Alleen gele harten

‘Fijn dat je rechts loopt’? Ja, natuurlijk wil ik tijdens een wandeling liever zijn als een pluisje in de wind (ballon, veertje, toffeepapiertje) en niet altijd overal met mijn grote sneb…

 

 

een haastig oordeel kwekken, iets kritisch snerpen (over de slappe tekst, de kwaliteit van de verf, over verloedering, over halfsla….

 

 

over typisch Haarlem. Of met een nijdig priemende vinger de moraal van het verhaal aanwijzen (falend corona-beleid!) of de treurige symboliek…

 

 

Het valt me niet altijd licht. Maar vanmiddag wilde ik gewoon door het centrum lopen en die gele, steeds minder gele en bijna verdwenen gele hartjes vastleggen. Puur het proces, alsof het een scheikundig experiment was.

 

 

Terwijl ik een foto maakte van zo’n flets hart kwam een jonge vrouw op me af. “Ja”, zei ze lachend, “ik heb er van de week ook een paar foto’s van gemaakt. Liefde vergaat…”

 

 

Ik wist direct drie snedige antwoorden (mijn grote sneb ging al open), die ik vervolgens niet gaf. Daar was ik erg tevreden over.

 

Met overgebleven verf zijn de fietspaden opgeleukt. Jullie mogen er zelf wat van vinden, maar het hoeft niet.


 

 

 

 

Tweedeling

Je hebt de mensen die het zat zijn (49%) en de mensen die de mensen die het zat zijn zat zijn (49%). De overige 2% heeft nog niet gehoord van Covid-19.

De RaDa-reda doet zelf nog steeds voorzichtig, zij het minder krampachtig dan in de eerste bange maanden (er zit weer vet vel op de botten na het manische desinfecteren van de handen in maart). Wij zien voorlopig af van vakantie, maken af en toe een dagtochtje en houden de sociale bubbel klein. Plukken ons geluk alleen wanneer het veilig kan.

De ontwikkelingen in Engeland stemmen weinig hoopvol. The Guardian noemt enkele plannen die de regering overweegt om de situatie beheersbaar te houden. Zoals het afsluiten van de M25, de ringweg om London, dat daarmee een enclave zou worden; quarantaine voor alle uit den vreemde terugkerende Britse vakantievierders; een verbod op ontmoetingen thuis (verjaarsfeestjes); en leeftijdsgebonden shielding (schuilen / afzondering / strenge gedragsregels).

‘Highly unpopular’, zou die laatste maatregel waarschijnlijk zijn, volgens de krant. Het is allemaal nog speculatief, maar er zou gedacht worden aan een systeem waarbij under-fifties zich vrijelijk kunnen bewegen en alle vijftigplussers een risico-assessment krijgen op basis van (?) gewicht, gezondheid, leefgewoonten, enz. Zodat in de praktijk sommige 80-jarigen naar legale raves kunnen en 52-jarigen met een rode risico-sticker aan huis gekluisterd zitten of uitsluitend op aparte tijden kunnen winkelen. De tweedeling in de maatschappij is daarmee officieel een feit.

Al kan je beweren dat we die hier nu ook al hebben met die 2 x 49%.

Onze mondkapjes drogen in quarantaine


 

Memo aan mijzelf

Vandaag liepen we door de Kennemerduinen, hopend een bunzing te zien. Of desnoods te ruiken. Vrienden hadden een hele bunzingfamilie gezien bij een meertje, achter een vogelgluurmuur.

We kwamen H. tegen, in hardlooptenue. Had hij weleens een bunzing gezien tijdens zijn rondje? Jazeker! Op een heel andere plek. Iedereen struikelt daar over de bunzings en wij… Door de kijkgaten zagen we alleen een solitaire stier. Geen misselijk exemplaar trouwens.

 

 

 

 

Ik moet de categorieën van het RaDa nodig eens bijwerken, vertrouwde ik de huisdichteres toe. De Kennemerduinen verdienen een eigen categorie. En Middenduin. En misschien ook een categorie Onverrichte Goede Voornemens. Of Ongeziene Marterachtigen. Malle Strapatsen, Halsbrekende Toeren een Domme Streken. De categorie Stukjes die ik alleen zelf leuk vind, de categorieën Haarlem op zijn smalst / malst / valst. Mijn Instanties begrijpen mij niet (over bureaucratie en regels). Pensi-oenigheden. Eenvoudige Mislukte Reparaties in Huis. Onmin (over aanvaringen met de medemens). Stukjes voor het slapen gaan. Jullie horen van me!

 

Op één oor liggen: voor de een makkelijker dan voor de ander. Maar deze Hooglander doet het verdienstelijk (en ja, hij had twee hoorns)


 

Weesding

Het is de tijd van hondjes die door reislustige baasjes aan een boom in het bos worden gebonden. Potplanten die het in de hittegolf op eigen kracht moeten zien te rooien op het pleintje. En dingen die onbeheerd of onbevrouwd bij een container staan.

Als ding kan je zomaar een onding worden in de ogen van je eigenaar en als een te zwaar turnmeisje van 50,4 kilo bij het oud vuil worden gezet. Zoals deze… uh… dit…? Dit weesding in ieder geval, in de Tetterodestraat.

 

 

Ooit zal iemand er iets in hebben gezien; er zelfs blij mee geweest zijn. De kleur, de textuur, de vanzelfsprekende anspruchslose beschikbaarheid, dag en nacht. Was het een cadeau? Aangeschaft bij IKEA of een Blokker-filiaal? Of is het een gevalletje huisnijverheid en werd er dagenlang hard aan gewerkt met breipennen zo dik als bezemstelen?

 

 

Dus zo eindig je dan. Als ex-poef, of wat je ook was. Had je je zwakke plek maar niet bloot moeten geven, daar bij die liesbreukachtige uitstulping.

 

 

Maar ach, wie ben ik om de dingen te begrijpen? Bekijk het vanuit een ander perspectief en je ziet kracht en dynamiek; een USO (Unidentified Sliding Object), sluw ontsnapt uit een benauwde eengezinswoning en vastberaden op zoek naar soortgenoten, om zich voort te planten. Of naar een geheime locatie waar de overname van de wereld wordt beraamd. Poef!

 


 

Science Park

‘De toekomst kan wachten’ beweerde de PAVOHOVAHA (die zijn tijd ver vooruit was) in een ver verleden. Maar gisteren hadden wij een wandeling afgesproken met mijn nichtje, dat in het Utrechtse Science Park woont en wiskunde studeert.

Het voelde een beetje als een tijdreis. Van Utrecht CS zoefden we met een fonkelnieuwe tram richting Uithof. Daar werd de blik eerst getrokken naar het futuristische  Casa Confetti, studentenhuisvesting.

 

 

Het gebouw lijkt gepixelleerd, vanuit de verte. En zelfs weerspiegeld in de ruiten van de Hogeschool Utrecht houdt de kleurenrijkdom stand. Hoe hip wil je het hebben?

 

 

Daarna liet Lianne ons haar kamer zien. ‘Daarboven, op de vijfde verdieping, 27ste raampje van links.’ Nou ja, zoiets. Het gebouw had van buiten veel weg van een afgedreven stormvloedkering van de Deltawerken, maar het interieur (ze had haar kamer aan kant gemaakt) viel alles mee.

 

 

Die hele campus beviel me wel. Door vakantie en corona waren de bèta-blokkers dun gezaaid, maar er was ruimte en er was groen (op een gegeven moment kwam zelfs een anachronistisch aanhangertje met schapen langs).

 

We volgden de Route Beerschoten richting De Bilt en Bilthoven, 12 kilometer door een prachtig, gevarieerd boslandschap, met beukenlanen, een berceau (laantje waarbij de boomkruinen een soort tunnel vormen), een beeldentuin en een diep gelegen vijver. Zeer aanbevolen! De terugreis met de NS was ouderwets, helaas. In Leiden stond bij vrijwel alle treinen op het info-bord ‘cancelled / rijdt niet’. Terug in het heden…


 

Zeeangst

‘Een logboek’ , staat er quasi-bescheiden onder de titel van Lodewijk Wieners nieuwste boek, Zeeangst.

Daar tuint niemand in natuurlijk. Het geeft weliswaar een goed gedocumenteerd verslag van een zeiltocht vanuit Haarlem langs de Engelse zuidkust tot aan Dartmouth, maar Wiener zou Wiener niet zijn als hij de lat niet veel hoger legde. Er is een sterk uitgewerkt autobiografisch thema. Sinds hij als jongen bijna verdronk, is zijn verhouding tot water ambivalent: hij vreest het en tart het. Het zorgt voor nachtmerries en angst (what if…) en dwingt hem in benarde situaties tot een bovennatuurlijke kracht en helderheid.

 

Ik las Zeeangst (284 pagina’s) in twee dagen uit en het heeft me veelsoortig plezier verschaft. Zo was het zeiljargon aan mij als onwetende landrot welbesteed (en achterin staat een glossarium voor wie echt wil weten wat leuvers, knuttels en zalingen zijn). Daar komt bij, als aan het vasteland gekluisterde anglofiel (in Greater Manchester is sinds vandaag weer een lockdown) was ik toch een beetje in Engeland – zij het het Engeland van 2019. Er is een aardig bijrolletje voor Loes, de scheepskat tegen wil en dank. Wiener is alijd goed met dieren; vogels, maar naar hier blijkt ook vissen. Met een ‘paravaan’ vangt hij zeebaars en makreel, die hij zelf schoonmaakt en rookt. ‘Het hart van een makreel lijkt op een beukennoot van rood vlees’. En voor mij een aardige bijkomstigheid: net als de huisdichteres in Schotland moest Wieners vriendin Ant met een beschadigd oog naar het ziekenhuis (zie Druppelen).

Wiener is altijd 100% Wiener, dus onvermijdelijk krijg je de bekende Wienerismen op de koop toe. Dan loopt de frik de schrijver hinderlijk voor de voeten of moet hij zich bewijzen door collega-schrijvers vliegen af te vangen. Zeeangst kan het gelukkig goed hebben, het zijn kleine plasjes buiswater die niet tot hozen nopen. Het schip koerst krachtig verder.


 

Antropogeen

Heer, dank u dat zij niet zijn zoals ik (Marijas 4: 3-4).

Gisteren gewaagde ik hier van een putlucht en mijn laffe vlucht naar de duinen. Gekscherend begon ik mijn stukje met een fictieve ondergrondse zoektocht naar de oorsprong van de meur/malodeur.

Maar anderen (buren veronderstel ik) hadden kennelijk direct alarm geslagen bij het landelijke putluchtoverlastmeldpunt. Of zitten er in het riool sensoren of gedresseerde ratten die onverwijld verbinding zoeken met Van der Valk + De Groot? Hoe dan ook, vanochtend (ik zat nog aan de havermout) klonk er aan de straatkant een aanhoudend antropogeen geronk (over ‘antropogeen’ later meer [en ik moet oppassen voor een overkill aan haakjes{dat leest niet lekker}]).

 

 

Er stond een enorme, smetteloos gele truck op de hoek en twee bijbehorende mannen die van wanten wisten, bedienden zuigers, blazers, poerders, meetapparatuur, camera’s. Nee, ik pretendeer niet te weten wat ze uitvoerden, maar ze waren daar. En deden dingen. Nog geen 24 uur nadat mijn neus registreerde dat er iets loos was en ik me overgaf aan berusting! Ik heb ze niet lastiggevallen met mijn lekengeleuter en domme vragen. Ik heb me alleen vergaapt aan de ‘hardware’ en me erover verwonderd dat zulke machtige machinerie het hele weekend klaar stond om uit te rukken. Ik hou van dat soort materieel (zie ook De Wraak van Growepa uit 2008).

 

 

En nu dat ‘antropogeen’ nog. Door de mens veroorzaakt – in die zin is het woord breed toepasbaar, maar vanochtend stond er in NRC een interessant stuk over seismic noise en ‘seismische verstilling’. Tijdens de eerste weken van de corona-crisis profiteerden seismologen, die de bevingen van de aarde bestuderen, van het feit dat hun waarnemingen door verminderde menselijke activiteit (autoverkeer, horeca, vliegtuigen) veel minder vervuild raakten. Zelfs op 100 meter diepte, in afgelegen gebieden, waren er verschillen. Zoals de muis zei tegen de olifant: wat stampen we lekker!


 

Gele weken

Die zo enthousiast tokkelende regen van vannacht bleek vanochtend een bres in onze verdediging te hebben gevonden bij het dakraam; daar lag een plasje. Ook kwam uit de doucheafvoer een putlucht. Lekker dan!

Voortvarend zette ik de uitschuifladder klaar tegen de dakgoot, maar eerst trok ik mijn lieslaarzen aan, zette een duikbril op, schroefde het rooster los en daalde behendig af in het riool, met ontstopper, priem, zuurstoftank en zaklantaarn. De eerste meters stuitte ik enkel op haarballen zo groot als ratten (of wáren het ratten?), maar geen blokkades. Dieper moest ik, dieper…

Nee. Het ging anders. We hoopten dat de lekkage langs natuurlijke weg zou helen en dat de stank zou vertrekken langs sympathieke of onsympathieke weg. Op naar de duinen! De lucht was heerlijk fris (of leek dat maar zo vergeleken bij onze doucheruimte?) en in de duinen zijn het de Gele Weken. Alle gele bloemen in de aanbieding: bezemkruiskruid, boerenwormkruid, wilde rucola ook. Trouwe RaDa-lezers weten dat ik dat als dysbotanicus niet van mezelf heb (maar van boswachter Leo in dit geval). Ach wat, we hadden een heerlijke wandeling. Er waren ook paarse plantjes, witte, een schaapskudde, veel gelukkige Duitsers bij Parnassia, een solitaire Hooglander soezend onder de struiken en bij het Vogelmeer aalscholvers en zwaluwen. Leve onze achtertuin!


 

Risicobeleving

De meeste jongeren zijn niet zo erg oud, als je er goed over nadenkt. Best jong eigenlijk! Dat durf ik wel te stellen in het algemeen. En verder heb je grote en kleine jongeren, dikke en dunne, domme en slimme, leuke en stomme, slome en actieve. Jongeren zijn – en dat wordt helaas te vaak vergeten – net mensen.

Al zullen jongerendeskundigen en puberbreinbollebozen dat in alle toonaarden ontkennen. Vandaag doen alle kranten hetzelfde veldwerk – journalisten trekken de koopgoot of de uitgaansbuurt in om jongeren te verschalken voor hun reportage over corona-risicobeleving. Met de buit gaan ze vervolgens buurten bij (ik neem NRC erbij) 1) een ontwikkelingspsycholoog, 2) een hoogleraar Entertainment Media and Social Change en 3) een hoogleraar communicatie en gedragsverandering.

Een beetje kriegel wordt de RaDa-reda er van. Het mooie vak Nederlands sterft een stille dood aan de universiteit en dit soort studies floreert? [ Ik heb het nagevraagd bij een hoogleraar Fossilisatie en Verzuring en volgens hem zijn dergelijke kribbige, reactionaire reacties niet uitzonderlijk onder geborneerde ouderen die met het verkeerde verkalkte been uit bed zijn gestapt].

Afijn, we hadden het over risicobeleving bij jongeren, die het corona-virus niet met het blote oog zien en het pas serieus zullen nemen als het muteert in een monster van saurische proporties. In het verlengde hiervan had ik zelf maandag een beangstigende ervaring.

Het was bijna donker en ik had de huisdichteres opgehaald van het station. Op het altijd drukke Staten Bolwerk zagen we twee joelende fietsers roekeloos vanaf de Noorderbrug vlak voor een autobumper langs oversteken. Het was een krankzinnige actie, die een nog krankzinniger vervolg kreeg toen ze direct na het bereiken van de overkant als twee ijsdansers zo eenparig begonnen aan een slinger terug naar de overkant. Die bereikten ze – miraculeus – ongeschonden, om nog voor het kruispunt wéér, tegen het verkeer in, naar rechts te zwenken. Wij keken vol afgrijzen toe, ongelovig, en bereidden ons voor op een of twee doffe dreunen en veel muhammara op het asfalt. We konden zien hoe ze hun zigzag een vervolg gaven op het Kennemerplein, spookrijdend op de linker autorijbaan en terugzwiepend naar de rechter. Was het een ‘challenge’? Welke pillen hadden die gasten gebruikt die de rijvaardigheid zó beïnvloedden? Hoe moest het zijn voor ouders als je 15-jarige zoon (daar was geen enkele fantasie voor nodig) zo aan zijn einde kwam? Of voor een bestuurder als ze op jouw voorruit landden?

Jongeren, ze houden geen rekening met de hartslag van ouderen. Sommige althans.

 

Uitzicht vanaf het terras de Oerkap (hopelijk voorlopig nog open)


 

Ontzien?

Wat je eenmaal gezien hebt is moeilijk te ‘ontzien’. Neem dit.

Hoe dirty moet je mind zijn om daar een mannelijk lid in opgerichte toestand in te zien? Ik heb geen nationaal onderzoek gedaan onder OV-reizigers, maar een selecte steekproef (d.w.z. besmuikt informeren bij een handjevol vrienden) leverde een bevestiging op. Ik was niet de enige die het mondkapje over het hoofd had gezien in eerste instantie (of het mondkapje op het hoofd niet had gezien).

Nou zijn we van die mondkapjes over een jaar of vier verlost, als ze zich enigszins in acht nemen in café De Kleine Beurs te Hillegom, maar anders ligt het met Cuypers’ Basiliek Sint-Bavo hier in Haarlem (bouwjaar 1930). In NRC krijgt/neemt redacteur Bernard Hulsman (specialisme architectuur) twee pagina’s om uit te pluizen wat de uitdrukking ‘naar Jeruzalem kijken’ betekent.

[Verblufte stilte] Hint: denk aan het Bijbelboek Openbaringen [de eerste atheïsten verlaten de zaal]. Ik moet zeggen, ik kende hem ook niet, maar klaarblijkelijk betekent ‘ik kijk naar Jeruzalem’ dat een meisje of vrouw onder haar rokken te bespieden is; ik geef jullie een momentje en dan leggen jullie de associaties hopelijk zelf, beste Raarlemmers van libidineus tot frigide?

Waarom hebben we het hierover? Hulsman betoogt dat katholieke Maria-vereerders zo tuk waren op koepels omdat die uitzicht boden op het hemelse paradijs/ de rok van Maria (in Openbaringen daalt ‘het nieuwe Jeruzalem’ uit de hemel neer). Hij werkt het tot in de details uit: de gelovige die omhoog kijkt waant zich veilig als onder moeders rokken. En de ‘lantaarn’, de opening middenin voor de lichtval, noemt hij kuis de ‘origine du monde‘ waar we allemaal vandaan komen. Een kut, zeg maar.

Dus jullie zijn gewaarschuwd. Wie nietsvermoedend de beeldenroute De wezens van de kathedraal gaat doen of gewoon eens wil zien hoe mooi de Bavo is gerestaureerd, krijgt er een onuitwisbare upskirt van de Heilige Maagd bij.

P.S. Gisteravond bood de ‘hemel’ een bijzondere aanblik. Freudianen kunnen hun gang gaan en er Maria in een schuimbad van maken. Ik moest aan ‘meisop’ denken. Nou ja, ieder het zijne.


 

Deze maakte ik vanuit mijn raam en toen ik nog wat verder naar buiten hing zag het er zo uit: