Bij de konijnen

We maakten ons ommetje langs de IJssel; het liep tegen de avond en op een landtong (een plei?) tussen de rivier en een overlaat (nee, geen onverlaat)… wacht, ik begin opnieuw en tegen de tijd dat ik het zelf heb uitgevogeld zal ik jullie imponeren met mijn waterhuishoudingsidioom.

 

We maakten een ommetjes langs een rivier en in de verte zagen we twee hazen ravotten. En niet zo’n beetje!!!!!!!! Ze daasden doldriest door het gras, rollebollend, plukharend, trappelend, stoeiend, stuiterend, molenwiekend, op topsnelheid zigzaggend als op hol geslagen kart-autootjes. Nu eens waren ze één vierorige pluizenbol met acht opgevoerde elektrisch geladen poten, dan weer maakte de ene zich los en schoot weg langs een willekeurige vector, links, rechts, recht of schuin omhoog. De hereniging liet nooit lang op zich wachten. Was er een achtervolger en een prooi? Ram zoekt moer? Wisselden de rollen? Waren het toch konijnen? Beetje een anticlimax, deze vraag.

Als ze poseren voor een tekening in een leerboek voor natuurlijke historie, zie ik het verschil, maar deze tweepersoons orgie van seks en/of geweld voltrok zich op enige afstand en we waren te verrukt door alle idiote capriolen om rustig te determineren. Komisch hoogtepunt: bij hun grillige route door het gras tetterde het stel rabauwen fwoesj!!! tussen een groepje ganzen door. Die verroerden geen vin veer en trokken hun nuffigste tut-tut-die-jeugd-van-tegenwoordig-gezicht.

En de (postcoïtale?) nazit bood een malle aanblik. Nadat ze in drie minuten roekeloos al hun niet geringe drift hadden opgebrand, zaten ze een half minuutje doodstil naast elkaar, in identieke houding, in het open veld. Alsof ze bezig waren waren met een ernstige, door Duracel voorgeschreven evaluatie.

 

Het Country diary in The Guardian weekly (dat ik meestal oversla) gaat deze week niet geheel toevallig over hazen die half maart hun schuwheid verliezen. Na de paring bokst het vrouwtje het mannetje woest van zich af; en rivaliserende rammen rammen op elkaar in. Mooi, die lentenatuur, maar mag er een volgende keer ook nog een slow motion bij?

Denk aan de Dagklad-bloemlezing!


 

5 reacties op “Bij de konijnen”

  1. ‘s Avonds ook al? Of doen ze dat niet alleen in Wijhe, maar ook hier ‘s avonds? Dat weet ik dus niet. Want ik zie deze hazencapriolen alleen ‘s ochtends, op mijn wandeling van Koudum naar de Morra. De laatste week overigens al wel veel minder, en in ieder geval niet meer met zes hazen tegelijkertijd, zoals een maand geleden. Ik ben – hoewel geen voorstander van het wolvenhek om Friesland heen – wel blij met het hek langs het weiland op het eerste stuk van de wandeling. En met de sloot langs een volgend stuk. En trots op mijn hondje dat – als ik op een best nare toon ‘Nee’ roep – die sloot niet meer in gaat om na een kwartier uit het weiland terug te keren met een blik van ‘jammer baas, weer niet gelukt om een haas te vangen’.
    Het was nog even lastig, een paar weken geleden, toen de sloot helemaal vol met sneeuw lag en ik zelf ook de neiging kreeg om de hazen in het witte weiland eens van dichterbij te bekijken. Maar ik wilde geen slapende honden wakker maken en ben dus netjes op het pad gebleven. Tenminste, dat denk ik, want het pad lag verborgen onder een halve meter sneeuw. Dankzij de sneeuw snapte ik ook hoe frustrerend die wandeling elke keer voor mijn hondje is, want er waren tientallen hazensporen kriskras door elkaar heen te zien. Dat ruikt zij dus elke ochtend!

  2. Op school leerde ik dat je een haas van een konijn onderscheidde door zijn loop en zijn achterpoten. Maar als ik het nu goed begrijp is het werkelijke verschil dat die eerste ‘hard to get’ speelt terwijl het konijn er eh…. wel pap van lust. Maar ja,.. ik zat dan ook op een christelijke school.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *