Coq au feu

Het was een dag die wel een culinair oppeppertje kon gebruiken. Coq au vin – het recept dat ik dit weekend watertandend had uitgescheurd. Op de foto schatert Janneke Vreugdenhil het uit van dikke kookpret en ik moet zeggen, toen wij de Cronjéstraat afstruinden om de kip, rode bourgogne, zilveruitjes en andere ingrediënten in te slaan, steeg de humeurbarometer tot ‘normaal voor de tijd van het jaar’.

De wijn stond in te koken, de uitjes verspreidden hun aroma door het huis en toen moest het flamberen nog beginnen. Een ‘klein glaasje cognac’, schreef Janneke voor. "Moet ik voor de zekerheid niet een blusdeken halen?" vroeg de huisdichteres/ex-stadsbrandwacht, die op het geluid van de ontkurking was afgekomen.

"En bel 112 meteen ook vast even als je toch met het rampenplan bezig bent," hoonde ik op mijn honendst. Ik was wel wat scheutig geweest met de cognac, want het was een dag die alle oppeppertjes goed kon gebruiken, alcoholische incluis.

Ik hield de lucifer bij het steelpannetje, het fikte en nu moest ik ‘het brandende spul’ over de kip in de braadpan gieten. Aldus geschiedde, geheel volgens de regelen der kunst. WHOEsssjjjj!!!! En toen een hele grote WHHOOEESSJJJJ!!!

De vlammen laaiden hoog op, en proefden aan de houten kruidenplank tachtig centimeter boven het fornuis. Ze hadden grootse plannen, dat zag je zo. Ze droomden van knapperend meubilair, smeulende vaste vloerbedekking en wie weet…de ambitie van ieder vlammetje is om ooit op te klimmen tot een grote uitslaande brand. Paniekerig zette ik het vuur uit, zonder gevolg.

"Het deksel! Het deksel" Hier sprak /nee, hier krijste een ex-stadsbrandwacht. Ik plonkte het deksel op de pan. Het vuur was weg.

Toen we alletwee onze hartslag hadden laten zakken tot onder de 200, goot ik de wijn over de kip en zie, na 40 minuten stoven, kon onze coq au feu op tafel.

Excellent! Omwille van de brandveiligheid staken we er geen romantisch kaarsje bij aan.

 

Mijn definitieve oordeel over de bereidingswijze stel ik nog even uit tot Jannekes video van coq au vin uitkomt. Als daar ook een keukeninferno ontstaat, waag ik me er niet meer aan. Maar waarschijnlijker is het dat haar vlammetjes onschuldig op de kip dansen en vrijwillig uitgaan, waarna Janneke kirrend van de lach de wijn toevoegt.

P.S. Het eerste officiële stadsgedicht van de huisdichteres is door de HD-hakselaar gehaald en verloor daardoor aan begrijpelijkheid. Hier de juiste opmaak.

8 gedachten over “Coq au feu

  • 19/03/2009 om 10:32
    Permalink

    Gedichten in krantenkollommen, het gaat vzo vaak fout. Ter verdediging: Ik weet dat de betreffende redactrice (Marius kent haar, ze deed tot voor kort iets met ombudsen…) heeft er veel tijd en energie in gestoken, dus het was zeker geen gemakzucht. Maar goed, jammer dus. Ondertussen kom ik via de link bij de home-pagina van kzod en niet bij een gedicht, dus daar zit iets niet goed. en ik wil nu natuurlijk wel de goeie versie van de trotse eersteling beleven!

  • 19/03/2009 om 12:13
    Permalink

    @Marius: Waarvoor dank. Gedicht is mooi. En ik zie in gedachten Chris van Velzen glimmen van trots. En dat mag ook best! 🙂

  • 19/03/2009 om 22:31
    Permalink

    @Richard: dank. Een gedicht in de krant is natuurlijk altijd een beetje vreemd, al die letters eromheen waar wit zou moeten zijn. Net als stilte op de radio: dat hoort niet. Dit gedicht wordt door de afgebroken woorden een beetje onduidelijk. Maar ik vind het toch heel mooi dat het erin staat.

  • 21/03/2009 om 12:02
    Permalink

    Dit kook verhaal staat op eenzame hoogte. Als Carmiggelt, die nooit een voet in de keuken zette, dat is bekend, over koken had geschreven, had hij dit niet verbeterd. Vooral dit:
    “De vlammen laaiden hoog op, en proefden aan de houten kruidenplank tachtig centimeter boven het fornuis. Ze hadden grootse plannen, dat zag je zo. Ze droomden van knapperend meubilair, smeulende vaste vloerbedekking en wie weet…de ambitie van ieder vlammetje is om ooit op te klimmen tot een grote uitslaande brand…”

  • 21/03/2009 om 14:11
    Permalink

    De spijker op z’n kop, schulp! Spannend vond ik het verhaal ook. Sinds ik het las, vraag ik me af hoe het afgelopen zou zijn zonder de expertise van de aanwezige ex-brandwacht. Je zal namelijk de mensen de kost moeten geven die in zo’n geval met water in de weer gaan. Voor wat er dan gebeurt zie: http://www.youtube.com/watch?v=hwqVYdDxY5g

  • 23/03/2009 om 12:48
    Permalink

    Wij van de archeologische dienst (gemeente Haarlem) vinden het een super-gedicht! Enne, we willen het straks natuurlijk op een mooie plek in de kerk! (en de wethouderr deelt ons enthousiasme)

  • 24/03/2009 om 08:47
    Permalink

    @archeologie: dank, fijn om te horen!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *