Politiestaat, neen!

Na gedogen komt ontdogen, zegt het spreekwoord, maar zonder slag of stoot gaat het niet, althans hier in Haarlem. Recentelijk was er al ophef omdat er wildblowers waren beboet en nu is er het kort geding over de sluiting van coffeeshop  ‘t Smeedehuys.

Inhaleer even diep en proef die naam. ‘t Smeedehuys, met dubbel ‘e’ en ‘uy’ – sinds 1758 het beste adres voor een ambachtelijke joint, vervaardigd volgens een eeuwenoude plaatselijke traditie, overgedragen van vader op zoon. Een zaak die het zou verdienen hofleverancier te worden, maar in plaats daarvan dreigt nu een half jaar sluiting op last van muggenmeester Bernt Schneiders.

Een agent had een 17-jarig meisje in ‘t Smeedehuys aangetroffen en maakte daarvan proces-verbaal op. Klanten zouden echter door de cannabiswolken heen met hun eigen bloeddoorlopen ogen hebben gezien dat hij het meisje sommeerde naar binnen te gaan(dat is een heel ander verhaal!) en legden dienovereenkomstige verklaringen af. Kinderlokkerij, was het geweest, met de sluiting als gevolg, zodat de eigenaar inkomsten zou derven, (ik citeer Grote Broer) ‘zeker nu de lucratieve Koninginnedag en Bevrijdingsdag in aantocht zijn’.

Liefhebbers van oranje libanon kunnen voorlopig gerust zijn: ‘t Smeedehuys mag weer open van de rechter, hangende de bezwaarprodedure.

Maar los van dreigende ongemakken voor de consument, er is een zware  principiële strijd gaande. Waakzaamheid is geboden (ja ook, nee juist als je wiet gebruikt!). Het gaat hier om niks minder dan het geestelijk klimaat in onze stad.  Ik citeer uit het HD (27-4): ‘Advocaat Kayed constateerde dat de Haarlemse burgemeester in zijn ijver om coffeeshops scherp in de gaten te houden, zo ver gaat dat hij zelfs maatregelen treft die thuishoren in een politiestaat.’

En een politiestaat, dat zullen jullie met Kayed eens zijn, dat moet je hier niet willen. Een politiestaat (politiestad), dat is zóóó a-relaxed!

.

Strooiplan

Extreem weer op komst? En moet het RaDa (geen meteo-blog!) daar dan een weekendsupplement aan wijden?

Ja en nee.

De voltallige eenpersoons redactie (warme kruik onder de togus, beide voetjes behaaglijk op een eenpersoons stoof, grog binnen handbereik en Schuberts Winterreise op de stereo als muzikale oorwarmer) voelt weinig behoefte hier ook nog even te spuit-elven. Lees Grote Broer het HD en je weet alles over de van Meerwijk tot Delftwijk van stoep tot stoep falende gladheidsbestrijding en het door alle Haarlemse politicini geconstateerde gebrek aan improvisatievermogen bij de lokale overheid.

(Gratis suggestie van het RaDa: loof een prijs van €250.000 uit voor de sneeuwpop die het meest op verantwoordelijk wethouder Divendal lijkt en al die sneeuw is zó van de straat). 

Wat mij als glibberendbibberend burger nou intrigeert is het STROOIPLAN. Dat dat bestaat, is inmiddels tot alle Haarlemmers doorgedrongen, volledig van de buitenwereld afgesneden of niet. (N.B. Sommige stadgenoten waren er vroeg bij: de bewoners van de – jawel! – Finlandstraat en de -jawel!- Zwedenstraat tekenden er al jaren geleden protest tegen aan).

Het een prachtig plan, schijnt het, waar andere gemeenten in binnen- en buitenland ons tot voor kort om benijdden. Graag zou ik het hier in extenso afdrukken, tot en met de kleinste lettertjes.

Het strooiplan behelst ook een contract met Spaarnelanden. Dat contract vermeldt ieders verantwoordelijkheid, vanaf de eerste sneeuwvlok tot de laatste zoutkorrel! Wisten jullie, beste Raarlemmers, dat er PRIJZEN worden uitgeloofd voor zulke contracten? Waar ze in contractkringen om véchten?

En driemaal raden welk contract in september een prijs won? Terwijl jullie erover nadenken, ga ik de arrenslee inspannen, want ik moet de elementen trotseren. Ik krijg net door dat er geen peper meer in huis is (peper? Wij zullen eens níet  iets bijzonders hebben).

.

Maatschappelijk middenveld

Het viel gisteren allesbehalve mee om het maatschappelijk middenveld te bereiken. Bij het Kenaupark tol ik om mijn as, ai! ijzel! en niet zo’n beetje!! We schuifelen door, voetje voor voetje. Desnoods waren we op onze sokken gegaan, het is maar eens per jaar nieuwjaarsreceptie.

De rij naar de Gravenzaal is ongekend lang. Onder Pop was het nóóit zo druk, cohesie en saamhorigheid lopen de spuigaten uit tegenwoordig. Binnen schudt het maatschappelijk middenveld handen, klutst meningen, mengt stemmen tot een machtig, aanhoudend, monohaarlems wah-waah-wah-wah-waah-waah.

Hier moet je van houden, als vertegenwoordiger van bond, raad, partij, sector of belangengroep, hier moet je er stáán. En ware klasse verloochent zich niet. D66-raadslid Louise van Zetten beheerst de verplichte figuren als geen ander. “Daar heb je Cornelis!” zegt ze tegen me en werpt zich zonder aarzeling met een achterwaartse schroef in de dichte mensenzee; twee tellen later duikt ze tien meter verder weer op, pal onder het haringprikkertje van voormalig VVD-gedeputeerde Mooij! In Harderwijk zwemmen dolfijnen die na jaren intensieve training niet aan haar techniek kunnen tippen! En dan hoeven die nog geen vol wijnglas mee te voeren.

Om 19 uur glibberen we over de Grote Markt, grotegoden, wat is het glad. Ongedeerd bereiken we Hotel Frans Hals in de Damstraat. Ai, te ver doorgeschoten, we moesten bij Koops zijn, dus terug. Binnen is gestrooid.

Binnen is het goed. We blijven lang, tot ik op een gegeven ogenblik meen Louise van Zetten uitgelaten zwaaiend voorbij te zien glijden op een monocycle, één been op het zadel, het andere als in een circusact hoog gestrekt.

“Zag ik dat goed?”, vraag ik aan enkele resterende vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld. We worden het niet eens.

.

Weg met het chagrijn

Shit, hebben wíj dat? Alsof het nog niet erg genoeg is dat je in deze gore aggenebisjstad je levensdagen moet slijten, pakken ze je ook het enige af wat je graag doet. Schijtziek, echt schijtziek word je ervan.

De Groninger mag ongestraft met een lang gezicht lopen, in Leiden kan er al eeuwen geen lachie af – en dat willen ze maar wat graag zo houden -, in Gouda griepen ze de godganselijke dag naar hartenlust… Niet dat ik dáár trouwens zou willen wonen in die achterlijke gribus, maar je mag er tenminste wel je gal spuwen zonder dat er gelijk een gebiedsverbod dreigt. Wíj zijn sinds zaterdag het lachertje van alle azijnpissers in een straal van 300 km rond Amsterdam, Rotterdam en Utrecht.

Ik verslikte me in mijn ontbijtsigaret toen ik ‘m zag, die grote kop in het HD: “Weg met het chagrijn!!!”. Is getekend, Bernt Schneiders.

Dat roept zo’n pief doodleuk, maar ik schrok me wel mooi de pleuris. We hebben een positivo als burgemeester. Haarlemmers worden geacht het voortaan allemaal van de zonnige kant zien… Nou ja, allemaal? Ik zou in de gauwigheid niet weten wat.

En wat zo’n posibobo nou ten enenmale ontgaat, is dat als je wakker wordt – met een takkenhumeur – en als een berg opziet tegen de dag die komen gaat, dat niets dan zo therapeutisch is als een uurtje zeuren, zaniken en zemelen. Voor mij en tienduizenden Haarlemse kankerpitten met mij.

We zouden eigenlijk met z’n allen een petitie moeten opstellen, maar ja, je kan op je vingers natellen, dat wordt een fiasco. Ze luisteren toch nooit naar je. Wij realisten zijn altijd de lul.

Klotezooi!

.

Kamer 101

Kunnen ze die wereldcrises en epipandemieën niet beter in andere landen houden, vraag ik me af. Nederland is daar immers volkomen ongeschikt voor – ontberingen, dagelijks vijf pagina’s rouwadvertenties, vechten om de laatste vaccins…

Of laat ze anders in elk geval de Parklaan erbuiten houden! Daar hebben ze al genoeg te stellen met hun ratten. Grote Broer het HD opende er vandaag het regiokatern mee: ‘Rattenplaag aan de Parklaan’.

Grote foto van Niek. Geen rat, maar buurtbewoner (stoere kaaklijn, dertiger) en rattenslachtoffer. Niet dat hij met aangevreten oorlelletjes ontwaakte in een omsingeling van die uitgehongerde stinkbeesten (“sommige zo groot als biggetjes!”) en ze ternauwernood met de schemerlamp van zich af kon houden. Zo erg was het niet, maar ze trippelden wel door zijn achtertuin, een tuin die nota bene grenst aan crèche Kakelbont.

Volgt Nieks relaas, over zijn gevecht van twee dagen. Niet met de ratten, maar met de instanties. Die lelijk in gebreke bleven, die nadat hij maandag alarm sloeg niet zoals beloofd terugbelden, die op woensdagavond weigerden uit te rukken toen er een dode rat op de stoep lag. Je kon het die rat niet kwalijk nemen, dat is hun aard, die beestjes weten niet beter als ze dood zijn, maar hij lag daar ondertussen wel. Voor de deur. En de ongediertebestrijding (Aldemi & Actief) bestond het te suggereren dat Niek het beest zelf even opruimde of uit het zicht legde.

Alle empathie op een stokje, voordat jullie te veel gaan meeleven: ze vroegen hem niet de begráfenis te organiseren. Even dat beest in een vuilniscontainer kieperen was genoeg. Geen lekker karweitje, maar rattenshit happens. Toch denkt Niek daar volgens het HD anders over: ‘De bewoner verbaast zich over ‘het slechte voorbeeld’ dat de betrokken partijen geven. “Spelende kinderen denken op deze manier dat het gewoon is dat zo’n dood beest daar ligt. Wellicht dat ze elkaar opjutten en ermee gaan spelen. De gemeente en betrokken partijen zouden hier duidelijker mee om moeten gaan.”‘

Ik ben bang dat ik er naar van ga dromen, beste Raarlemmers. Van Niek, niet van die ratten.

Want waarom kan zo iemand (want ze zijn met heel veel, al zie je ze niet altijd!) niet gewoon zeggen dat die vieze pestbeesten moeten worden uitgeroeid? In de hele wereld, te beginnen in de Parklaan? Met gif, met klemmen en vallen, met dorsvlegels! Met een illegale door hem zelf bediende vlammenwerper desnoods, als de gemeente hem in de kou laat staan! Waar zijn zijn dierlijke instincten? Waarom verschuilt hij zich achter crèche Kakelbont, achter spelende kinderen, achter opvoedkundige principes, verantwoordelijkheden en voorbeeldfuncties? Waarom toch dat GEMIEMEL?

Kan dáár niet een bestrijdingsdienst voor komen?

P.S. Voor wie benieuwd is hoe het verder ging: donderdag is de rat van de stoep verwijderd en bij de crèche zijn inmiddels lokdoosjes geplaatst. Tot Nieks teleurstelling is hij daar niet in gekend. Nu blijft de onzekerheid knagen. Hij heeft bovendien het sterke vermoeden dat de ratten in zijn tuin niet celibatair zijn: “We zien zowel grote als kleintjes voorbijschieten, ze zijn zich dus aan het voortplanten. Wie weet hoeveel er zitten?”

Het rood en het groen

Vraagje. Hoeveel groensoorten kennen jullie nou, zo voor de vuist weg?
De Verzamelde Raarlemmers, immer paraat, bereidwillig en kleurvast:
“Uh…Pistache, mosgroen, mintgroen… en legergroen. Jagersgroen… gifgroen…… Hulkgroen…”

Nee, sorry, eigenlijk bedoel ik het anders. Dinsdag zag ik in Grote Broer het HD een stukje over het Groenstructuurplan 2020 van de gemeente Haarlem en…

“Buxus, rododendron, ligusterhaag, plataan…”

Nou, ik moet zeggen, jullie komen nog een heel eind, voor dat we in de minst groene stad van Nederland wonen. Nergens (ten noorden van de Sahel, moet ik er voor de zorgvuldigheid aan toevoegen) is de ‘groenarmoede’ zo schrijnend als hier ter stede.

Er moet nodig ‘nieuw groen’ bij, lees ik, plantjes en struiken op plekken waar nu oud grijs (beton & steen in al zijn soortenrijkdom) de sfeer bepaalt. Om de ‘groensituatie’ te verbeteren (term niet van het RaDa, term NIET van het RaDa!!! Let steeds goed op de aanhalingstekens!) is voor elke buurt nu een ‘buurtpaspoort’ opgesteld, waarin de kansen worden aangegeven.

Kansen? Ja, in eerste instantie zou je kunnen denken aan ‘compact groen’ in de vorm van ‘blokgroen’, of ‘stoepgroen’, of gevelbegroening gevelbegroeiing. Staat er. Een groenmaatje groter en je komt uit bij het ‘groenelement’ – een lapje grond met bodembedekkers. Om begripsverwarring te voorkomen, een ‘groenelement’ is geen ‘belevingsgroen’. Daaronder verstaan ze bijvoorbeeld ‘kijkgroen’ (van dat groen waar je niet genoeg van kunt krijgen in het voorjaar, als er aan de boomstructuur allemaal kleine groene groenpartikels ontstaan, waarop tweevleugelige fauna-elementen hun nesten bouwen). En dan heb je ook nog zogenaamd ‘gebruiksgroen’, waarop kinderen recreëren en aan lichaamsbeweging doen.

En komt dít jullie bekend voor, ‘groen zonder duidelijke functie of betekenis dat veelal in slechte onderhoudsstaat is’? Dat heet in ambtelijke taal ‘reservegroen’.

En dan heb ik nog een mededeling voor de Schalkwijkers: jullie groen kan de ‘groentoets’ der kritiek niet doorstaan: het is van ‘matige kwaliteit’ en moet worden ‘verbeterd’. Het is een soort ‘schaamgroen’, al komt deze term niet in het Structuurplan voor.

Afijn, er wordt bij de gemeente dus druk over nagedacht hoe we de barre gebieden tussen de ‘groene flanken’/‘groene zoom’ (N-Z) en de ‘groene dwarsverbindingen’ (O-W) kunnen verbeteren, en ook de ‘groenblauwe ruggengraat’ van onze stad (= het Spaarne + oevers) moet nog danig worden opgegroend.

 De ‘groenambities’ zijn er ontegenzeggelijk, op papier, maar we moeten wel realistisch blijven. Zoals onze wethouder van ambitie Maarten Divendal zegt in zijn voorwoord: ‘In een compacte stad als Haarlem is het zaak alert te zijn op de kansen die zich voordoen om te ‘vergroenen’. Omdat de ruimte beperkt is, is creativiteit van groot belang. Onderzoek voor mogelijkheden voor multifunctioneel grondgebruik is, in het spanningsveld tussen rood en groen, noodzakelijk.’

Zijn jullie er een beetje gerust op?

Zo, en nu ga ik de stadsgrenzen maar eens overschrijden en kijken wat de duinen te bieden hebben.

.

.

Nipomanie

Volgende week raak ik in gesprek met een twintiger van nu. Hij vertelt me openhartig over zijn dromen en verwachtingen.

“Nee, hedonistisch ben ik niet bepaald. Egoïstisch evenmin en met idealisme heb ik niet veel op. Ik wil gewoon een keurig, liefdevol leven leiden.”

“Ja, dat herken ik, twintiger”, zeg ik volgende week. “Dat herken ik helemaal. Jij bent meer zo iemand die in een relatief kleine wereld leeft. Klopt dat?”

De twintiger van nu knikt volgende week, en ik vervolg: “Je partner is waarschijnlijk het belangrijkste in je leven. Ja hè…? En op de tweede plaats zelfontplooiing. Jij hoeft niet zo nodig een zinvolle bijdrage aan de wereld te leveren. Je wilt gewoon lekker leven, je bent meer bezig met je eigen omgeving.”

“Hoe…”

“Wij hebben elkaar niets meer te vertellen. Jij hebt sinds vorige week geen geheimen voor mij, twintiger van nu. Ik heb zaterdag de 20’ers special gelezen in Volkskrant Magazine. Kom over tien jaar nog eens terug, misschien dat ik dan wél interesse in je toon. Als je het niet erg vindt, ga ik nu op zoek naar een dertiger of veertiger.”

Vandaag kondigt de Volkskrant op de voor(ja, de voor-!)pagina aan dat TNS Nipo een onderzoek heeft gehouden onder 592 twintigers. ‘Twintiger van nu: beetje truttig, niet bepaald een wereldbestormer’. Morgen meer in het Magazine!!!!!!!!!

Verplichte lectuur voor luie sociologen en iedereen die graag een beetje mag generaliseren in zijn vrije tijd. Wat zullen ze er over honderd jaar van denken dat dit weekend een half miljoen hoogopgeleide Nederlanders hun tijd verdoen aan zo’n stupide bijlage? Onze onverzadigbare enquêtehonger en Nipomanie zullen dan belachelijker lijken dan de fysiognomie en schedelmetingen van de 18e en 19e eeuw.

.

Agressief chauvinisme

 

NIEUW HAARLEM stond er op het blauwe bord bij de gemeentegrens bij de Liede. Ik moet het eerst nog zien, dacht ik, met oud-Haarlemse scepsis.
Op de Amsterdamse Poort stond met nog natte, nijdige paarse letters HAARLEMMERPOORT. Nou, nou… Ze laten er geen gras over groeien! Die campagne was toch pas gisteren begonnen?

En op straat bespeurde ik iets… iets … ondefinieerbaars. Verbeeldde ik het me, of waren de mensen ZICHTBAARDER dan voorheen? De stad tintelde, van een nieuw soort energie. Benutte energie!

Het was overal! In het Spaarne dobberde een man met snor en alpinopet. Omstanders beletten hem aan wal te klauteren en sloegen hem met een stokbrood. “Die lul beweerde dat hij de Seine mooier vond!” legde een van hen me ongevraagd uit.

De bevolking pikt het snel op, dat moet je de burgemeester nageven. Bij het Bakenesser Hofje lag een vrouw bloedend op het trottoir. “Die vent gaf me een oplawaai, maar hij had het verkeerd verstaan. Ik zei echt tegen mijn vriendin ‘nee, ik heb liever een Haags hopje’, maar hij verstond ‘ Haags hofje’ en dat viel helemaal verkeerd.”

“Let in het vervolg goed op uw woorden, mevrouw, zolang u in deze stad bent!”, zei ik terwijl ik haar hoofdwond bette. “Haarlem is niet meer wat het was. Er heerst hier een nieuw, agressief chauvinisme. Ik denk er het mijne van, maar kennelijk is dat een minderheidsstandp…”

Toen werd alles zwart. Toen ik bij mijn positieven kwam, hoorde ik door mijn oorsuizingen heen een man oreren. Een man met een beschaafde stem. “… helaas geen genade meer voor dit soort ouderwetse provincialen. We kunnen geen uitzonderingen maken. Het zal even wennen zijn voor het RaDa, maar ook de schrijvende pers moet zich vanaf nu aanpassen.”

Ik deed mijn ogen open. Ik kende die man met de ploertendoder ergens van. Het was Alexander Rinnooy-Kan.

.

Irritaties

De gemeente Leiden Schiedam Dordrecht ‘s-Gravenhage Haarlem heeft onderzocht wat voor Leidenaars, Schiedammers, Dordrechters, Hagenezen Haarlemmers anno 2008 de grootste ergernissen zijn. Evenals in Den Haag, Leiden, Schiedam en Dordrecht blijken veel mensen in Haarlem een hekel te hebben aan salami bananenschillen vetvlekken hondenpoep op het trottoir. De hondenpoep handhaaft zich daarmee sinds 1387 op de eerste plaats.

De gemeente Leiden Schiedam Dordrecht Den Haag Haarlem gaf OenS recentelijk opdracht tot het onderzoek teneinde er absoluut zeker van te zijn dat de plaatselijke bevolking vergelijkbaar is met die van vergelijkbare steden als Leidam, ‘s-Gravendrecht, Schieden en Dorhage, waar de bevolking volgens hondenpoep een hekel aan onderzoek heeft volgens een representatieve steekproef onderzoek onder tienduizenden gebruikers van de openbare ruimte ook een hekel heeft aan hondenpoep in al zijn verschijningsvormen.

Hoewel OenS de respondenten nog moet onderverdelen in verscheidene categorieën en subcategorieën (man/vrouw; hondenbezitters versus niet-hondenbezitters; christenen/moslims; spekzooldragers/sandaaldragers) lijkt het geenszins voorbarig te stellen dat Bredanaars Tukkers Westfriezen mensen Haarlemmers qua hondenpoepbeleving niet significant verschillen van Westfriezen Tukkers en Bredanaars. De meesten lopen er het liefst met een grote boog omheen. Naar mogelijke oorzaken hiervan zal door OenS nog een vervolgonderzoek worden opgezet.

Summier nog een paar andere typisch Haarlemse irritaties: afval op straat, vernielingen, geweld, fietsendiefstal, woninginbraak, geluidsoverlast.

Vooruitlopend op de definitieve conclusies van OenS durft het RaDa de stelling aan dat de meeste Haarlemmers een afkeer lijken te hebben van nare, akelige dingen, terwijl ook vervelend en asociaal gedrag anno 2008 veelal als vervelend en asociaal wordt ervaren. Dit komt volgens deskundigen overigens overeen met het landelijke beeld.

.

Grondoorlog

Sinds jaar en dag wordt het groenonderhoud hier ter stede uitgevoerd met materieel dat eerder ontworpen lijkt om Zuid-Ossetië te heroveren op de Russen dan om perken en gazons te verfraaien.

GROWEPA heet het verantwoordelijke bedrijf, en je merkt het aan alles: die jongens zijn te groot voor Haarlem – die dromen ‘s nachts van gevelde ceders, van sequoia’s die zonder verzet in de hakselaar verdwijnen, van met spaanders bedekte vlaktes, waar eens een tropisch regenwoud stond.

Het schijnt dat ze een contract hebben bij de gemeente.

De afgelopen week voerden de mannen uit Rhenen hun groenoorlog in de Haarlemmerhout, met aanzienlijke collaterale schade. Wie een indruk wil krijgen van de subtiliteit waarmee ze te werk gingen, klikke hier.

Morgen gaat de gemeenteraad er een boom over opzetten. Als het aan het RaDa ligt: volledig ontwapenen, die gasten, en alles vernietigen waarmee ze herrie maken: kettingzagen, houtkloofmachines, mechanische snoeimessen en bladerenblazers. Laat ze eerst maar eens een jaartje akoestisch werken, op hun hurken, en de namen van bloemetjes en plantjes leren, en van de vier seizoenen. Daarna zien we wel verder.

.