Stormdader

Eigenlijk waren we al wel zo’n beetje klaar met die storm, gisteravond om tien uur, toen er iets nijdig begon te klapperen. Bij de buren zo te horen. Alsof er een raam openstond, en toen het maar door bleef gaan en ik me begon te ergeren, zei ik dat ik even ging kijken.

“Ja maar… er is een weeralarm!” protesteerde de schrijfster van Doodskreten worden graag gehoord. Ja, ja, ‘weeralarm’, dat vind ik dus meer iets voor de andere mensen. Niet dat ik veel zag buiten. Bij die buren was het donker, en mijn zaklamp scheen niet tot drie hoog, dus keerde ik onverrichter zake terug.

Ik zat koud weer achter de PC of er kletterde iets op straat. We stoven naar het raam en dachten eerst een geknakte straatlantaarn te zien liggen. Nee, die stonden er nog. Een regenpijp dan? Beneden stelden we vast dat het een strook zink was voor een dakrand. Zeven meter, schatte ik. Waarom onderhouden mensen hun huizen ook niet beter? Gelukkig was ie niet van twaalf meter hoogte op een auto geland, of op mij toen ik daar nog stond.

De kordaatste der uitgelopen buurvrouwen (er is een vrouwenoverschot in mijn deel van de straat) vouwde hem dubbel en legde hem bij haar op de trap als bewijsmateriaal. We maakten nog wat burengeluidjes (de tuinschutting was ook omgewaaid) en omdat er verder niets concreets dreigde, gingen we weer naar binnen.

Toen ik vandaag terugkwam van mijn werk, meldde de huisdichteres, die tot grote hoogte was gestegen, dat die losgerukte deklijst van ons was.

Wij zijn stormslachtoffers!

Het platte dak was tien jaar geleden helemaal vernieuwd, en zag er nog goed uit. In dat opzicht hoef ik mijzelf niets te verwijten. En toch zit het me niet lekker dat dat zink van mij kwam. Ik was een potentiële stormdader.

(het voortvluchtige dakdeel terug bij de rechtmatige eigenaars)

.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *