Bah, jongensdromen

Ik beleef zelden epische avonturen in mijn slaap. Ik heb altijd enige afgunst gevoeld voor mensen met een intensief droomleven, zwanger van geuren, kleuren en symbolen. Voor die slome dromen van mij zouden Freud en Jung hun blocnootje en potloodje echt niet uit hun binnenzak hebben gehaald.

Maar zo sneu als vannacht heb ik het nog nooit beleefd. Let wel, ik ben 58 en dan droom je een jongensdroom. Over voetbal. Ik was 21 en kreeg een contract aangeboden bij Barcelona. Door de trainer, Arsène Wenger. Nee, niet Guardiola. Wenger zag het wel in mij zitten als spelverdeler en bood Ajax 11,5 miljoen. Op jaarbasis zou ik anderhalf miljoen verdienen.

Ik was gevleid, niet dolzinnig van vreugde, bewust als ik me was van mijn eigen kwaliteiten. Mijn studie Noorse mythologie zou ik onderbreken, dat had ik wel over voor een verblijf in een wereldstad. En ik zou me modieuzer moeten gaan kleden, van dat besef was ik doordrongen in mijn droom; ik zag mezelf al in paskamers in de Passeig de Gracia, een felbegeerde vrijgezel van wie het winkelpersoneel en de vrouwelijke klanten een glimp poogden op te vangen. Dat was het.

Bij het ontwaken schaamde ik me. Kinderen kun je onterven of verstoten, maar wat doe je met gênante dromen? Hoe voorkom je ze? En hoe kun je je dromen naar een hoger plan tillen? Ik ben bang dat ik van die vragen wakker lig vannacht.

Eén gedachte over “Bah, jongensdromen

  • 13/01/2012 om 07:21
    Permalink

    Dromen in de literatuur werken nooit. Van Gontsjarov tot Kuifje blijven het altijd mislukkingen. Deze van jou is verreweg de beste die ik in maanden gelezen heb!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *