Eenzaam oeuvre

‘Ik ben geboren als schrijver, de geboren schrijver van een eenzaam oeuvre, dat ik tegen de klippen op heb uitgehouwen uit de rotswand van mijn twijfels.’

(L.H. Wiener, ‘De Verering van Quirina T.’, pag. 7)

In mijn vrijdagse café, gezeten aan een van de tweepersoonstafeltjes waar iedere binnenkomer langs moet, zit een al wat oudere stamgast. Met cappuccino en appeltaart. Zijn gezicht is grof geschramd en gebutst, lelijke auberginekleurige zwellingen verbergen het linkeroog.

‘Wat heb jíj nou?’
Hij kijkt aarzelend op van zijn Parool.
‘Lid geworden van een boksvereniging. (Geen reactie). Eindgesprek met de personeelschef… Nee…uh… gevallen.’
Dat is duidelijk. Ze lopen verder.

Drie minuten later.

‘Jézus, Karel!?’
‘Wat? Oh dat, ja… Lid geworden van een boksvereniging… Nee, grapje! Eindgesprek met de personeelschef.’ (De vrouw lacht niet) ‘Gevallen.’
‘Nou, mooi is dat.’
Ze loopt door, haar medelijden gesmoord.

Het daaropvolgende uur hoor ik hem dit eenzaam oeuvre nog driemaal opvoeren, in vrijwel identieke bewoordingen, met dezelfde opzettelijke anticlimax.

Ik moest aan dat tafereeltje denken toen ik van het weekend Lodewijk Wieners laatste boek las, waarin hij 316 pagina’s lang krabt aan oude littekens en korsten (waarvan sommige bekend uit ‘Nestor’). Een meeslepend boek, dat zo dicht op de huid geschreven is dat je je er soms ongemakkelijk bij voelt, van een auteur die je dwingt bij zijn tafeltje te blijven staan en te luisteren, maar die geen enkele poging lijkt te doen je voor zich in te nemen.

7 reacties op “Eenzaam oeuvre”

  1. ja, dat kan hij echt, hij leest fantastisch voor, de hele klas hing altijd aan z’n lippen. hij was mijn lievelingsleraar, het was altijd erg gezellig bij hem in de les

  2. Zal ik eens iets bekennen? Ik ben Quirina Taselaar. Althans, ik bxc3xa8n haar niet, ik heb voor haar model gestaan, als ik hem mag geloven. (Hij zei er ook bij dat het allemaal fictie is, haha) 😉

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *