Antropogeen

Heer, dank u dat zij niet zijn zoals ik (Marijas 4: 3-4).

Gisteren gewaagde ik hier van een putlucht en mijn laffe vlucht naar de duinen. Gekscherend begon ik mijn stukje met een fictieve ondergrondse zoektocht naar de oorsprong van de meur/malodeur.

Maar anderen (buren veronderstel ik) hadden kennelijk direct alarm geslagen bij het landelijke putluchtoverlastmeldpunt. Of zitten er in het riool sensoren of gedresseerde ratten die onverwijld verbinding zoeken met Van der Valk + De Groot? Hoe dan ook, vanochtend (ik zat nog aan de havermout) klonk er aan de straatkant een aanhoudend antropogeen geronk (over ‘antropogeen’ later meer [en ik moet oppassen voor een overkill aan haakjes{dat leest niet lekker}]).

 

 

Er stond een enorme, smetteloos gele truck op de hoek en twee bijbehorende mannen die van wanten wisten, bedienden zuigers, blazers, poerders, meetapparatuur, camera’s. Nee, ik pretendeer niet te weten wat ze uitvoerden, maar ze waren daar. En deden dingen. Nog geen 24 uur nadat mijn neus registreerde dat er iets loos was en ik me overgaf aan berusting! Ik heb ze niet lastiggevallen met mijn lekengeleuter en domme vragen. Ik heb me alleen vergaapt aan de ‘hardware’ en me erover verwonderd dat zulke machtige machinerie het hele weekend klaar stond om uit te rukken. Ik hou van dat soort materieel (zie ook De Wraak van Growepa uit 2008).

 

 

En nu dat ‘antropogeen’ nog. Door de mens veroorzaakt – in die zin is het woord breed toepasbaar, maar vanochtend stond er in NRC een interessant stuk over seismic noise en ‘seismische verstilling’. Tijdens de eerste weken van de corona-crisis profiteerden seismologen, die de bevingen van de aarde bestuderen, van het feit dat hun waarnemingen door verminderde menselijke activiteit (autoverkeer, horeca, vliegtuigen) veel minder vervuild raakten. Zelfs op 100 meter diepte, in afgelegen gebieden, waren er verschillen. Zoals de muis zei tegen de olifant: wat stampen we lekker!


 

Gele weken

Die zo enthousiast tokkelende regen van vannacht bleek vanochtend een bres in onze verdediging te hebben gevonden bij het dakraam; daar lag een plasje. Ook kwam uit de doucheafvoer een putlucht. Lekker dan!

Voortvarend zette ik de uitschuifladder klaar tegen de dakgoot, maar eerst trok ik mijn lieslaarzen aan, zette een duikbril op, schroefde het rooster los en daalde behendig af in het riool, met ontstopper, priem, zuurstoftank en zaklantaarn. De eerste meters stuitte ik enkel op haarballen zo groot als ratten (of wáren het ratten?), maar geen blokkades. Dieper moest ik, dieper…

Nee. Het ging anders. We hoopten dat de lekkage langs natuurlijke weg zou helen en dat de stank zou vertrekken langs sympathieke of onsympathieke weg. Op naar de duinen! De lucht was heerlijk fris (of leek dat maar zo vergeleken bij onze doucheruimte?) en in de duinen zijn het de Gele Weken. Alle gele bloemen in de aanbieding: bezemkruiskruid, boerenwormkruid, wilde rucola ook. Trouwe RaDa-lezers weten dat ik dat als dysbotanicus niet van mezelf heb (maar van boswachter Leo in dit geval). Ach wat, we hadden een heerlijke wandeling. Er waren ook paarse plantjes, witte, een schaapskudde, veel gelukkige Duitsers bij Parnassia, een solitaire Hooglander soezend onder de struiken en bij het Vogelmeer aalscholvers en zwaluwen. Leve onze achtertuin!


 

Risicobeleving

De meeste jongeren zijn niet zo erg oud, als je er goed over nadenkt. Best jong eigenlijk! Dat durf ik wel te stellen in het algemeen. En verder heb je grote en kleine jongeren, dikke en dunne, domme en slimme, leuke en stomme, slome en actieve. Jongeren zijn – en dat wordt helaas te vaak vergeten – net mensen.

Al zullen jongerendeskundigen en puberbreinbollebozen dat in alle toonaarden ontkennen. Vandaag doen alle kranten hetzelfde veldwerk – journalisten trekken de koopgoot of de uitgaansbuurt in om jongeren te verschalken voor hun reportage over corona-risicobeleving. Met de buit gaan ze vervolgens buurten bij (ik neem NRC erbij) 1) een ontwikkelingspsycholoog, 2) een hoogleraar Entertainment Media and Social Change en 3) een hoogleraar communicatie en gedragsverandering.

Een beetje kriegel wordt de RaDa-reda er van. Het mooie vak Nederlands sterft een stille dood aan de universiteit en dit soort studies floreert? [ Ik heb het nagevraagd bij een hoogleraar Fossilisatie en Verzuring en volgens hem zijn dergelijke kribbige, reactionaire reacties niet uitzonderlijk onder geborneerde ouderen die met het verkeerde verkalkte been uit bed zijn gestapt].

Afijn, we hadden het over risicobeleving bij jongeren, die het corona-virus niet met het blote oog zien en het pas serieus zullen nemen als het muteert in een monster van saurische proporties. In het verlengde hiervan had ik zelf maandag een beangstigende ervaring.

Het was bijna donker en ik had de huisdichteres opgehaald van het station. Op het altijd drukke Staten Bolwerk zagen we twee joelende fietsers roekeloos vanaf de Noorderbrug vlak voor een autobumper langs oversteken. Het was een krankzinnige actie, die een nog krankzinniger vervolg kreeg toen ze direct na het bereiken van de overkant als twee ijsdansers zo eenparig begonnen aan een slinger terug naar de overkant. Die bereikten ze – miraculeus – ongeschonden, om nog voor het kruispunt wéér, tegen het verkeer in, naar rechts te zwenken. Wij keken vol afgrijzen toe, ongelovig, en bereidden ons voor op een of twee doffe dreunen en veel muhammara op het asfalt. We konden zien hoe ze hun zigzag een vervolg gaven op het Kennemerplein, spookrijdend op de linker autorijbaan en terugzwiepend naar de rechter. Was het een ‘challenge’? Welke pillen hadden die gasten gebruikt die de rijvaardigheid zó beïnvloedden? Hoe moest het zijn voor ouders als je 15-jarige zoon (daar was geen enkele fantasie voor nodig) zo aan zijn einde kwam? Of voor een bestuurder als ze op jouw voorruit landden?

Jongeren, ze houden geen rekening met de hartslag van ouderen. Sommige althans.

 

Uitzicht vanaf het terras de Oerkap (hopelijk voorlopig nog open)


 

Ontzien?

Wat je eenmaal gezien hebt is moeilijk te ‘ontzien’. Neem dit.

Hoe dirty moet je mind zijn om daar een mannelijk lid in opgerichte toestand in te zien? Ik heb geen nationaal onderzoek gedaan onder OV-reizigers, maar een selecte steekproef (d.w.z. besmuikt informeren bij een handjevol vrienden) leverde een bevestiging op. Ik was niet de enige die het mondkapje over het hoofd had gezien in eerste instantie (of het mondkapje op het hoofd niet had gezien).

Nou zijn we van die mondkapjes over een jaar of vier verlost, als ze zich enigszins in acht nemen in café De Kleine Beurs te Hillegom, maar anders ligt het met Cuypers’ Basiliek Sint-Bavo hier in Haarlem (bouwjaar 1930). In NRC krijgt/neemt redacteur Bernard Hulsman (specialisme architectuur) twee pagina’s om uit te pluizen wat de uitdrukking ‘naar Jeruzalem kijken’ betekent.

[Verblufte stilte] Hint: denk aan het Bijbelboek Openbaringen [de eerste atheïsten verlaten de zaal]. Ik moet zeggen, ik kende hem ook niet, maar klaarblijkelijk betekent ‘ik kijk naar Jeruzalem’ dat een meisje of vrouw onder haar rokken te bespieden is; ik geef jullie een momentje en dan leggen jullie de associaties hopelijk zelf, beste Raarlemmers van libidineus tot frigide?

Waarom hebben we het hierover? Hulsman betoogt dat katholieke Maria-vereerders zo tuk waren op koepels omdat die uitzicht boden op het hemelse paradijs/ de rok van Maria (in Openbaringen daalt ‘het nieuwe Jeruzalem’ uit de hemel neer). Hij werkt het tot in de details uit: de gelovige die omhoog kijkt waant zich veilig als onder moeders rokken. En de ‘lantaarn’, de opening middenin voor de lichtval, noemt hij kuis de ‘origine du monde‘ waar we allemaal vandaan komen. Een kut, zeg maar.

Dus jullie zijn gewaarschuwd. Wie nietsvermoedend de beeldenroute De wezens van de kathedraal gaat doen of gewoon eens wil zien hoe mooi de Bavo is gerestaureerd, krijgt er een onuitwisbare upskirt van de Heilige Maagd bij.

P.S. Gisteravond bood de ‘hemel’ een bijzondere aanblik. Freudianen kunnen hun gang gaan en er Maria in een schuimbad van maken. Ik moest aan ‘meisop’ denken. Nou ja, ieder het zijne.


 

Deze maakte ik vanuit mijn raam en toen ik nog wat verder naar buiten hing zag het er zo uit:

 


 

 

Eloi (2)

Het eerste deel van dit tweeluikje staat hier: Eloi (1)

Mag ik een geslachtsverandering? Even een uurtje trans en dan fluks weer terug naar cis? Deze verzuchting slaakte ik gisteren. Schrijf als oudere man over een betoverend mooi meisje van veertien en Humbert Humbert en zijn nymphet Lolita zijn in dit verdorven tijdgewricht niet ver weg. Na een kwartier ploeteren voelde ik me gisteren als een Shell-CEO die een toespraak houdt in het Greenpeace-hoofdkwartier of de laatste slavenhandelaar op de koffie bij Black Lives Matter.

Ja, jullie zaten mij in de weg, anders zo dierbare lezers. Dus maakte ik een knip in Eloi 1, pal na de stelling dat de jeugd baat zou hebben bij wat meer wreedheid en frustratie in de opvoeding. Dat jullie dat vast wisten.

Nu het vervolg: zondag zat ik met Sylvia en twee vriendinnen bij Loef, op Schoteroog, aan de Mooie Nel. Het was in allerlei opzichten een belangrijk samenzijn, met zowel luchtige gespreksonderwerpen als zwaardere kost; er werd gevierd, getreurd, vooruitgekeken, beklonken, bekrachtigd. We wilden het ogenblik vastleggen en na een paar krampachtige kwartetselfies vroegen we hulp aan twee jonge meisjes die toevallig langstrippelden om te gaan zwemmen.

Dat ze hielpen verbaasde niet, wel de manier waarop! Geduldig, lief en onbevangen. Zonder aanstellerij of raffinement. Ze waren alle twee mooi, maar degene die de foto nam had ogen met een zeldzaam hoog wattage. Intens stralend en volkomen onschuldig (ja, geloof mij, onschuldig!). Ik was vertederd.

En gelukkig was ik (al dan niet dirty old man) in goed gezelschap. De anderen zagen het ook. Waar waren die lichtgevende elfachtige wezens opgegroeid, vroegen we ons af, dat ze (in onze groezelige wereld) zo puur en zuiver waren gebleven? Welke anti-aanbaklagen hadden die ouders aangebracht? Was er misschien toch iets te zeggen voor die weeë moderne opvoeding, waarin het Kwaad afwezig was?

Of… Of… Ik ben er niet uit. Toen ik Maxim Februari las, moest ik denken aan het aloude boek van H.G. Wells, The Time Machine, uit 1895, waarin de tijdreiziger een ontmoeting heeft met de Eloi: sierlijk, speels, naïef en hedonistisch; helaas ook gespeend van ambitie en daadkracht. Als een van hen in de rivier verdrinkt komen ze niet in actie. (Al het vuile werk laten ze opknappen door de aapachtige, ondergronds levende Morlocks.)

Maar zo kwamen die meisjes bij Schoteroog beslist niet over. Die zouden – ik twijfel er niet aan – met een gracieuze duik in het Spaarne springen (ze hebben hun diploma ‘reddend zwemmen’), de drenkeling met vereende krachten aan wal brengen en terstond bij bewustzijn brengen (ze hebben hun diploma ‘reanimatie’). En nou mogen jullie er zelf verder over nadenken.

 

In Teletubby-land (Schoteroog)


 

Eloi (1)

Als Maxim Februari een column schrijft, komt het instemmend knikken bij mij vaak als vanzelf. Vorige week had hij het over kinderliteratuur, die in vervlogen tijden de jeugd ‘vaccineerde tegen het kwaad’. Het ging er in vroeger eeuwen weinig sentimenteel aan toe: in Piet de Smeerpoets fikt een onvoorzichtig meisje tot aan haar sokken af (eigen schuld, dikke bult) en een hardvochtige kleermaker amputeert de duimen van een duimzuiger.

 

 

In onze softe opvoeding worden slechtheid en gruwelen waar mogelijk uit het leven van kinderen weggefilterd. Februari’s betoogtrant is te subtiel om er hier recht aan te doen (hier staat de column in zijn geheel), maar hij vreest dat het eenzijdige dieet van lievigheid en verantwoordelijkheidsbesef dat we kinderen voorzetten hen onvoldoende toerust voor het ‘echte’, soms brute en onrechtvaardige bestaan.

Ik moest denken aan een derde klas een paar jaar geleden, waar ik de leerlingen vroeg iets te schrijven over hun hevigste vechtpartij of gemeenste ruzie. Niet van de afgelopen week, maar uit hun 15-jarig leven. Verwarring en paniek! De meesten bleken nooit echt gevochten te hebben! Menens, bedoel ik – met bloed, snot, modder, knietjes, kopstoten, blauwe ogen. Bij het gamen maaien ze vijanden met honderden tegelijk neer, maar het lijf-aan-lijfwerk kenden ze niet uit eigen ervaring. Ik was onthutst. Wat waren dat voor wereldvreemde wezens?

Voer de dienstplicht weer in! Maak kooivechten en olieworstelen een verplicht vak op de peuterschool! Breng het sado-masochisme terug in het verhaaltje-voor-het-slapen-gaan! Dus die column was koren op mijn macho-molentje. Maar ja, hoe gaat dat met instemmend knikken?

Zondag…[knip]

…………………………………………………………………………………………….

[perforatie]

Help, het stukje wordt te lang. Dus ik kap en dan lezen jullie later waarom de RaDa-redacteur voor een uurtje een redactrice wilde worden.


 

Uitgestippeld

Zwakke planning is een van mijn sterke punten; soms leveren grillige routes onverwachte doorkijkjes op of ontdek ik per abuis verborgen paradijsjes. Het komt echter ook voor dat het avontuur faliekant mislukt.

Gisteren fietsten we ’s ochtends van Haarlem naar het Flevopark in Amsterdam. Op een paar omleidingen in de buurt van Sloterdijk na genoten we van prachtige fietspaden; door Spaarnwoude, maar zelfs door Amsterdam (Westerpark). Spoorlijn en snelweg waren nooit ver weg, maar drongen zich niet hinderlijk op. Tot zover niets dan jubel. Waarna ik, overmoedig geworden, op het onzalige idee kwam langs ‘de andere kant’ terug te fietsen, via de Amstel-oever. En dan bij Oudekerk rechtsaf, vertrouwend op zich spontaan aandienende groene fietsroutes, ANWB-borden en mijn intuïtie. Haarlem, hoe ver kon het zijn?

[Bespaar me, prudente, wegwijze of betweterige lezer s.v.p. alle bruikbare en onbruikbare tips!!!!!!! Ja! ja!!! ja!!! er bestaan landkaarten, globes, knooppunten, LPF-tochten, kompassen, handzame gelamineerde gidsjes en ook van de uitvinding van GPS ben ik waarachtig niet onkundig gebleven. Het gaat er nu om dat ik niet altijd en overal een uitstippelaar of slaafse pijlenvolger wil zijn.]

Het viel dus bitter tegen. Als je plompverloren wat doet en vervolgens ergens de juiste afslag mist, zijn er heel wat dorre kilometers af te leggen. In dit land. Stoplichten breken de cadans, snelwegsmog vermengt zich met elke ademtocht, de herrie stompt je af. Eigen schuld, ik weet het, maar desondanks… Ik was geschokt dat de A5, de A9 en de N222 en nog wat van die verkeersriolen op een loze zaterdagmiddag zó druk waren. En zodra je als fietser de voor jou uitgespaarde sleuf in het landschap verlaat, is het in de wijde omgeving niet te harden.

In de Facebook-groep ‘Je bent Santpoorter als…’ plaatste iemand deze prachtige afbeelding van de tram-dienstregeling uit 1916. Hoogwaardig openbaar vervoer! Met de mogelijkheid overal tussen Katwijk en Egmond op goed geluk uit te stappen en rustig het terrein te verkennen. Toen was de bonnefooi vast nog heel gewoon…


 

 

Mesdaad in de nacht

Je schijnt je droomleven te kunnen regisseren; het brein zo dresseren dat het Netflix-waardige verhalen opdist. Zo ver ben ik nooit gegaan, al heb ik me hier eerder ontevreden betoond over mijn eigen slome nachtprogrammering.

Zo droom ik als gepensioneerde af en toe dat ik voor de klas sta (vaak zijn er boeken zoek, of proefwerken); ook was er die keer dat ik als 58-jarige een profcontract tekende bij FC Barcelona. Hoe gênant wil je het hebben? Afgelebberd worden door een eland is ook niet alles, maar dat had tenminste nog iets oorspronkelijks.

Goed, vannacht heb ik dan – eindelijk sensatie! – een man vermoord in mijn slaap, met een enorm koksmes. Ik weet niet wie en waar hij het aan verdiend had, maar de urgentie herinner ik me levendig. Ik had een missie. Als door een onzichtbaar koord werd ik naar het slachtoffer getrokken. Het slapende (dromende?) slachtoffer, dus moed had ik er niet voor nodig. Mijn Krimi speelde zich af in een vervallen pension, waar ik zelf ook verbleef. De sfeer was Pinteriaans, er woonden mannen van laag allooi, met van alles op hun kerfstok.

Toen ik het mes tussen de ribben stak verwachtte ik meer weerstand (een ervaren moordenaar was ik dus niet), ik hoefde weinig kracht te zetten. Het was een cleane moord, al zeg ik het zelf, zonder bloedfontein of vlees-muhamarra Het lastigste kwam pas daarna. Ik wilde vluchten van de locus delicti, maar had lichtbruine leren puntschoenen aan met erg stijve veters. Het lukte me niet die te strikken en de kans om aangehouden te worden steeg met iedere mislukte poging.

Daar hield het op. Nou ja, vannacht ga ik weer slapen. Mocht het een serie worden, hou ik jullie braaf op de hoogte. Behalve als er iets veranderd is in mijn inborst en ik mijzelf geregeld likkebaardend betrap bij Dille & Kamille, bij de messensets.

 

Onschuldige gele bloemetjes


 

Smeu

Smeu blijkt toch geen zelfstandig naamwoord, jammer. Ik had hier een smeuïg recept klaarliggen en vandaag leek me de dag. Alleen vanwege de welluidende naam van dat spul had ik al zin om het te maken: muhammara.

Dat zou een mooie vloekvervanger kunnen zijn in plaats van de crue eenlettergrepige verwensingen waar we ons meestal van bedienen. Voor een hartgrondige vloek mag je best vier lettergrepen uittrekken. Ik noem maar wat, je hebt in de keuken gestaan, de garnering is aangebracht en bij je zwierige entree in de volle huiskamer glij je uit en glipt de schaal je uit de vingers. Je eindigt in een oranje brij, op de plavuizen: “Mu-ham-ma-ra!” klinkt het uit alle monden.

Het goedje komt uit Syrië of Libanon en je kunt het tegenwoordig kant-en-klaar kopen in plastic bakjes. Maar mij gaat het juist om dat bevredigende hak- en prakwerk, waarbij weinig mis kan gaan. Rode paprika’s roosteren en daarna speel je de Grote Homogenisator. Met een grijns vijzel en meng je de ingrediënten tot ze de kleur hebben van een Bhagwan-aanhanger die door de blender is gegaan.

 

 

Op kooksites noemen ze het smeersel (het is lekker op Turks brood) een ‘dip’ of een ‘spread’. Waarom geen ‘smeu’ dacht ik, in de veronderstelling dat het woord ‘smeuïg’ daar ooit van was afgeleid. Alleen, etymologen zijn het er niet over eens – gaat het terug op oude woorden voor room of modder? Of zit het anders? Hoe dan ook, ‘smeu’ is vacant, lijkt me en het zou niet misstaan in het smikkel- en smulwoordenboek. En ‘smijdig’ mogen we ook best vaker gebruiken.

Het recept staat op allerlei plekken op het Wereldwijde Web, dus kijk zelf maar bij De Groene Meisjes, Chicks love food, De Kokende Zussen, Anniepannie of Koken met Jan. Zelf had ik het uit de krant, van Janneke Vreugdenhil. Oef, Janneke, ik krijg het nog warm als ik aan die Coq au Feu van haar denk (leuk RaDa-stukje, al zeg ik het zelf).

P.S. Dat eetbare paarse bloemetje camoufleert een beschadiging in de schaal

 


 

Zóóó blauw

‘Media vita in morte sumus.’ Heb ík dat? Ik wou een upbeat RaDa-stukje schrijven over hemels blauw en er ter meerdere inspiratie een blij moppie muziek bij zoeken, maar Spotify stond nog op een speellijst met Orlande de Lassus.

‘Midden in het leven zijn wij omgeven door de dood’? Laat het maar aan die zure zestiende-eeuwers over om de stemming te verpesten… Wel voelt het voor mij zo tussen de Eerst en Tweede Golf in nog enigszins of er een taboe zit op geluk. Mag het alweer? Even controleren, het RaDa heeft niet voor niets een zoekvenstertje. De meest recente voltreffer is uit mijn Straatjournaal-column van januari: ‘Geluk bestaat niet, maar gelukkig zijn kan. Af en toe, ondanks alles.’

Himmelhoch jauchzend is anders en kennelijk ben ik er daarna niet meer zo mee bezig geweest. Maar deze week ging het crescendo. Ik was in Knokke, met duizenden bezopen Nederlanders… Nee, we wandelden en fietsten hier in de buurt en het enige minpuntje was dat ik een krik in mijn nek kreeg; niet van een woedende automobilist met bandenpech, maar van het omhoog kijken naar het schouwspel dat de wolken ons voorzetten. Het hield niet op! Vrijdag op het strand en in de Kennemerduinen, zaterdag in het Amsterdamse Flevopark en gisteren op Schoteroog en in Spaarnwoude.

Hieronder mijn bloem blauwlezing. Oh… en dan (bang momentje!) maar hopen dat jullie ook naar boven hebben gekeken de afgelopen dagen. Dat niet een of andere Sammy (door Ramses in de steek gelaten) zit te simmen en sippen van, nou, mooie foto’s maar ík heb niks gezien. Vergeten omhoog te kijken…

 

Strand bij Santpoort (Duin en Kruidberg)

 

Kattendel

 

Flevopark Amsterdam

 

Flevopark andermaal

 

Vanaf Schoteroog

 

Spaarnwoude

 

Ook de vliegroutes waren pittoresk (toestel is dat fruitvliegje middenin)
En ze waren nog niet met héél veel.

Goed voornemen: The Cloudspotter’s Guide nu eindelijk eens echt bestuderen!