Koffiemolenkuren

“Je speelt met je leven!” bijt ik mijn elektrische koffiemolen toe. Wij hebben sinds enige tijd een verstoorde relatie.

Apparaten kunnen het doen (dan vind je het de gewoonste zaak van de wereld) of niet doen. Als ze het niet doen, doe je ze weg of je laat ze repareren.

Maar mijn koffiemolen (al vindt hij zelf dat hij een ‘multi chopper en grinder’ is) vertoont een merkwaardige vorm van werkweigering. Soms maalt hij als de beste en vergruist zoemend van geluk alle boontjes die ik hem voer. Maar hij heeft kuren. Dan doet hij het eerst niet. Dan verlangt hij persoonlijke aandacht. Dan moet ik het snijblad met mijn wijsvinger een paar oefenrondjes laten draaien. Dat helpt soms, maar helaas niet altijd. Het is maar net hoe zijn pet staat. Soms verlangt ook de aandrijfrotor dit soort stimulatie. Let wel, als ik het ruw en onverschillig doe, heeft dit voorspel niet het beoogde effect. Dan moet het over, of langer of… hee, ik zie nu pas dat het apparaat ‘Princess’ heet, het is een zij! Een verwend prinsesje, hoe toepasselijk!! Dan wil ze bovendien dat ik in haar binnenste blaas voor ze tot actie overgaat.

Het ding kan niet open. Hoe modern! Niet zonder geweld althans, dus het inwendige even inspecteren en de obstructie verhelpen is er niet bij. Ik kijk het nog even aan. Zo ben ik. We hadden hier thuis ooit die lamp die vier dagen in staking was en het toen weer deed. Even een fase waar hij doorheen moest…

Een verzoek: wijs mij bij de reacties liever niet op het bestaan van filterkoffie, het Repaircafé en handkoffiemolens; het gaat er nu om dat zo’n kreng een lange neus naar mij trekt. Want zo zie ik dat!!!!


 

Is OV zo OK?

Een nieuwe campagne moet potentiële reizigers duidelijk maken dat ze ‘van harte welkom’ zijn in het openbaar vervoer. De drie maanden durende campagne kost miljoenen; de bijbehorende slogan telt vier hoofdletters en vijf kleine: Het OV is OK.

Tijdens de lockdown was het OV KO, maar het wil weer opkrabbelen (en in december terug zijn op 80% van het pre-corona passagiersaantal – nu is het 50%).

De RaDa-reda reisde gisteren met het OV van Haarlem naar Amsterdam RAI en terug. Het soort ‘niet-noodzakelijke’ reis waartoe de campagne ons wil ‘inspireren’, buiten de spits. Over het OK-gehalte houd ik voorlopig zo mijn twijfels. De heenreis was rustig: geen hinder van hoestende medepassagiers. Conducteurs of BOA’s lieten zich niet zien.

‘s Middags was het een ander verhaal. In Metro 50 maakte een ???? (malloot/zwakbegaafde/lachgast of een combinatie) zich los uit een kluitje scholieren en voerde een dansact op. Gejoel, luide aanmoedigingen, imitaties en uit de naburige coupé kwamen leeftijdgenoten aansnellen om niets van het spektakel te missen. Hier had ik graag een OV-m/v met een pet streng de orde zien herstellen. Geüniformeerden ontbraken eveneens in de NS-trein uit Sloterdijk, waar aan de andere kant van het gangpad een meisje zich door een monsterzak chips heen vrat alsof haar winterslaap aanstonds begon. Haar mondkapje slikte ze in haar gulzigheid bijna in.

In Duitsland en andere buitenlanden is het gebruikelijk dat de conducteur zich tussen elke twee stations even vertoont. Zijn er nog nieuwe passagiers, ligt de bagage in de rekken, zijn er vragen over het traject? Daar gaat voor passagiers zowel een geruststelling als een waarschuwing van uit; in Nederland is men (op allerlei treinen/terreinen) voortdurend bezig met opschalen en afschalen. En als het ergens uit de klauw loopt, wordt een vliegende brigade opgetuigd die het publiek met overdreven machtsvertoon mores moet leren en achteraf pocht over het aantal boetes. Alsof je een kat eerst maandenlang op het spek bindt en dan ineens een leeuwentemmer huurt. Ik vind dat niet OK, OV.

 

Een ongewone aanblik: de reclameborden op Station Haarlem, allemaal blanco.


 

Hybrimania

Een Eindhovense primeur: Gourmetal, waarbij honderd metalfans op een parkeerplaats gourmetten onder het genot van tyfusherrie. Hun eigen geliefde tyfusherrie, dus er werd niet geklaagd door de aanwezigen (behalve dan dat de vlammetjes steeds uitwaaiden – niet door de langsrazende decibellen maar gewoon door de wind).

NEDERLAND SWITCHT NAAR HYBRIDE, roepen de Toyota-advertenties vandaag in de krant. Wat auto’s betreft weet ik het niet, maar qua vermaak zou het kunnen. Wie weet welke andere creatieve kruisingen en mengvormen de uitgaanskalender nog gaan sieren binnenkort? Laat de RaDa-reda alvast even meedenken…

  • Vegambling: een veganistische maaltijd, met tussen de gangen door gokken à la Las Vegas
  • Tapastoor: geniet van tapas terwijl mijnheer pastoor tussendoor preekt of een psalm aanheft
  • LimboLimbo: Limburgse streekgerechten gecombineerd met een limbodanswedstrijd
  • Vis à visagiste: een slibtongetje eten met een cosmetica-kenner die persoonlijke opmaaktips geeft.
  • Fonduurzaamheid: veilig kliederen met energieneutraal gesmolten kaas
  • Bitterballet
  • Pizzaklopen
  • Barbarbarbarbarzovoort: barbaarse barbecue met echte barista’s en barkeepers waar Barbara Streisand haar beste rabarbersongs ten beste geeft en barbiers de barste baarden ter plekke bijwerken.

Zuiver en puur was de Kleverpark-wandeling die de huisdichteres en ik voor de Kennemer Boekhandel verzorgden op Bookstore Day. Twee keer een uur, met een groep van 10-12 deelnemers. Erg leuk om te doen. Reprise niet uitgesloten (volg de aankondigingen op het RaDa). Zie ook het HD van vandaag.


 

MBATVGFOL

Au, Athenaeum Boekhandel zit in de versukkeling en ontslaat bij een reorganisatie bijna een kwart van het personeel. De Haarlemse vestiging (een van de voorheen zes, nu vijf) draait verhoudingsgewijs goed, maar niettemin vallen ook daar klappen.

Ik moet bekennen dat ik sinds maart / corona vrijwel uitsluitend bij de Kennemer Boekhandel insla (zelfs nu de rituele handschoentjes er niet meer staan); eigen wijk eerst. Wat niet wegneemt dat het me aan het hart gaat als ik in het HD lees dat bij Athenaeum Jessica en Robert door de inkrimping hun baan verliezen.

Kan de overheid niet bijspringen, was mijn eerste reactie. Ze hebben toch TOGS en NOW en Tozo en TVL en GO-C en… (best knap dat ik die regelingen allemaal paraat heb, guitig-knipoog-icoontje zelf invoegen s.v.p.). En ik betreur achteraf dat ik tijdens de Eerste Golf mijn voorstel niet wereldkundig heb gemaakt voor de MBATVGFOL-regeling. MBATVGFOL? Wacht, het komt al terug: Massale Boekenaanschaf Ter Vervanging van het Geestdodende, Futloze Online Lesgeven.

Mijn idee was om de Nederlandse jeugd zolang de scholen en bibliotheken door de lockdown gesloten waren dikke papieren boeken te laten lezen. Verplicht. Voor alle moderne talen en vakken als geschiedenis en aardrijkskunde; in plaats van obligate studiewijzers en soezen en suffen bij ZOOM. Ter bestrijding van de ontlezing, en bij wijze van beschavingsoffensief. Boeken uitsluitend te bestellen via de betere boekhandel. Het systeem zou zowel met klassensets werken als met vrij te besteden boekenbonnen voor iedere scholier. Eenvoudig en doeltreffend. Landelijk in te voeren. Alleen die afkorting, hè, die kreeg ik maar niet uitspreekbaar – MBATVGFOL…  Het bekte niet en daar liep het uiteindelijk op stuk.

 

‘BRANTJES, Vertrouwd vernietigen’ – mijn eerste gedachte was aan bommenwerpers of vlammenwerpers… Enfin, als er nog iemand een dagboek of een papieren jeugdzonde kwijt wil…

 

 


 

Pre-techo

Ik doe heus mijn best om enigszins bij te blijven, maar soms tuimel ik in de peilloze afgronden van mijn eigen onwetendheid. Als niet-vader en niet-oppasopa blijk ik allerlei onwikkelingen op het terrein van modern ouderschap (papa’en en mama’en, zeg maar) te hebben gemist. Prénatal is voor mij terra incognita, in mijn beleving even ver weg en griezelig als Spitsbergen. Vocabulaire als onesie, rompertje, Maxi-cosi en babyshower moet ik onwillekeurig altijd even vertalen, net als Errungenschaft, caoutchouc of pangolin.

Onlangs las ik over een bosbrand in Californië die zou zijn veroorzaakt door een ‘gender reveal party’. Wuhhh? Ik stelde me er iets gewaagds bij voor; een enorm nachtelijk kampvuur bij Sacramento met een kring opgewonden dansende volwassenen die daar tussen de ceders en cipressen bij het licht van de vlammen beurtelings hun geslacht ontblootten, waarna de hele groep juichte en jubelde. Hoera, een cisman! Hoera, een transvrouw! Met alle varianten van dien. Maar het bleek een ritueel rond aanstaande ouders, een fenomeen dat ook in Nederland zijn intrede heeft gedaan. Geniepig, achter mijn rug om.

De commercie heeft er wél weet van. Het gebeuren speelt zich meestal af na de pre-techo. Herstel, de pret-echo, het filmpje dat de pretechoscopiste tegen betaling maakt rond week 33 en waarop je kunt zien of de boreling to be een jongen of meisje is. De première van de opname is bij de GRP. Bij zo’n feestje draait alles om de kleuren roze (♀) en blauw (♂), waarbij de spanning tot schier ondraaglijke intensiteit wordt opgevoerd. Denk aan een taart met gender-neutraal glazuur, die bij het aansnijden van binnen rose of blauw is! Maar er zijn allerlei varianten. Zo’n GRP mag niet mislukken, dan staat de foetus al direct op achterstand. In het leven.

Of loop ik toch alweer achter, net nu ik meende bij te zijn? In de rubriek Achterklap van nu.nl lees ik dat celebrity’s Jelka van Houten en Henry van Loon hun aanstaande baby’tje gender-neutraal gaan opvoeden. Van Loon was de conciërge uit De Luizenmoeder en Van Houten had eerder een huwelijk met Koppe Koppeschaar. Jullie hadden mij er niet over gehoord als Jelka Scharenkop een drieling had gekregen met Luisje Loonmoeder, die gerecyclede, door het stel zelf van oude scripts gemaakte CO2-neutrale luiers ging dragen, zodat ze hun emissierechten konden doorverkopen aan de cast van Flikken.

Maar in deze roze-blauwe context is het toch relevant… Jelka en Henry voeden hun kind gender-neutraal op. Dat jullie het maar weten.

P.S. Maar ook met het shownieuws loop ik alweer achter: Henry van Loon is bedolven onder de haat naar aanleiding van het bericht en slaat nu terug.(Wordt niet vervolgd, RaDa-reda).

Zaterdag 12 september leiden de huisdichteres en ik een tweede prozawandeling door het Kleverpark. Aanvang 12.30 uur. De eerste zit vol. Zie verder hier.


 

Onderwatergok

Bij Middenduin zagen we onder de brug een raadselachtig onderwaterding – wierig, pluche-achtig.

 

Ik maakte een paar foto’s en gaf foto-app Irfan thuis het luie commando ‘auto-adjust colours‘. Het water werd prompt blauwer en er verscheen een oranje onderwaterspook. Met oogjes, of oogkassen?

 

Waarschijnlijk gewoon een beschonken stroper of waterrattenvanger uit de 17e eeuw die tijdens zijn clandestiene bezigheden struikelde langs een rietkraag en in de plomp terecht kwam. Aan zijn langdurige dienstverband als veenlijk kwam een einde door de recente baggerwerkzaamheden die de afwatering van het gebied moeten verbeteren. Sindsdien kan hij zijn draai niet vinden.

Of anders betreft het het laatste exemplaar van de lang uitgestorven gewaande, en sinds dit weekend echt uitgestorven, Kennemer reuzebever, die tot in de Late Middeleeuwen intensief werd bejaagd door de inheemse bevolking, daar de pels van een volwassen dier precies confectiemaat 48 had. Er hoefde na het villen alleen nog maar knopen aan te worden gezet (de ritssluiting werd pas later uitgevonden – door de mens, niet door de bever). Met één zo’n pels en een paar knopen was je helemaal het heertje/dametje (kom daar bij zo’n armoedige nerts eens om).

 

Het valt ook niet uit te sluiten dat we hier te maken hebben met een afgekeurd en afgedankt experimenteel zwempak van Maarten van der Weijden, dat beter dan de in webshops verkrijgbare wetsuits moest beschermen tegen hypothermie. Bij een proefelfstedentocht bleek het pak slechts één nadeel te hebben: de inheemse bevolking zag Maarten aan voor een Kennemer reuzebever en bestookte hem onophoudelijk met katapulten, kruisbogen en werpspiezen.

Maar ik geef (zoals altijd) mijn theorieën graag voor betere!


 

 

Rondje Kleverpark??

Voor trouwe of ontrouwe RaDa-lezers die zin hebben om mee te gaan, zaterdag verzorgen de huisdichteres en ik een rondje Kleverpark. Hieronder de officiële aankondiging. En wie weet zien we elkaar straks!

Op zaterdag 12 september, International Bookstore Day, organiseert de Kennemer Boekhandel een literaire wandeling binnen de Kleverparkbuurt, met voordrachten door Sylvia Hubers (voormalig stadsdichteres, schrijfster van de verhalenbundel Wat als we niet waren betoverd?) en Marius Jaspers, bekend van bavocentristisch weblog Raarlems Dagklad

Marius haalt zijn onderwerpen voor deze ochtend binnen een straal van 800 meter rond de Heilig Hart Kerk (Cleeff, Deo Neo, de Schotersingel). Sylvia’s ‘kort vreemd proza’ reikt tot het Hiernamaals, totalitaire staten en de krochten van de ziel. Maar ook het Oude Zuivelhuis en Bacchus komen aan bod.

De wandeling begint om 11 uur en duurt ongeveer 45 minuten. Het maximumaantal deelnemers is twaalf, zodat we ons aan de coronaregels kunnen houden. Omwille van het luistercomfort zijn er klapstoelen beschikbaar voor de deelnemers.

Bij voldoende belangstelling begint er een tweede wandeling om 12.30 uur.

Vertrekpunt: Kennemer Boekhandel

Deelname €10 per persoon.

Intekening vooraf is verplicht: info@kennemerboekhandel.nl

De Heilig Hart Kerk vanmiddag


 

De oude actrice en ik

Het voelde haast oneerbiedig om een boek waaraan zo lang, zo hard en consciëntieus gewerkt is (het is ook nog eens in zijn geheel herschreven na een gewijzigde opzet) in amper twee dagen te verslinden.

Maar De oude actrice en ik is dan ook een adembenemend verhaal. Het is de neerslag van liefst 78 gesprekken die de Haarlemse journaliste (en nu ook schrijfster!) Brigit Kooijman had met ‘buurvrouw’ Elisabeth Andersen (1920-2018), met als dikke rode draad haar liefde voor de gevluchte Duitse intellectueel Werner Muensterberger, die kort na hun eerste ontmoeting in 1942 bij haar onderdook en tot na de Bevrijding bleef.

Voor uitvoerige recensies wil ik jullie verwijzen naar de kranten van de afgelopen week, zoals die van Hein Janssen in de Volkskrant en Kester Freriks in NRC. En voor een boeiend interview over de gecompliceerde wordingsgeschiedenis van het boek naar Max Sipkes in het HD (Premium). Alle sterren en aanprijzingen zijn volkomen terecht, daar heb ik weinig aan toe te voegen. Op deze plek wil ik Brigit (die ik een beetje ken) alleen een beetje zenuwachtig maken. Want al lezende rees bij mij weldra het idee van een speelfilm, of een zesdelige dramaserie. Alle ingrediënten liggen panklaar: hartstocht, beantwoord verlangen, eenzaamheid, Amsterdam in oorlogstijd (de sfeertekeningen in het boek zijn uitstekend getroffen) en de roerige vaderlandse toneelwereld, waarin een prille, kwetsbare actrice zich waar moet maken tussen de gevestigde namen. Welke Nederlandse acteur zou daarin geen rol willen (en Ko van Dijk spelen of Kitty Courbois)?

Elisabeth Andersen in 1939

En daarnaast wil ik graag ook een toneelbewerking bestellen, met een intrigerend gegeven. De dramaturg hoeft de werkelijke gang van zaken (voor zover achterhaalbaar) niet slaafs te volgen, maar wel iets dergelijks: een journaliste en een gewezen toneeldiva ontmoeten elkaar veelvuldig. De Diva, een krachtige persoonlijkheid, laten we haar Elisabeth noemen, voelt zich gevleid door de aandacht, geniet van de meegebrachte slagroomtruffels en weidt uit over haar leven; koestert wellicht de illusie dat zij haar autobiografie aan het dicteren is. De journaliste interpreteert, gebruikt wat van haar gading is; zij heeft haar eigen agenda en haar eigen fascinaties. Hoezeer de vrouwen at cross-purposes hebben gewerkt, blijkt als de actrice het manuscript verwerpt. [Doek] Tweede bedrijf: De journaliste is overstuur. Het conflict loopt hoog op, waarbij beiden steeds meer blootgeven van hun drijfveren.  En dan kan het alle kanten op. Ben je daar, Jos Ahlers?

P.S. Niet om te psychologiseren, maar de oogopslag van de 20-jarige Elisabeth Andersen op deze foto deed mij sterk denken aan Brigit Kooijman!


 

 

Geheugenlampionnetjes

Gisteren las ik een recensie van De Saamhorigheidsgroep van Merijn de Boer (Heemstede, 1982), een roman die zich grootdeels afspeelt in het Haarlem van de vroege jaren ’80.

De groep in kwestie bestaat uit politieke idealisten en spirituele zweefkezen. Ik ben pas op blz. 70, dus het is veel te vroeg voor een definitief oordeel. Het boek is onderhoudend en vaardig geschreven, al heb ik me er nog niet echt aan overgegeven. Daarvoor is de satire me soms net te weinig geraffineerd. Dat ik er hier over begin komt doordat ik deze week meer dan anders bezig ben met het geheugen, en het aanhangend verleden.

 

Haarlem in 1982… Ik liep tegen de dertig en ging nog regelmatig naar cafés. Wat zat er toen bijvoorbeeld in de Smedestraat? De oude Toneelschuur nog. Het Theehuis op de hoek van de Morinnesteeg. En waar nu Kokonoches zit, heette dat niet De Hak? Wanneer werd die tent omgedoopt tot Dwiezels en Delirium?

Goed, dat soort zaken kun je napluizen. En Merijn de Boer heeft vast veel met ‘boomers’ en ‘pech-net-geen boomers’ gepraat. Maar stel dat ik mijn autobiografie wilde schrijven (quod non), hoe wazig of brokkelig zou die dan worden? Deze week sprak ik af met een vriendin van héél lang geleden, die ik nooit compleet uit het oog verloren had. Wel bijna, in 40 jaar spraken we elkaar hooguit vijf keer. We zaten een paar uur in haar ‘paradijsje’ in een volkstuincomplex bij Sloterdijk. De klik was er nog, ze was nog steeds kunstzinnig, interessant en levendig. Maar dat gesprek verliep soms gek, door de enorme hiaten: oh ja, ze heeft een dochter van inmiddels 33, die ik me eerst helemaal niet herinnerde en daarna met wat hulp als een huppelend meissie van acht. Soms dacht ik iets luchtig aan te stippen en dan kreeg ik een synopsis van vier zinnen waar Lucinda Riley met gemak een familiesaga uit kon breien. Het was of je uit de rommelkast van de bovenste plank een doos met een legpuzzel dacht te pakken. Oei, er zaten twee halters in!

En ik vertrouwde mezelf niet. Terugkeren naar het wezen dat je als student was, of dacht te zijn. Of meende te moeten zijn. En dáár dan weer de gecomprimeerde versie van (geromantiseerde, gekuiste, bijelkaargefrutselde, geëxtraheerde, geabstraheerde?). Thuis had ik een associatie bij de twee lampionvruchten die ik meekreeg uit de tuin. Die ene transparante, gaasachtige is het geheugen van nu, met talloze gaatjes en daarin een kern die het voortbestaan veiligstelt). En die andere… Ach, de theorie is zo licht als die lampionnetjes zelf!

 

[Schiet er maar op in het daartoe bestemde vakje hieronder]


 

De beste woke-gerechten

Straatjournaal is uit, met mijn column:

Hoe simpel was het vroeger als je mensen te eten kreeg. Ik heb het over 2019.

Als gepassioneerd thuiskok houd ik sinds jaar en dag nauwgezet bij wat ik mijn gasten voorzet, zodat ik niet in herhaling verval en mijn handgevouwen kiploempia’s of chipolatapudding à la Marius met een triomfantelijke zwaai van het antiek zilveren dienblad presenteer aan iemand die een vorige keer met een sip gezicht zat te pitsen. Hoewel me dat zelden overkomt, al zeg ik het zelf. Meestal likken ze hun vingers af bij mijn keukencreaties.

Ik heb een aantal klassiekers op mijn repertoire (succes verzekerd) maar ik hoed me ervoor vast te roesten; ik houd de culinaire modes bij en pas de receptuur aan aan de nieuwste inzichten op het terrein van de voedingsleer. Ook stel ik er een eer in om speciale wensen van mijn gasten te honoreren. Vegetarisch, glutenvrij, anti-obees, daar draai ik mijn pollepel niet voor om. Maar sinds kort is er iets radicaal veranderd. Ik moest even slikken toen ik argeloos bladerend door de gekalligrafeerde menu’s van vorig jaar (die maak ik altijd om het etentje extra cachet te geven) dit tegenkwam.

  • Crudités (witlof, bleekselderie en rettich)
  • Aspergecrèmesoep
  • Tempura van bloemkool en drie soorten witvis met rozetjes van aardappel- pastinaakpuree
  • Blanke vla met slagroom en witte bessen
  • Koffie verkeerd met een bonbon van melkchocolade
  • Wijn: Pinot Blanc d’Alsace 2014

Goed te hachelen, denkt u? Inderdaad, het was een smulpartij. Maar stel dat ik dat menu laat rondslingeren en iemand bekijkt het met de ogen van nu, dan denkt hij waarschijnlijk dat ik kookte voor een galadiner van de Ku Klux Klan. White supremacist cooking!

Nou moet ik bekennen dat ik niet alle moderne gevoeligheden deel op het gebied van diversiteit en racisme. ‘Woke‘ kan je mij bepaald niet noemen. Een paar jaar geleden zei ik nog onbekommerd ‘neger’, me er niet van bewust dat ik tot een uitstervende minderheid behoorde (de laatste negerzeggers). ‘Indiaan’ en ‘Eskimo’ schijnen ook taboe te zijn, Begrijp me goed, ik zet mijn hakken niet in het zand. Met Zwarte Piet ben ik bijvoorbeeld helemaal om, zonder rancune. Een ‘stondpunt’, noemde iemand laatst zo’n veranderde opvatting. Maar dan nog loop ik tegen dingen aan. Zo ontgaat het mij ten enenmale wat er te winnen valt als je ‘slaaf’ vervangt door ‘tot slaaf gemaakte.’

Nou wilde het geval dat ik mijn lesbische zus en haar Surinaamse partner te gast kreeg. Toffe meiden, we lachen heel wat af samen, zolang ik me niet op glad ijs begeef. Dan krijg ik héél veel wind van voren. De dames zijn dankbare eters, alleen dit jaar hikte ik ergens tegenaan. Waar ik voorheen joyeus de ingrediënten in de pan mikte, op gevoel, kwam iedere beslissing me beladen voor. Mijn eens zo knusse keuken was een ideologisch mijnenveld. Witte peper of zwarte? Of toch roze? Witte bonen, bruine of zwarte? Black beans matter… Werd het niet te fallisch, met schorseneren én soepstengels? En als je ergens racisten vindt is het onder groentekwekers, die niks te schaften hebben met diversiteit: alle komkommers recht, alle sperziebonen groen. Veel specerijen hadden een koloniaal verleden. Moest ik daar excuses voor maken?

Op een gegeven ogenblik was ik het zat. Een boos wit mannetje in mij gooide olie op het vuur: “Kieper de hele zwik in de blender en dien een schaal beige smurrie op!” Ik kalmeerde hem en stelde een veilige, politiek correcte maaltijd samen. Dacht ik. De dames zaten gereed. Ik zette alvast de slabak op tafel en meldde overbodig: “Gemengde sla!”

Fout! Vier ogen schoten vuur en uit twee monden werd ik fel gecorrigeerd: “Tot sla gemaakte!”