Ga naar de inhoud

Tjuiken en lieren

‘Een nieuwe lente en een nieuw geluid’?

Menig Slimste Mens kan deze regel vermoedelijk thuisbrengen, maar ik vermoed dat slechts een enkeling de daarop volgende regels van Gorters ‘Mei’ vlotjes zou kunnen oplepelen.

Ik wil dat dit lied klinkt als het gefluit,
Dat ik vaak hoorde voor een zomernacht
In een oud stadje, langs de watergracht –

En daarna volgen nog zo’n dikke vierduizend regels, die gisteren in Zutphen integraal werden voorgedragen, door honderd (!) verschillende lezers. Het is een traditie (dit was al de twaalfde ‘Meistafette’) en gisteren zat alles mee daar in de schitterende tuin van Dat Bolwerck. Om 12 uur hield Kees ‘t Hart een lezing ter introductie, waarin hij beklemtoonde dat ‘Mei’ een jeugdwerk is, een branieachtig debuut – Gorter als ‘new kid on the block’ die Keats en Shelley een poepie wilde laten ruiken – tegenwoordig zou hij luidkeels zingend op een fatbike rondcrossen.

Het was aan ieder van de honderd voorlezers om die vitaliteit over te brengen, wat soms op gespannen voet stond met de archaïsmen en gezwollen vergelijkingen. Elke regel dwong tot bewuste keuzes. Zo begon de mij toebedeelde passage met ‘Het nachtegaalgeklaag luid uittjuikte / boven de bloem, die pas zich uitluikte’

Hoe kijk je als je ‘uittjuikte’ uitspreekt? Alsof het voor jou gesneden koek is en de vogels zich in jouw tuin dagelijks schor juiken/tjuiken? Of doe je iets olijks met een wenkbrauw om aan te geven dat je dit voor jou nieuwe woord voortaan zal koesteren?

Ik was lezer no. 32, kort na de tweede pauze, direct na Vic van de Reijt. Van dichtbij kon ik zien hoe Vic de tekst onbevreesd aanviel. Hij wist iedere frase tot leven te kietelen en tot zijn recht te laten komen, zonder dat het uitsloverig werd. Zo moest het! Vreugde en verwondering moesten we uitstralen over de grootsheid van dit wonderbaarlijke epos!

In het publiek hadden sommigen het boek erbij, dat was een mogelijke benadering. Zo kreeg je het meest mee van de betekenis – wel miste je dan weer de mimiek en (soms fraaie) gestiek van de ware voordrachtskunstenaars. In mijn eigen entourage was in de namiddag de consensus dat ‘Mei’ het best genoten kon worden na twee glazen wijn; dan stroomden de woordklanken binnen als muziek en tjuikte de dichter lustig door. Wij bleven helemaal tot het eind, tegen 19 uur en vooral de laatste paar uren hadden iets bedwelmends. Hulde aan Zutphen Literair! Volgend jaar weer!

Lokale literatuur: dinsdag 7 mei presenteerden Sylvia en ik de eerste editie van Lieren aan de Rivier. Met 25 aanwezigen zat het vol in de Loswal (met uitzicht op de IJssel), waar we maandelijks een podium hopen te bieden aan dichters en schrijvers uit de wijde Wijhese omgeving. Dankzij Frank Korsmit, Jochum van der Wal, Brigitte Wolthuis, Wim Koops, Gerard Busch, Laszlo van Beerendonk en onze eigen bijdragen werd de avond gevarieerd en onderhoudend. Emiel Stöpler verzorgde de muzikale intermezzo’s. Op dinsdag 4 juni lieren en tjuiken we daar verder.

Foto Jan Amse


 

3 reacties op “Tjuiken en lieren”

  1. Paula Hulsbosch

    Jullie zijn wel op een heel bijzonder plekje neergestreken!! En weten jullie ook weer inspiratie te brengen!! Hulde aan jullie en nog veel getjuik!!!
    Paula

  2. En het slot van Mei laat mij niet onberoerd

    ‘Ik groef een graf waar golven komen toe-
    Dekken het zand: de golven komen weer
    En dalen weer met lachen of geschrei-
    Daar ligt bedolven mijne kleine Mei.’

  3. Gorter, Gorter!

    Gorter, Gorter!
    ‘k Heb uw Meizang willen lezen
    Maar begon al gauw te vrezen
    Dat het, voor mijn dood, niet uit zou wezen.
    Korter! Korter! Korter!

    Hendrik de Vries

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *