Plaatkoek

Heb ík ooit zo hard gewerkt? Vijftien uur per dag? Veertien? Dertien…? Werkenwerken, dwz buffelen/doorbeulen/aanpoten/bikkelen zonder je snor te drukken?

Qua arbeidsethos scoorde ik gemiddeld, denk ik, voor mijn luie generatie en nu, als gepensioneerde, drink ik meer centiliters goede whisky dan ik zweetdruppeltjes pleng. Toch voelde ik een lichte jaloezie toen ik een feelgood-verhaal las over pop-up restaurant Bennies in Harculo bij Zwolle. Zolang de IJsselbiënnale duurt, wordt het gerund door de neven Seb Dokman en Glenn Mosterd. In een koepelloods, de bijbehorende expositie is in de IJsselcentrale.

Er was ze maar een maand voorbereiding gegund, dus het was ‘mouwen opstropen’/’niet lullen maar poetsen’/alles hapsnap/met kunst- en vliegwerk! Niet piekeren over een huisstijl: het meubilair werd een sympathiek allegaartje, de leunstoel van de betovergrootvader broederlijk naast een zelf getimmerde tuinbank (Glenn is meubelmaker). In de bestekbak afdankertjes van tante Corrie zij aan zij met derdehands vorken en lepels uit de kringloopwinkel. Als oud-Haarlemmer moest ik denken aan de Oerkap in zijn oertijd. Vaag anarchistisch en idealistisch – Bennies is geïnspireerd op de Berlijnse pop-up-cultuur.

Ik ben nog niet in Bennies geweest, maar mijn warme belangstelling werd in eerste instantie gewekt doordat een van die ondernemende jonge kerels opgroeide in ons huidige huis. In een warm nest, durf ik wel te stellen. We hadden net het artikel in het Weekblad voor Salland gelezen toen we Seb’s moeder in de hoogste versnelling zagen langsfietsen en haar desondanks onderschepten (als je maar tien mensen kent in een dorp word je steeds beter in onderscheppen). Ze was net uit Harculo komen fietsen (17 km), waar ze had geholpen een keukencrisis te bezweren – het soort crisis waar ‘de jongens’, háár jongens, van genieten. De plaatkoek was op, of mislukt of in de IJssel gedonderd. Dus of mama…

Ja, natuurlijk! Plaatkoek? Ik had er niet van gehoord, maar mijn vermoeden klopte: een bakplaat (drie bij vier vierkante meter?) met daarop plaatbreed een deegbaksel, gul gevuld of bedekt met rijpe frambozen of pruimen uit de boomgaard van oom Krijn. Terwijl de oven loeit wordt de koe van zwager Nelis (die desgewenst ook loeit) gemolken voor de verse room die erop moet. En natuurlijk, het komt goed! Of niet, maar dan is er altijd nog een goede vriend van Glenn/Seb, wiens vader kok was en die goed is met chocoladetaart.

Zeg nou zelf, beste mensen: hard werken, hechte familiebanden, liefde, goede room – dat is toch beter dan klaplopen, familievetes, haat en nijd en bedorven karnemelkse gortepap. Of ga ik nu te ver?

 

In afwachting van mijn eigen plaatkoek leen ik deze even van Katja Bakt: https://katjabakt.blogspot.com/2016/09/pruimen-plaatkoek-met-kruimels.html

 


 

1 reactie op “Plaatkoek”

  1. Brigit Kooijman

    Hoezo, ‘de provincie’? Berlijn aan de IJssel! Mooie namen ook, Seb Dokman en Glenn Mosterd.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *