Rissen

In de dikke roman die ik nooit ga schrijven moet in elk geval een risscène komen. Er wordt nog gerist in Nederland, moet ik concluderen, anders zouden rode bessen niet worden verkocht in plastic bakjes, met het steeltje er nog aan.

Een fanatieke risser zou ik mezelf niet willen noemen en dan nog, de ene rissessie (niet te verwarren met recessie) is de andere niet. Maar in die nooit te schrijven roman komt alles bij elkaar.

De hoofdpersoon (het boek is niet autobiografisch en hopelijk niet al te – blèh! – herkenbaar) heeft in de voorbije hoofdstukken de verplichte beproevingen en frustraties doorstaan (in de verdorven grote stad) en vindt zichzelf – uitgeblust en gehavend – terug op het platteland. Rissend. Een vriendelijk toekijkende hond zou de scène ten goede komen maar is niet strikt noodzakelijk.

Het is nog vroeg in de ochtend, in bessentijd. De bessen heeft hij zelf geplukt, het zijn de ideale bessen, ze zitten met veel aan het steeltje, minstens acht. er zitten geen rotte en gekneusde tussen en – heel belangrijk – ze weten precies hoeveel weerstand ze de vork moeten bieden alvorens los te laten van het steeltje om de risser optimale bevrediging te bieden. Wanneer de handen het volmaakte samenspel hebben gevonden en de geriste bessen ritmisch in de bak stuiteren, daagt er een herinnering aan (met wat geluk) wat geluk ook weer was. Of anders aanvaarding of gemoedsrust. Er is genoeg om uit te kiezen voor een romancier. Die bessen zijn het enige verplichte ingrediënt in de scène.

Wat ik eigenlijk vooral wil zeggen: ik heb vanochtend zó heerlijk gerist! Ik kan het iedereen aanraden. Wacht niet te lang, rissers, want het seizoen is kort.

P.S. Voor wie niet weet wat te doen met rode bessen: zoek zelf een site met de 300 beste rodebessenrecepten.

P.S. 2: Het boek mag helaas niet Over het rissen van bessen heten, dat zou teveel weghebben van Over het doppen van bonen van Wiesław Myśliwski (een meesterwerk!).


 

 

6 reacties op “Rissen”

  1. Ik krijg er enórme trek van in rode bessen. Terwijl ik niet eens een liefhebber ben.

  2. Ongelooflijk! Juist gisteren drie emmers rode bessen gerist. Ben nu geheel bevredigd. Het enige wat wij ervan gemaakt hebben is 8 potten jam.

  3. De liefde voor in onbruik geraakte woorden; ik heb er ook wel wat mee. Vraag een willekeurige 20-jarige naar de betekenis van ‘rissen’ en hij/zij/het kijkt je glazig aan.
    Wat betreft die roman: doe het niet. Mooier is: een boeiend leven leiden en vervolgens je biografie schrijven. Hoeft geen verhaal van zevenhonderd pagina’s te worden. Honderd is ook goed. Ik ga het zonder meer lezen. Die roman, herkenbaar of niet, laat ik links liggen. Truth is so much stranger than fiction!
    Omdat ik ook wel een beetje een zeurpiet ben, nog het volgende: een herinnering daagt op, niet aan. Volgens mij dan, hoor.

  4. Marius (RaDa-reda)

    @Peter: het is meer dat ik zelf nooit ‘aalbessen’ zeg, al weet ik natuurlijk wel dat ze zo heten. En dan moet je er toch weer ‘rode ‘ bijzeggen, omdat er ook witte aalbessen zijn, en zwarte.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *