Anti-roospaniek

“Mag ik even?” vroeg de huisdichteres ‘s ochtends toen we ergens koffie wilden drinken en ik mijn jack uitdeed. Zonder het antwoord af te wachten schuierde ze een witte neerslag van mijn schouder. Roos!

Ze deed het discreet, niet verwijtend – het was meer dat ze me gênante situaties wilde besparen. Het waren niet zomaar drie verdwaalde schilfertjes; en het uitbundige strooisel had ook nog eens een opzichtig witte kleur, niet de gewone bleke, reform-zemelen. Had ik een nieuwe vorm? Agressieve, gemuteerde roos?

We vervolgden onze wandeling. Op een bospad doorwoelde ik mijn haar en masseerde mijn schedel. Het zat me geenszins lekker. Je wilt niet als rooslijder en roosparia door het leven, zelfs niet door het bos. De oogst was teleurstellend. Dat was wel anders toen ik mijn jack weer uitdeed bij onze volgende pleisterplaats, een pannenkoekenboerderij.

Een furieuze roosstorm wervelde naar de belendende tafeltjes, die gelukkig onbezet waren. Andermans roos op je spekpannenkoek met stroop is het laatste wat je wil bij de lunch. Besmuikt, behoedzaam (en beschaamd) reinigde ik mijn felrode trui van de helwitte fall-out. Al etend beperkte ik mijn hoofdbewegingen tot het absolute minimum. Zou ik ergens een rooskleurige trui kopen? Was Head & Shoulders tegen deze virulente aandoening opgewassen, of was mijn hoofd kaalscheren de enige optie?

Pas thuis begreep ik wat er loos was. Voor vertrek had ik een oud Wolfskin jack uit de kast gegrist. Ik had het tamelijk lang niet gedragen en door het gaas zag ik dat de witte binnencoating was weggesleten op plekken waar de banden van mijn rugzak er op drukten. Het gaas functioneerde als rasp. Het waren Wolfshuidschilfers!?!

Nou ja, laat het een les zijn. Ik moet eens ophouden altijd eerst de fout bij mijzelf zoeken!

 

Synthetische roosmaker (nu zonder gaas)


 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *