Barre route

– Bonjour, à samedi je suis tombé et maintenant j’ai mal au genou. Il est grossi.
– Gonflé?
– Uh… oui, gonflé.

We waren nog maar een paar uurtjes in Wallonië en de Franse woordjes zaten nog ingepakt, onderin de rugzak. De man van de pharmacie drukte me een blauwe tube in handen. Flexium? Voor de zekerheid vroeg ik er nog Paracetamol bij.

Het moest een makkelijke dag worden. De eerste poging ons hotel te bereiken was gisteren mislukt. Vanaf Namen zagen we uit het treinraampje hoe een ziedende sneeuwstorm zich uitleefde op weerloze heuvels. Toen we uitstapten op een klein stationnetje hadden we nog zeven kilometer te gaan, in theorie.

Dat we verdwaalden met ons amateuristische, al ras doorweekte Google Maps-uitdraaitje, was onze eigen schuld. Dat cafés, snorders, bussen, behulpzame voorbijgangers én reddende engelen niet opdoken in de kolkende witheid, mocht pech heten. Het draaide erop uit dat we in arren moede het hotel afbelden (‘à demain!?’) en nog twee kilometer langs een autoweg sjokten naar de enige chambre d’hôte in de omgeving die ze zo gauw nog konden ontdooien.

20 cm sneeuw – mijn geblesseerde knie liet mij ‘s avonds duidelijk weten dat het niet zíjn idea of fun was geweest.

Dus stond er de ochtend daarna een comfortabele taxi voor ons gereed. Toen ik het voorportier dichtzwaaide, raakte de hand van de huisdichteres bekneld. Na de eerste paniek stelden wij vast dat haar schrijfcarrière niet in gevaar was. We konden verder.

De chauffeur fronste zijn wenkbrauwen bij het adres en voerde het in in het navigatiesysteem; toen de centrale hem opriep, mompelde hij bedenkelijk vaak j’espère…, j’espère

We vorderden traag langs sneeuwbedekte landwegen, tot we eindelijk in de berm bij een gehucht een richtingwijzer naar ons hotel/chateau zagen en vijf meter verder een bord ‘ROUTE BARRÉE’. De chauffeur legde ons uit wat we al vermoedden: de ‘route’ was ‘barrée’.

Hij riep wat heen en weer met een man op een tuinpad, die drie houtblokken aan zijn borst koesterde. ‘Un kilometre? Deux?’

Ik gunde de knie geen inspraak. Het weer was rustig, we hadden de tijd. Als het moest, moest het. De taxi reed weg, wij gespten de rugzakken vast en liepen de heuvel op. Daar was een niet misselijke versperring voor auto’s aangebracht. Verderop zag de sneeuw er afgrijselijk maagdelijk uit.

We twijfelden. En keerden om, naar een oudere man die in een ander tuintje op zijn hurken door het gaas van zijn kippenhok zat te praten. Ja, wendde hij zich tot ons, gewoon die heuvel op en dan rechtdoor. Hij raadde ons het ‘menu Clementine’ aan en schatte de afstand op vijf kilometer. ‘Bon courage!’

‘We kijken het even aan’, hielden we onszelf voor en beklommen de eerste, lange helling. Vanaf de top zagen we veel identieke witte, lange hellingen. Voor de zekerheid belden we het hotel om uit te leggen dat we in aantocht waren. ‘L’hotel, est-il très isolé?’ Ze bevestigden het, met gepaste trots.

De Google-kaartjes boden al snel geen aanknopingspunten meer. Zou dit landschap door iemand worden gemist als het er niet meer lag? Misschien alleen door de herten die hun hoefsporen hadden achtergelaten.

Aan kleine stappen wilde mijn knie nog wel meewerken zonder protest, maar het deed pijn om mijn voet bij elke pas 30 cm uit de sneeuw te tillen. Ik zette mijn schoen zo veel mogelijk in de voetsporen van de huisdichteres, maar ook dat werd op den duur een kwelling.

Na een uur (hoe ver kan 5 km zijn?) scheurde ik een kuitspier. Het kwam de souplesse niet ten goede. Ik dacht aan Napoleons soldaten bij de Berezina en al die andere strompelaars en kreupelaars in de historie die met verminkte, bevroren, met lorren omzwachtelde voeten bij temperaturen van minus…

Hier was het rond het nulpunt, windstil en het ‘menu Clementine’ kon toch zo ver niet meer zijn? De huisdichteres bespeurde mijn zwakte en schakelde over naar zo’n modus waarin kansberekeningen als sneeuwvlokken door haar hoofd dwarrelen: arrensleeverhuurbedrijf binnen 2 km? St. Bernhards met rode port? Reddingshelicopters? En kan ze, als ALLES tegenzit een tweepersoons iglo bouwen met één linker- en één beurse hand?

We maakten er grapjes over, tot ook die me teveel energie kostten. Als de huisdichteres ver genoeg vooruit was geraakt, stond ik soms van uitputting secondenlang voorovergebogen – leeg, kapot, hopend dat ze het niet zou zien. Dit soort vermoeidheid had ik niet meer gevoeld sinds ik 25 jaar geleden voor het eerst een marathon liep.

Na de vlakte kwam het bos, met af en toe een daverende knal. Geen jager,  maar takken die onder hun sneeuwlast waren bezweken.

Concentreer je, droeg ik mezelf op, elke stap brengt je dichterbij. Niet onderuitsmakken, zodat je die knie helemáál molt. Aan iets moois denken…

Na bijna twee uur lopen kwamen we bij een bord ‘Entrée 300 mètres’.

 

Daarachter lagen diverse omgevallen bomen over de weg, een hindernis die we met veel pijn (in mijn geval) en moeite namen. Toen we na dertig minuten het smeedijzeren hek van het chateau bereikten, verwees een bordje ons naar een andere ingang.

“Ik ga ze bellen!”, brieste de huisdichteres. “Ik ga ze nu bellen. Wat is ‘hek’ in het Frans?”

“Gateau,” bracht ik uit met mijn laatste krachten. Net voordat ze op hoge toon een gesloten cake zou rapporteren, zag ik ergens een sluiproute.

‘s Avonds zaten er nog vier andere gasten in de eetzaal, van wie bij het ontbijt alleen het mistroostige Vlaamse echtpaar terugkeerde.

“Is bij jullie ook de verwarming uitgevallen?” vroeg ik. Ze knikten. “En doet de warme douche het?” Ze schudden van nee. “Wij hebben geen sneeuwkettingen”, somberde de man. “Wij komen hier nooit weg zo.”

Dat laatste bleek mee te vallen, en wij kregen een prachtige nieuwe kamer. En zo kon het gebeuren dat wij twee dagen kasteelheer en kasteeldame waren. Tegen etenstijd, als wij bij het haardvuur zaten, kwamen de kok en de ober speciaal voor ons aanschuifelen over een andere, kortere ‘route barrée’.

De kasteeldame schreed steeds gracieuzer door de negentiende eeuwse zalen. De kasteelheer, helaas, bleef slecht ter been.

.

4 gedachten over “Barre route

  • 24/12/2010 om 17:00
    Permalink

    Uzelve overtroffen, grandmaitre! Alleen de wolven ontbraken.

  • 26/12/2010 om 13:16
    Permalink

    Mooi verhaal Marius. Je voelt hoe Shackleton zich moet hebben gevoeld op Antarctica (had ie niet z’n eigen onderarm opgegeten van de honger?) Trouwens “La Grande Bouffe” was toch ook in een geïsoleerde, ijzige omgeving? (Marcello Mastroianni doodgevroren in een Bugatti…)

  • 27/12/2010 om 09:39
    Permalink

    En Jaspers hoeven knerpen
    in de versgevallen sneeuw
    winter in de Ardennen
    en nergens brult een leeuw

  • 29/12/2010 om 10:36
    Permalink

    Zie je wel, ik zei toch dat de Gelmersee een eitje was?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *