Meteen naar de inhoud

Wiedewiedewied

Nonchalance, gemakzucht en een hap-snap-aanpak van de moeilijkheden die het leven voor mij bedenkt, hebben mij gemaakt tot de man die ik nu ben. Laten we het daar verder niet over hebben. Maar zo’n flodderige levenshouding uit zich ook in mijn benadering van tuinonderhoud.

Daarin meende ik gelukkig de tijdgeest mee te hebben. Zie ook de twee tuinboeken die ik bezit: Avontuurlijk tuinieren en Duurzaam handboek voor de luie tuinier. Ieder insect telt, volgens de auteurs, en een ongewenst plantje mag je enkel aborteren na diepgaand gewetensonderzoek.

Nou is de tijdgeest één ding, de straat is een ander. In de tuin naast de onze staat minder onkruid dan op mijn scheerspiegel. Buurman Wil kan een enkel dor blad soms een kwartier lang verbeten achtervolgen in de bries. Het contrast met zijn tuin moet niet al te pijnlijk worden. Dus toen ik gisteren zag dat de oprit weer aardig opkwam, hurkte ik neer en begon her en der de brutaalste plantjes weg te plukken. Sommige wilden niet meewerken dus ik haalde er zo’n krabhaak bij. De zon scheen, het was nog koel en twintig minuten was ik (fliere)fluitend bezig.

Overbuurman Theo kwam naar buiten, net terug van vakantie. Zijn voortuin is betegeld. Hij trok links en rechts wat groeisels weg, wierp een blik op mijn primitieve aanpak en kondigde aan dat hij de rest met de asfaltbrander ging doen. De huisdichteres bracht koffie en hurkte na twee slokken neer om mee te helpen – dat ging met de behendigheid en concentratie waarmee ze wenkbrauwen epileert, druiven ontpit en kraaltjes sorteert. Het onkruid gaf zich schijnbaar gewillig over.

Intussen had buurman Bert zijn post op de tuinbank ingenomen, sigaret als een aanwijsstokje in de hand. In zijn eigen voortuin is de mierenlokdoos de meest voorkomende soort. Hij bezag mijn wiedtechniek mild kritisch. “Je hebt ook Roundup, hè”, riep hij me na een tijdje goedmoedig toe. Ik wist het en zei dat ik iedere ochtend een glaasje dronk. Ondertussen woedde in Theo’s tuin een soort veenbrand waar hij het onkruid wegschroeide uit de voegen. Zo die was klaar.

Ongezellig was het allemaal niet. Theo identificeerde de wespenorchis en dagschone voor me met zijn telefoon-app en Bert adviseerde me over de roestige waterpomp in mijn achtertuin. En daarna had ik de straat weer voor mij alleen. Ik wiedde nog een halfuurtje stug door – toen was het nog niet klaar maar wel welletjes. Net toen ik op wou staan kwam buurvrouw Anja naar buiten en groette mij joviaal.

“Ha, tuinkabouter!”

 

 

 

P.S. Gisteren kwam ik naar buiten en dacht eerst dat er twee CD’s waren opgehangen. Het waren twee spinnenwebben van een spin in topvorm. Hoeveel spinnen kunnen zo mooi spinnen? Niks gemakzucht en hap-snap-aanpak.


 

6 reacties op “Wiedewiedewied”

  1. @Agnes: Jij zou er prima tussen passen, dat weet ik zeker!
    @Els: Leuk! Ik kan alleen niet garanderen dat de buurmannen er zijn (of als ze er wel zijn, dat ze alleen opbouwend commentaar geven!).

  2. Oh Marius, wat een weergaloze openingszin. Mirelle vroeg wat er zo grappig was, zat voluit te schateren op de camping om je tekst. Hilarisch.

  3. Lang leve de biodiversiteit Marius!
    Bijvoorkeur qua groen en natuur, dat kan best zonder je buur 😊

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.