Het kortste bezoek

Van een afstand zagen we al dat de zaken niet naar wens gingen. Mijn demente vader zat tegenover een ingedommelde, scheef onderuitgezakte man en uitte zijn ongenoegen zo luid als zijn zwakke stem toeliet.

“Gaat het niet goed hier?”
Hij zei iets onverstaanbaars en ik herhaalde de vraag.
“Het zijn hier allemaal bejaarden!”
“Je bent zelf anders ook 86”, suste ik.
“Slaapkoppen zijn het!”

We informeerden wat er aan schortte en het had te maken met het grote vervoersbedrijf dat hij met wisselend succes bestiert in het verzorgingstehuis. Afwisselend in het Nederlands en in pover Engels (het is een internationaal bedrijf, of hij weet nog vaag dat ik die taal heb gestudeerd) smeet hij zijn grieven op tafel. De gebruikelijke ergernissen: laksheid onder het personeel, incompetentie, gebrekkige communicatie.

Hij liet er geen twijfel over bestaan wie de schuldigen waren.
“En jij moet dat regelen. En nu meteen!”
Onze doorzichtige afleidingsmanoeuvres werkten niet. Nee, voorlopig nog geen thee; het was crisis.
“Wat doe je hier nog? Dit had al een week af moeten zijn… I warn you today! Efficiency we have need now!”
Dat wij bleven zitten werd opgevat als botte werkweigering. Hij werd steeds kwader. “Alles loopt in het honderd. Ophoepelen! Mij maak je niets wijs.”

Om zijn frustratie niet nodeloos aan te wakkeren, besloten we te gaan, na het kortste bezoek van de afgelopen twee jaar.

.

6 gedachten over “Het kortste bezoek

  • 26/09/2008 om 00:48
    Permalink

    ik heb tranen in mijn ogen en angst in mijn hart

  • 26/09/2008 om 14:33
    Permalink

    Hoe ziet je wereld eruit als je dement bent? Ik begrijp heel goed de angst en de tranen van een naaste die een demente van dichtbij meemaakt (ik heb dat ook meegemaakt). Maar nogmaals hoe ziet de wereld er voor een demente uit? Goed, hzij drukt duidelijk uit dat het er niet zo best mee is gesteld daarbinnen in dat hoofd … en wij geloven hem/haar op zijn/haar woord. Maar waarom?

    Nu blijkt dat de uitspraken over zaken die een demente waarneemt vaak niet stroken met wat de anderen, ‘mentaal gezonde’ mensen vinden. Iedereen moet het van de expressie van de ander hebben om te weten hoe het ermee staat. Dat staat of valt met die expressie en vooral met je competentie als taalgebruiker; die moet ‘kloppen’ wil je goed van gedachten kunnen wisselen.

    Je kunt er vergif op innemen dat binnenwereld van een demente een andere is dan die van ons. Een demente raakt meer en meer opgesloten in de eigen binnenwereld en wat nog aan (zo op het oog) begrijpelijks naar buiten wordt gegooid hoeft niet noodzakelijkerwijs in lijn te staan met de gedachtegang binnen. Is er van een ‘private language’ of een vorm van solipsime sprake?

    Zoals u misschien merkt, heb ik net een cursus ‘hoe word ik een goed amateur-psychiater’ achter de rug (ga nu hetzelfde doen voor gynaecologie) en verwacht tal van cynische opmerkingen over bovenstaande.

  • 26/09/2008 om 20:05
    Permalink

    Het tabula rasa van de demente is zo bevreemdend.

    De vervreemding: wat als hij volgende keer minder lijdt onder het controleverlies. Is het niet net zo onwaarschijnlijk als hij vriendelijk is? Of is dat dan echter? Mentaal neem je afstand van alle reacties, als omstanders. Wederzijds groeit de afstand. Vereenzamende ervaring.
    Verwezend.

  • 26/09/2008 om 23:24
    Permalink

    Echt iets voor jou, om dit zo te kunnen opschrijven dat je er om moet lachen en huilen tegelijk. brigit

  • 27/09/2008 om 00:14
    Permalink

    Eens hadden de mensen het over K en waren oude mensen “een beetje in de war”. Dat van die K is flink veranderd, tussen twee boterhammen door wordt zonder gene of angst gesproken over het schattige kleincellig tumortje op de MRI, en hoe goed die het doet op de nieuwste chemo.

    Als je dan toch niet meer “een beetje in de war” mag zijn kun je je nauwelijks een beter protégee als schrijver deze wensen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *