Stemmen uit een stille stad

De laatste keer dat in Haarlem de doodstraf werd voltrokken, was in 1829. Op het schavot van het stadhuis stonden booswichten Jan Zuidervaart en Hendrik Dirk Borgholtz gereed om opgehangen te worden.***

Zij ‘hadden reeds de vertroostingen van de godsdienst genoten’ toen bleek dat aan de galg het windrad ontbrak. Door de goede zorgen van de stadsarchitect werd dit essentiële onderdeel alsnog aangebracht. Daarna had de executie plaats onder het wakend oog van twee gerechtsdienaren met namen die het ridicule surrealisme van de lugubere vertoning accentueerden, de heren H. Kolder en J. Kul. (p.270)

Bovenstaande passage stamt uit Stemmen uit een stille stad van Bert Koene, die in het Noord-Hollands Archief bij toeval stuitte op een pakket brieven van C.J. de Bruyn Kops, burgemeester van Haarlem en eigenaar van een immer noodlijdende textielfabriek. Koene redigeerde de correspondentie, vertaalde waar nodig uit het Frans en reeg de brieven behendig aaneen tot een levendig, lichtvoetig en amusant portret van het leven van de Haarlemse beau monde in de eerste helft van de negentiende eeuw.

We volgen de spil van het verhaal, Kees Kops, vanaf het moment dat hij wordt ingelijfd bij Napoleons Garde d’Honneur tot zijn onverwachte overlijden in 1858; dan is hij al decennia een boegbeeld van het lokale regentendom.

Kops komt uit het boek naar voren als een evenwichtige en aimabele, zij het weinig briljante en daadkrachtige figuur. Zijn vrouw dweept met hem en lijdt deerlijk wanneer hij eens elders vertoeft, zoals mag blijken uit onderstaand fragment. Dat illustreert tevens een van de charmes van dit boek, de sierlijke stijl waarin de meeste brieven zijn gesteld.

Schrijf mij, mijn goede vriend, een paar bladzijden van dat intieme gekeuvel dat ik zo mis, om dit arme hoofd een ogenblik van al zijn zorgen te verlossen. Zodra deze aangelegenheid voorbij is, zult u er weer andere beslommeringen voor in de plaats krijgen, maar u zult daarvoor altijd schadeloosstelling vinden in de schoot van een gezin dat u teer bemint, dat u aanbidt, waarvan u de beschermengel bent en altijd zult blijven. Zonder u vegeteren wij. Wij ervaren pijnen, gevaren en leegte. U zult ons vreugde en geluk teruggeven en weer een voorraadje daarvan voor ons aanleggen. Minder dan ooit wens ik dat u op hoge posities belandt. Grandeur brengt, alles afwegend, te veel zorgen, moeiten en verantwoordelijkheden om het huiselijk geluk niet zwaarder te laten wegen. (p.314-315)

Okee, okee… Ik weet wat jullie willen zeggen! Maar af en toe dan, als volwassenen onder elkaar, voor de variatie, in plaats van een SMS-je? Dat moet toch kunnen?

 

2 gedachten over “Stemmen uit een stille stad

  • 21/01/2008 om 13:32
    Permalink

    Als dit gevraagd wordt, teken ik protest wegens doorgestoken kaart aan :-p

  • 21/01/2008 om 22:13
    Permalink

    @Richard: Ha, de quiz lééft bij de concurrentie. Maar geloof (tot vrijdag) niet alles wat je hier leest, hoor! Eigenlijk was het 1831 en die mannen heetten Jan Noordersloot en Hendrik Borg Dirkholtz.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *