Hormofobie

Ik lijd aan hormofobie. En nee, die ‘r’ is niet verdwaald.

Ik erger me vooral aan het kwistig sproeien met hormonen in het dagelijks spraakgebruik. Mikado-spelers, amateurmacrameeërs, watjeblazers en alle anderen wier hartslag de 50 incidenteel overstijgt, beweren na gedane zaken zonder blikken of blozen dat de adrenaline hen door de keel gierde (of door de aderen / het lichaam) of de oren uit spoot.

Het afgelopen weekend werden we weer eens geteisterd door testosteron, met hevige lokale concentraties in Rotterdam en Den Haag. Columniste Phaedra Werkhoven zag tv-beelden van relschoppers waar het testosteron ‘als een wolk boven hing’. Zo’n faseovergang van vloeibaar naar gas was mij niet bekend van eerdere ongeregeldheden. Nieuw voor mij was ook de door Ferd Grapperhaus gesignaleerde ondersoort, ‘coronatestosteron’. De minister voegde er veelbetekenend aan toe dat de daders bijna alleen mannen zijn (vrouwen produceren weliswaar ook testosteron, maar niet in hoeveelheden die hen nopen tot het afsteken van zware explosieven en het vernielen van onschuldige voertuigen en weerloze winkelpuien).

In mijn voormalige werkkring het onderwijs werden ‘de hormonen’ ook dankbaar aangegrepen als verklaring voor chaos en muiterij. “Ja, met 2B was weer eens niks te beginnen het zesde uur. Die stuiteren van de hormonen met dit weer.” Een lost generation, zo te horen. En dat terwijl de hormoonspiegel van 2B het 7e uur spectaculair daalde, bij een collega die zijn les wél had voorbereid, of die niet in hormonen geloofde maar in orde houden.

In massacastraties of testosteronremmers in het leidingwater geloof ik dus niet. Een landelijk capuchonverbod dan? Brommers en scooters verbieden? Helaas… Je moet vrezen dat de rot diep zit. Dat de deskundigen zo meteen bij Jinek en Op1 ook niet met een snelle oplossing komen. Maar, zoals meestal bij crises, ik ga voor de zekerheid toch maar even kijken.

Testosteronbeheer bij Olst


 

 

1 reactie op “Hormofobie”

  1. Dwazen op straat al dan niet aangestuurd door dwazen in het parlement. Hoever zijn we van Capitool-achtige toestanden? Niet ver….markeer mijn woorden.
    In mijn Nederland, nooit gevreesd, hoe naïef.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *