Rode onschuld

Straatjournaal november

Vroeger had je de erfzonde, de zeven hoofdzonden, de Tien Geboden en de schattige pekelzonden (kleine zondetjes voor huishoudelijk gebruik, zeg maar) en er waren eeuwen dat een beetje Christen doortrokken was van zondebesef. Zondebesef was overal, als een schimmellucht in een huis met klamme muren. Een mens kon geen goed doen onder Calvijn en kornuiten. Nou ja, jullie snappen hoe ik het bedoel.

Dat ging – de Heer zij geprezen – allemaal weer over en een paar eeuwen verder zappend komen we bij de sixties, toen alles mocht en kon en ook gebeurde. Het geweten leidde een rudimentair bestaan, overbodig als de mannelijke tepel of het staartbeen. Boetedoen, biechten en branden in de hel waren niet groovy.

En nu? Ik vroeg het me af toen ik die ketchupfles van €7,50 zag (waarover later meer) en de commentaren las na de moord op advocaat Derk Wiersum. Nederland was net uitgeroepen tot narcostaat. NRC-columniste Rosanne Hertzberger kapittelde de welgestelde druggebruikers, die niet alleen de Amsterdamse grachten verontreinigden met hun cokezwangere urine, maar maling hadden aan de ellende die ze anderen berokkenden. De bendeoorlogen werden een paar buurten verderop uitgevochten en afval van drugslaboratoria werd op het platteland gedumpt. Op Facebook poneerde dichter Bas Belleman de stelling: ‘Wie drugs gebruikt (…) mag zich medeverantwoordelijk voelen voor de moord op Derk Wiersum.’ In een ingezonden brief in Het Parool heette het: ‘Cokesnuiver heeft bloed aan zijn handen.’

Vooropgesteld, ik zou liever hebben dat de 75 miljoen euro die jaarlijks in poedervorm in Mokumse neuzen verdwijnt, werd overgemaakt aan een goed doel. Maar juist de wijdverbreidheid van het gebruik verdunt de schuld tot een soort homeopathisch bloed. Er zal door zo’n beschuldigende brief geen lijntje minder worden gesnoven. Hoogstens voegt hij iets toe aan het vage onbehagen en schuldbesef dat weldenkende en oppassende zielen alom aangepraat krijgen.

Je kunt gniffelen om die godvrezende calvinisten, maar hoe zullen historici over twee eeuwen tegen onze geestesgesteldheid aankijken? Schuld is overal, als stikstof. Veel schuldgevoel houdt vanzelfsprekend verband met klimaat en milieu: wij zijn allen verkeersgebruikers, dus niet alleen brommerrijders en SUV-patsers. Ook gasstokers en ongeïsoleerden hebben tegenwoordig iets uit te leggen. Maak de lijst zelf maar af, milieu- en schuldbewuste lezer.

Maar dan komt het: onze ‘vliegschaamte’ vermindert het aantal vluchten niet. Personenauto’s reden in 2018 de recordafstand van 120 miljard kilometer. Als je op de media afgaat, zijn alle megastallen te klein om de flexitariërs, fruitariërs en veganisten te herbergen. Helaas wijzen de cijfers anders uit: in 2018 werd meer vlees gegeten dan het jaar daarvoor.

Het eco-schuldgevoel zal navenant gestegen zijn, mag ik dat concluderen? Tel daarbij op al die andere gebieden waar we onszelf teleurstellen, omdat goede bedoelingen het verliezen van behoeftebevrediging en zelfmedelijden. Drugs hadden we al. Alcohol, fastfood, roken, snoepen, social media, gamen, porno, funshoppen, Netflix… Hele bedrijfstakken zijn erin gespecialiseerd om ons te verleiden en je moet wel een gediplomeerde heilige of een kluizenaar in de woestijn zijn om er weerstand aan te bieden. Als dat mislukt, wat vaak gebeurt, ga je uit frustratie weer iets doen wat je van jezelf niet mag en dat je je daarvoor schaamt helpt ook niet. Schaamteschaamte…

