Feestje

Je trekt de gordijnen open en pfff… Is het zó’n dag? Je hebt bullshit en gullshit (foto links)! Ieder viert Bevrijdingsdag op zijn eigen manier, inclusief de meeuwen. De RaDa-reda probeerde er het beste van te maken (bewerkte foto midden en rechts) maar zag er toch een bedenkelijk voorteken in.

Geheel ten onrechte, bleek. ’s Middags vierde een vriendin haar vijfenzestigste verjaardag. Niet met een f*** the C*r*n*party maar een exclusief, verantwoord, ongedwongen samenzijn van een dozijn gemotiveerde shielders (tenzij er ineens een feestje is) en andere risicolijders / -mijders. Locatie: de binnentuin van een appartementencomplex.

Ik begaf me erheen in mijn normale nieuwe-normaal-stemming – we gaan niet gek en spontaan doen, neem je in acht. Ik arriveerde iets te laat – het aangekondigde live-optreden was net begonnen – en vlijde me op het gazon. En ja, het was LIVE!!! Live live, zo live als live kan zijn; een dialoog van een prachtige, getrainde stem en een virtuoos bespeelde altviool die dankbaar profiteerde van de akoestiek tussen de flats. En ook na het applaus bleef de stemming liver dan hij de afgelopen weken doorgaans was. Er spartelde een live baby’tje op een plaid, er was een vriendin die na een geslaagde operatie live terug was uit het ziekenhuis en de champagnebubbels dansten onbevangen in de glazen, met ouderwetse sprankeling en liveliness. De zon scheen. Een vriendelijk hondje kwispelde langs maar mocht van het baasje niet met ons stoeien. Oh ja, corona…

Het leuke was, het was geen feestje uit zelfbeklag. ter compensatie voor alles wat we ons zo smartelijk hadden ontzegd. Nee, er was gewoon ineens een feestje. Gewoon. Ineens. Een feestje op het gras!


 

Vrijersvoeten

Over de dodelijke eenzaamheid van het binnenzitten is al veel geschreven, maar buiten is het ook niet alles. Al een paar weken loopt hier door de achtertuinen een krolse kater.

Ik heb hem nooit gezien, ik weet niet van wie hij is en hoeveel kilometer hij ’s nachts cruisend en kreunend van onbeantwoord verlangen aflegt. Hij mauwt niet erg hard (net hard genoeg om mij te wekken), maar des te hartverscheurender. Minstens zo pregnant zijn de tussenpozen, telkens een seconde of vijf waarin je al zijn kattenzintuigen voelt smachten naar het poesje van zijn dromen.

Zijn queeste door de tuinen duurt zo’n kwartier, waarin ik hem veelvuldig naar de castrateur wens – het alternatief, een ontvankelijk maatje, zou gepaard gaan met nog méér herrie. Katjes die muizen, mauwen niet, maar katjes die kezen gaan als beesten tekeer. De afgelopen nacht kwam daar nog bij dat ik dat liedje van Ramses Shaffy in mijn hoofd had.

Zing, vecht, huil etc. Er was al snel een krolsekatervariant in de maak.

Spritz, vecht, huil, stink, jank, zwerf en bewonder. Voor dat ‘bewonder’ moet nog iets te verzinnen zijn, maar vannacht krijg ik vast weer een kans. Loop rond haar? Bespring haar? Enfin…

 

Nee, dit is ‘m niet. Gewoon een onschuldige soortgenoot.


 

Ezelsbruggetje?

 

Dubbele nachtmerrie: ik sta op een theaterpodium om een Shaffy-klassieker te vertolken. Die gast kan niet zingen, weet het publiek al na twee noten. Het ‘Zing, vecht…’ komt onbehouwen mijn strot uit.

En dan laat ook de tekstvastheid me nog in de steek. ‘Zing, vecht… ????’ Huil, lach? Werk, lach? Lach, kreun? ?!?!? En BEWONDER!!!

Vandaag belandden de huisdichteres en ik op een bankje in de Kennemerduinen waarop de bewuste regel stond geciteerd. Beschikte de goede Ramses (niet altijd compos mentis tijdens optredens) over een handig ezelsbruggetje voor die zeven werkwoorden, in de goede volgorde?

We zochten ernaar. ZVHBLW en Bewonder? Alfabetisch zit er niks in. Metrisch zes keer één lettergreep. De volgorde van de klinkers (i-e-ui-i-a-e) helpt niet. De huisdichteres zag iets met symmetrie rond ‘bid’, maar mij zou het niet helpen. Een bijpassend verhaaltje bedenken? Iets als ‘mijn broer zingt zo slecht dat ik met hem wil vechten en dan huilt hij, waarna ik bid dat…??? Thuis bedenk ik Zwanen Vliegen Hoog Boven Laag Water.

Maar dan nog zou ik mezelf met een beetje plankenkoorts niet vertrouwen. In mijn nachtmerrie worstel ik door, met de moed der wanhoop:

Zing… vecht… huil… bluf… lach… wacht… en bewonder/
Zucht… vecht… hoop… bid… lucht… wind… en bewonder/
Zink… vlucht… help… zit… lig… zwerk… en bewonder/
Zuip… vocht… hink… bid… loer… wenk… en bedonder.

Pfff! En dan moeten degenen ‘met de dichtbeslagen ramen’ en ‘de schuilhoek achter glas’ nog komen…

P.S. Voor meer geheugenproblemen zie  Zomer in Zeeland , de oorwurm van Saskia en Serge.


 

Zorgverspreiders

Vadertje Rutte – voor wie we het allemaal doen – is tevreden over het naleven van de adviezen en verordeningen op K-/Woningsdag, maar (het beeld is ‘gemixt’) hij ziet het helaas ook drukker worden op straat. We moeten niet naïef zijn als Nederlanders en…

Ik ben bereid de premier welwillend aan te horen en het pretwinkelen bij IKEA levenslang uit te stellen. Met één erg kritische kanttekening: toen de trombosedienst mijn favoriete 93-jarige risicobejaarde bezocht om bloed te prikken (niet van anderhalve meter afstand!) droeg de zorgheld in kwestie niet het spreekwoordelijke ruimtepak. Noch handschoenen, noch mondkapje.

Ik kwam iemand tegen die zelf thuiszorg doet, met mondkapje voor (achter heeft geen zin volgens het RIVM). Toen ik in een wolk van aerosolen mijn verontwaardiging uitte, wist zij uit eigen ervaring te vertellen van een arts die bij huisbezoek uitsluitend vertrouwde op de kracht van het eigen immuunsysteem. Nou heb ik nog nooit een kliklijn gebeld, maar mocht er een komen om potentiële superverspreiders aan te geven, zou ik het serieus overwegen.

Nee, dan de protectie bij de Kennemer Boekhandel, waar ik… ach, funshoppen is het zeker niet meer. Maar ik ben geconditioneerd om een bezoek aan boekwinkels leuk te vinden. Dus gluur ik altijd even in de etalage en als ik zie dat er geen klanten zijn, glip ik naar binnen, trek bij de entree twee chirurgenhandschoenen uit de gereedstaande doos, gorgel met antiviraal mondwater en volg het hele uitgezette parcours van recente uitgaven tot de klassieken. Soms verlaat ik de winkel met die steriele handschoen nog aan – innig tevreden, alsof ik zojuist de perfectie misdaad heb gepleegd.

 


 

Fluorescentie

Het ‘Meisje met de parel’ had ooit wimpers!

In haar eigen Gouden Eeuw had ze ooghaartjes en mettertijd (als door chemotherapie) zijn die opgelost. Wanneer waren ze voor het laatst nog met het blote oog zichtbaar? In 1750? 1850? Dankzij macroröntgenfluorescentiescanning (gaat het Nationaal Dictee nog door voor 2023?) zijn die verdwenen haartjes herontdekt, bij het onderzoek Meisje in de Schijnwerper. Nog iets, Vermeer beeldde het meisje af tegen een groen gordijn, daar waar museumbezoekers in de 21ste eeuw slechts lege ruimte zagen. Een time lapse sinds 1665 zou hebben laten zien hoe dat gordijn geleidelijk, zeer geleidelijk veranderde in lichtgroene, op zijn beurt onmerkbaar fadende vitrage – zonder dat ooit ergens iemand riep ‘hee, krijg nou het, het gordijn is pleite!’

Zal ik (om de coronatijd te doden) maar eens een schriftelijke cursus waarnemingspsychologie volgen? Opkijkend van de laptop zie ik op de schoorsteen een wijnfles met één rode roos erin. Een kleine attentie van de huisdichteres een paar dagen geleden – en als ik wat attenter had gekeken, had ik eerder vastgesteld dat het dieprood over het spectrum sluipt en gluipt, richting zwart, een proces dat zijn eigen schoonheid heeft (dat het stucwerk iedere pretentie van maagdelijk wit lang geleden heeft laten varen, laten we in dit kader buiten beschouwing).

En nu we toch bij die roos zijn, is zoete symboliek niet ver weg. Gisteren had ik een duffe, doffe rotdag. Niemands schuld, ook niet van de regen, maar niks deugde en geen wimper, roos of parel die mij kon bekoren. Een dor bestaan zonder enige glans strekte zich eindeloos voor mij uit, waarbij de monotonie slechts werd doorbroken door monomane buurmannen met gierende vlakschuurmachines die ploegendiensten draaiden. Ach, laten we eufemistisch zeggen dat ik een ‘dipje’ had.

En zie, vandaag deed mijn interne macroröntgenfluorescentiescanner het ineens weer! Vraag me niet hoe het kan. Die gisteren onzichtbare roos stond daar te prijken in zijn zoveelste paarstint en ik voelde mij het bevoorrechte middelpunt van een rijke, wondere wereld. Alleen internet deed het nog niet – een kleinigheidje, maar Ziggo volente kan ik dit straks met jullie delen. Dan is mijn dag helemaal goed.


 

Het oude normaal

Kunnen al die sportredacties en de professionele sportbabbelaars en -schnabbelaars per direct een spreek- en schrijfverbod krijgen? Collectief in de NOW of TOZO en pas weer sportprogramma’s en sportkaternen als de bal ook echt rolt en de spelers er lekker stevig in kunnen kleunen, met 40.000 door Jaap van Dissel persoonlijk geteste toeschouwers op de volgepakte tribune!

Ik hou heus van sport, maar voor mij liever de ‘cold turkey’ dan de methadon. Geen palliatieve sportjournaals met ‘de traditionele Nieuwjaarswedstrijd van HFC tegen de oud-internationals gaat op 1 jauari 2023 waarschijnlijk niet door, voor de derde keer sinds 1944’? Dat werk? En vanaf heden zes weken zeveren over het gedupeerde Cambuur of een in november 2019 ten onrechte toegekende strafschop in extra tijd waardoor FC Mediocre op doelsaldo een theoretische kans op de playoffs voor een Europees ticket misliep, die uitzicht bood op de eerste van vier voorrondes van…

Graag maak ik één uitzondering voor de NRC. Daarin stond gisteren een grondig artikel van Enzo van Steenbergen over het instorten van het dak van het AZ-stadion, tijdens een storm op 10 augustus 2019: ‘Dan komt het geluid. Het kraken en scheuren van staal, spanten die breken, bouten die knallen.’
(De getroffen vakken Q en R van de Molenaartribune zijn godzijdank leeg.)

Er is in 2005 iets niet goed gegaan bij de bouw, zoveel is duidelijk. Liever gezegd, er is bitter weinig goed gegaan, zo blijkt uit het vervolg. Enerzijds is er het technische verhaal – de te dunne lasverbindingen en andere constructiefouten. Interessanter vind ik het zwartepieten tussen de gemeente Alkmaar (verantwoordelijk voor bouwinspectie / veiligheidscontroles), de club (destijds nog onder Scheringa), betrokken ontwerpers, lassers en bouwbedrijven. Het geeft een ontluisterend inkijkje in een wereld van krankzinnige tijdsdruk en smalle winstmarges, met alle praktische concessies en het blufpoker van dien. Het oude normaal, zeg maar.

Het leest haast als een allegorie: volgens het onderzoeksrapport was de scheur dertien jaar lang goed zichtbaar. ‘Maar niemand die het zag.’

 

Dit bedrijf heeft niets met die tribune te maken. Wel het soort reclameleuze waar de RaDa-reda vroijk van wordt.


 

Vijftien jaar

De oprichtingsdatum van het RaDa is 24 april 2005. Oefening burgerbevolking heette het eerste stukje en er volgden er nog 3050. Vandaag bestaat mijn bavocentristisch, lyrisch-satirisch weblog dus precies vijftien jaar. Onder gewone omstandigheden reden voor een grootse viering met veel fanfare.

Maar ja (hopelijk vertel ik jullie niets nieuws!), toen was daar Covid-19. De geplande RaDathon waarbij 750 bekende Haarlemmers hun favoriete blog/dagklad zouden voorlezen, is zoals talloze festivals en evenementen doorgeschoven naar een nader te bepalen decennium. Het zijn (hopelijk vertel ik jullie niets nieuws?) rare tijden, die van ons allen een andere werkwijze en instelling vergen. Met alle strubbelingen van dien. De voltallige eenpersoons hoofdredactie heeft door de coronastress soms meer weg van een meervoudige persoonlijkheidsredactie – getuige ook deze stills uit de dagelijkse videoconferences. Ja, het is echt wennen.

 

Doffe berusting, demoralisatie en vertwijfeling strijden tijdens de vergaderingen om voorrang. Existentiële vragen worden uitgeschreeuwd, door het mondkapje heen: hoe kan je bavocentristisch zijn als je nooit meer in de buurt van Grote Kerk en de aanhangende cafés komt? En lyrisch-satirisch?!? Aan alle lyriek zit nu een rouwrandje; het huilen staat de mensen permanent nader dan het lachen – ze zien me aankomen met mijn schimpscheuten, kietelingen en vileiniteiten…

Was dat vervloekte vaccin er maar vast – je zou het verdomme haast zelf gaan uitvinden, hoe moeilijk kan het zijn? Ondertussen zie ik om me heen de ene columnist na de andere na verwoed watertrappen sputterend en spattend verdrinken in zijn eigen verveling, moedeloosheid en innerlijke leegte. En ja, ook hier blijft het behelpen. Op 28 januari (!) noemde de RaDa-reda corona voor het eerst (‘de meeste virussen deugen, om met Rutger Bregman te spreken’) en sinds 14 maart gaat het over weinig anders meer.

Mijn actieradius mag dan kleiner zijn, qua thematiek kan het alle kanten uitschieten de komende maanden. Aan motivatie ontbreekt het mij in elk geval niet.

Gisteren zag ik het domste balspelletje ooit. Drie bleke jongens van een jaar of vijftien stonden met ontbloot bovenlijf bij een blinde muur. De een ging gebukt tegen de muur staan, de anderen probeerden hem van een meter of vijf zo hard mogelijk tegen zijn achterste te schieten. Bij een misser moesten ze zelf tegen de muur. Als dat geen tijdsbeeld is!

Het RaDa gaat zijn zestiende jaar in en jullie zijn hier altijd welkom, dag en nacht, zo vaak je wilt. Juist nu!

 

 


 

Empathiedosering

Rutte doet aan ‘verwachtingsmanagement’ en Merkel laakt de voorbarige Öffnungsdiskussionsorgien. De RaDa-reda zou de corona-woordenschat graag willen verrijken met het woord ‘empathiedosering’.

Hoe zorg je dat je niet te scheutig bent en voortijdig door je voorraad medeleven heen bent? We zijn nog niet aan het einde van het begin van de misère – of hoe zat het ook weer? Hele sectoren hebben het zwaar te verduren en geen bevolkingsgroep blijft gevrijwaard van narigheid. Dus tenzij je jerrycans empathie hebt gehamsterd bij Lidl of Plus…

Of werkt het zo niet en heeft het virus ons inlevender gemaakt? Dat we meer empathie aanmaken doordat we zelf ook allemaal in de penarie zitten? Zodat we ineens intens kunnen meevoelen met golfers zonder holes, topvoetballers zonder doel, zeelui die niet aan land mogen, opticiens die het niet meer zien zitten.

Begin januari (zó lang geleden!!) reisden de huisdichteres en ik door het Schotse Perth, een stadje waar kappers, tattoo shops en nagelstudio’s talrijker waren dan bakkers, slagers en slijters boekwinkels. Hoeveel nagels hééft de gemiddelde Perthenarian / Perthenaar/ Perther? vroegen we ons af. Ik maakte een foto van een etalage van een van de plaatselijke nageltsaars of -tsarina’s, met de topstukken van hun handwerk. Wie weet of ik die foto nog eens kon plaatsen, met een moraliserend of laatdunkend onderschrift.

 

Maar gisteren tijdens Ruttes persconferentie kregen duizenden nijvere vaderlandse vijlers en lakkers terloops te horen dat ze hun werkzaamheden nog niet mogen uitoefenen. Onder de vitale beroepen zou ik ‘nail artist’ niet willen scharen, maar toch… Een pietsie empathie heb ik tot 19 mei wel voor ze.

RaDa-alert bij nieuw stukje? Geef je op via Subscribe2 (menu)

Totale controle

Terwijl wij wachtten om over te steken, fietste er bij de Schouwburg een man van een jaar of veertig langs die zijn telefoon afblafte: “Nee, NEE, dát ga ik echt niet eten! Sorry, hoor!!”

Hij zag er uit of hij het met de voedingsleer sinds de borstvoeding niet al te nauw had genomen. Pafferig gezicht, op de stang steunende pens. Welk walgelijk gerecht kon een dergelijke onbeheerste uitval rechtvaardigen? Het was duidelijk geen kwestie van bloemkool met kerriesaus in plaats van zijn favoriete maizenasaus met nootmuskaat. Het lag principiëler. Betekende zijn getier dat de kok(kin) des huizes voor de tweede keer die week vleermuizenbouillon en carpaccio van schubdier wilde bereiden? Terwijl zijn spijsvertering nog revalideerde van de eerste keer?

Er zijn verzachtende omstandigheden, zullen we maar denken, want wie van ons (behalve de plexiglashandelaren en afzetlintfabrikanten) is wél op zijn best? Al heb je ook in het psychisch evenwicht vele gradaties. Zelf ben ik meer van het nood-lot dan van het comp-lot, maar wie weet verandert dat als ik nog een paar maal door het Franklin Hoevenstunneltje loop. Daar hangt een waarschuwing van een anonieme stickeraar: ‘Coronacrisis is een aanzet tot TOTALE CONTROLE van de wereldbevolking.’

 

Je zal deze wetenschap maar mee moeten torsen, als eenzaam individu of lid van een klein groepje ingewijden, week in week uit, terwijl 7,7 miljard anderen slaapwandelend het nieuwe lijfeigenschap tegemoet gaan. En geesteigenschap… We hebben het immers wel over totale controle. Enfin, mochten er vervolgwaarschuwingen worden aangeplakt, weten jullie het als eersten, beste RaDa-lezers, überparanoïde of met van die benijdenswaardig nuchtere, niet-op-hol-te-brengen hoofden waarop 5G-stralen en nepberichten afketsen als marshmallows op een pantsertank.

P.S. Oud-winnaar van de Blogparel iamzero schrijft weer en is bezig aan een sterke reeks (lees bijv. dit stukje over de corona-app).

RaDa-alert bij nieuw stukje? Vul je emailadres in bij Subscribe2 (menu)

Zegveld

Bij Zegveld zagen we een dubbeldekkerooievaar. Zo bijzonder!!! Oh nee, het waren er toch twee. We fietsten een hoek om en betrapten het paar tijdens ‘de daad’. Komt ‘heterdaad’ daarvandaan?

Waren ze toevallig net klaar of probeerden ze eendrachtig de schijn van kuisheid op te houden? Wij teutten wat, hopend op een (al dan niet langzame) herhaling, die niet kwam. De postcoïtale activiteiten van de ooievaar kwamen ons tamelijk tuttig voor. Ze fatsoeneerden hun veren, deden wat licht huishoudelijk werk in het nest en verder stond er niets dringends op de agenda, leek het. Een keer klepperden ze en toen waren ze door hun kunstjes heen. Of wachtten ze alleen maar schijnheilig tot wij pottenkijkers opgekrast waren?

Wij reden verder richting Woerden en zagen bij het verlaten van het dorp dat Zegveld goede sier maakt met zijn ooievaars. Ze worden daar gekoesterd door lokale vrijwilligers. Ahhh… één ooievaarskunstje was ik nog vergeten. Wie ‘Zegveld, ooievaars’ aan Google voert, krijgt op nr. 2 een artikel over een onverkoopbare villa: ‘Schijtende ooievaars dwarsbomen verkoop villa van 1 miljoen’.

Die van ons scheten niet – althans niet waar wij bij stonden. Hieronder de beste foto’s die ik van ze nam.

 

 

 

 

RaDa-alert bij nieuw stukje? Vul je mailadres in bij Subscribe2