Fladderiepen

Misschien wordt het tijd voor een tevredenheidsonderzoek onder Dagklad-lezers? Geef ik jullie wel genoeg, vraag ik me soms af, zoals een onervaren, overbezorgde moeder het vitamine-alfabet afvinkt, plus alle andere nutriënten voor lichamelijk en psychisch welbevinden die zij haar kind toe dient te dienen.

Ik streef naar een wisselend dieet (lyrisch-satirisch, weten jullie nog?) maar de laatste maanden (jaren?) is het voor sommigen wellicht wat veel vanillevla en weinig rode peper. Zo vrees ik althans. Hoogste tijd voor hoon, venijn, schimpscheuten en striemtaal. Ik blader quasi-nijdig door de kranten en overal dringen kandidaat-slachtoffers om hun volgnummertje.

Die ‘prachtvrouwen’ vragen er echt om, hitst mijn onderbuik me op. Het weekendmagazine van De Stentor heeft er vijf geronseld onder het motto ’65+ en gelukkiger dan ooit’. Ze tonen zich in badkostuum en praten over hun nog toonbare lichaam. Hee, heeeee! Bestaan er ook ‘prachtmannen’ denk ik eerst opstandig. En hoe noemen jullie die andere vrouwen van 65-80, die nu twee keer zoveel opperhuid bezitten als op hun twintigste? Lubber- en blubberoma’s?

Maar Mirjam Ruyter (67, single, uit Den Haag) citeert al in de eerste alinea de grote, zeer gerimpelde filosoof Toon Hermans: ‘Als je graag oud bent, staat het je goed.’ Daar sta ik dan, met mijn agressieve bedoelingen. Ontwapend. Ik leg De Stentor weg en grasduin in De Groene Amsterdammer. Ik heb een moeizame verhouding met dat blad; het leven is te kort om de GA te lezen, denk ik vaak ongedurig op twee derde van een artikel. Maar vanochtend vergaf ik ze alles, vanwege ‘fladderiepen’.

In een stuk van Frank Mulder over de 37.000 hectare bos die ons land wil planten kwam ik zowel de letterzetter tegen (een kevertje dat in zijn eentje [nou ja, met miljoenen soortgenoten] de Europese bossen kaalvreet) als ook ‘fladderiepen’.

De fladderiep is een snelgroeiende boom, ideaal voor de ambitieuze bosbouwer. Maar graag zou ik ‘fladderiepen’ als werkwoord claimen voor mijn gemoedstoestand op een heerlijk lege zondagochtend als deze, waarop niets hoeft en veel kan. Een lui wandelingetje maken, alle vier de roomsoezen opeten, licht tot geen huishoudelijk werk, stekken en wieden, rösti maken (vul de lijst zelf aan met nog tien ongevaarlijke bezigheden).

‘Heb je nog wat gedaan in je weekend?’ ‘Nee, niet veel bijzonders. Gewoon, lekker, een beetje fladderiepen.’

P.S. Je kunt fladderiepen (ulmus laevis) bestellen bij de fladderiepboer

Dit is onze ‘wonderboom’, als cadeautje meegebracht door een vriend en hij lijkt hier goed te kunnen aarden. Er komen tenminste elke dag nieuwe fractals bij.

 

 


 

2 reacties op “Fladderiepen”

  1. Antonie Van den Berg

    fladderiepen als werkwoord kan
    fladderiepen als zelfstandignaamwoord mag
    fladderie-pen leuk om mee te schrijven

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *