Blinde vlekken

Deze week was ik tien minuten op vakantie in eigen stad. Ik moest iets ophalen in de thuiszorgwinkel in de Amsterdamstraat, bij de Amsterdamse Poort. Er waren drie wachtenden. De vrouw die geholpen werd, zocht een hometrainer en liet zich uit-en-ter-na voorlichten over… waarover níet? Van het materiaal van de stuurgrepen tot de kwaliteit van de riempjes van de toeclips. Het duurde en duurde.

“Kan er ook een aanhangwagentje achter?” wilde ik me ermee bemoeien. “Heeft u een bidon, een helm én een legging in dezelfde kleur als het frame?” In plaats daarvan liep ik terug de winkelstraat in. Ik kocht een gevulde koek bij de bakker en peuzelde die op op het bankje voor de zaak.

Kwam het doordat ik de laatste maanden zo weinig van huis ben geweest? Mijn zintuigen deden zich tegoed, zogen zich vol, alsof ze iets in te halen hadden. Het klinkt vreemd om de Amsterdamse Buurt ‘exotisch’ te noemen, maar zo voelde het. Alsof ik voor het eerst van mijn leven in Ulan Bator was, of Novosibirsk. Het straatbeeld was prettig gemêleerd en (het kon ieder moment gaan regenen) de mensen hadden het te druk met zichzelf om op mij en mijn koek te letten. Ze moesten naar de Zeeman of naar Happy Pizza of de Prijsmepper. Ze joelden net even harder naar elkaar dan ik gewend was, praatten platter en de scootertjes knetterden met ongeremd enthousiasme.

Ik (bedenker van de klassieker Delftwijk Meerwijk) verbeeld me altijd dat ik de stad beter dan gemiddeld ken. Maar dit was een blinde vlek en dat zette me aan het denken. In hoeveel verschillende buurten zou de gemiddelde Haarlemmer komen? ‘Komen’ in de zin van er weleens een halfuurtje doorbrengen, of er op zijn gemak doorheen slenteren (doorheen fietsen telt niet). Niet meer dan zes, vermoed ik.

Terug in mijn eigen territorium ging ik naar de Groene Winkel. De vrouw voor mij keek uiterst zorgelijk. “Deze kokosolie, is dat wel koude persing? Ik zie het niet op het etiket.” Jammer dat het geen lauwe of hete persing was, dan had ik haar graag doorverwezen naar de Prijsmepper.

 

Het Spaarne vanaf de Oerkap


 

Feestje

Je trekt de gordijnen open en pfff… Is het zó’n dag? Je hebt bullshit en gullshit (foto links)! Ieder viert Bevrijdingsdag op zijn eigen manier, inclusief de meeuwen. De RaDa-reda probeerde er het beste van te maken (bewerkte foto midden en rechts) maar zag er toch een bedenkelijk voorteken in.

Geheel ten onrechte, bleek. ‘s Middags vierde een vriendin haar vijfenzestigste verjaardag. Niet met een f*** the C*r*n*party maar een exclusief, verantwoord, ongedwongen samenzijn van een dozijn gemotiveerde shielders (tenzij er ineens een feestje is) en andere risicolijders / -mijders. Locatie: de binnentuin van een appartementencomplex.

Ik begaf me erheen in mijn normale nieuwe-normaal-stemming – we gaan niet gek en spontaan doen, neem je in acht. Ik arriveerde iets te laat – het aangekondigde live-optreden was net begonnen – en vlijde me op het gazon. En ja, het was LIVE!!! Live live, zo live als live kan zijn; een dialoog van een prachtige, getrainde stem en een virtuoos bespeelde altviool die dankbaar profiteerde van de akoestiek tussen de flats. En ook na het applaus bleef de stemming liver dan hij de afgelopen weken doorgaans was. Er spartelde een live baby’tje op een plaid, er was een vriendin die na een geslaagde operatie live terug was uit het ziekenhuis en de champagnebubbels dansten onbevangen in de glazen, met ouderwetse sprankeling en liveliness. De zon scheen. Een vriendelijk hondje kwispelde langs maar mocht van het baasje niet met ons stoeien. Oh ja, corona…

Het leuke was, het was geen feestje uit zelfbeklag. ter compensatie voor alles wat we ons zo smartelijk hadden ontzegd. Nee, er was gewoon ineens een feestje. Gewoon. Ineens. Een feestje op het gras!


 

Fluorescentie

Het ‘Meisje met de parel’ had ooit wimpers!

In haar eigen Gouden Eeuw had ze ooghaartjes en mettertijd (als door chemotherapie) zijn die opgelost. Wanneer waren ze voor het laatst nog met het blote oog zichtbaar? In 1750? 1850? Dankzij macroröntgenfluorescentiescanning (gaat het Nationaal Dictee nog door voor 2023?) zijn die verdwenen haartjes herontdekt, bij het onderzoek Meisje in de Schijnwerper. Nog iets, Vermeer beeldde het meisje af tegen een groen gordijn, daar waar museumbezoekers in de 21ste eeuw slechts lege ruimte zagen. Een time lapse sinds 1665 zou hebben laten zien hoe dat gordijn geleidelijk, zeer geleidelijk veranderde in lichtgroene, op zijn beurt onmerkbaar fadende vitrage – zonder dat ooit ergens iemand riep ‘hee, krijg nou het, het gordijn is pleite!’

Zal ik (om de coronatijd te doden) maar eens een schriftelijke cursus waarnemingspsychologie volgen? Opkijkend van de laptop zie ik op de schoorsteen een wijnfles met één rode roos erin. Een kleine attentie van de huisdichteres een paar dagen geleden – en als ik wat attenter had gekeken, had ik eerder vastgesteld dat het dieprood over het spectrum sluipt en gluipt, richting zwart, een proces dat zijn eigen schoonheid heeft (dat het stucwerk iedere pretentie van maagdelijk wit lang geleden heeft laten varen, laten we in dit kader buiten beschouwing).

En nu we toch bij die roos zijn, is zoete symboliek niet ver weg. Gisteren had ik een duffe, doffe rotdag. Niemands schuld, ook niet van de regen, maar niks deugde en geen wimper, roos of parel die mij kon bekoren. Een dor bestaan zonder enige glans strekte zich eindeloos voor mij uit, waarbij de monotonie slechts werd doorbroken door monomane buurmannen met gierende vlakschuurmachines die ploegendiensten draaiden. Ach, laten we eufemistisch zeggen dat ik een ‘dipje’ had.

En zie, vandaag deed mijn interne macroröntgenfluorescentiescanner het ineens weer! Vraag me niet hoe het kan. Die gisteren onzichtbare roos stond daar te prijken in zijn zoveelste paarstint en ik voelde mij het bevoorrechte middelpunt van een rijke, wondere wereld. Alleen internet deed het nog niet – een kleinigheidje, maar Ziggo volente kan ik dit straks met jullie delen. Dan is mijn dag helemaal goed.


 

(Even) doorpakken

Dat je energiek wakker wordt, fluks dit opruimt en flats dat wegpoetst – een klusje hier een karweitje daar en hop waarom dat niet ook nog meepikken, want je weet van wanten en aanpakken en zwiert door het ganse huis en als je toch bezig bent te surfen op je eigen momentum is het een kleine moeite om hatsekiedee holladiejee weg ermee appeltje eitje wat een daadkracht en nu doorpakken er zit zuurstof in de lucht allemaal fluitjes van een cent gaan op gesmeerde rolletjes vooruit met de geit je bent Superman en Witte reus tegelijk en het is nog niet eens kwart voor twaalf!!!!

Ach, er ligt nog een blauwe envelop met een belastingzeurtje, een kleiner bedrag dan je dagelijks uitgeeft bij kaasboer of bakker, dus dat snel ook even overmaken, het kan maar beter gebeurd zijn!

Wuh… wachtwoord van de bank veranderen op laptop? Nou ja, moet ook gebeuren. Bevestigen via de mobiel. Ja, wel zo veilig. Mobiele app krijgt geen pushbericht. Klooien aan app. Instellingen? Nee, notificaties staan aangevinkt. Na vijf minuten toch bericht. Nee vijf identieke berichten. Bevestigen lukt alleen niet. Zíj zeggen ‘sorry’. Storing? Kijken bij storingen… nee. Een alarmsirene loeit… oh ja, eerste maandag van de maand 12 uur, heeft niets met mijn betaalcrisis te maken. Hele riedel opnieuw, vanaf wachtwoord veranderen. Oude wachtwoord werkt niet meer, want oud. Nieuwe evenmin, want onbevestigd. Ik krijg vijf pogingen, luidt de waarschuwing. Ingeving: ligt het aan de wifi? Wifi uit en met 4G kan ik bevestigen, ik geef de belasting dat flutbedrag, hoezee voor 4G! Alleen, wat schort er aan de wifi dan? Geen storing bij Ziggo, dan moet ik het modem resetten, Of de klantenservice bellen.

Weet je wat, eerst maar eens een uurtje lezen, dan een eitje bakken en dan nog een uurtje lezen. Genoeg voor vandaag. Let us call it a day.

.

haarpunt

.

Ooi verbaasde de RaDa taal-reda zich over ‘Fietspoint Pieters’, maar Haarpoint Haarlem mag er ook wezen.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (tot maart nog) op Facebook

Last Rose of Summer

Klein geluk had ik met jullie willen delen. Tijdens de ochtendwandeling kreeg ik oog voor de laatbloeiers en halfverwelkten in de perken. Met hun eigen wanhopige schoonheid. The Last Rose of Summer, zogezegd, zoals in het gedicht van Thomas Moore (1779-1852).

.

roos5

.

Dit is de eerste van de drie strofes:
 

’Tis the last rose of summer   
   Left blooming alone;   
All her lovely companions   
   Are faded and gone;   
No flower of her kindred,            5
   No rosebud is nigh,   
To reflect back her blushes,   
   To give sigh for sigh.

.

roos3

.

Alleen werd de idylle ruw vertrapt toen ik de fout maakte eerst Facebook te openen, waar ik een schandalig bericht las over drie jonge vrouwen, van wie er een een geleidehond heeft. Ze moesten tegen tienen ‘s avonds van station Haarlem naar Bloemendaal en meldden zich bij de voorste van acht taxi’s. Hij weigerde de rit botweg, evenals nummer twee. 3, 4 en 5 waren in gesprek, maar een van hen attendeerde de voorste in de rij op de wettelijke verplichting geleidehonden mee te nemen. De woordenwisseling haalde niets uit. Zelf voelde hij zich niet geroepen, hij stond immers niet vooraan. Uiteindelijk was het de achtste en achterste die zich met een martelaarsgezicht verwaardigde het gezelschap, inclusief hond, te vervoeren.

Wat een gajes!!!!!!!! Tuig van de richel!!!!!!!!!!!!!

Op staande voet ontslaan, dat hele zevental, en de achtste verplicht een cursus wellevendheid en klantvriendelijkheid geven. En kunnen er de komende maand dagelijks lokpassagiers en lokhonden naar dat station?

Krijgt elk land de taxichauffeurs die het verdient, vraag je je af. Nou, hier de laatste laatste rozen, al vind ik ze ineens minder mooi.

.

roos1

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Pensioen-porno

Het is hopelijk een fase waar jullie en ik samen even doorheen moeten, beste RaDa-lezers. Let’s get it over with, ik doe alle weeë pensioen-porno in één blog en daarna – ik beloof het – zal ik proberen weer eens naar hartelust te tandenknarsen en fulmineren over de toestand in de wereld/het land/de stad Haarlem/ een doorslaande muur of een irritante mug.

Gisteren was de eerste werkdag waaraan ik mij heb onttrokken (míjn wekker mocht uitslapen, in tegenstelling tot die van mijn oud-collega’s) en dat moest gevierd. Tegen de avond zwommen de huisdichteres en ik bij Zandvoort in een lauwe, haast rimpelloze zee. Aan de onbewolkte hemel losten pasteltinten elkaar in volmaakte harmonie af; op het terras van Strand 21 speurden we tevergeefs naar zorgjes en pijntjes, psychisch dan wel lichamelijk. Er was niets dat zeurde, schrijnde, stak, jeukte of schuurde. En zelfs dat verontrustte ons niet.

.

pesjoe1

.

Het eten smaakte vanzelfsprekend voortreffelijk. Nadat de zon blozend kopje was gegaan, trakteerden wij onszelf op een lome strandwandeling door het bijna-donker. Alsof we achttien waren!

.

psjoe3

.

Alle godgegeven apparaten hadden we thuis laten liggen, zodat we op het station kwamen toen de trein van 22.04 net een minuut vertrokken was. Maar wat dan nog? Deze tropische dag ging alles in de laagste versnelling. En het was nog steeds warm. Ook de andere wachtenden leken te hopen dat die trein nooit zou komen.

Twee vrouwen namen naast ons plaats op het bankje en lieten elkaar foto’s zien. Dat bij mij de scherpte er echt af was, bleek toen het scherm een foto van de ondergaande zon toonde. “Hé, die heb ik óók!” riep ik bijna uit. Hoeveel duizenden foto’s van die zon zouden er gisteren zijn gemaakt? Je zou er een cultuurkritische beschouwing aan kunnen wijden, maar mijn hoofd staat er niet naar. Geef mij elke dag zo’n zon!

.

psjoe2

.

Pastelkleurig P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook.

Geluk

Voor cynisme, pessimisme en achterdocht hoef je je tegenover anderen zelden te verontschuldigen. Die zijn een soort geboorterecht van de moderne mens en hij mag er zijn omgeving straffeloos mee vervuilen.

Zou voor geluk het omgekeerde gelden? Vanavond werd ik getroffen door een onverhoedse aanval van geluk. Er ging het een en ander aan aangenaams aan vooraf (een tuinfeestje bij school, een glas goede whisky, een fietstocht over de Bergweg), maar het geluk begon pas serieus toen ik van huis uit naar de Dekamarkt wandelde voor wat overbodige boodschappen.

Ineens was het er. Alsof het me had opgewacht op de hoek van de Jan Steenstraat. Ik/het vertraagde mijn pas, ademde langzamer en zag dezelfde dingen – mooi en lelijk – die ik anders ook zag, maar dan anders… alsof ze voor me poseerden en glimlachten.

.

krabdeur

.Gewone deur maar dan anders

In het buitenbiebje in de Santpoorterstraat vond ik Goethe, kunstwerk van het leven van Safranski (600 pagina’s, het zat nog in het cellofaan!); meegenomen (in de dubbele zin des woords), maar essentieel voor mijn geluk was het niet. Dat had geen essentie. Het was overal. In de Deka zei een chef tegen een winkelmeisje: “Vind je het erg om de rand van die afvalbak even af te nemen met een vochtig doekje?” Hij vroeg het zo zuiver, zo keurig, zo zonder aanmatiging, dat ik er nog gelukkiger van werd.

Ik zou het er niet over moeten hebben, althans zo voelt dat – ik wil me verdedigen en indekken. Gelukkig zijn om niks dat doe je maar stiekem, daar hoor je anderen niet mee lastig te vallen, denk ik dat de mensen denken. Geluk is een guilty pleasure.

Ter geruststelling: inmiddels ben ik weer normaal.

.

vaartmindere

.

Kinderyoga

Vanavond rond zeven uur. Ik fietste door het duister (er was geen keus, er was geen licht) van Driehuis naar Haarlem. Een enkeling haalde mij in of kwam mij tegemoet. Slechts tweemaal ving ik langs de 10 km van mijn route een menselijke stem op. Beide malen luid telefonerende eenlingen.

Ergens bij Westerveld uitte een petdragende jongeling deze intrigerende tekst: “Da’s bij ons op het werk nationale snuifdag, ouwe!”

Hij articuleerde goed, dus daar lag het niet aan dat ik zijn mededeling niet kon plaatsen. Op het Zwarte Pad bij Santpoort-Zuid naderde een fel verlichte fiets. Terwijl ze mij passeerde, krijste de berijdster met een schelle uithaal tegen haar mobiel: “Kom op, het is maar fokking kinderyoga!”

Metrisch vond ik het sterk – had ik in het wild een jambische pentameter gevangen? Nah… bij nader inzien niet, maar voor een beetje rapper of tekstdichter moet er toch iets te doen zijn met “Kom op, het is maar fokking kinderyoga!”

Vervolgens voelde ik me een beetje mismoedig worden. Snuifdag? Kinderyoga? Fokking kinderyoga? Hoeveel (of hoe weinig?) begrijp ik nog van mijn medemensen? Overigens, ik wil van mijn twijfel niet die twee toevallige telefoneurs de schuld geven. Ik had het me vandaag al diverse malen eerder afgevraagd.

.

lighht

.

.propbouw2

.

P.S. Foto’s genomen langs bovengenoemde route: fel verlichte sportvelden en de Propbouw bij het Mendel/honkbalstadion die ras vordert.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Zitten, zo heerlijk

Nooit eerder liet een zomervakantie zo lang op zich wachten. Hij draalde, teutte, draaide om zijn as, deed een sur place, nam een verkeerde afslag, verdween volledig uit het zicht, keerde terug als een treiterig lachende fata morgana. 20 juli als wrede luchtspiegeling.

Ondertussen vloeiden de krachten weg. De nakijkstapel weigerde te slinken. Rode inkt vermengde zich osmotisch met mijn bloed tot een verhouding 50:50. Sluipstress en ordinaire recht-voor-zijn-raap-stress tastten in eendrachtige samenwerking de vitaliteit aan. Donderdag – een dag voor 20 juli – hadden we een activiteitendag, afscheid van vijf collega’s (veteranen), een buffet en ‘s avonds een schoolfeest.

Op weg naar dat feest in het prachtige Thalia Theater zag ik een bankje. Ik kneep in de remmen. Het was in een vreugdeloze IJmuidense wijk. Ik zeeg neer om de huisdichteres even te app-en/eppen/appen. Het appie/eppie vloog naar Gent, waar zij optrad, en ik bleef zitten. Zitten, wat kan dat heerlijk zijn. De straat was verlaten, dat zit meteen een stuk beter. Ik zat naast een viskar en dat rook je. Een half uur deed ik niets ander dan blijven zitten en me afvragen of in het visaroma de wijting overheerste of de kabeljauw.

.

visspecialist2

.

Gisteren (15, 16, 17, 18, 19, 20 juli!) was de laatste dag. Een dag van toespraken, cadeautjes en tranen. Veel tranen: ondanks alle waarschuwingen tegen watermisbruik werd er door de collega’s danig op los geplengd. Primaire tranen en secundaire tranen: tranen zien doet tranen. Daarna besprenkelden we het voorbije jaar alcoholisch en toen was ik echt vrij.

‘s Avonds om tien uur lag ik – drained – op de bank toen de huisdichteres me opporde om nog even te wandelen. Dat viel nog lang niet mee. De benen deden een soort langzaam-aan-staking. Het is vakantie, dreinden ze, we zouden toch niks meer moeten? Gelukkig was er bij het Dolhuys een openluchtconcert. Van verre hoorden we dat het mooi was (wat wil je, Carina Vinke deed mee, ontdekten we later). Wat een tractatie! Maar ook al was het Dingetje geweest, die daar optrad met Rubberen Kaplaarzen (als ze maar waterdicht zijn, om garnalen mee te vissen), dan nog zou ik dat hebben aangegrepen om te gaan zitten en te blijven zitten.

.

struikelmuziek

.

P.S. Maar alle vermoeidheid is relatief. Vanochtend in het koffiehuis werd mij van een naburig tafeltje een millennial-gesprek opgedrongen over iemand die een dermate heftige burn-out had dat alle lichaamsfuncties dienst weigerden als hij een woord hoorde dat met een ‘w’ begon of met ‘erk’ eindigde. Hij werd ‘s nachts hyper- of non-ventilerend op een brancard afgevoerd, dat soort w*rk. Zo, wat zal ik nu eens gaan doen?

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.

Hard gelag

In de Sir Edmund van vorige week las ik de rubriek Beter Leven (wat is dat toch met het leven, dat het zo zelden goed genoeg is?) over de vraag of je minder gaat lachen naarmate je ouder wordt. 

Jammer, het artikel verschafte geen eenduidig antwoord, er bestaat te weinig steekhoudend onderzoek naar lachfrequentie. Alleen in Canada werd deelnemers gevraagd bij te houden hoe vaak ze per dag lachten. Het gemiddelde was 17 keer daags.

Zeventien? Twee keer per uur…? Ik heb het niet geturfd, maar daar zit ik al dik boven in de tien minuten dat ik aan dit tot u toe nog niet bijster humoristische stukje tik. En er zijn dagen… Mijn gegniffel / gegrinnik / gegnuif / geschater is zeker niet altijd pure vrolijkheid. Gisteren was een goede lachdag, die zijn climax kreeg in het café waar we de werkweek graag afsluiten. Deze week was ik daar nog harder aan toe dan gebruikelijk. Ik zat net, de eerste Brugse Zot was nog niet ingeschonken toen ik via whats-app vernam dat een vriendin was overleden. Vijftig. Ik wist dat dat bericht een dezer dagen moest komen. Maar toch… De Dood was sowieso opdringerig de afgelopen tien dagen (hoe vaak lacht die per dag?).

Ik verkeerde in erg prettig gezelschap, precies de collega’s die ik zelf uitgekozen zou hebben, en de stemming steeg. We bereikten het moment dat iedereen zijn ideale uggelage bereikt heeft – zichzelf grappig vindt en anderen bovendien (= 130 lachjes per uur? Dat moet je laten volgen door dagenlange norsheid om weer op die 17 te komen).

Er kwam een gebrilde man binnen, een bekende van een van ons, met een innemende, rimpelige, loszittende lach. Hij hield zich een tijdje op bij de kapstok en maakte een das los van het haakje. Hij liep ermee naar een lamp, keek en keerde terug naar de kapstok. “Een vriend van mij heeft hier gisteren een grijze das laten liggen.” Er hing nóg een grijze das. Ook die hield hij bij het licht. Hij twijfelde. Grijs, maar was het het goede grijs? “Kan je het anders niet ruiken?” vroeg een van mijn tafeldames jolig. Toen hij wéér een grijze sjaal had opgespeurd en in dubio stond, was het mijn beurt blijk te geven van mijn geestigheid én enorme belezenheid. “Meneer, dit is hopeloos. Weet u hoeveel tinten grijs er zijn? Vijftig!”

Dat erwtje van verdriet voelde ik wel ergens zitten, maar wat was ik blij met die middag, Met die mensen, de ongein, de verbondenheid, de aangeschotenheid en ons gelach, om hoe weinig soms ook.

.

vrijmibo

.

P.S. Het Engels heeft voor zover ik kan nagaan geen woord voor ‘goedlachs’. Wat zegt dat over een land met zoveel humoristen?

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen.