Gif mengen

Toen ik vijf was, maakten mijn broer en ik gif.*** We woonden destijds in de stad, maar anders zouden we waarschijnlijk ook wel gif hebben gemaakt. We bewaarden het in een verfblik onder iemands huis en we gooiden er alle giftige dingen in die we maar konden bedenken: paddenstoelen, dode muizen, lijsterbessen (die dan misschien niet giftig waren, maar er wel zo uitzagen) en onze pis, die we ophielden om in het verfblik te kunnen doen. Tegen de tijd dat het blik vol zat, was de inhoud erg giftig.

Het enige was, toen we het gif eenmaal hadden gemaakt, konden we het niet zomaar laten staan. We moesten er iets mee. We wilden het niet door iemands eten doen, we wilden een doelwit, een afsluiting. De moeilijkheid was dat we niemand hadden die we genoeg haatten.

Ik herinner me niet wat we uiteindelijk met het gif deden. Hebben we het laten staan onder de hoek van dat bruingele, houten huis? Hebben we het naar iemand gegooid, een argeloos kind? Bij een volwassene zouden we dat nooit hebben gewaagd. Klopt het beeld dat ik heb, van een gezicht dat druipt van tranen en rode bessen, en de plotselinge wetenschap dat het gif toch heus giftig was? Of hebben we het weggegooid, zie ik die rode bessen door de goot drijven, het riool in, en ben ik onschuldig?

Waarom maakten we eigenlijk gif? Ik herinner me de vreugde waarmee we roerden en van alles toevoegden, het tovergevoel en onze voldoening. Gif maken is net zo leuk als een taart bakken. Mensen maken graag gif. Wie dat niet begrijpt, zal nooit iets begrijpen.

 

*** Margaret Atwoods verhaal ‘Making Poison’ kwam ik onlangs tegen in een bloemlezing; het komt uit de bundel Murder in the Dark (1983). De vertaling heb ik voor eigen plezier / voor het RaDa gemaakt.

3 gedachten over “Gif mengen

  • 28/10/2008 om 21:33
    Permalink

    Hee, Duffe Haarlemmers, op zo’n mooi hartebloed stukje vertaalwerk mogen jullie ook reageren hoor, niet alleen maar de kopieerlust des dagelijksen levens over verkeerd afgestelde wekkertjes aan het begin van de wintertijd. Let eens op die vertaling, dat argeloze kind, dat bruingele huis. Goed gedaan Kleine Roerganger.

  • 28/10/2008 om 22:54
    Permalink

    Nou ja, ach: geef mij maar Werther Nieland. van het Reve heeft daarmee een onsterfelijke novelle geschreven, die oneindig meer bij de strot grijpt. Ik heb ‘t niet zo op Angelsaksisch literatuur. Op het Engels sowieso niet zo.

  • 29/10/2008 om 12:26
    Permalink

    “De gifkokkin” van Arto Paasilinna is ook onderhoudend.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *