De Tuinkamer

‘Maar ik heb haar helemaal niet gezoend. Sterker nog,’ hij wees op zijn verkreukelde overhemd, ‘ik ben met kleren en al in bed gedonderd. Bovendien, adel zoent niet, dat weet je toch?’(p.107)

Aldus Louis Ferron, wanneer hij ‘s ochtends in zijn huis wordt betrapt met een vreemde vrouw. Het citaat staat opgetekend in ‘De tuinkamer’, het boek waarmee zijn vrouw Lilian Blom hem ruim een jaar na zijn dood herdenkt.

‘Rouw is een lastig genre’, zo begint Jeroen Vullings zijn recensievan ‘De tuinkamer’ in VN.

Dat gaat over auteurs, maar het geldt eveneens voor de lezer. Je wilt zo’n boek niet graag zien mislukken en juist door die vrees lijken je literaire zintuigen zich wantrouwig te scherpen om iedere dissonant op te vangen.

Ik was er evenwel snel gerust op dat het eerbetoon aan Louis Ferron hier in goede handen was. De opzet – afwisselend liefdesverhaal en ziektegeschiedenis – is effectief en ongekunsteld; het portret van Ferron is openhartig en intiem, zonder ooit banaal te worden.

‘De tuinkamer’ is een goed boek en het is goed dat het boek er is; het brengt de mens Ferron dichterbij en dat zal voor sommigen net het zetje zijn dat ze nodig hadden om zich weer eens aan zo’n weerbarstige roman van hem te wagen.

“Lilian is hiermee ontmaskerd als schrijfster”, zei iemand in een toespraak afgelopen maandag bij de presentatie in Athenaeum Haarlem. Dat gevoel had ik ook toen ik dit debuut uit had. Ik ken haar niet persoonlijk, maar het zou mij niet verbazen als dezelfde episodes en- thema’s uit haar leven nog eens opduiken in een paar andersoortige boeken van haar hand.

 

.

5 gedachten over “De Tuinkamer

  • 21/02/2007 om 21:05
    Permalink

    Raak getypeerd Marius. Een mooi boek, dat terecht mooie recensies krijgt, over een ‘mooi’ leven. Geschreven door een lieve vrouw. Wees welkom om persoonlijk met haar kennis te komen maken, 15 maart in Bloemendaal. Dan stel ik jullie aan elkaar voor.

  • 21/02/2007 om 23:30
    Permalink

    Maandagmiddag half zes naar de DEKA en op de terugweg NRC kopen bij Athenaeum. Gierstraat linksaf loop ik vast in een uitbuikende receptie met een behoorlijke hoeveelheid verstokte rokers.

    Een blik naar binnen leer dat de NRC op mijn buik kan schrijven. Van alle mensen die ik had kunnen kennen kende ik niemand, in de plint van etalageruit veelvuldig een gebonden groenkleurig boekje met als titel ‘Tuinkamer’.

    Daarachter op een geïmproviseerde tafel het Senseo apparaat van de echte man, de beertender, voor de rest veel witte wijn. Ik weet nog dat ik dacht; wat drinken en roken en die mensen veel voor tuinliefhebbers? Het NRC heb ik bij de AH gehaald.

  • 22/02/2007 om 16:57
    Permalink

    Dag Marius, Lilian is erg blij met wat je schreef. En juist vandaag sprak ik met nog een schrijver af, dat hij naar ‘Literatuur in de duinen’ komt: Atte Jongstra.
    Ik heb zo het gevoel, dat zijn boek ook bij jou in de smaak zou kunnen vallen. Zelfs al gaat het over Zwolle. Maar een keertje vreemd gaan moet kunnen. http://www.boekhandelbloemendaal.nl/duinen/result-gast.asp?gast=Atte%20Jongstra
    En H.Sloos: Vrij hopeloos, dat ongezonde gedrag van schrijvers. Schijnt erbij te horen!

  • 24/02/2007 om 13:57
    Permalink

    Wanneer komt jouw boek uit? Dan ga ik het lezen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *