Stadsgedichten

‘Rotte plekken in de stad leiden niet vaak tot poëzie’, schrijft de jury van de Trouw schrijfwedstrijd vandaag lichtelijk verongelijkt. 150 gedichten over 65 verschillende plaatsen kregen ze binnen – voorwaar geen slechte oogst, maar er was kennelijk gehoopt op een fikse dosis binnensteedse Angst.

Het hele Leefbare A-Z van Afrekeningen (crimineel) tot Zwerfvuil hadden ze in toxische ‘vers libre’ gegoten willen zien en in plaats daarvan zwijmelen die zijige rijmelaars over broze trapgeveltjes en geheimzinnig spiegelend grachtwater. Alsof er niets is veranderd sinds de Gouden Eeuw…

Van de Haarlemse Ria Zifkamp drukt de krant ‘Terugtrapbeeld’ af, over een klein meisje voorop de fiets van haar vader op weg naar haar oma.

Hoe we langs de straten vlogen,
hoe je benen staag bewogen onder
mij, steeds weer.
Hoe ik zat tussen je armen,
opgetogen, maar bevangen door het
drukke stadsverkeer.
Hoe op het plein voor het station
de fontein begon te spuiten,
hoe de hele wereld glom. Alle straten,
alle stegen, alle ruiten nat van regen,
dampend in de zomerzon.
Weet je papa, alles paste. Hoe de zon
scheen in de grachten, dat je zacht
een liedje zong.

Representatief voor het bravere genre, maar het heeft zeker zijn verdiensten. Ja toch? Het enige dat me dwars zit is dat ik niet weet waar die fontein precies was (bij het Kennemerplein?) en hoelang hij al weg is.

12 gedachten over “Stadsgedichten

  • 25/02/2006 om 10:25
    Permalink

    Het is mij niet bekend of Ria een geboren Haarlemse is, maar zo ja, dan kan het zijn dat ze doelt op de fontein op het Frans Halsplein.

  • 25/02/2006 om 12:05
    Permalink

    Dat is de enige in aanmerking komende fontijn, alleen is het Frans Halsplein achter het station, en niet ervoor…

  • 25/02/2006 om 20:00
    Permalink

    Afgezien van de dichterlijke vrijheid waarvan ik me kan bedienen… nietwaar, toch? hou ik vast aan vóór het station (het is inderdaad het Frans Halsplein, helaas totaal verpaupert en fonteinloos tegenwoordig),
    omdat pa en ik van Haarlem Noord richting station reden, en de fontein dus in mijn kinderbeleving eerst kwam, waarna het station.

  • 25/02/2006 om 21:59
    Permalink

    Grrrr… heb ik hier boven echt ‘fontijn’ geschreven!?!? 8) Waarschijnlijk te vaak door de Fontijnlaan gelopen. 🙂

  • 26/02/2006 om 12:20
    Permalink

    Ria, dank voor de toelichting! Elk plein zijn fontein, wat mij betreft. ‘Weet je papa, alles paste’ vind ik trouwens een schitterende regel.

    Joost, het is mij een troost dat het zelfs jou overkomt 🙂

  • 26/02/2006 om 19:13
    Permalink

    Ah! Schitterend klinkt al beter dan braaf!
    Ik ben er blij mee.

  • 26/02/2006 om 22:54
    Permalink

    Ria, met ‘het bravere genre’ verwees ik naar de tweedeling die de Trouw-jury zo nodig aan wilde brengen. Zit er niet niet over in!

  • 26/02/2006 om 23:34
    Permalink

    Zit er niet over in, bedoelde ik natuurlijk 😉

  • 27/02/2006 om 10:40
    Permalink

    ja, mooie plekken die lelijke plekken worden, dat is ook gebeurd met de sarphatistraat van nescio, misschien zlefs met de dappermarkt van bloem en damn sure ook met het velperplein van greshoff (of is het greshof?) {het is toch wel greshoff?} 😮

  • 27/02/2006 om 10:41
    Permalink

    gek trouwens dat die miezerige morgen op de dappermarkt bij mij per definitie een zaterdagmorgen is, terwijl de dichter daar geen melding van maakt. hm.

  • 27/02/2006 om 14:48
    Permalink

    Ik vind het een heel mooi gedicht, waarin qua vorm ook ‘alles past’.

  • 27/02/2006 om 21:20
    Permalink

    Greshof, Greshoff… t kan verkeren

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *