Sneeuwgevoeligheid

Voor mijn dertigste wou ik nooit iets van mijn moeder hebben. Ik had alles van mijzelf. Grote neus, slecht geheugen, soepele spieren en gewrichten, hooikoorts – jaja, het is goed met je, zei ik in het gunstigste geval als zij mij op overeenkomsten wees.

Tegenwoordig kan ik dat een stuk beter velen; zij is tachtig en ik ben blij met alles wat ons nog bindt.

Gisteren kon ik mijn draai niet vinden. Zonder duidelijke reden. Iets onder de leden misschien? Een vaag onbehagen, rillingen, koude tenen, druk op mijn schedel. Zwartgalligheid en ongedurigheid. De stoofpeertjes smaakten me niet. Geen fut om er een RaDa-stukje uit te persen. Huismiddeltjes en oppeppertjes faalden. Het was en bleef een onverklaarbare sofdag.

Tot ik vanochtend de gordijnen openschoof.

Sneeuw!!

En weten jullie wie dat nou ook altijd heeft, de dag voor de dag dat er sneeuw valt? En vroeger had ze soms zo’n off-day en viel er géén sneeuw, en dan pakte ze de krant en rustte niet tot…

“Ja hoor, als ik het niet dacht! In Amersfoort! Vijf centimeter!”

Zó erg ben ik nog niet.

 

(Ah…niet alleen mijn moeder en ik hebben er last van)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *