Harde cijfers

– Get, wat vreemd, die trein rijdt ineens achteruit. Vroeger reed ie altijd vooruit.

– Oh, nou, ik heb niks gemerkt.

Twee dames in mijn coupé (geschatte leeftijden dertig en vijftig) tussen A’dam CS en Haarlem, rond twaalf uur ‘s nachts. Beiden gelaarsd, gerokt en opgetut voor het avondje uit. Weelderige haardossen. Stemmen met het timbre van een zwaarbeproefde slijptol. Desondanks, na hun observaties over de rijrichting verlies ik ze even uit het oor. Tot ergens na Halfweg:

– Vijf-honderd-duizend doden bij die aardbeving, dat is toch niet te geloven, hxc3xa8?

– Zó veel waren het er toch niet? Volgens mij. Vijfhonderdduizend…

– Wedden van wel! Wat krijg ik van je?

– Daklozen zal je bedoelen. Nee, je bent in de war met vijftigduizend.

– ………… (denkpauze voor twee)……………….

– Nee hoor, zo veel waren er bij die Soewami nog niet eens.

– Nou, 50.000 is anders ook een hoop. Alleen deze ramp slaat niet zo aan. Ik weet nog niet eens op welk gironummer we moeten storten.

– Ach, de mensen hebben zoiets van, het komt toch niet bij de goede doelen terecht. Daar in Indonesië hebben ze er een weeshuis van gebouwd – terwijl er helemaal geeneens wezen meer waren. En zelf geven die lui nooit wat. Saoedi Arabië heeft 45 miljard dollar overschot en die geven nooit wat. En het zijn toch Moslims daar in Pakistan.

– Ik maak € 5 over en dan schrijf ik erbij, ALLEEN VOOR INDIA.

– Nou, ja… het blijven toch allemaal mensen, hoe je het ook bekijkt.

– Ik zie het zo, als 16.000.000 Nederlanders allemaal vijf euro overmaken, kunnen ze toch heel wat doen. Ja toch? Hé, we zijn al in Haarlem. We moeten er uit, meid.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *