De natste dag

Nee, gewoon negeren, daar staan wij boven, blufte ik toen we de wandelafspraak maakten – regenen we dood, dan regenen we dood.

Toen we uitstapten op station Overveen, waren er ‘s nachts al heel wat weerrecords gebroken en het water stond regenmeters in het hele land aan de lippen. We schuilden tot we zeker wisten dat het niet zou opklaren en gingen op pad naar de Kennemerduinen.

Tussen Koevlak en Bleek en Berg kwamen we geen mens tegen, afgezien van één doorweekte fietser. Slakken lieten zich in het openbaar masseren door de gretige druppels en de jonge paddenstoelen ondergingen stil de langste douche van hun leven. Mijn vriend en ik sopten en klotsten voort, tussen de plassen en stroompjes door, natte broekspijpen aan de kuiten gekleefd, en praatten onverdroten. Over Jacques Hamelink (‘Het Plantaardig Bewind’, dat wij als 18-jarigen bewonderden, maar nu niet meer durfden lezen uit angst voor ontgoocheling), over Arendsoog, Geert Dales, over neerslag, de pil van Drion, over keren dat je als kind snel ging zwemmen in het verlaten openluchtzwembad meteen na een zomerse bui, en over geliefde LP’s waar je de CD van had gekocht, om die vervolgens nooit te draaien.

Toen de regen mij te bar werd zette ik groot materieel in: de Poncho ging aan. Het buienfront, getergd, trok alle registers open, maar het deerde niet. We volgden de Bergweg en ik had het veel te druk met het wegsluizen van jeugdsentiment: zwembad Velserend, de ruïne van Brederode en het spitsje van Santpoort-Noord.

Bij de Manege hielden we een korte bier- en bitterballenstop (‘ja, wat u zegt, mevrouw, we hebben een mooie dag uitgezocht!’) en verder ging het weer door de onvermoeibare regen. Het gesprek (CDA-prominenten, Malthus, de jaren vijftig) huppelde lichtvoetig door en vriendschap trippelde met ons mee als een trouwe hond. Langs Begraafplaats Westerveld, door Beeckestijn, naar de draagvleugelboot bij de pont van IJmuiden. In de abri kwamen we Jessica tegen, die over het vochtige Noorzeekanaal met ons meeging naar Amsterdam om de dag te besprenkelen met een biertje.

Waarom hemelen ze die zon eigenlijk altijd zo op, dacht ik bij terugkeer in Haarlem. Nergens voor nodig.

.

4 gedachten over “De natste dag

  • 27/08/2010 om 14:36
    Permalink

    Ach ja, het spitsje van Santpoort Noord, mijn ogen worden vochtig en dat komt niet van de regen. Qua elpees vormen de Beach Boys, waar ik overigens geen platen van had, een uitzondering. Die waren in de sixties al neurotieser dan David Byrne ooit zou worden. En nu nog steeds beeldschoon.

  • 28/08/2010 om 14:22
    Permalink

    Nou, dan ook maar even het spitsje van de andere kerk van Santpoort-Noord: de Protestantse aan de Enschedéweg effies verderop. Daar is ene Lou Salomé ooit getrouwd met Friedrich Andreas door tussenkomst van haar aanbidder Hendrik Gillot. Lou was daarna (getrouwd en wel) de minnares van Rilke en werd ook zwaar bemind door o.a. Nietzsche en Freud. Ik bedoel maar, daar kan dat roomskatholieke spitsje mooi niet tegenop!

  • 29/08/2010 om 12:56
    Permalink

    en Friedrich zei:
    “Lou, this is the beginning of a great adventure”

  • 29/08/2010 om 14:03
    Permalink

    Reed my lips!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *