Olivijn

‘Op dit moment help je mee aan een beter klimaat.’ Wat nu weer? Ik was me van geen goed bewust, maar het gemeentelijke info-bord op het Kennemerplein bij vijf serieel geplante iele boompjes legde het gelukkig uit. Olivijn!

Wat stikstof is voor de milieuvervuiling, is olivijn voor de milieuredding. Het gesteente neemt ‘CO2 op als het verweert, vooral na een regenbui. Hoe meer je over de steentjes loopt, hoe meer CO2 het opruimt.’

Dat laatste las ik overigens pas toen ik thuis de foto bekeek; en ik was uit mijzelf niet op het idee gekomen. Misschien wel als er rond die iele boompjes drommen Haarlemmers driftig hadden gestampvoet, getwist en geschuifeld om de natuurlijke werking van het olivijn te versterken; dan had ik mijn solidariteit kunnen betonen.

Olivijn in afwachting van natuurvrienden

Hoewel, ik weet nog niet wat ik ervan vinden moet, beste Raarlemmers. Het olivijn oogt als kolengruis en het geheel ziet eruit of onze ex-bloemenstad in Limburg een partijtje mijnafval op de kop heeft getikt als goedkope bermvulling. Straks in het voorjaar heb ik toch liever krokussen daar.

Iets anders: de gemeente blijft nieuwe campagnes bedenken om van zijn voorraden afbreekbare verf af te komen. Na die gele (en allengs minder gele) harten met ‘fijn dat je rechts loopt’, zag ik vandaag her en der op het plaveisel geheven handen geprint met het bijschrift ‘Meld geweld’ en dan een telefoonnummer. Ik weet niet wie de doelgroep is, maar of je nou als slachtoffer (sterretjes ziend, suizebollend) over de grond kruipt of als dader met een rood waas voor ogen staat te stuiteren van woede, in beide gevallen zal je moeite hebben de cijfers te … ontcijferen.

8806 2009? Trouwens, is het bellen gratis of kost het €0,35 per minuut? – dat hadden ze er wel even bij mogen zetten. Er wordt vaak geklaagd over overheidscommunicatie, maar dit durf ik gerust een dieptepunt te noemen.


 

 

775

De stad bestaat vandaag 775 jaar!!! Er was een digitale toost met Muggenmeester Wienen, er was uitbundig vlagvertoon, Jopen bracht een speciaal feestbier uit en Van Velzen &co brouwden een schuimend loflied op de stad. ‘Hier ben ik thuis / Hier ken in iedere straat…’

De Verzamelde Kritische Raarlemmers: “Hé, vuile huichelaar, gluiperige stadverrader, judas, perfide plichtverzaker, dat jij je nog zonder vermomming tussen Noorderpark en Spanjaardslaan durft te vertonen! Het is dat we zo verdomde beschaafd zijn hier ter stede… achterbakse types als jij en die huisdichteres van je zouden we stante pede moeten verbannen of dwingen een Haarlem Gifpack leeg te drinken, net als Socrates en…”

De RaDa-reda: “Het is GIFTpack. Een cadeautje – met drie flesjes 775-bier om de lokale horeca te steunen. En nu jullie even stilgevallen zijn, maak ik schielijk van de gelegenheid gebruik om mijn favoriete foto’s van vandaag te laten zien. Dat is mijn goed recht, zolang ik hier nog WOZ betaal!

 

Schilderij H. Duijvis, 2020

Een schilderij van de stad uit de etalage van lijstenmaker Sainthill aan de Zijlweg (met bijvangst). En ja, aan de Zijlsingel weerspiegelde het UWV de stad – zoals altijd onverwacht: cubisme, cobra en vorticisme door elkaar geklutst.

 

 

Recht voor de gevel staand, zoomen we in op de Bavo, met de meest gefotografeerde vlag van allemaal.

 

En wie weet neem ik wel zo’n Haarlem-vlag mee naar Overijssel straks, om als kussensloop te gebruiken als ik niet kan slapen van heimwee. Tot de herinnering langzaam vervaagt…

 

P.S. Dit was de mooiste vlag die ik zag vandaag, met bloesem aan twee kanten:

 


 

Bange mensen

Mijn vader had een abonnement op Vrij Nederland, dus Tamar / Renate Rubinstein (1929-1990) kwam bij ons wekelijks over de vloer. Hun andere roemruchte columnist, Piet Grijs, sprak mij destijds meer aan, maar ik vraag mij af of ik van hem nu nog een Privé-domeindeel van bijna 500 pagina’s zou kunnen verstouwen.

Aan Tamar had ik nooit een hekel, maar een zekere vermoeidheid trad wel in, als ze Weinreb weer eens van stal haalde of andere stokpaardjes bereed. Aan gejeremieer over een scheiding of een polemiek over feminisme had ik op die leeftijd vanzelfsprekend geen boodschap.

Sommige van die stukken doken ook weer op in de keuze die Ronit Palache maakte uit Rubinsteins werk, Bange mensen stellen geen vragen. Ik heb hier en daar wel iets geskipt, maar niettemin… ik ben tot het eind toe geboeid blijven lezen. Ja, óók over die scheiding die haar compleet uit het lood sloeg. Haar beschrijvingen van het plotselinge gemis gaan mij nu door merg en been en doen me des te meer beseffen hoe bevoorrecht ik zelf ben.

Idem voor het thema (on)gezondheid, over haar multiple sclerose en wegvloeiende krachten. Rubinstein bekijkt zichzelf tegelijk meedogenloos en met mededogen. Eerst verzet ze zich tegen de naderende hulpbehoevendheid (‘Dat uitbundige, dat zwaaien met armen en benen is mijn aard. Lenig en heupwiegend ben ik ook.’). Uit aanvankelijke schaamte voor haar ziekte vraagt ze zich af ‘welke rol’ ze moet kiezen: de dapper-glimlachend-door-zijn-tranen-heen-invalide? De woedende invalide? Hilarisch is het verhaal van een aankomst op Schiphol, waar men verzuimd had een rolstoel klaar te zetten. ‘Braaf als een pakje’ wachtte ze 20 minuten op vervoer, inwendig sissend en kolkend van woede. Toen ze later haar gal spuwde bij ene dr. V over haar gevoel van machteloosheid, zei de medicus laconiek: “Maar u bent toch niet machteloos? (…) U had toch weg kunnen lopen?’

Strompelend en kreunend, weliswaar, maar het hád gekund. Het frappante was dat het volstrekt niet bij haar was opgekomen om een scène te maken. Later ging ze op een andere manier met haar zwakte om. Een van de hoogtepunten van het boek is voor mij het portret van de hoogbejaarde socioloog Norbert Elias, dan half blind en doof, met wie ze samen gaat eten. Hij weigert aan zelfbeklag te doen en neemt ruim de tijd voor iedereen die hem aanklampt. En als Renate en hij (de blinde en de lamme) hun restaurant eenmaal bereikt hebben is het als vanouds dikke mik.

De Tamar van vroeger associeerde ik met starre standpunten en vetes; na het lezen van deze selectie waardeer ik vooral haar verdraagzaamheid voor menselijke zwakte, de openhartigheid over haar intieme gevoelens en haar onafhankelijke geest. En grappig was ze ook.

P.S. Hier staat een recensie uit de NRC.En een interview met Palache

 

Eergisteren zag ik bij de Schoterveenpolder deze reiger – ook een soort bloemlezer, zeg maar.


 

Een rivier die stroomt

Goed, het hoge woord moet er eindelijk maar eens uit, na enkele niet eens zo heel stille hints en een paar Funda-gerelateerde blogjes: als alles volgens plan verloopt, gaan wij verkassen uit Haarlem. En niet zo’n beetje: 122 kilometer oostwaarts.

Ben ik afgeknapt op de Spaarnestad en zijn bewoners? Is het plotseling niet meer te harden in de Kleverparkbuurt? Is ons huis onbewoonbaar verklaard? Zijn we krankjorum geworden? ‘Nee’ op alles!

Ik geef toe, we schrokken nogal van onszelf. We koesterden al langer vage verlangens naar een tuin en een rustiger omgeving; de leegte en ruigheid van Orkney is al een jaar lang onbereikbaar. Toen waren er goede vrienden die naar Zutphen verhuisden, huid en haar achter zich latend! Herstel, huis en haard. Dat kon dus! Onze eerste huizenbezichtiging voelde nog als een gril en we keerden licht ontgoocheld terug. Bij de tweede werden we overrompeld.

Het huis voelde goed, het dorp eveneens en er was daar een rivier die stroomde (voor buitenstaanders, bij het Spaarne is dat een eeuwig twistpunt). Mijn camera wist niet welke kant hij op steigeren moest.

 

 

Er was een schattig pontje.

 

De volgende ochtend werden we wakker (gelukkig wel!) en moesten het even bij elkaar verifiëren. Hadden we écht een bod uitgebracht?

The rest is histo… nee niet, we moeten ons huis nog verkopen (overbiedt allen!) en dozijnen dozen vullen, dus de eerste maanden zijn we er nog. En het RaDa? Ze schijnen daar internet te hebben; technisch zijn er geen hinderpalen, maar ook qua schrijven lokt een nieuw begin. De domeinnaam wijda.nl is trouwens al bezet, dat heb ik nagetrokken. En voor jullie, trouwe en ontrouwe lezers sinds april 2005 … nee, ik beloof niks.


 

 

Petsen en zwetsen

‘Obsessie met vrouwenbillen,’ kopt het HD op pagina 2. Ik veronderstelde dat het artikel een universeel fenomeen zou behandelen (‘89% van vrouwen ontevreden over eigen achterwerk’ of ‘Borsten sneue verliezers in strijd om mannelijke aandacht’), maar uiteindelijk bleek het te gaan over de ‘Alkmaarse billenpetser’ die volgens de laatste telling 23 maal ..uh… toesloeg.

De krant (nieuwsgierig geworden) benaderde zowel een criminoloog als de NL Pro Groep, gespecialiseerd in karakteranalyse en emotiemanagement. Wat bezielt zo’n petser? De aangedragen clichés kun je ook oogsten op een willekeurige brugklasmentorenvergadering. ‘Onzekerheid’, ‘behoefte aan erkenning en waardering,’ ‘behoefte aan controle,’ ‘sociale ontwikkeling gestoord’ (door misbruik of gebrek aan liefde?), ‘hormonale bevrediging.’ Misschien is de man een loner (aldus Pro Groep), een vaste relatie valt niet uit te sluiten (meent de criminoloog) en hij is goed te behandelen.

Qua mensenkennis lijken we niet bijster opgeschoten sinds de vroege Middeleeuwen, al geven we dat niet graag toe. Anders zouden we de klassieke straffen misschien kunnen overnemen: na arrestatie twee dagen in de schandpaal met die billenpetser en alle vrouwen die de behoefte voelen (hormonaal, emotioneel, of uit sensatiezucht) mogen hem op op de Kaasmarkt op de kont meppen met inachtneming van de coronaregels.

 

Zelf zagen wij gisteren onze pogingen tot psychologische duiding vastlopen bij het Brouwerskolkje. Een zwaan versperde het verkeer de weg. Er speelde iets met een andere zwaan, een oude territoriumkwestie of een liefdesvete. De rivaal hield zich voor ons onzichtbaar op aan de waterkant en die van ons had besloten dat hij liever onder een bus kwam dan de confrontatie aan te gaan. Was het een loner? Had hij verkeerde fantasieën uitgeleefd? Kreeg hij te weinig waardering? Enkele omstanders kozen partij voor de zwakste en verjoegen de ‘foute’ zwaan, die opsteeg als solliciteerde hij voor een KLM-reclame, waarna de blokkeerzwaan opgedreven werd naar zijn natuurlijke habitat. Bestaan er zwanen-mediators en – gedragstherapeuten?

Meer zwanen op het RaDa: de Pluimstrijker met smetvrees en (ai, zoeken op ‘zwaan’ is lastig, ik schreef te vaak over het gelijknamige café). Nou dan alleen deze foto maar, van zwanen die het wél goed kunnen vinden samen.


 

 

 

Kastjes kwijt

Ze moeten ze chippen! Netbeheerder Liander is een aantal besturingskastjes van de straatverlichting kwijtgeraakt. Jullie weten hoe die kastjes zijn: ‘s nachts zien ze hun kans schoon; ze snijden de kabels door, wrikken zich los uit het trottoir en peren ‘m. Bij daglicht posteren ze zich (draadloos) op straathoeken of in steegjes en houden de schijn op dat ze daar al sinds de tijd van Edison staan.

Nee, grapje van de RaDa-reda! Liander is wel kastjes kwijt, maar anders. Ze staan nog trouw op de hun toegewezen plek, alleen heeft men verzuimd bij te houden waar die plek is. Weeskastjes… Nu er wordt overgestapt op een ander systeem om de straatverlichting aan te zetten (voor de liefhebbers: zonder ‘toonfrequentiepulsen’) moeten de kastjes worden opgespoord. Daartoe bedacht Liander een list: de lantaarns worden overdag aangezet en dan via alle bekende kastjes uitgezet. Lantaarns die blijven branden horen bij in de administratie ontbrekende kastjes. Er wordt dan een beroep op oplettende burgers gedaan om die te melden.

De RaDa-reda moest denken aan het nummer ‘Paal’ van Ivo de Wijs. Ik schreef er eerder over. Over een onooglijk grijs paaltje dat na vele jaren ineens wordt opgekalefaterd:

Die nutteloze paal, hij werd geteerd
Hij staat geregistreerd
Hij werd vandaag gekwast van hogerhand
En in een ogenblik
In een flits besefte ik
Dat het goed gaat, dat het goed gaat met ons land

Zie hier voor het vervolg

We zouden het Ivo kunnen vragen, maar ik vermoed dat de in koor gebrulde moraal ‘het gaat goed met Nederland’ destijds ironisch bedoeld was. En hoe kijken we daar nu tegenaan?

Dat die kastjes zoek zijn is slordig van Liander. Maar ze zijn vaker slordig in die kringen. In het Ramplaankwartier heeft onlangs een werkgroep zich beziggehouden met een curieus trafohuisje, een torentje van 10,5 meter, ontworpen door architect Van Loghem (1881-1940). Een bulldog en een haan van keramiek ‘bewaken’ het huisje.

Zie pag. 18 van de wijkkrant

Maar langs de Julianalaan staat nog zo’n huisje, weet ik toevallig. Minder mooi dan het eerdergenoemde, maar toch… De geglazuurde bulldog is zichtbaar.

De haan is ondergespoten door een respectloze graffitispuiter. Zou het Liander niet sieren als ze daar eens een restaurateur op af stuurden? En wie weet een trafo-historicus?

 

 


 

Vlammenzeeën

Bijna had ik maandag 1-1-2 gebeld voor een brandmelding. ‘s Avonds bij een ommetje zagen we in een woonkamer op de eerste verdieping een fel flakkerende gloed. Likten de vlammen aan het behang? Stond er een vroege kerstboom in de hens?

 

Het bleek een enorm scherm – Bub the cat maar dan zonder Bub? Nieuwe Australische bosbranden op tv? Een grapgrol? Pyromanenporno? Je moet er maar aardigheid in hebben om in het schijnsel van zo’n vuurzee te zitten.

Gisteren bij een pand aan de Verspronckweg dacht ik een déjà vu te hebben. Maar dan met meerdere ruiten. Werd het een rage? Ditmaal bleek het de weerspiegeling van de zonsondergang achter ons.

Ze overdrijven het daarboven sowieso nogal met de oranjegekte deze weken. Deze foto is van eind oktober. Het kan altijd onranjererer…

 


 

 

Hooi op de vork

De dagelijkse ‘Stelling’ van het Haarlems Dagblad (groen = eens, rood = oneens) voelt voor mij toch vaak als gedwongen zwart-witdenken.

Dat kan geen kwaad bij een opiniepeiling (Bussen met een lengte van meer dan 16 meter horen niet in de binnenstad), maar regelmatig wordt de stelling ingezet om een uitdovend journalistiek vuurtje op te porren. Zoals vandaag:

Wethouder Merijn Snoek mag niet opstappen in coronatijd (Eens / Oneens)

Voor wie het is ontgaan: Snoek (Financiën) wil plaatsmaken voor iemand met ‘frisse energie’. Lees ‘ik zit er na al die jaren doorheen en trek het niet langer’. Zijn aankondiging kwam voor vriend en vijand onverwacht (wat voor hem pleit) en het formele ontslag wordt pas ingediend als er een geschikte opvolger is gevonden.

Bij het obligate belrondje beurde de HD-redactie (in de persoon van Marlies Vording) naast lof voor Snoeks verdiensten ook kritische geluiden. Zo stelt Moussa Aynan dat het wethouderschap een ‘commitment’ met zich meebrengt. En Louise van Zetten vindt de beslissing ‘slap’ en ‘niet netjes’. Alsof de wethouder van Financiën er met de gemeentekas vandoor is naar een Maagdeneiland.

Vooropgesteld, de formulering van de stelling houdt een compliment in. Anders had er wel iets gestaan als

  • Een stijve CDA-er met een dyscalculieverleden en pleinvrees had nooit aangesteld mogen worden op Financiën, Openbare Ruimte en Sport: Eens / Oneens

Zijn er nog alternatieven overwogen voor de stelling van vandaag?

  • Wethouders mogen pas weer opstappen als er een vaccin is.
  • Niet zeuren, Snoek, meer dan 2 miljoen Nederlanders hebben een burn-out!
  • Hé Snoek, WIJ bepalen wel of je kapt of niet!
Archieffoto van Merijn Snoek (onderaan) als lijsttrekker tijdens de Haarlemse Plakoorlog*

Over hooi op de vork gesproken: in het HD staat vandaag ook een heerlijk interview met Bas Spaanderman van het gelijknamige diervoederbedrijf over ‘het groene goud’. Over het juiste tijdstip van maaien (‘s avonds, dan bevat het gras minder suikers en krijg je beter hooi) en oude paarden met de Ziekte van Cushing, die de hoefrand aantast. Die zijn gebaat bij hooi van oude, niet bemeste gewassen. Wat een leuke man! Als Merijn Snoek een weekje meedraait in dat bedrijf heeft hij al zijn vitaliteit terug, durf ik te wedden.

*De Haarlemse Plakoorlog uit 2010 heeft een eigen categorie.


 

Dust is everywhere

Ontwikkelingen, ontwikkelingen… Van de week was ons echtelijk bed buiten ons weten opgemaakt door een bezoekende fotografe. Wat gebeurt er allemaal?

Trouwe lezers vermoeden al dat het RaDa over enige tijd zal ‘flippen’ (zoals dat met Amerikaanse staten heet) van ‘bavocentristisch’ naar ‘bavofugaal’. Maar daar moeten we wel wat voor doen.

Dinsdag om 14.30 uur moest het huis Funda-klaar zijn. We hadden er drie hele dagen voor uitgetrokken. De motivatie was en bleef hoog, daar lag het niet, maar naarmate het uur U naderde, deed onze koortsachtige activiteit steeds meer denken aan zo’n tv-programma waarbij een ex-Dollydot (ik kan er een meidengroep of twee naastzitten) in 72 uur een toekomstbestendige bejaardenwoning optrekt. Ons rommelhok puilde uit. Alle persoonlijke zaken (trouwfoto, tandenstokers, de verjaarskalender) moesten ergens weggestouwd. Ik stelde me voor dat de fotografe op de flitsknop drukte en dat de hele bliksemse boel in een keer naar buiten donderde. We schakelden over van plan A op noodplan B en door naar crisisplan C. Nog even de dorre blaadjes van de varen halen en… een laatste blik: pfff, het laminaat was lelijk opgedroogd. Nou ja, als ze koortslippen en rimpels kunnen retoucheren, moet het met dweilstrepen ook lukken.

De fotografe trok haar eigen plan en mopperde nergens over. Ze had het vast erger meegemaakt, maar zeker ook beter. Het was een vlot, leuk mens (zoals veel fotografen). Toen ze weer weg was, liepen we verdwaasd door het huis. Waarom hadden we het nooit eerder zo uitgemest en opgedoft? Waarom waren daar anderen voor nodig? In de slaapkamer nam de verbazing nog toe: het schone dekbed dat wij er op losjes hadden gelegd was strak ingestopt! Kijk, zo doet een prof dat!

………

En wat is dat met energie? Vandaag hoefde ik niks en dat voelde vreemd. Ik voelde dadendrang en deed een tweede aanval op het arme laminaat. En wat is dat met stof? Wat een raar spul? Ik had het toch naar eer en geweten weggesponst in grote hoeveelheden? Maar al dweilend zag ik toch weer flufjes langszwieren. Kennen jullie Dust is everywhere van de Parquet Courts? Best een goede band!

Huisstof

We maken ons huis Funda-klaar. Dat wil zeggen dat we het bekijken door de ogen van een hyperkritische aspirant-koper: dit matig onderhouden, dat gedateerd; en die amateurschilder (ik waarschijnlijk) grossierde in ‘heilige dagen‘. Wat een knoeier!

Tegelijk zie je het door je eigen vergoelijkende ogen. Al bijna nostalgische ogen. We hebben hier tenslotte twintig jaar fijn gewoond. Je vergeeft het huis zijn zwaktes en ouderdomsgebreken. Die drempels bijvoorbeeld zijn allemaal scheef afgesleten. Het scheelt zowat een centimeter op de plek die sinds 1914 door de bewoners als de meest logische werd gezien om een voetzool te plaatsen.

Het woord ‘strippen’ valt regelmatig de laatste dagen. Ons schrikbeeld zijn de talrijke bouwcontainers hier in de buurt waar regelmatig het complete inwendige van huizen in wordt gestouwd. Onze oude keuken en douche gaan subiet voor de bijl, onvermijdelijk. Maar ze zullen toch niet… nee, niet de schuifdeuren! En het glas-in-lood?!?

Alleen gaan wij er straks niet meer over. Nou ja, voorlopig wonen we hier nog en verdrijven oud stof van plinten en richels waar het zich jaren onbedreigd waande. En af en toe zie je iets wat je nooit eerder was opgevallen. In de lengte van de gang op de bovenverdieping loopt over beide muren een blauwe sierstrook van hout.

Maar nooit eerder was me opgevallen dat er in een onooglijk hoekje bij de wc tussen twee deurstijlen een nakomelingetje was aangebracht. Een stukje hout van amper twee centimeter! Volstrekt overbodig vanuit een oogpunt van nut, maar nu (na het 20 jaar genegeerd te hebben) was ik er toch verguld mee.

Het dak was voor mij voornamelijk de plek waar geen lekkages mochten ontstaan. Dat zullen we nu gaan ‘framen’ verkopen als een mogelijkheid tot dakterras of zonnepanelen en wat dies meer. Al is het uitzicht over de stad ook niet te versmaden.