Smekelingen

Een vooruitziende blik toonden Haerlems vroede vaed’ren, toen zij in 1320 net buiten de stadsgrenzen een leprozerie stichtten, die (als de nood aan de m/v kwam) ook dienst deed als pesthospitaal.

Bij gebrek aan epidemieën (soms handelt zelfs een gemeentebestuur te voortvarend!) kreeg het Dolhuys in 2005 een nieuw leven als ‘museum van de geest’. En dat succesvolle museum verkeert nu in hevige geldnood doordat de verbouwing/renovatie maanden langer duurt dan begroot, met dank aan de bonte knaagkever. Die laatste kan niet aansprakelijk worden gesteld voor de inkomstenderving en dus legde het museum een claim van €838.000 bij de gemeente. Die is weliswaar afgewezen, lees ik in het HD, maar er wordt gezocht naar manieren om een faillissement te voorkomen. Maar zelfs als de verbouwing volgens schema was voltooid, hadden ze nu niet open gemogen – er zitten meer musea in hetzelfde schuitje, stel ik me zo voor.

 

KEER OM! Bij de rotonde aan het begin van de Zeeweg stond vanmiddag dit niet mis te verstane matrixbord. BLIJF WEG! Alsof je als je het negeert de ruitenwissers aan moet zetten om een dikke laag Covid-19-smurrie van de voorruit te schrapen. Overigens was het strand gisteren bij Parnassia vrijwel leeg. We zaten op een bank bij het gesloten paviljoen, waar de daar residerende mussen een wanhopige indruk maakten. Die hebben hun eigen kruimelcrisis: de aanvoer van appeltaart en patat ligt stil. Tien smekelingen stelden zich minder dan anderhalve meter voor ons op en piepten please, please! Het was menens, want ze aten zelfs de vreugdeloze reformkoekjes uit onze noodrantsoenen.

Een email bij elk nieuw RaDa-bericht? Zie ‘Subscribe2’ in het menu

Corona-spijbelen

De afgelopen tien dagen kenden mijn dagen een vast regime: krant ontsmetten, water aan de kook brengen voor mijn gesteriliseerde havermout, snufje RIVM-zout erbij, verse statistieken en doemprognoses erdoorheen roeren en klaar is kees. Daarna nog een beschuitje met zelfgemaakte hand-gel, kopje Lombardijselockdownthee drinken door een mondkapje en dan kon de dag beginnen met nu.nl, The Guardian en de BBC en terug naar nu.nl.

De dingen liepen door elkaar heen, het viel niet mee even aan iets anders te denken dan aan de pandemie. Die er vandaag ook heus nog wel was, maar ik merkte dat ik er, tijdelijk althans … immuun voor was. Niet voor Covid-19, maar ik gleed over de berichten alsof het gewone crises, rampen en oorlogen waren. Van het soort waar je aan gewend was.

Na het ontbijt sorteerde ik twee laden met oude wenskaarten. Verjaardagen, bedankjes, jaarwisselingen… ‘Je kan niet altijd werken, je moet af en toe ook eens iets zinnigs doen’ stond er onder een ouderwetse foto van vier luierende stelletjes op een grasveld. Een uur was ik zoet met dat uitzoeken. Je komt allerlei fijne herinneringen tegen en na afloop voelde ik me… nee, niet schuldig. Wel anders, alsof ik had gespijbeld van mijn burgerplicht.

Later, in de supermarkt, was er geen ontkomen aan. Ja, alles is anders. Maar eenmaal thuis hoefde ik niet per se aan het nieuwsinfuus. In de schemering zag ik vanavond de eerste vleermuis van dit jaar. Een vleermuis?!?! Het grapje kwam wel, uiteindelijk, maar trager dan je zou verwachten.

Via Subscribe2 (zie menu) kun je je abonneren op het RaDa

Fantoomfeestje

Gisteravond laat viel ik op de bank in slaap en werd een uur later verfrommeld wakker. In bed sliep ik met enige moeite weer in, maar rond half vier lag ik opnieuw te woelen en draaien. Er was bij mijn weten niks loos. Het hoofd maalde niet, ik leed niet aan lichamelijke ongemakken, het was noch te warm noch te koud.

Na een tijdje was er in de verte vanuit het niets muziek. Nou ja, muziek? Een vermoeden van ritme, een vaag basgestamp, zonder dat band of genre vielen te onderscheiden. Daarbij meende ik incidenteel uitgelaten gegil of gezang te horen, ergens uit een tuin of huis hierachter. Niet pal hierachter, zoals ‘s zomers soms, met gejoel en glasgerinkel, maar toch…

Het viel soms weg, maar kwam ook weer terug, dus toen ik er tien minuten later tóch uit moest, speurde ik tussen de gordijnen door alle tuinen af, op zoek naar die asociale corona-ontkenners. Maar nee, overal duisternis, nergens tumult. Ik kon maar één ding bedenken: ik had last van een fantoomfeestje. Zoals geamputeerden hun ontbrekende been soms nog kunnen voelen, zo hoorde ik de feestjes die er niet meer mochten zijn. Met zweterige omstrengelingen, wulpse dansjes, uit volle borst gekweelde meezingers en een teil vruchtenbowl. Misschien eind september?

Bij ingang Koevlak vandaag een gesloten speeltuin en ook een parkeerplaats met maar drie auto’s.

Abonneren op het RaDa kan (via Subscribe2 in het menu)

Geen vuiltje

Gaan we het meemaken dat vanmiddag groepen burgers groepen burgers van het strand meppen? Of wordt het keurig aan de marechaussee overgelaten om de boel schoon te vegen? Er is geen voetbal en die jongens hebben ook lichaamsbeweging nodig…

Vanuit mijn raam kijk ik uit op een woonkamer van benedenburen, waar het parket zo te zien vervangen is door een overspannen trampoline. Drie kleuters hupsen en buitelen in het rond, als kikkers on XTC. Enig begrip kan ik wel hebben voor de velen die gisteren hun kroost in de auto laadden en naar Zandvoort gingen. Het is ook een soort zeelucht-hamsteren; laten we het maar doen nu het nog kan…

Zelf wandelden wij voor de variatie in oostelijke richting, al waren we in de foute veronderstelling dat op de Oudeweg een vrijwel autoloze rust zou heersen. Daar was geen sprake van – het was niet minder vies en druk dan anders, met een opmerkelijke file van zeven auto’s bij de carwash – mensen die hun auto lieten desinfecteren in het belang van de volksgezondheid.

Pas een kilometer na Penningsveer vonden we de rust waar we op hoopten. Boven Zwanenburg waren géén files (eens per 3 minuten een vliegtuig?) en er leek geen vuiltje aan de lucht.

Het intense blauw kleurde goed bij het dorre riet.

We picknickten bij de Stompe Toren van Spaarnwoude (waar al in de elfde eeuw een kerkje stond) en zagen lammetjes hun capriolen maken. In Spaarndam reden veel auto’s op de dijk, maar de Hekslootpolder was weer goed te doen. Over het Spaarne woei een straffe wind. Maar het blauw bleef/ het bleef blauw.

De RaDa-reda heeft de negatieve emoties maar even in de wacht gezet, merken jullie. Ik vermoed dat we die later nog nodig zullen hebben, als dit weblog een soort Journal of the Plague Year wordt. Defoe’s boek is uitverkocht, lees ik. Ik raad de mensen aan iets vrolijks te lezen. Three Men in a Boat, ik noem maar wat.

Een email bij nieuwe berichten? Vul je adres in bij Subscribe2.

Corona-dansjes

Straks, in het jaar 3 na Co (als het vaccin er is) zullen we hopelijk lachen om de veilige anderhalve meter afstand waar premier Rutte op aandringt. Zelf probeer ik die weliswaar in acht te nemen, maar it takes two to tango.

Dus ontstaan er ongemakkelijke of komieke dansjes. Lijndansen met mijn moeder van 92, bij wie ik kippensoep bracht. Zij staat op 2 meter en nadert mij onbewust, onophoudelijk pratend. Ik wijk, wijs haar erop dat ze tot een risicogroep behoort. Zij doet beteuterd twee stapjes terug, ik stap iets naar voren – en 10 seconden later weer naar achteren omdat die 2 meter voor haar onpersoonlijk / onmoederlijk voelt. Enzovoort.

Ook de gelijkzijdige driehoek die je bij een ontmoeting met een stelletje vormt, raakt snel uit model. Als één van de hoeken zich roekeloos verplaatst, moeten de anderen zich herpositioneren. Een verwijdering waaruit dan soms ten onrechte wordt opgemaakt dat het gesprek ten einde is.

In supermarkten wordt de choreografie gecompliceerd door de karretjes en door de onvoorspelbare keuzes van mede-winkelaars, die impulsief van Guhl anti-roos naar Weleda baby-shampoo duiken.

Soms ook gaat het helemaal goed: je nadert een bekende en precies tegelijk maak je een haast militaire pas op de plaats. Alleen het salueren ontbreekt!

Eric Coolen kan dit beter

Goed, die groepsimmuniteit moeten we als Nederland eerst opbouwen, maar over een paar weken mag er van mij een groot, rood C-insigne komen (op borst én rug), een rood kroontje, te dragen door genezen patiënten van wie niemand meer iets te vrezen heeft. Mensen bij wie je desgewenst 15 cm afstand kan houden en bij wie je in gemoede een lekkere ouderwetse griep kunt oplopen.

Je kunt je abonneren op het RaDa, via Subscribe2

Remedie?

Als sociale onthouder doe ik het niet slecht, al zeg ik het zelf. Ik zou pas in acute geestelijke nood raken bij een ‘lockdown’, waarbij ik ook omzwervingen door bos en duin zou moeten afzweren.

Het hoeft niet altijd ver, het hoeft niet woest. Vandaag bij Thijsses Hof wandelde slechts een enkeling. De oude dr. Jac. P. (zoals gestalte gegeven door Jolanda Prinsen) zag (met een paars bloemetje in de hand) goedkeurend toe hoe wij langs de perken dreutelden – al was hij gelukkig onwetend van ons botanisch onbenul.

Gebrek aan kennis waardoor je je dan wel weer kunt verlekkeren aan de naambordjes. Het begon direct met ‘gevlekt longkruid’ – moest dat niet op grote schaal worden gekweekt nu? En daarna keuvelden we over al die oermensen, kruidenvrouwtjes en natuurgenezers die sinds Adam en Eva hun eerste pijntjes en kwaaltjes kregen, neerhurkten tussen het kreupelhout, zoekend (soms de wanhoop nabij) naar nieuwe remedies en redmiddelen. Speenkruid, stinkende ballote, muskus/kaasjeskruit, bont coronakruid bont kroonkruid, brave hendrik, gewone brunel (heal-all in het Engels), gewone agrimonie, adderwortel? Proefden ze alles zelf, met gevaar voor eigen leven?

Maar ons gebabbel was meer verbale muzak. Het is een fijne plek en er zoemde ook nog een dikke bonushommel langs, bezig met zijn eigen kruidenonderzoek.

Abonneren op het RaDa kan – via Subscribe (menu)

Opbouw-estafette

Twee jaar geleden bekloeg ik me over een dakopbouw die een een paar kilometer van mijn uitzicht afsloot*. Maar hoe gaan die dingen in tijden van (in willekeurige volgorde) opportunisme en woningnood?

De overbuurvrouw van nummer n verkocht haar huis aan twee vriendelijke jongelieden, die hun plannetje klaar hadden. Het huis moest – en werd – gestript, uitgehold, gemoderniseerd, klimaatneutraal gemaakt en… een derde verdieping zou beslist niet misstaan. Vonden zij. En van opbouw komt opbouw. Volgens de geruchtenrecyclaars van de straat willen de buren van (n+2) nu ook.

Schuin aan de achterzijde van ons huis zijn ook bouwvakkers vitaal bezig. En zie, vanochtend tekende zich daar het geraamte van een hoekige nieuwe verdieping af bij nummer v. Hé, zullen ze bij (v+2), (v+4), (v+6) denken. Wat zij kunnen, is voor ons ook weggelegd. Een omgekeerd domino-effect, waarbij de steentjes zich oprichten in plaats van omvallen.

Wordt dit een miezerig zeikstraalstukje, net waar jullie niet op wachten in tijden van (in willekeurige volgorde) treurnis en angst? Nee!!!!!!!!!!!!!!!!!!!!! Want juist nu, nu bijna alles platligt tussen de Lofoten en Gibraltar, doet het me goed als ik ‘s ochtends de gordijnen opendoe en op het dak twee gezonde mannen uit Deurdrop of Opperbeemdstra zie zitten. Zonder mondkapje, zonder stofkapje, minder dan anderhalve meter van elkaar op de nok, spijkeren ze nijver de dwarslatjes voor de dakpannen vast.

Heus, ik zal ze niet aanmoedigen er nog een vierde verdieping op te zetten, maar jullie snappen wat ik bedoel. En wat ik nu pas bedenk: als ik mijn oude uitzicht terug wil, kan ik zelf ook een opbouw laten maken.

*Om dat eerste opbouwstukje moet ik zelf wel lachen bij herlezing.

Abonneren op het RaDa kan via Subscribe2 (menu)

Kantelpunten

Bij het zuinige wandelingetje dat we ons vandaag permitteerden in afwachting van de boze dingen die komen gaan, passeerden we ook het Prinsen Bolwerk. Dezelfde helling waar 30 januari de akoniet nog voor volledige dekking zorgde. Toen één geel bloementapijt.

Wie wat wie schetst mijn verbazing dat datzelfde veldje vandaag paars was.

Verschiet de akoniet na zes weken van kleur? Was het een kwestie van perceptie, lichtval? Zie ik de dingen somberder, door een ander filter? Dat laatste wel, wat wil je, maar ook hadden de bloempjes geen akonietvorm meer. Was het sneeuwroem? Sterhyacint? Hoe dan ook, de natuur draait daar ploegendiensten.

Meer verandering: kort geleden schreef ik over een URL op een oude gevelsteen aan de Nw Gracht: kinderopvang.nl. Zes weken later (ook dat kan verkeren) is hij veranderd in herokindercentra.nl. Hero? Hero Brinkman? Hopelijk geen afkorting van Herodus, die heeft een kwalijke reputatie als het om kinderen gaat.

Ten slotte: ik kreeg een grappige reactie van Lolita en Dolores Hooglugt naar aanleiding van mijn virus-associatie. Alleen kunnen er in het RaDa-reactievakje geen foto’s worden geplaatst. Maar een hond die (solidair met het baasje) aan coronamijden doet.. ik vind ‘m leuk!

P.S. Abonneer je in het menu (subscribe2)!

Social distancing

‘Sociale onthouding’ heeft als term mijn voorkeur boven ‘social distancing’ tenzij…

Tenzij er echt sprake is van een afstand. Bijvoorbeeld een waterbarrière. Bij de Schotersingel zag ik een jongen lenige ritmische bewegingen maken met zijn bovenlijf (tot zover niks bijzonders, ze gymnastieken daar vaker) en toen pas zag ik het meisje met koptelefoon aan de andere oever dat soortgelijke dansbewegingen maakte. Soms imiteerde hij haar, soms was het andersom.

Long distance dancing! Ze hadden duidelijk plezier samen en het zag er aanstekelijk… het zou zich kunnen verspreiden als…

(Waarbij mijn vrees altijd is dat deze vorm van dansen al sinds 2014 pandemisch is en dat ik ben als die bezoeker van de Zwarte Markt gisteren, die zich afvroeg wat er aan de hand was. Corona? Mij vertellen ze nooit wat!)

P.S. Bericht bij nieuw RaDa-stukje? Abonneer je via Subscribe2 (menu)

Ook hier…

Er zijn vast mensen die al coronamopjes hamsteren, wie weet zijn die er blij mee. Zelf verbaas ik me meer over het associatief vermogen van mijn brein, dat (suf en cafeïnevrij) op een modderig paadje langs de Schotersingel een vergeten oranje hondenballetje met uitsteeksels waarneemt en direct het bijschrift ‘coronavirus nu ook in Kleverpark’ apporteert…

Over al dan niet bewuste grapjes gesproken: de persconferentie die de Britse premier Boris Johnson gisteren gaf over ‘the biggest public health crisis in a generation’ en het virus waaraan ‘many more will die’ maakte meer indruk op me dan die van Rutte. Boris zelf zag er koortsig uit, alsof hij al van alles onder de leden had. Het bevreemdendste was dat hij afzag van alle kwinkslagen en guitigheidjes die evenzeer zijn handelsmerk zijn als zijn onhandelbare haardos.

Je kunt je op het RaDa abonneren via Subscribe2 (menu)