarten heette; het Vormsel in Santpoort en de gevreesde biecht in beide. Gevreesd omdat de aanvoer van vermeldenswaardige en originele zonden niet meeviel voor zo’n onschuldig broekemannetje als ik. In de Oefening van Berouw (Barmhartige God, ik heb spijt over mijn zonden, omdat ik uw straffen heb verdiend, etc.) was ik wel weer goed, al zeg ik het zelf.

Naar de Zeven Smarten liep ik in de barre winter van ’63 samen met mijn moeder om de Nachtmis bij te wonen. De combinatie van bittere kou en blijde opwinding ben ik nooit vergeten.

Vreemd idee: als ik nou gisteren het regiokatern van het HD voor gezien had gehouden op pag. 8 en niet had doorgebladerd naar pag. 9, zou er voor mij niets veranderd zijn. Dan had ik over dat adviesrapport niets gelezen en had ik het torenspitsje van de Naaldkerk komende week met dezelfde vage reli-sentimentaliteit bekeken als altijd. Dus zonder de ietwat wrange bijsmaak die omgekatte kerken me altijd geven. En dat had nog jaren kunnen duren.

P.S. ooit spaarde het RaDa Amsterdammertjes in den vreemde; ik dacht dat de collectie wel zo’n beetje compleet was, maar gisteren aan de Rijksstraatweg, bij Timmy’s Gelukswinkel, zag ik er zes bij elkaar.  Dit gaat niet meer over verdwaalde solitaire exemplaren. Het is alsof de annexatie nu pas goed ik begonnen en een stuk van Haerlems Bodem is afgezet. Weest waeksaem!!

.

amsterdammertjes

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

IJsbeentje

De 10-jarige jongetjes in Paddy Clarke van Roddy Doyle hebben ruwe omgangsvormen. We hebben het over Dublin eind jaren zestig. Vooral het jongere broertje van Paddy heeft het zwaar te verduren. Meermalen kwam ik de uitdrukking ‘to give him a dead leg’ tegen.

Het ging om een represaillemaatregel, dus aangenaam zou het niet zijn. Maar wat was het precies? Ik zocht het op en het been werd gedood door een ‘knietje’ in het dijbeen. Uit mijn voetbaltijd kon ik me nog wel herinneren hoe verdomd pijnlijk dat kon zijn. “Een ijsbeen!” riep een meisje in de klas direct. Die term kende ik evenmin.

We hadden het over de routineuze wreedheid tussen die straatschoffies onderling en ik vroeg me af of het in Haarlem-Noord veel anders was geweest op het schoolplein. Geen moedwillig ‘dood been’ dus, maar er kwamen wel namen boven van andere beproefde martelingen. ‘Prikkeldraad’, ‘de kieteldood’ en ‘spierballen rollen’ (met je knieën over de biceps van de onderliggende partij). Een ‘okkie’ staat mij ook bij (een tik bovenop de schedel / occiput), maar dat kan ik nergens terugvinden. En ja, meestal ging het pijnigen door tot iemand ‘Genade! Genade!’ kermde.

‘Genade’ – een woord dat je verder alleen tijdens de Heilige Mis hoorde.

.

slanijper

.

Geen martelwerktuig, maar een handig gebruiksvoorwerp: de slaknijper / slagrijper, zoals gisteren gezien bij een etentje. Het was een oud, roestig familiestuk; voor mij handiger te hanteren dan het nu gangbare slabestek. Een onvermoed apparaat dus, zoiets als de sneeuwballentang.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Ooievaars

Een vervolg op de ooievaars bij de Ruïne van Brederode, op mijn foto’s van gisteren niet van vale dweiltjes te onderscheiden.

Vandaag scharrelden ze tegen achten eenparig in het weiland. Hierbij mijn tweede poging ze scherp in beeld te brengen, nu met mijn fototoestel. Nog van grote afstand, maar de lichtval over het bevroren gras maakt wel iets goed.

.

strijkooievaars

.

Hier een uitsnede, voorlopig het beste wat ik heb:

.

ooievaarscrop

.

Een poging iets verder naar links gaf ook een mooi beeld, zij het met de ooievaars in een bijrol.

.

hekzon

.

Volgende keer doen we weer mensen. Hoewel, ik heb niet de indruk dat er in Haarlem veel loos is de laatste weken.

Ooievaarspap

Ik ging weer kost winnen vanochtend, na een te korte nacht. Het was nog fris en ik trapte stevig door. Bij de Ruïne van Brederode richtte een magere man een fotolens zo lang als een kanonsloop. Hij keek ernstig.

In het verlengde van de lens zag ik dat er twee ooievaars waren neergestreken op de torens, waar zij zich baadden in het eerste zonlicht en hun verenkleed een grondige onderhoudsbeurt gaven. Waren ze op doorreis of waren het dezelfde die ik in voorgaande jaren in de omgeving zag?

Ik startte mijn mobieltje op, onderwijl afgunstig glurend naar die prof naast mij, die ongetwijfeld ieder pukkeltje en krasje op die ooievaarssnavels en ooievaarskuiten 36x uitvergroot zag, terwijl ik dat magische moment weliswaar intensief meemaakte, maar bij dat schemerlicht en met die camera kon ik alleen hopen op wazige ooievaarsklodders en viezige ooievaarspap – alsof er twee overwaaiende vuilniszakken aan die torens waren blijven haken. En ja hoor…

.

dooierpap

.

Nou ja, alle ooievaars lijken op elkaar (toch?) en op Twitter vond ik zojuist meldingen uit het hele land, vergezeld van haarscherpe foto’s, van oude bekenden die uit Afrika op het nest waren teruggekeerd. En overal werden ze met vreugde ontvangen.

Op de terugweg zag ik ze jammer genoeg niet. Het licht was beter toen, en het is een van mijn favoriete plekken (voor een column zie hier), dus ik plak er nog een plaatje onder.

.

ruinespiegel

.

P.S. Zijn de lepelaars ook al weer bij de Liede?

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Janny-plakker

Je kan er een liedje over schrijven – er bestaat een afspeellijst met 67 liedjes over het gemis van een geliefde.

Of je kan twee stickers met haar naam plakken in het Franklin Hoevenstunneltje en hopen dat ze die ziet. Ziet en niet bekladt, afscheurt of losweekt als bewijs van stalking. Ziet en tot nieuwe inzichten komt: hé, hij heeft leren schrijven! Of, iemand die dit allemaal voor me over heeft, verdient een tweede, derde, vierde of vijfde kans…

Wel een vaste hand van schrijven trouwens– de misser wankelt nog niet van liefdesverdriet, zo te zien.

Weet iemand of er elders in de stad nog honderden Janny-plakkertjes hangen?

.

misjejanny

.

Wat moet je met je zendingsdrang als je er heilig van overtuigd bent dat er te weinig lasagne wordt gegeten in de wereld (en teveel macaroni, ragout, moussaka, bonensoep, kwarktaart en watergruwel)? Er bestaat geen playlist met 67 lasagne-liedjes voor mensen zoals jij. En je stickers zijn op…

.

lasagne

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Dansende Beren

Deze week zag ik op tv een spotje van de Stichting Vier Voeters (met spatie), die zich inzet voor beesten die in kooien worden gehouden of op een andere manier slecht worden behandeld.

Bruine beren met mooie, melancholieke ogen, lusteloze leeuwen met mottige vachten, Indonesische honden bestemd voor de kookpot. Heus, als er straks zo’n frisse student aanbelt met een map vol gruwelijke foto’s, zal ik de toelichting welwillend aanhoren en wie weet zelfs genoeg dierlievendheid aanboren voor een maandelijkse storting.

Maar niets is simpel. Ik zal bij de collectant ook fijntjes informeren of hij het boek Dansende Beren kent, dat ik deze week las. In het eerste deel beschrijft Witold Szablowski hoe Vier Voeters de strijd wint van de laatste zigeuners die in Bulgarije nog optraden met dansende beren aan een ketting. Afgrijselijke wreedheid: de ketting zat aan een neusring en bij de meeste beren werden de tanden uitgeslagen uit veiligheidsoverwegingen. Wie kan daar voor zijn?

.

.

De westerse actievoerders kopen de laatste nog optredende beren van de temmers (vaak na taaie onderhandelingen) en brengen ze onder in een speciaal park, Belitsa, waar ze onder intensieve begeleiding kunnen wennen aan hun ‘vrijheid’. In plaats van hun vertrouwde dieet van brood, snoep en pruimenjenever (veel van die beren zijn alcoholist) krijgen ze verantwoorde kost. Wat over is van hun gebit wordt door een tandarts verzorgd. Hun rudimentaire instincten worden tot leven gewekt, zo goed en zo kwaad als het gaat; ze zijn niet meer gewend zelf eten te zoeken en ze worden gesteriliseerd, zodat een eventuele paring zonder vrucht blijft. Tot grote teleurstelling van hun verzorgers lopen de beren ook zonder ketting en zonder bewonderende toeristen nog vaak op hun achterpoten; bij stress of verveling doen ze de koddige dansjes die ze nog kennen.

Al met al klinkt het als een sneue bedoening, maar het gaat pas echt wringen als Szablowski schrijft over de tegenstelling tussen de gepamperde beren en de straatarme Bulgaren uit de omgeving. Bij een als charmeoffensief bedoelde  ‘open dag’ zien die tot hun verbijstering dat de beren aardbeien op het menu hebben staan. Aardbeien?!! En gratis gebitszorg is voor hen ook niet weggelegd, constateren ze afgunstig.

En er is nog iets waardoor het boek me zo bezighoudt. Behalve de idealisten komen ook de zigeuners aan het woord, van wie sommigen twintig à dertig jaar een intieme band hadden met hun beesten. Hier ging Stefan een weesbeertje ophalen in de dierentuin: ‘Ze keek mij aan. Ik keek haar aan. Ik dacht: komt ze nou of komt ze niet? Ik ging op mijn knieën zitten en stak mijn hand uit. Ik riep: “Kom hier, kleintje, kom naar mij toe.” Geen reactie. Ze keek me alleen aan met ogen als kooltjes. Jij zou ook helemaal verliefd zijn geworden op die ogen, echt.’

In het tweede deel van het boek praat Szablowski met Cubanen, Letten, Oekraïners, Grieken, Georgiërs (van het Stalin-museum), Albanezen en Kosovaren over de ongemakkelijke overgang naar een nieuw bewind / tijdperk. De overeenkomst met de bevrijde beren ligt er dik bovenop, maar stoorde mij niet. Szablowski moraliseert niet en laat de lezer zelf zijn werk doen. Prachtig boek al met  al.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.