Thermo-pain

Jezus, wat was ik het zat. Je begint hoopvol met kleine aanpassingen om het leefbaar te houden. Koelelementen, ventilatoren, airco in de hoogste stand; jaloezieën én gordijnen dicht, veel drinken, aangepaste werktijden, voeten koelen in een teiltje water.

Maar de elementaire natuurwetten leken evenzeer als ikzelf aangetast door de hittegolf. Lucht weigerde van warm naar koud te stromen, zoals in vroeger millennia, hete lucht steeg niet naar het hoogste punt, omdat daar al andere hete lucht hing.

Op een gegeven moment zat ik nota bene te werken bij het open vriesvak. Erwtjes en bitterballen ontdooiden zienderogen en ik smolt nog steeds weg. Professionele hulp was geboden. Een installatiebedrijf suggereerde zonneschermen aan te brengen en blinderingen. “Zou het werkelijk baten?” vroeg ik achterdochtig. “Ik ben klaar met halve maatregelen. U hoeft geen middel te schuwen. Denk groot. Wat zou u doen als u een iglo moest beschermen in de Sahel?”

‘s Mans oogjes begonnen te glimmen. “Dus geen lapwerk? Meneer gaat voor de hoofdprijs op thermoïsolatiegebied? Ik verzeker u, dan bent u bij os aan het juiste adres!”

 

 

 

Nou ja, in werkelijkheid is het een gevalletje asbestverwijdering op de hoek van de Rozenstraat (bij Kenaupark). Maar je hebt zo je associaties…


 

Eén gedachte over “Thermo-pain

  • 15/08/2020 om 15:50
    Permalink

    We ontdekten het in Haarlem en ik schreef er hier al eerder over. Musea en zwaargebouwde historische gebouwen kunnen je redden in een noodsituatie zoals die van de afgelopen week.

    Nauwelijks terug uit Haarlem moesten we (ja móesten; we hadden een paar weken eerder geboekt) voor vijf dagen en vier nachten naar Berg-en-Terblijt.
    Het Zuid-Limburgse heuvelland dus. Geliefd om z’n bijkans onbeperkte wandelmogelijkheden. Gevreesd vanwege het feit dat juist daar traditioneel de hoogste temperaturen van Nederland optreden. De angst sloeg ons om het hart. Van wandelen kon in deze verzengde hitte geen sprake zijn. Wat dan te doen in deze regio?
    Op de heenreis (dag één) maakten we een tussenstop in Thorn, bij de Maasplassen om te zwemmen. Dat hielp ìets.
    Gelukkig konden we op dag twee van Berg, langs de Geul, in de schaduw (bomen en hoge mergelwanden) in bejaardentempo naar Valkenburg wandelen. Alwaar we de Romeinse Catacomben bezochten. Het was er binnen zó koud dat je een jasje aan moest om het comfortabel te hebben! Een topattractie; alleen al om díe reden!
    Op dag drie reden we, terwijl het nog niet al te warm was, naar Maastricht, waar we de auto in een koele ondergrondse parkeergarage zetten, waarna we naar het Bonnefanten-museum wandelden. Een groot gebouw met een perfecte airconditioning! Wie wat wil weten over wat er te zien is, moet me maar even mailen.
    Op dag vier naar Hoensbroek, om kasteel Hoensbroek te bezoeken. Dat viel een beetje tegen. De muren waren niet dik genoeg, denk ik. Alleen het oudste deel, de donjon met drie meter dikke muren, was nog een beetje koel te noemen.
    Gisteren reden we in alle vroegte terug en inmiddels is het hier in huis (15.33 u.) nog maar 26,5 graad. Toen we vertrokken was het binnen ‘s middags 30 graden.

    Dat is de vooruitgang waarmee we het voorlopig even moeten doen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *