Materialisme voor senioren

Dit sentimentele stukje met veel 55+ouwelullensaus en een extra klodder vette nostalgie is de schuld van Anish Giri. 

Anish Giri (van Russisch-Nepalese origine, hij woont tegenwoordig in Delft, waar zijn vader werkt) werd bij Corus 2009 de jongste schaakgrootmeester ter wereld. Hij was toen veertien. Een wonderkind, zoals er zoveel zijn – nee, dat neem ik terug. Hij is echt bijzonder, kent een handjevol talen waaronder Japans, gaf voor Chessbase al commentaar bij het supertoernooi in Linares en doet daarnaast (ook bijzonder voor een wonderkind) aan gewonejongensdingen als voetbal en tafeltennis. 

Onlangs las ik een interview met hem (in Schaak Magazine?) en daarin vertelde hij hoe een KNSB-trainer hem onverwachts belde en vroeg of hij die middag langs mocht komen (er was na 37. Pxf8!!?!?! een crisis in de Grombzolghiwic-variant van de dwarsgebakken Najdorf, zoiets), waarop Anish hals over kop naar de stad moest om een schaakbord en stukken te kopen. Uiteindelijk vond hij in een speelgoedwinkel alleen een tamelijk (uh…) kinderachtig uitgevoerde schaakset. 

Hebben jullie ‘m, belegen en beschimmelde HWP-ers, opgegroeid met de oude Oom Jan en zijn reeds lang overleden neefje? Anish Giri vergaart in zijn veertien levensjaren zo’n slordige 2500 elo-punten zonder kennelijk ooit thuis de stukken uit de/een doos te halen. Er is geen doos. De ‘stukken’ zijn voor hem pixels op het scherm. Die ze dan voor toernooien speciaal van hout laten namaken. 

Ooit speelde ik bij de interne competitie van VHS tegen een nieuweling, die er een ongebruikelijke notatie op nahield: 1. e2-e4 e7- e5 (tot zover niks geks); 2. g1- f3 b8- c6; 3. f1 – c4 f8 – c5, enz. Het duurde even eer ik besefte dat het zo in het display van zijn schaakcomputer stond. 

Bij VHS speelde toen ook Hans Bouwmeester. Die had zijn eigen schaakspel in de kast staan. Op het houten kistje zat een hangslot. Ik geef toe, ik heb er destijds weleens om gegniffeld. Nu begrijp ik dat beter: achter dat hangslot bewaarde hij ook zijn herinneringen aan roemrijke dagen, aan de duels met de groten van weleer. 

Misschien zijn wij (ervan uitgaand dat alle lezers jonger dan veertig al zijn gevlucht) wel de laatsten die zich schaakborden zullen herinneren zoals je je fietsen herinnert die je hebt versleten (van oude barrels tot die prijzige Koga-Miyata), of opeenvolgende auto’s. 

Mijn eigen schaakbord is mij dierbaar omdat het van mijn vader is geweest, maar ook aan de schaakhardware van vrienden kan ik gehecht raken. Al sinds heel lang speel ik om de zoveel tijd een avondje 5 min. partijtjes met Gerko Vos. En wanneer de klassieke Staunton-stukken na afloop van zo’n sessie worden opgeborgen in hun houten kistje, dekt hij ze zorgzaam toe met een groen fluwelen lapje. Dat lapje doet al minstens dertig jaar dienst, als beschermlaag en af en toe ook om een dof geworden toren op te poetsen, of die zwarte loper met een barstje erin. Ik zou geschokt zijn als het er ineens niet meer bleek te zijn. 

Kijk, en dáár heeft zo’n Anish Giri nou totaal geen benul van. Zo’n joch weet niet wat het mist! 

En het mooie is: daarom is het ook helemaal niet erg. 

 

(Geschreven voor het HWP Jaarboek 2009.) 

En nu we het toch over schaken hebben: in de Frankestraat wordt met ingang van vandaag het BDO Chess Tournament gespeeld. Twee sterke groepen van tien deelnemers. Toeschouwers welkom!

Eén gedachte over “Materialisme voor senioren

  • 16/08/2009 om 14:47
    Permalink

    Het zou mij niet verbazen als er schaakgenieën zijn die het hele spel gewoon in het hoofd kunnen spelen, dus zonder hardware en/of schermen. Ze hoeven telkens alleen maar hun zetten te roepen. Zo’n evenement tussen twee spelers heeft dan wel iets weg van die mop over die genummerde moppen. (“e2-e4!!”… “hahahaha!”)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *