Urk en Rif en twijfel

Dit weekend las ik gefascineerd De ontdekking van Urk van de Vlaamse journalist Matthias Declercq, die zich vrijwillig een half jaar opsloot in het dorp, in een vastberaden poging de bewoners van die unieke gemeenschap te leren kennen.

Daartoe bezoekt ‘de Belg’ (zijn bijnaam) elke zondag kerkdiensten van ‘zwaren’ (streng in de leer) of ‘lichten’, werkt een week gruwelijk hard mee met de bemanning van een kotter en waagt zich ‘s nachts op het industrieterrein, waar de losgeslagen jeugd alles doet wat de Heere verboden heeft en meer. Het is (minder modieus kan ik het niet formuleren) een boek over identiteit en zelfbeeld.

Wat bindt de Urkers? Er is het mythische verleden (toen het dorp een eiland was), er is een gemeenschappelijke vijand in de grote boze buitenwereld (de overheid, de Europese regelgeving), de rouw om op zee verdronken dorpsgenoten en (ondanks de komieke schisma’s) het geloof. Het zijn zekerheden en waarden waarachter men zich hardnekkig blijft verschansen, al worden de barstjes steeds zichtbaarder.

Declercq raakt bijwijlen gefrustreerd. Waar stuit hij op? Is het hypocrisie? Angst voor de meedogenloze sociale controle? Een rode draad door het boek is het onvermogen van veel Urkers twijfels en angsten uit te spreken. Ouders en ouderlingen schermen met een bijbelcitaat en daarmee is de zwarte kous af. Discussie gesloten. Probleem blijft.

Gisteravond kwam ik het fenomeen met verbluffende overeenkomst tegen in Eén erwt maakt nog geen snert van Asis Aynan, een boekje / pamflet (70 pagina’s) over ‘het Rifgebergte, de dubbele nationaliteit en andere misverstanden.’ Aynan groeide op een paar straten hierachter, in het suffe Kleverpark en is een broer van onze roemruchte Moussa (zie ook dit blog van Brigit Kooijman uit 2014).

Het is een boek met vele invalshoeken (geschiedenisles, familiegeschiedenis, persoonlijk document, aanklacht tegen wegkijkende prominenten uit de Marokkaanse gemeenschap); hopelijk de kiem van een veel dikker boek. De passage waar ik op doelde is deze, als Aynan het wegkijken probeert te verklaren: Om die vraag te beantwoorden moest ik iets toelaten wat ik eerst niet durfde: twijfel. Twijfel over mijn ouders, gemeenschap, cultuur en religie. Over alles. Tot ik op een totaal verlichte nacht begreep dat als ik mijn geest niet toestond vragen te stellen, ik ontrouw was aan mezelf en daarmee aan alles en iedereen.

P.S. Dit radio-interview met Asis (geboren in de Deo in 1980) is het beluisteren waard.

P.S. Hier een artikel uit mijn toekomstige lijfblad De Stentor over de reacties van Urkers op het boek. Hoeveel introspectie zal het losmaken?


 

 

5 reacties op “Urk en Rif en twijfel”

  1. Geweldig dat Urker boek! Wat goed van ‘de Belg’. Asis Aynan had kennelijk connecties want hoorde hem al 2x op de radio. Als ik zijn relaas hoor moet ik onwillekeurig aan Rutger Bregman denken die beweerd dat er vooral nette mensen zijn, een mening die ik niet deel. Toegegeven; ik heb dat boek nog steeds niet gelezen. Ben benieuwd naar Aynan’s boek, en ook zijn recept voor vegetarische erwtensoep!

  2. Juist omdat ik zelf ook vaar, heb ik al heel lang een bepaalde kijk op Urkers. Nou ja; op het varende deel van de Urkers, dan. Ik zal er niet omheen draaien: wat mij betreft is het varend geboefte.

    Ooit, lang geleden, was ik onderweg van Kornwerderzand naar Terschelling, toen mij een Urker kotter tegemoet kwam. Waarschijnlijk was het op een vrijdagmiddag. Hij kwam van zee en was hoogstwaarschijnlijk op weg naar de thuishaven voor de vrije zaterdag en het loven van de heer op zondag. Om dan vervolgens om één minuut over twaalf in de nacht van zondag op maandag de trossen weer los te gooien.
    De diesel van de kotter draaide op het maximale toerental. De boot trok golven met een meter of drie tussen de top en het dal. Ik zag het aankomen en gooide de schoten los in een poging om zelf zoveel mogelijk snelheid kwijt te raken. Desondanks ging ons voorschip er diep in en kwam er pakweg een halve meter ‘groen’ water over het voordek, waarvan weer een deel in de kuip belandde. We werden aardig nat.

    Hier en daar, met name in kringen van zeilers, is de kwalificatie ‘Urker snurker’ ingeburgerd. Je moet er namelijk niet vanuit gaan dat er iemand op de brug staat, als je een Urker kotter op zee tegenkomt. Of dat die persoon, indien wèl op de brug, wakker is. De boodschap is: reken er nooit op dat een Urker kotter voor je uitwijkt. Je speelt met je leven.

    Maar goed: ik had het boek dat je noemt al opgemerkt en ik ga het te zijner tijd zeker lezen. Ik ben altijd in voor een meer genuanceerd beeld van de medemens. Zeker als het om de Urkse medemens gaat. Daar valt wat mij betreft véél te nuanceren.

  3. Ik vond “De Ontdekking van Urk” bijzonder sterk en de reacties in de Stentor bevestigen dat, denk ik. Het is echt zonde, want ik ken ook mensen die een “zwaar” geloof weten te combineren met een psychologische volwassenheid die deze mensen m.i. wordt ontzegt. Ik gun ze dat zo.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *