Roerloos

Soms zijn situaties te lachwekkend om er bij stil te blijven staan. Zo liepen wij gisteravond door de schemering langs de Bolwerken toen we midden op de Kloppersingel een bootje zagen dobberen. Dobberdobberen.

Op de achterplecht, bij de afhangende Nederlandse driekleur stond een vrouw hulpeloosheid uit te stralen. Ze snauwde iets naar de wallekant, rukte gefrustreerd aan een koordje. Er moest iets gaan vonken, sputteren of knetteren, zoveel was duidelijk, ook van verre. Ah… de ontvanger van het gesnauw was een man op de oever, wiens humeur eveneens danig te wensen overliet.

Zijn instructies werden verkeerd begrepen of niet uitgevoerd. Even bleef het stil, in afwachting van… Ja, waarvan? Zou hij zich als koene redder opwerpen en met krachtige slagen naar haar toe zwemmen? Of zou zij met een hartgrondig ‘fuck die fuckboot!’ overboord duiken? Welk wreed lot had en hield hen van elkaar gescheiden?

Het werd nog vreemder. Toen wij passeerden, zagen we dat de man een/het houten roer in zijn hand hield. Dit zou eventueel het moment geweest zijn om kwansuis te informeren of hij hulp nodig had. Dat zou me nooit lukken zonder gegrinnik en dom gehinnik. Dus we slenterden door, hopend op een spoedige apotheose, langs een bankje waar twee pubers ook genoten van de klucht. Toen ik nog eenmaal omkeek was er beweging; het bootje tolde traag om zijn as.

 


 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *