Yogamat

Als ik érgens aan zou moeten werken is het wel dat ik het zo moeilijk vind om aan mijzelf te werken. Hoeveel pandemieën heb ik nodig alvorens ik me ertoe zet Fins te leren, meubilair te restaureren, het spinet te bespelen of laaglandorchideeën te kweken? En dat liefst dagelijks, met toewijding, geduld en concentratie?

Nou ja, ik heb nu in elk geval een yogamatje gekocht. In een vorig lichaam (50 jaar geleden) legde ik mijn handen zonder gekreun en gekraak van gewrichten plat op de vloer. Het had geen praktisch nut, maar ik kon het. Nu moet ik soms al stretchen voor ik mijn pantoffels aan kan trekken.

De aanschaf van die mat alleen zal niet helpen. Hij moet uitgepakt, ontrold en dan moet ik er ook nog op. Maar toch… Vorig jaar las ik bij Oliver Burkeman dat veel beginnelingen te ambitieus zijn. De hardloper stelt een strak schema op, forceert zich, raakt geblesseerd en ontmoedigd, enz. De voorgestelde benadering ging uit van de vermoeide, futloze sporter. Het principe is simpel. Stel vooraf geen eisen aan jezelf, maar doe in ieder geval iets. Hoe onbeduidend ook. Als je geen zin hebt om te trainen, zet dan toch je Nikes klaar. En als ze er toch staan, kun je ze ook wel even aantrekken. Al draag je ze alleen maar binnenshuis. Of wandel in je sportkleding naar de brievenbus en dan – als je het opbrengt – op een sukkeldrafje terug. En als je een ritme vindt, kan een rondje singel ook nog wel. Het idee is eenvoudig en op veel terreinen toepasbaar.

Ik was eigenlijk helemaal niet van plan een mat te gaan kopen, maar liep gisteren lekker door de regen en passeerde een yogawinkeltje met een hele etalage vol met van die rollen. “Heeft u voor mij een matje speciaal voor amrisjatoenjar-yoga?” blufte ik. Nee, niet, ik legde het uit van die pantoffels. “Dan pak ik wel een beginnersmatje voor u”, zei het meisje met een glimlach waaraan iedere stramheid ontbrak. Ja, wrijf het er maar in, dacht ik toen ze naar het magazijn liep. De souplesse van een kat. Ze had minstens twee keer zoveel chakra’s als ik en 0,0% stoorstoffen. Ook haar zenuwen moesten sterk zijn om die weeë pingelmuziek de hele dag te kunnen verdragen.

De mat staat hier nu stijfjes in de hoek. LOVE GENERATION staat op het etiket. En PRACTICE, PRACTICE AND ALL WILL COME.

 


 

Pelshonger

We hadden ‘s avonds voor het eerst na lage tijd afgesproken bij vrienden, bij hun thuis. Ja, met inachtneming van… Discipline! Versoepeling, geen verslapping! Ook niet na twee wijntjes en drie whisky’s en vier afleveringen van de warmmenselijke tv-serie waar we altijd met ze naar kijken.

We belden aan en kregen nog op de stoep een A3’tje overhandigd. De protocollen voor de rest van het samenzijn?

“In plaats van de knuffel!”

 

[Een ogenblik geduld, s.v.p.]

 

We waren welkom, erg welkom, dat leed geen twijfel (en ja, ze kan geweldig tekenen). En al in de vestibule was ik gerust op het verdere verloop van de avond.  ‘De Driehoek’ zou over dit samenzijn niet hoeven app-en met Grapperhaus.

 


 

 

Stoorstoffen

Laat ik vandaag – my country needs me – mijn mening over die Femke Halsema eens geven, dacht ik net als 14 miljoen andere Nederlanders bij het opstaan. Maar direct merkte ik hoeveel stoorstoffen er in zo’n stukje dreigden te komen.

‘Stoorstoffen’ kwam ik net in NRC tegen, in een artikel over de verwerking van gebruikte papieren verpakkingen. 10% ‘stoorstoffen’ geldt bij zulk afval als maximum: plakband, pizzakorsten, nietjes, sluitstrips. Bij meer kunnen ze er geen fatsoenlijk karton meer van maken.

En zo was het ook met die mening waar ik zwanger van dacht te zijn. Maandagavond had ik vrolijk meegebriest met iedereen die Halsema’s handelingsonbekwaamheid / werkweigering afkeurde. Haar tv-interview maakte het eerder erger. Maar toen de kritiek aanzwol tot orkaankracht en hele volksstammen hoopten op een verwoestende tornado, haakte ik af.

Inmiddels wordt er stevig teruggeblazen, uit voorspelbare richtingen: Het feit dat zoveel mannen gewoon niet willen zien dat een flink deel van de irrationele haat tegenover Femke Halsema (en elke zichtbare vrouw in de politiek) gedreven wordt door bewust of onbewust seksisme, frustreert me meer dan ik uit kan drukken. (Myrte op Twitter)

Vooral dat ‘onbewust’ maakt het moeilijk aan zelfonderzoek te doen, want behalve op gender moet ik ook letten op ras- en generatievervuiling. In 2010 schreef ik na de ontdekking dat ik een ‘witte man’ was onbekommerd de column Bleekgezicht spreekt maar inmiddels liggen de gevoeligheden beslist anders dan toen. De etiketten ik op mijn rug geplakt krijg, voel ik ineens zitten. ‘Baby boommarter heeft moeite met klimmen’ stond bij een Twitter-filmpje. Nee, het ging niet over oudere vadsige marters (babyboom-marters) die niet meer omhoog te branden waren, zoals ik eerst dacht, maar om de jonkies. Maar zo’n verlezing zegt wel iets over mijn veranderende zelfbeeld. Kan ik mezelf nog vertrouwen? Of moet ik een advertentie zetten voor een RaDa-stoorstoffeninspecteur? Jonger dan 30, BAME, LGBT? En meedogenloos!

Toch nog een beetje Femke: na haar terugtreden uit de landelijke politiek zag ik in 2011 op een lantaarnpaal vier vervagende stickers van haar met ‘Groen Links, Klaar voor de toekomst.’ Een spookverschijning, dacht ik toen even. Het stukje, De Geest van Halsema, bevatte deze, nu wrange zin: Hoe lang moet ze nog in ons midden blijven rondwaren, tot zij eindelijk berust in een bestaan zonder politiek en publiciteit? Voor zij helemaal klaar is met die toekomst?

 

Duin en Kruidberg


 

Piesfiets en Dixi-taxi

Ik lees in het HD dat boswachters klagen over de toename van wildpoepen in natuurgebieden. Dat brengt mij op het volgende:

Voor ondernemer heb ik nooit gedeugd, maar (hoewel lui) ben ik niet te lui om met gratis tips te strooien voor iedereen die mouwen heeft om handen uit te steken en die op te stropen (die mouwen, niet de handen). En dat brengt mij bij de piesfiets en wat dies meer zij.

De meeste openbare toiletten zijn nu dicht – en er waren er toch al bar weinig. Ze zijn al sinds 13 maart dicht. Je kunt je afvragen waarom. Met wat goede wil vindt de overheid toch heus ergens een potje… kan uit een of ander noodfonds toch wel een subsidie worden verstrekt om toiletjuffen en -meesters aan het werk te houden? Verdubbel desnoods de tarieven, waarna de boel na iedere gebruiker wordt gedesinfecteerd. Werf zo nodig extra personeel – werken in de vleesindustrie lijkt me erger.

 

Een typisch toilet in de Kennemerduinen

Los daarvan, er moeten toch genoeg wakkere jongens en meisjes zijn die dit gat in de markt… die in de behoefte… die de hoogste nood kunnen lenigen? Hongerigen en dorstigen kunnen 24/7 in park of kale buitenwijk pizza en bier laten aanrukken. Honderden opgevoerde brommers staan voor hen in permanente gereedheid. Waarom geen vliegende brigade opgetuigd voor het andere eind van de stofwisseling?

Bouw om te beginnen de (nu werkloze) Amsterdamse bierfietsen om tot piesfiets; opslagruimte voor vloeistof hebben ze al. Geef ze voor de dames een Urinella en kamerscherm mee. Maar daarnaast moeten op zeer korte termijn toch ook de eerste Dixi-taxi’s kunnen gaan rijden? Appie met GPS erbij en gegarandeerd binnen 10 minuten bij de klant (die ondertussen doorkuiert of doorluiert). Geef veelgebruikers van de Dixi-taxi incontinentiekorting of een buikloopbonus – ik bedoel, wie zijn hier de ondernemers?

Voor mijn gemankeerde ondernemerschap zie ook Businessplan (uit 2006, over de Nationale Bonbonbon)


 

Kroegentocht 0.0%

Een 0.0% kroegentocht door 023, aanvang 12.00 uur, om het einde van de drooglegging gade te slaan.

We begonnen aan de Nassaulaan, bij café De Doorzetter. Op het terras zaten al twee rondborstige kerels achter hun biertje – wie had anders verwacht? Een vrouw arriveerde met een enorme bos bloemen en iemand anders had hetzelfde idee gehad, die werden al uitgepakt. Het was een intiem moment, het voelde ongepast om er een foto van te maken.

We maakten een slinger terug naar het station. Veel bedrijvigheid bij het Wachtlokaal, die zitten daar ideaal terraswise. Bij De Lange Heer waren bijna alle tafels buiten al bezet. En hoera ach, wat sneu… Bij Brasserie Paris (hoek Parklaan) waren ze ook weer open, maar dat is een verhaal apart. De vaste klanten profiteerden hoe dan ook dankbaar van de ‘blessuretijd’, stelde ik vast.

Op de Grote Markt stonden dranghekken om de terrassen. Wel mensen, weinig sfeer. Eveneens dranghekken op de Botermarkt, waar het al bijna vol zat (het ‘nieuwe vol’).

 

Het gaf een beetje een dierentuin-effect – de terrastijger als bezienswaardigheid. Ah… gelukkig, de maandagse ‘herenclub’ van Dries Havermans en consorten was weer bijeen. Zo’n acht man sterk. Als van een ‘club’ tenminste nog sprake is als de leden zich aan de voorgeschreven afstand houden. Elkaar amicaal op de schouder kloppen of vriendschappelijk in de buik porren is er zonder hulpstukken en extensies niet bij. Vertrouwelijk smoezen en konkelefoezen valt in zo’n door het RIVM goedgekeurde opstelling ook niet mee.

Via de Vijfhoek en de Westergracht kwamen we uit bij café Spoorloos, waar nog druk werd getimmerd en geschaafd aan houten banken voor langs het trottoir. Beroerde planning – die hadden toch wel af mogen zijn nu, dan hadden we ons rondje met een Pinkster-biertje kunnen besluiten. Nu kwamen we ongelaafd thuis. Ach, dat hebben we vaker meegemaakt de voorbije maanden. Laten we onszelf wijsmaken dat het de goede kant op gaat.

 


 

 

 

 

Vijftegelsamenleving

‘Vijf tegels’ afstand houden, stond overal langs het perron, op speciale gele tegels. Donderdag ging ik met de NS naar Woerden, mijn eerste treinreis in de vijftegelsamenleving.

 

Mijn mondkapje (pas 1 juni verplicht) zat onderin de tas, de huisdichteres pakte het hare nog voor Heemstede-Aerdenhout toen iemand vier meter (13,3 tegel) verderop in de coupé luidruchtig iets met snot deed (zijn eigen snot). Er was voor iedereen net genoeg plek bij de groene stickers aan de raamkant die de beschikbare plaatsen markeerden. Oh, mochten wij als gehuwde virusdelers wel naast elkaar in het tweezitje, of zaten we dan te dicht bij het gangpad? Er was geen conducteur om het aan te vragen; ik bedel niet om een boete, maar in zo’n onwennige situatie zou je je kunnen voorstellen dat ze het tot hun taak rekenen…

In Leiden stapten we over. Op perron 1 stond één mannelijke passagier. Stevig postuur. Grote bos krullend haar, omzwachtelde mond en neus. De Bedoeïen sprak ons blij verrast aan. We kenden elkaar! Een van die leuke, toevallige ontmoetingen die het leven in de anderhalvetegelsamenleving zo tintelend en enerverend maakten. Aardige vent, van alles te melden, vol ideeën. Maar door/tegen die sjaal praatte het niet lekker, dus we gingen al snel ieder naar een eigen coupé. Gelukkig, deze trein was vrijwel leeg.

De terugreis maakte ik alleen. Weer was het rustig en bij Bodegraven belichtte de ondergaande zon de weilanden zo vakkundig dat ik mijn boek weglegde. Het aangename ritme van de rails riep herinneringen op; een rudimentaire routeplanner ergens diep in mij wilde de reis verlengen, via Leiden naar Utrecht, Zwolle, Groningen… Scheemda, Bad Nieuweschans?!?

 

 

Die gelegenheid laat nog even op zich wachten. Volgende week eerst die arme forenzen en dan de driestste dagjesmensen en als de tweede coronagolf er dan nog steeds niet is, ga ík pas weer. Dus waarschijnlijk was deze eerste keer voorlopig ook Mijn Laatste Keer


 

Haarlem (D)raadloos

Muggenmeester Jos Wienen kon kort zijn over de online vergadering van de Haarlemse gemeenteraad: “Het overtrof eerlijk gezegd mijn stoutste verwachtingen. Ik sta niet bekend als een digitale hemelbestormer. Het moest van de jonge honden, hè. Ik vond het vooral spannend vooraf.

De hele dynamiek van de besluitvorming verandert als je elkaars lijfelijke aanwezigheid mist – de lichaamstaal, het angstzweet, het theater! De raadszaal als arena, waar coalitie en oppositie elkaar bekampen. Maar ik ben om.”

 

“Veel efficiënter zo, we zoefden en Zoom-den van agendapunt naar agendapunt, stukken werden binnen tien seconden uit hun digitale mapjes op het scherm getoverd zonder dat eerst een versleten bode naar de katakomben moest sloffen om tussen het perkament te zoeken. En in hun thuisomgeving komen sommige politici beter tot hun recht; het zij gezegd, anderen moeten nog wel werken aan hun screen skills – goh, zei ik dat echt? – herstel, aan hun presentatie. Wethouder Roduner strijkt steeds wuft door zijn haardos. Dat kan ijdel overkomen, maar dat zijn schoonheidsfoutjes, daar gaan we het in het college over hebben. Maar al met al vond ik het een geweldige ervaring. Wie weet kan ik zelf volgende keer ook bij moeder de vrouw blijven, want in wezen voegt mijn fysieke aanwezigheid in zo’n kil, leeg Stadhuis niks toe aan het democratisch proces.”

 

Afijn, zo ging het dus niet. De online vergadering werd gisteren geschorst vanwege een technische storing. De RaDa-reda kreeg acuut last van zijn bipolaire stoornis bij het lezen van het bericht en splitste zich.

NEGATIVUS: “Ze kunnen ook niks. De externe krachten wrijven zich weer vergenoegd in hun handen en horen de kassa rinkelen.”

POSITIVUS: “Typisch mijn stad. Dat kneuterige, amateuristische heeft ook wel wat. Je wint er de oorlog niet mee, maar zolang het geen oorlog is… Als ze daar dankzij Microsoft Teams een gelikte show hadden neergezet, had ik het niet vertrouwd. Laten we het nog een jaartje proberen. Tot het gewoon is en Louise van Zetten in peignoir en krulspelden in beeld komt of Frans Smit zijn colbertje uittrekt. Tegen die tijd hebben ze vast ook een betere server op de kop getikt.”


 

Retorische foto’s

Geven telelenzen een vertekend beeld van de drukte in winkelstraten en op stranden? NRC stelt de vraag vandaag, maar uitsluitsel krijgen we niet echt. 

Het camerastandpunt maakt natuurlijk verschil en dan zijn er nog de krantenredacties die de foto’s kiezen (soms suggestieve) en er een (soms tendentieuze) tekst bij bedenken. De inmiddels beruchte foto van het Scheveningse strand op Hemelvaartsdag kreeg van de Telegraaf het bijschrift ‘Zo gaat de boel weer op slot’.

Vanmiddag om 3 uur wilden wij de fietsen parkeren bij de Oosterplas en van daaruit wandelen. Even dachten we dat er een fotofunshopper / funfotoshopper aan het werk was geweest. Langs het pad richting strand stond een recordbakfietsfile.

 

Dan kunnen we nu beginnen met stemmingmakerij.

  • Nederlanders helemaal klaar met bakfiets
  • Coronamigranten massaal naar duinen
  • Bloemendaalse moeders bakken ze bruin
  • Ouders wachten aan strand op tweede golf

Dan liever naar Het Wed. Daar was het weliswaar druk aan de Zeeweg-kant, maar even verderop lagen de handdoeken ver uiteen. En we passeerden dit tableau vivant.

 

  • Waar blijven de BOA’s?
  • Terrormeeuwen verdrijven bakvismoeders
  • Vergeten hongersnood onder zangmeeuwen
  • Illegale groepsvorming jeugdige meeuwen
  • Ongelijkheid binnen meeuwenkolonies schrijnend

En ten slotte:

 

  • Klimaatcrisis: Het Wed treedt buiten oevers
  • Aanhoudende droogte: Het Wed slibt dicht
  • Gemeentelijk groenonderhoud faalt
  • Waar blijven de waterrecreanten?
  • Water staat eigenaars van cruiseschepen zonder vet op de botten aan de lippen

 


 

Strenge Wim?

Korte inhoud van het voorafgaande: in Dichtbij en Grun wees ik op de publicatie van Bakvis in Oorlogstijd, het dagboek van Miep Diesel uit de Stuyvesantstraat, waaruit NRC een bloemlezing van drie pagina’s publiceerde.

Zelf had ik het boek nog niet gelezen. Wim Cerutti (gerespecteerd auteur van Het stadhuis van Haarlem en nog veel, veel meer geschiedkundigs en lezenswaardigs) maakte er hier op het RaDa korte metten mee in zijn reactie: Het bakvis-boekje is vrijwel geheel gevuld met een eindeloze reeks zwempartijen in het Stoops en zoenen (en soms iets meer) met vele, vele vriendjes. Het inzicht in het verloop van de oorlog van Miep is gering (kan ook niet veel anders bij een 15-jarige). Over oorlogshandelingen in Haarlem vernemen we helaas vrij weinig, en dan nogal eens onjuist.

Als ‘reaguurder’ zou ik op Wim nooit betitelen, maar ik kon me wel vinden in de riposte van Schulp (voor al uw tegenwicht!): ‘Wat zijn we weer streng.’ Alleen had ik toen het boek zoals gezegd nog niet gelezen.

Inmiddels ben ik (inderdaad!) vele zwempartijen en vrijages verder. Niet alles was even adembenemend en meeslepend, maar ik heb nooit overwogen het boek halfgelezen weg te leggen. Ten eerste (al slijt dat genoegen allengs) is er de taal – er wordt lekker ge-joop-ter-heuld (mieters, hij kan verhippen, bikkesement, die lamme oorlog, een nachtfuif); het boek maakt ook oude herinneringen los, zoals het ‘doorlichten’ van de schooljeugd en de reddingshaak aan de brug waarmee ze een gevallen ceintuur uit het water visten. Als Haarlemmer herken je veel (de erotische spanning bij ontmoetingsplek Vroom en Dreesmann) en schrik je tegelijk van allerlei veranderingen – zelfs al heb je er al weet van. Als een van Mieps vriendjes het uitmaakt (vanwege haar misdragingen met Canadezen na de Bevrijding), holt ze bij de Orionweg overstuur een weiland in. Een weiland? Oh ja… En als je nu bij de Stuyvesantstraat staat, moet de verbeelding hard werken om daar de ‘Mauermuur’ op te roepen. Hetzelfde geldt voor het ‘lege’, ontvolkte Zandvoort waar Miep een teleurstellende wandeling maakt.

De anti-tankmuur, ofwel de Mauermuur, hier bij de Zeeweg (foto Noord-Hollands Archief)

Miep houdt de ontwikkelingen aan het front niet bij met vlaggetjes op een stafkaart, dat is waar. Damesmode en nieuwe films moeten ook gevolgd. Maar juist die afwisseling en tegenstelling tussen bijvoorbeeld de blijdschap over een ‘snoezige zijden jurk’ en de ongerustheid over een vriendje dat moet onderduiken of op transport is gezet, frappeerde mij. Want hoeveel oorlog kan je (zeker als 15-jarige) in een dag stoppen? Of, ter vergelijking, hoeveel ‘corona’? Ondanks de vele frivole passages beschouw ik Miep niet als naïef. Iets anders is dat ze in dit dagboek (bijgehouden vanwege de stroeve verhouding met haar ouders) niet diep in haar emoties spit. Neem deze alinea:

Vanmorgen in de vroegte was er al weer luchtalarm en de hele nacht is het hommeles geweest. Ze hebben ontzettend geschoten en er was steeds luchtalarm. Ik wou dat de oorlog eens afliep. Dan hadden we ook geen verduistering meer nodig en hoefde Loek zich niet zo schuil te houden (2 maart 1943).

Het inlevingsvermogen moet uit de lezer zelf komen (die aantekeningen waren dan ook niet voor ons bestemd, er is geen effectbejag). Helaas ontbreken dagboeken over de Hongerwinter; graag had ik gelezen hoe Miep zich onder de zwaarste ontberingen hield.

Mijn eindoordeel is dus aanmerkelijk milder dan dat van Wim Cerutti, die ons het lezen ontried. Aanraden dan? Ik zou zeggen, ga naar de Kennemer Boekhandel, trek die chirurgenhandschoenen aan en lees een paar bladzijden. Dat zegt meer dan de drie ballen/sterren/ die ik onder deze bespreking zou kunnen plakken.

Miep schaatste graag aan de Kleverlaan (foto uit 1950, NH-Archief)

 


 

Lettergrepen

In een winkel hoorde ik een man het woord woord ‘heerlijk’ afbreken in zes lettergrepen (nee, geen zeven): “Hee-ee-ee-ee-eerr-lijk!”

De man was mij al opgevallen door de manier waarop hij la-a-a-ang-zaam de kassa was genaderd. Als een kolossaal standbeeld uit de oudheid dat door zwoegende slaven naar zijn standplaats werd opgeduwd.

Het was dan ook een grote man. Een bekende, Haarlemse man uit de wereld van de sport. Hij kwam een krant kopen. “Er komt toch binnenkort een nieuw boek van u uit?” vroeg de verkoper. Dat kwam wel en niet als een verrassing voor de grote man, zo maakte ik op uit zijn afgemeten antwoord. Er kwamen voortdurend boeken van hem uit – het klonk nors, alsof zijn intellectuele rijkdom ondanks strenge voorzorgsmaatregelen telkens opnieuw werd geplunderd. Dus het was kennelijk weer zover?

De verkoper, hopend op een vriendelijker einde van de transactie, vroeg hoe de grote man werd geraakt door de hele coronatoestand. Dit was het moment waarop de grote man kon laten zien dat hij geen gewone, kleine man was. “Ik vind het…” Hij telde de lettergrepen voor de zekerheid nog even na, verwierp het idee om er een zevende aan toe te voegen, rekte de spanning, al stond er maar drie man publiek. En toen lanceerde hij ze, professioneel, in perfecte kadens, als vijf vrije worpen die feilloos in de basket ploften zonder de ring ook maar te raken, met een stevige dunk als toegift. “Hee-ee-ee-ee-eerr-lijk!”

Want wat was het een verademing dat men / de mensheid hem niet meer onophoudelijk lastigviel. Hij hoefde niet steeds te praten (vier lettergrepen) over van alles en nog wat. Zijn mening te geven. Hij zei het echt. In zijn HD-column schrijft de grote man vanochtend dat het ‘kolere virus’ ons in een wurggreep houdt. Zelfs de Olympisch Spelen van 2021 staan op losse schroeven. We kunnen ons alleen vasthouden ‘aan dat ene woord: hopen. Hopen is en blijft verlangend verwachten. Hopen kent geen horizon.’

Heerlijk!

Reiger die aalscholverimitatie doet