Zo creëren die duivelse verleiders hun eigen gat in de markt. Bij mijn groenteboer zag ik een forse fles tomatenketchup van de firma Verstegen. ‘Guilt free’, stond op het etiket. Die onschuld had niets met fair trade of duurzaamheid te maken; het ging om ‘no added sugar’. Arme moderne mens! Zie hem daar staan bij de kassa, met zijn dure fles. Nu nog iets vinden om die rode smurrie met een onbevlekt geweten op te spuiten.

.

guiltfree

.

Piri Piri-saus hebben ze ook.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook.

Last Rose of Summer

Klein geluk had ik met jullie willen delen. Tijdens de ochtendwandeling kreeg ik oog voor de laatbloeiers en halfverwelkten in de perken. Met hun eigen wanhopige schoonheid. The Last Rose of Summer, zogezegd, zoals in het gedicht van Thomas Moore (1779-1852).

.

roos5

.

Dit is de eerste van de drie strofes:
 

’Tis the last rose of summer   
   Left blooming alone;   
All her lovely companions   
   Are faded and gone;   
No flower of her kindred,            5
   No rosebud is nigh,   
To reflect back her blushes,   
   To give sigh for sigh.

.

roos3

.

Alleen werd de idylle ruw vertrapt toen ik de fout maakte eerst Facebook te openen, waar ik een schandalig bericht las over drie jonge vrouwen, van wie er een een geleidehond heeft. Ze moesten tegen tienen ‘s avonds van station Haarlem naar Bloemendaal en meldden zich bij de voorste van acht taxi’s. Hij weigerde de rit botweg, evenals nummer twee. 3, 4 en 5 waren in gesprek, maar een van hen attendeerde de voorste in de rij op de wettelijke verplichting geleidehonden mee te nemen. De woordenwisseling haalde niets uit. Zelf voelde hij zich niet geroepen, hij stond immers niet vooraan. Uiteindelijk was het de achtste en achterste die zich met een martelaarsgezicht verwaardigde het gezelschap, inclusief hond, te vervoeren.

Wat een gajes!!!!!!!! Tuig van de richel!!!!!!!!!!!!!

Op staande voet ontslaan, dat hele zevental, en de achtste verplicht een cursus wellevendheid en klantvriendelijkheid geven. En kunnen er de komende maand dagelijks lokpassagiers en lokhonden naar dat station?

Krijgt elk land de taxichauffeurs die het verdient, vraag je je af. Nou, hier de laatste laatste rozen, al vind ik ze ineens minder mooi.

.

roos1

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Wereld op zijn kop

In een huis in een rustige buurt hier vlakbij wordt ingebroken; de bewoners zijn op vakantie. Er is niets ontvreemd, stellen ze vast bij terugkomst. Wel zit alles – ALLES, muren, lampen, meubels, tapijten – onder de ketchup en cola. Wat moet je  ervan denken?

Ik hoorde het net gebeurde verhaal vanmiddag in het café, evenals het volgende: een vrouw gaf een tuinfeest. Een van de gasten was iemand die ik kende en tamelijk hoog had zitten. Geen vriend, maar een goede gozer. Voor zover ik wist. Alleen trof ze hem tijdens het feest aan op de verder geheel verlaten bovenetage, naar eigen zeggen zocht hij de wc. Beneden was ook een wc, echt niet moeilijk te vinden. Hij is er nadien met geen woord op teruggekomen. Wat moet je ermee?

En dan dit: een jongeman voor wiens onschuld ik door het vuur ga, heeft al een tijd heibel met zijn buurman, die hem bedreigt en belaagt. Zoveel wist ik al. Vorige week escaleerde het. De buurman griste hem de bril van het hoofd en vertrapte die op straat. De jongeman maakte zich uit de voeten en deed aangifte. Een paar dagen later adviseerde een wijkagent hem in vertrouwen de aangifte in te trekken. Een veroordeling zou averechts uitpakken. Ze hadden het eerder bij de hand gehad. Deze ‘bekende van de politie’ werd er alleen maar agressiever en gevaarlijker van. Dus… Ja, dus wat?

Zomaar drie verhalen uit het vrijdagmiddagcafé – het was of ik werd voorgelezen uit de audio-krant van de Telegraaf. Staat de wereld op zijn kop?

.

sylviawaterspiegel

.

Twee foto’s / een foto van de huisdichteres, vorige week in het Amstelpark

.

sylviageflipt

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Tweegesprek

In mijn stukje Voor Inwendig Gebruik schreef ik al in 2006 over mijn verlangen naar een pretentieloos broodje. Zonder bijsluiter, zeg maar. Zoals vroeger, toen brood uitsluitend als medicijn tegen de honger diende. En voor zo’n simpel broodje moest je niet bij Van Vessem zijn, was de moraal.

Bakken kunnen ze natuurlijk heus wel en de winkel is om de hoek, dus af en toe doe ik er mijn bestellingen. Zo ook gisteren. Ik wees op een brood dat er lekker uitzag en Hollandsch Natuur heette. Die naam kon ik niet over mijn lippen krijgen, dus hield ik het bij een hoofdknikje en ‘Mag ik er zo een van u? Ongesneden?’
“Een Hollandsch natuur?”
Als ik het niet zei, dan het winkelmeisje wel. Ik mompelde een bevestiging en sloot af met een grapje. “Is er extra stikstof aan toegevoegd?”
Het meisje bleek niet verdacht op humor en begon direct aan haar vaste riedel:”Er zit zuurdesem in en wilde rogge, ongeboren tarwe uit Kafzand en …” Nou ja, zoiets. Zij kon het ook niet helpen… Wel goed brood trouwens.

****

Nog een komisch dialoogje, van gisteren. Bij de Raaks werden de huisdichteres en ik aangesproken door twee beteuterd kijkende meisjes van een jaar of vijftien, die hun benodigde informatie kennelijk niet via het 4G-netwerk binnen konden scrollen. Dus ja, ze mochten wat vragen. “Weet u misschien waar de Kunstlijn is?”

“Overal!” zei ik en wees op vijf vanuit ons standpunt zichtbare oranje vlaggen. Nee, ze moesten naar de Shag-shellstraat. We overhandigden ze onze Kunstkrant, opengeslagen bij de plattegrond, met daarop de Schagchelstraat en de andere 178 (?) locaties. Zo, we hadden onze bijdrage aan de cultuureducatie voor die dag weer geleverd.

.

Waalsekerk.

Met 178(?) locaties wirwart het door je hoofd na een paar uur druk door de stad te hebben ge-nuel-gielest. Dit plafond van de Waalse Kerk maakte geen deel uit van de Kunstlijn, maar frappeerde mij wel. Evenals deze deur (vraag me niet waar)  – niets meer aan doen, beste schuurartiest!

.

kunstdeur

.

Versta me niet verkeerd, ik heb veel moois en interessants gezien, maar bij thuiskomst had ik een broekzak vol visitekaartjes van kunstenaars en slechts een zeer onvolledig beeld waar ze bij hoorden. In de Egelantier, waarvoor de gemeente volgens het HD van vandaag 4,2 miljoen hoopt te beuren, hing/stond/lag een breed scala aan kunstwerken. Zoals dit. Vraag me niet van wie, alleen. 

.

voetenvijf

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Poppenkast

Scepsis, ik neem er dagelijks twee theelepeltjes van in bij de havermoutpap. Als eenpersoons hoofdredactie kan je niet streng genoeg afstand nemen van modes, hypes en de waan van de week. Dus toen er in de media berichten verschenen over een mysterieus graffiti-poppetje dat her en der opdook in Haarlem – op elektriciteitshuisjes, regenpijpen, pin-automaten en lantaarnpalen – dacht ik direct aan een doorzichtige publiciteitsstunt.

.

coolentje

,

Van wie anders dan de maker zelf, daar hoef je geen Sherlock Holmes voor te zijn. Het zwarte poppetje toont immers het silhouet van Eric J. Coolen en is geplagieerd uit diens eigen HD-rubriek ‘Verscholen Haarlem’. Vanzelfsprekend ben ik niet de eerste die dit vermoeden uitspreekt. De altijd energieke en montere tekenaar (geschat op zes Haarlem-boeken per maand) ontkent in alle toonaarden en roept het publiek zelfs op om mee te speuren naar de ‘dader’. Wie had anders verwacht? Hij speelt het spel voortreffelijk en veinst dat het een trouwe fan zo zijn bewondering uit.

Ik had gehoopt de bewijsvoering tegen Coolen voor de weekend-editie van het RaDa rond te krijgen. Echter, gisteren moest ik in verband met de ingevallen koude de kachel aanmaken en ging op zoek naar de pook. Hij stond niet op zijn vaste plek bij de kolenkit en toen ik me bukte om achter de kachel te kijken, hapte ik naar adem.

.

coolemannetje

.

Ik zweer dat het Ampzing Genootschap hier de afgelopen jaren niet over de vloer is geweest! En de deur zit ‘s nachts stijf op het knipje. Even later vond ik nog zo’n zelfde Coolen-mannetje op de gasmeter. Nog gekker werd het toen de printer er spontaan een uitspuugde en ‘s avonds stond ik frontaal voor zo’n levensgrote zwarte gedaante op de scheerspiegel. Ik kon de slaap niet vatten en besloot mijn hallucinaties of dwangvoorstellingen op deze plek met jullie te delen, o zo normale en totaal niet paranormale RaDa-lezers. Welaan, toen ik wilde beginnen aan een nuchtere slotalinea die alles tot de juiste proporties terugbracht en mijn obsessie zou genezen, stonden ze daar. Dreigend op het scherm van mijn laptop, schouder aan schouder..

.

vijcoolen

.

Het waren er vijf!!!!!

Pop-up-wandeling

Het zou een pop-up-stadswandeling door Amsterdam worden en omdat de meteo-apps unaniem een downpour-wandeling voorspelden, was uiteindelijk alleen de organisator er, die des te blijer was dat de huisdichteres en ikzelf (Schotland-veteranen) ook waren upgepopt.

Het verzamelpunt was een koffiebar bij Station Zuid. Veel onidyllischer kan je het niet bedenken, maar even later waren we al in het Beatrixpark. Als enigen, leek het, wat je in een stad niet vaak meemaakt om 11 uur ‘s ochtends. Maar het was best te doen. Some people dance in the rain, others just get wet, stond er op een gele bol en wij wisten wel tot welke categorie we behoorden.

.

daceandgetwet

.

Dat park is prachtig en aan alles was gedacht: herfstkleuren, een kruidentuin, waterpartijen, een poserende reiger en toen het opklaarde ook baasjes met ravottende honden. Maar – misschien was het van de weeromstuit na al die ruige leegte op de Inner Hebrides – vandaag waren het de monumenten en artistieke scheppingen die de diepste indruk maakten.

.

futurepastglory

.

Dit kunstwerk, dat er nog maar sinds mei staat, eert Jakoba ‘Ko’ Mulder (1900-1988), die als stedebouwkundige veel bijdroeg aan de totstandkoming van het Amsterdamse Bos en het Beatrixpark. Een fabeldier volgens sommigen, hetgeen door de kunstenaars (Liet Heringa en Maarten van Kalsbeek) niet wordt bevestigd. Die doopten het Future Past Glory. Hoe dan ook, het stond het daar op zijn fraaist, flonkerend in de zon (die alle apps in hun hemd zette).

Het park als geheel maakte een verzorgde, gekoesterde indruk. Thuis zag ik dat er een Vereniging Vrienden van het Beatrixpark bestaat. Het verbaasde me niet.

.

beatrixbank

.

We vervolgden onze route via station RAI en het Amstelpark, al even mooi en gecultiveerd. Toen ik nog in Buitenveldert werkte mocht ik er graag een tussenuurtje doorbrengen. Ook hier stonden we stil bij een monument. ‘Rozenoord’ herdenkt de gelijknamige fusilladeplaats aan de Amstel in WO2.

.

amstelparkmonument

.

Elke van de 140 stoelen herdenkt een geëxecuteerde; onder de stoel bevindt zich een naamplaat, die bij de 34 ongeïdentificeerde slachtoffers onbeschreven is gebleven. Zie ook de website.

Langs de Amstel liepen we terug naar het gelijknamige NS-station. Huh…? Het was pas half drie toen we weer in Haarlem terugkwamen, erg tevreden met alles.

Optimale versobering

Het HD opent vandaag met de financiële perikelen bij het Frans Hals Museum, dat de algemene reserves heeft opgesoupeerd de afgelopen jaren. Van museumzijde kreeg de krant een weinig verrassend ‘geen commentaar’; Ann De(penning)meester is zelden scheutig met inkijkjes in de bedrijfsvoering – denk ook aan de interne strubbelingen met haar personeel (onder wie de chef financiën!).

Het verwachte tekort van het Frans Hals bedraagt een paar ton – ondermaatse dwergpindaatjes vergeleken met de 850 miljoen die het project Zuidas extra gaat kosten bovenop de oorspronkelijke aanneemsom van 1,7 miljard. In het HD-artikel daarover kom ik een frase tegen waarvan ik hoop dat klussende RaDa-lezers die nooit hoeven bezigen: er dreigt een ‘optimalisatie van de versoberingen’. Wat moet je je daar concreet bij voorstellen? Je wilt een nieuwe etage op je huis zetten, gaat bij gebrek aan pecunia terug naar een dakkapel, die ook te duur blijkt, zodat je – optimaliserend en op zwart zaad – eindigt met alleen een daktuintje?

De RaDa-reda wandelde gisteren door de stad en kwam thuis met veel te veel foto’s voor één blogje. Neem alleen al de etalage van kantoorboekhandel Muijs, met als bijvangst de gevels aan de overkant van de Gedempte Gracht.

.

Muys1

.

Maar laten we de dingen scheiden. De school vissen van Harry van der Tooren (als ik het goed ontcijfer) zwemt daar ter gelegenheid van de aanstaande Kunstlijn.

.

Muijs2

.

En dat dradencomplex link?

.

Muijs3

.

Duizenden bavocentristen zonder Google Maps en Stratenboeken veren verheugd op. Inderdaad, het is onze stad (laser-scherp).

En daarna (treuzelend in de Warmoesstraat) werd ik vriendelijk binnengenood bij het Hofje In den groenen Tuin. Maar misschien moet dat wachten tot een volgende keer.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Terloops

We schuifelden loom langs de Schotersingel toen langs het water bij het Dolhuys een vrouw van verre vroeg of ik even kon helpen met ‘de honden’. Het waren er twee, hun riemen verstrengeld.

Ik zegde direct mijn belangeloze medewerking toe, al wist ik nog niet waaraan. “Die van mij is loops en van deze zie ik het baasje niet. Kunt u die even tegenhouden?” Die loopse van haar was de modaalste standaardhond die je je kunt voorstellen. Zo’n bruine hond als een kind tekent. En het mannetje was wel héél erg een mannetje: een donkere buldog, met het figuur en de afmetingen van een opgerolde slaapzak. Gelukkig zat hij verpakt in een stevig tuigje met een handvat op de rug, dat ik (galant!) vastgreep.

De vrouw ontwarde de riemen en liep naar een bankje met de veronderstelde eigenaar van de buldog. Ondertussen stond ik daar met die krachtpatser. Het woord testosteronbom kwam bij me op. Hij trok uit alle macht, 100% voortplantingsdrift. Mij keurde hij geen blik waardig, al zijn zintuigen hadden zich gehecht aan het zich verwijderende teefje.

Mijn houding was zacht gezegd ongemakkelijk. Ik helde schuin achterover om dat drieste, laag-bij-de-grondse  beest in bedwang te houden, waarbij ik er rekening mee hield dat hij zich uit frustratie plotseling tegen mij kon keren en derhalve met mijn linkerbeen zoveel mogelijk afstand hield. Hernia, spit en schouderontwrichting dreigden. In plaats daarvan verrekte ik iets in mijn knie.

Ik bleef op mijn post. De bankzitter bleek niet de eigenaar. Na verloop van tijd keerde de vrouw terug met een engelachtig meisje van een jaar of twaalf met lang blond haar – in alles het tegenovergestelde van die buldog. Het woord ‘loops’ zei haar duidelijk niet veel, maar ze ballette soepel op ons af en bevestigde de riem. De vrouw bedankte mij en liep weg met haar eigen dier. Er kwamen nog twee soortgelijke meisje aanzwieren. “Hij mag best los, hoor!” joelde er een. En los was hij.

En weg spoot hij. De vijftig meter naar het teefje van zijn dromen legde hij af alsof hij was gelanceerd via een monorail. Ik masseerde mijn knie en voelde me niet geroepen tot een nieuwe interventie.

.

steigerwerk

.

P.S. Ik heb helaas (ik had mijn handen vol) geen foto van het voorval. Wel deze slogan van de firma De Vries, die mij erg bevalt. Zo een die de jongens zelf aan de stamtafel hebben bedacht. En met een beetje goede wil is hij van toepassing op de buldog.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Vaderliefde

Zaterdag schoof ik in de Kennemer Boekhandel aan bij P.F. Thomése, die signeerde en voor een kleine kring liefhebbers enkele passages voorlas uit zijn nieuwste werk, Vaderliefde.

Het was een gemoedelijke bijeenkomst, een ideale opmaat voor het lezen van het boek. Ik heb het (= 250 pagina’s) al uit, het houdt me nog steeds bezig en ik ga mijn moeder een exemplaar cadeau geven. Zeggen jullie zelf maar aan hoeveel recensiesterren dat gelijkstaat. Vier? Hebben we dat vast gehad.

Vaderliefde is een rijk, gevarieerd en onderhoudend boek. Een familiekroniek met twee stambomen achterin, waarbij het zwaartepunt ligt bij Frits, de raadselachtige vader, overleden in 1979. Het boek kon, zo liet de schrijver doorschemeren, pas geschreven worden na de dood van zijn moeder in 2018.

Volgens de familieoverlevering zouden de vroegste voorouders uit het roemrijke riddergeslacht Brederode stammen, maar Thoméses genealogische naspeuringen brachten hem niet verder dan de Napoleontische tijd. Zelf wars van pretenties en aanstellerij, maakt de schrijver zich vrolijk over de ‘bastaard’ Cornelis aan vaderszijde en de accent aigu die voor de chic de familie werd binnengesmokkeld (vergelijkbaar met het trema van de zusjes Brontë).
 
Thomése is trefzeker in de tijdsbeelden (zijn beheerste, gesoigneerde stijl helpt daarbij) en sommige gave portretten zouden op zichzelf kunnen staan, als kort verhaal. Door het hele boek heen wordt benadrukt hoe veel we niet weten over eerdere generaties – hoe veel er ingekleurd moet worden (veelzeggend toont het omslag het uitgeknipte silhouet van de vader).

.

vaderliefde

.

Wrang genoeg blijven juist degenen die in tijd het nabijst zijn soms het onbereikbaarst. Moeder Betty geeft tijdens haar leven niets prijs van haar gevoelsleven; de vader blijkt twee levensbepalende geheimen gekoesterd te hebben over zijn oorlogservaringen. Wat hij wél met zijn zoon probeert te delen (natuurobservaties in de Kennemerduinen, familiehistorie) verwaait veelal of wordt pas veel later begrepen.

Het laatste hoofdstuk, ‘Nagelaten Zoon’, is het persoonlijkst en bevat de kiemen voor nog tien andere, andersoortige boeken. Humoristisch, satirisch, psychologisch, enz. Schitterend vond ik in ‘Faalgeschiedenis’ de verhalen over drukkerij Thieme, waar de vader werkte en zijn overdonderde zoon mee naar toe nam (‘de grote fabriekshal waar de persen woedend stonden te stampvoeten’). Of die over het landhuis in Zaltbommel, waar de jonge Frans dankzij acrobatische toeren het platte dak wist te beklimmen, waar een bronzen klok hing, die bij ontstentenis van een touw alleen door een dappere dakbedwinger geluid kon worden: Het was een machtige ervaring: naar alle windstreken uitkijkend over stad en land en dan die bronzen bruut te laten galmen over alle levende en dode mensen en dieren en dingen, alsof ik een onofficiële Bommelse god was, die allen verwonderd deed opkijken van hun bezigheden, zonder dat zij wisten naar wie of wat zij moesten opzien.

Meer! Meer van dit soort herinneringen!

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Zeehonden

Bladerend door oude zaterdag-HD’s vind ik geen lokaal nieuws dat de term ‘seismisch’ verdient (maar laat het me vooral weten als Haarlem tijdens mijn absentie wél het epicentrum was van schokkende gebeurtenissen).

Wel las ik een artikeltje over dood aangespoelde bruinvissen, die blijken te zijn overleden aan een bacteriële infectie als gevolg van zeehondenbeten. De bacterie in kwestie luistert naar de welluidende naam Neisseria animaloris en het zijn met name grijze zeehonden die op bruinvissen jagen en hem overbrengen. 

Daar zit ik dan, met mijn RaDa-genieke vakantiefoto’s. Ik heb foute sympathieën… Op Orkney merkten we een paar jaar terug hoe een zeehond ons langs de kust bleef volgen zolang we zijn nieuwsgierigheid prikkelden met liedjes en gefloten melodietjes. Sindsdien zijn zijn we alert op hun in de golven dobberende koppies.

Dit jaar zagen we een zeehondenkolonie op het onbewoonde eilandje Staffa. Maar die telden eigenlijk niet, het was een georganiseerd boottochtje. Deze gluurder ontdekten we zelf.

.

zeehondinzee

.

Een dag later kozen we een pad tussen glibberige rotsen en troffen deze vondeling.

.

babyseal

.

Moederloos alleen, vredig soezend (en dromend van kleine bruinvisjes?). “Heb je nog een bontjas nodig?” vroeg ik aan de huisdichteres. Nee, we vergaapten ons. De kleine ontwaakte, geeuwde, rekte zich lui uit en bekeek ons vervolgens alsof hij van ons ook wel een foto had willen maken. Later waarschuwden we een voorbijgangster, die beloofde de ‘ranger’ te bellen. Voor de zekerheid, want de moeders laten hun jong ook weleens even achter als ze uit (bruin?)vissen gaan.

Weer twee dagen later waren we een dagje op The Isle of Mull. We sopten daar door een getijdengebied toen we op een rotsformatie een andere slaapkop zagen. Vloed gemist? Hij lag wel érg hoog en droog.

.

zeehondenrots

.

Toen we elkaar opmerkten, misinterpreteerde hij onze lichaamstaal en begon aan een paniekerige, bijna letterlijk halsbrekende afdaling richting ruime sop. We geneerden ons lichtelijk en waren opgelucht toen hij zich door de zeewierwirwar had geworsteld, omkeek en onderdook in de veilige baai.

.

zeehondenrots2

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook