Exhibibrunisme

De grillige zomer van 2006 brengt opmerkelijke veranderingen in het menselijk gedrag teweeg. Zo zijn in Haarlem de eerste exhibibrunisten gesignaleerd.

Exhibibrunisme is nog niet door de wetenschap bestudeerd, of zelfs maar erkend. Voor zover wij kunnen nagaan, slaan de daders (of daderessen) toe rond het eind van hun vakantieperiode, net nadat zij zijn teruggekeerd uit Turkije of de Algarve.

De exhibibrunist opereert bij voorkeur vanuit steegjes of struikgewas. Zonder enige waarschuwing of aanleiding worden nietsvermoedende passanten geconfronteerd met een bruingebakken torso, een zongeroosterde kuit of een mals glimmende, in Piz Buin factor 12 gedrenkte, kastanjekleurige schouder.

Van intimidatie of seksuele avances is volgens getuigenverklaringen geen sprake; de glimlach waarmee het ontbloten van de uitverkoren lichaamsdelen gepaard gaat, lijkt niet bedoeld als toenaderingspoging.

Socio-seksuoloog Jurgje Matglans van de VU houdt het erop dat het een fenomeen van tijdelijke aard is: “We hebben hier te maken met een categorie Nederlanders die twee à drie weken en aanzienlijke somma’s gelds heeft geïnvesteerd in de kwaliteit van het eigen huidoppervlak. Die mensen willen oogsten, die willen daar wat voor terugzien in de vorm van bewondering, afgunst of flirtgedrag. Door het slechte weer hier raken ze steeds gefrustreerder. Ik zou in eerste instantie willen pleiten voor een tolerante houding. Exhibibrunisme hoort niet thuis in het Wetboek van Strafrecht. Eerder zou ik …”

Omdat het RaDa nooit een deskundige langer dan vijf zinnen aan het woord laat, kappen we Jurgje hier af. Als ik haar goed begrijp, is één warm weekend genoeg om het probleem op te lossen. En indien dat uitblijft, gaat de afwijking ook vanzelf weer over: zodra de eerste schilfers vallen en het grote vervellen is begonnen, vertoont de exhibibrunist zich niet meer in het openbaar.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *