Stekeligheden

Het was een uur ‘s nachts, volle maan, en de lantaarns langs het pad door het Kenaupark schenen. We kozen de romantische route en zo kwam het dat we het egeltje zagen.

(Chronische RaDa-lezers, die al in de smiezen hebben dat dit zo’n zouteloos natuurstukje wordt – vol verwondering en vertedering, gespeend van wrok en wrevel, klikken zich geërgerd een veilig heenkomen.‘Tabé, jongens, morgen plagen we weer politicini of doen we klein stadsleed! )

Het egeltje trippelde bedrijvig door de rottende bladeren, maar toen ik een kreet uitstiet, rolde het ogenblikkelijk op zijn zij en verstarde. Niet als het klassieke onkwetsbare bolletje, maar in een tussenpositie, alsof het niet kon beslissen of het iets van ons te duchten had.

We stonden dichtbij en bestudeerden (jawel, verwonderd en vertederd!) zijn stekeltjes, zijn snoet, zijn snoezige oortjes, de poten… Het beestje had meer geduld dan wij en verroerde zich niet, zodat ik in de verleiding kwam een paar kleine egelexperimenten te doen, in dienst van de wetenschap. Dat mocht niet van de huisdichteres. Andere tactiek dan maar: we verwijderden ons een paar meter en hielden ons koest. Na een poosje keek hij op, schatte zijn kansen en ging er als 7000 speertjes vandoor.

Hoeveel egels zouden er zijn in de binnenstad? En hoe vaak worden ze gezien? Zou de stadsecoloog dat bijhouden? Binnenkort moet ons leuke egeltje aan zijn winterslaap beginnen in dat koude park. En weten jullie wat ze lekker vinden? Een boterham met pindakaas! Ik heb het uit betrouwbare bron.

.

8 reacties op “Stekeligheden”

  1. nou nou, dat beestje is wel druk aan het solliciteren om mijn lievelingsdier te worden. Maar hoe moet het dan met de stokstaartjes, de pimpelmeesjes, de ringstaartmaki en vooral de witsnuitneusbeer?

  2. Wat een mooie ervaring, jullie ontmoeting met zo’n zoet stads egeltje! Zo heb ik al een tijdje een gezellig clubje staartmezen op m’n dakterras, volgens de vogelwerkgroep Kennemerland ook bijzonder in de binnenstad. Daar word je toch blij van.

  3. Gatver allemaal van die zielige beestjes, type Lenie’s ‘huilers’ (met een grote Kousbroekiaanse aaibaarheidsfactor). Ik vind Zuidafrikaanse kakkerlakjes en Oestbekistaanse bedwantzjes toevallig schattiger, om over het kopje van de tot 60 meter lang wordende walvislintworm nog maar te zwijgen. Ach daarover te aaien…

  4. als we dagblad de Pers moeten geloven, en waarom zouden we niet*, dan lopen er wilde zwijnen, vossen, steenmarters en wasberen (wat is er gebeurd met de benberen?)door hartje Berlijn, tot op de Alex aan toe.

    *moet daar nu een vraagteken?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *