Bange mensen

Mijn vader had een abonnement op Vrij Nederland, dus Tamar / Renate Rubinstein (1929-1990) kwam bij ons wekelijks over de vloer. Hun andere roemruchte columnist, Piet Grijs, sprak mij destijds meer aan, maar ik vraag mij af of ik van hem nu nog een Privé-domeindeel van bijna 500 pagina’s zou kunnen verstouwen.

Aan Tamar had ik nooit een hekel, maar een zekere vermoeidheid trad wel in, als ze Weinreb weer eens van stal haalde of andere stokpaardjes bereed. Aan gejeremieer over een scheiding of een polemiek over feminisme had ik op die leeftijd vanzelfsprekend geen boodschap.

Sommige van die stukken doken ook weer op in de keuze die Ronit Palache maakte uit Rubinsteins werk, Bange mensen stellen geen vragen. Ik heb hier en daar wel iets geskipt, maar niettemin… ik ben tot het eind toe geboeid blijven lezen. Ja, óók over die scheiding die haar compleet uit het lood sloeg. Haar beschrijvingen van het plotselinge gemis gaan mij nu door merg en been en doen me des te meer beseffen hoe bevoorrecht ik zelf ben.

Idem voor het thema (on)gezondheid, over haar multiple sclerose en wegvloeiende krachten. Rubinstein bekijkt zichzelf tegelijk meedogenloos en met mededogen. Eerst verzet ze zich tegen de naderende hulpbehoevendheid (‘Dat uitbundige, dat zwaaien met armen en benen is mijn aard. Lenig en heupwiegend ben ik ook.’). Uit aanvankelijke schaamte voor haar ziekte vraagt ze zich af ‘welke rol’ ze moet kiezen: de dapper-glimlachend-door-zijn-tranen-heen-invalide? De woedende invalide? Hilarisch is het verhaal van een aankomst op Schiphol, waar men verzuimd had een rolstoel klaar te zetten. ‘Braaf als een pakje’ wachtte ze 20 minuten op vervoer, inwendig sissend en kolkend van woede. Toen ze later haar gal spuwde bij ene dr. V over haar gevoel van machteloosheid, zei de medicus laconiek: “Maar u bent toch niet machteloos? (…) U had toch weg kunnen lopen?’

Strompelend en kreunend, weliswaar, maar het hád gekund. Het frappante was dat het volstrekt niet bij haar was opgekomen om een scène te maken. Later ging ze op een andere manier met haar zwakte om. Een van de hoogtepunten van het boek is voor mij het portret van de hoogbejaarde socioloog Norbert Elias, dan half blind en doof, met wie ze samen gaat eten. Hij weigert aan zelfbeklag te doen en neemt ruim de tijd voor iedereen die hem aanklampt. En als Renate en hij (de blinde en de lamme) hun restaurant eenmaal bereikt hebben is het als vanouds dikke mik.

De Tamar van vroeger associeerde ik met starre standpunten en vetes; na het lezen van deze selectie waardeer ik vooral haar verdraagzaamheid voor menselijke zwakte, de openhartigheid over haar intieme gevoelens en haar onafhankelijke geest. En grappig was ze ook.

P.S. Hier staat een recensie uit de NRC.En een interview met Palache

 

Eergisteren zag ik bij de Schoterveenpolder deze reiger – ook een soort bloemlezer, zeg maar.


 

5 gedachten over “Bange mensen

  • 23/11/2020 om 08:24
    Permalink

    Dank je voor deze leuke recensie, Marius! Ik ga RR ook maar eens herlezen!

  • 23/11/2020 om 12:17
    Permalink

    Prachtig Marius. Zal ik er nog aan beginnen, Renate R lezen? Jammer van die Reigers, heb ik een hekel aan; vreten jonge eendjes op waar we een tekort aan hebben.

  • 23/11/2020 om 13:23
    Permalink

    @Cees: aan welke jonge eendjes hebben wij een tekort? Slobeendjes? Krakeendjes? Gewone Wilde Eendjes?
    Die reiger doet gewoon wat zijn instincten hem ingeven; eten als hij honger heeft en dan alles wat hij lust en hem voor de snavel komt. Het beest heeft hoogstwaarschijnlijk empathie, noch geweten.
    Moet de mens daar wat van vinden?

    @Marius: Van Ronit Palache las ik de eerder verschenen bloemlezing uit het werk van Ischa Meijer. Dat viel me niet helemaal mee, maar dat is vanzelfsprekend niet háár schuld. Misschien is Meijer toch wat overschat, na vijfentwintig jaar en Connie Palmen.
    Renate Rubenstein ken ik voornamelijk van de vetes rond Weinreb. Uiteindelijk is gebleken dat ze zich in Weinreb had vergist. Wat eigenlijk, ook in het licht van wat jij hier over haar schrijft, niet persé in haar nadeel hoeft te werken. Het kan iemand, die de wereld niet per definitie met wantrouwen bekijkt, gebeuren.
    Je recensie van deze bloemlezing uit haar werk brengt me er waarschijnlijk nog wel toe ook die een keer te lezen.

  • 24/11/2020 om 11:04
    Permalink

    @Hans;
    Er is een tekort aan de Wilde Eend, lees ik. En kan ik er wat aan doen dat ik een trauma heb….na het herhaalde zien van hap-slik, hap-slik, hap-slik….terwijl moeder eend vruchteloos doet wat ze kan: te weinig. Misschien moet ik minder uit wandelen.

  • 24/11/2020 om 17:26
    Permalink

    @Cees: Het totaalbeeld is niet vrolijkmakend, als het over de vogelstand in het algemeen gaat. Maar om je toch een hart onder de riem te steken, met sommige eendensoorten gaat het de afgelopen jaren juist veel beter dan voorheen. De Krakeend (doet inderdaad “krak”) en de Slobeend, bijvoorbeeld.
    Ik zie daarentegen veel minder Smienten dan vroeger. Dat zijn die eenden waarvan de mannetjes een geel voorhoofd hebben. Ze kwaken niet, maar piepen als badeendjes.
    Als die soorten je niks zeggen: meer wandelen! In de polder dan, hè. Je moet Haarlem wèl even uit..

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *