Rode onschuld

Straatjournaal november

Vroeger had je de erfzonde, de zeven hoofdzonden, de Tien Geboden en de schattige pekelzonden (kleine zondetjes voor huishoudelijk gebruik, zeg maar) en er waren eeuwen dat een beetje Christen doortrokken was van zondebesef. Zondebesef was overal, als een schimmellucht in een huis met klamme muren. Een mens kon geen goed doen onder Calvijn en kornuiten. Nou ja, jullie snappen hoe ik het bedoel.

Dat ging – de Heer zij geprezen – allemaal weer over en een paar eeuwen verder zappend komen we bij de sixties, toen alles mocht en kon en ook gebeurde. Het geweten leidde een rudimentair bestaan, overbodig als de mannelijke tepel of het staartbeen. Boetedoen, biechten en branden in de hel waren niet groovy.

En nu? Ik vroeg het me af toen ik die ketchupfles van €7,50 zag (waarover later meer) en de commentaren las na de moord op advocaat Derk Wiersum. Nederland was net uitgeroepen tot narcostaat. NRC-columniste Rosanne Hertzberger kapittelde de welgestelde druggebruikers, die niet alleen de Amsterdamse grachten verontreinigden met hun cokezwangere urine, maar maling hadden aan de ellende die ze anderen berokkenden. De bendeoorlogen werden een paar buurten verderop uitgevochten en afval van drugslaboratoria werd op het platteland gedumpt. Op Facebook poneerde dichter Bas Belleman de stelling: ‘Wie drugs gebruikt (…) mag zich medeverantwoordelijk voelen voor de moord op Derk Wiersum.’ In een ingezonden brief in Het Parool heette het: ‘Cokesnuiver heeft bloed aan zijn handen.’

Vooropgesteld, ik zou liever hebben dat de 75 miljoen euro die jaarlijks in poedervorm in Mokumse neuzen verdwijnt, werd overgemaakt aan een goed doel. Maar juist de wijdverbreidheid van het gebruik verdunt de schuld tot een soort homeopathisch bloed. Er zal door zo’n beschuldigende brief geen lijntje minder worden gesnoven. Hoogstens voegt hij iets toe aan het vage onbehagen en schuldbesef dat weldenkende en oppassende zielen alom aangepraat krijgen.

Je kunt gniffelen om die godvrezende calvinisten, maar hoe zullen historici over twee eeuwen tegen onze geestesgesteldheid aankijken? Schuld is overal, als stikstof. Veel schuldgevoel houdt vanzelfsprekend verband met klimaat en milieu: wij zijn allen verkeersgebruikers, dus niet alleen brommerrijders en SUV-patsers. Ook gasstokers en ongeïsoleerden hebben tegenwoordig iets uit te leggen. Maak de lijst zelf maar af, milieu- en schuldbewuste lezer.

Maar dan komt het: onze ‘vliegschaamte’ vermindert het aantal vluchten niet. Personenauto’s reden in 2018 de recordafstand van 120 miljard kilometer. Als je op de media afgaat, zijn alle megastallen te klein om de flexitariërs, fruitariërs en veganisten te herbergen. Helaas wijzen de cijfers anders uit: in 2018 werd meer vlees gegeten dan het jaar daarvoor.

Het eco-schuldgevoel zal navenant gestegen zijn, mag ik dat concluderen? Tel daarbij op al die andere gebieden waar we onszelf teleurstellen, omdat goede bedoelingen het verliezen van behoeftebevrediging en zelfmedelijden. Drugs hadden we al. Alcohol, fastfood, roken, snoepen, social media, gamen, porno, funshoppen, Netflix… Hele bedrijfstakken zijn erin gespecialiseerd om ons te verleiden en je moet wel een gediplomeerde heilige of een kluizenaar in de woestijn zijn om er weerstand aan te bieden. Als dat mislukt, wat vaak gebeurt, ga je uit frustratie weer iets doen wat je van jezelf niet mag en dat je je daarvoor schaamt helpt ook niet. Schaamteschaamte…

Zo creëren die duivelse verleiders hun eigen gat in de markt. Bij mijn groenteboer zag ik een forse fles tomatenketchup van de firma Verstegen. ‘Guilt free’, stond op het etiket. Die onschuld had niets met fair trade of duurzaamheid te maken; het ging om ‘no added sugar’. Arme moderne mens! Zie hem daar staan bij de kassa, met zijn dure fles. Nu nog iets vinden om die rode smurrie met een onbevlekt geweten op te spuiten.

.

guiltfree

.

Piri Piri-saus hebben ze ook.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook.

Wereld op zijn kop

In een huis in een rustige buurt hier vlakbij wordt ingebroken; de bewoners zijn op vakantie. Er is niets ontvreemd, stellen ze vast bij terugkomst. Wel zit alles – ALLES, muren, lampen, meubels, tapijten – onder de ketchup en cola. Wat moet je  ervan denken?

Ik hoorde het net gebeurde verhaal vanmiddag in het café, evenals het volgende: een vrouw gaf een tuinfeest. Een van de gasten was iemand die ik kende en tamelijk hoog had zitten. Geen vriend, maar een goede gozer. Voor zover ik wist. Alleen trof ze hem tijdens het feest aan op de verder geheel verlaten bovenetage, naar eigen zeggen zocht hij de wc. Beneden was ook een wc, echt niet moeilijk te vinden. Hij is er nadien met geen woord op teruggekomen. Wat moet je ermee?

En dan dit: een jongeman voor wiens onschuld ik door het vuur ga, heeft al een tijd heibel met zijn buurman, die hem bedreigt en belaagt. Zoveel wist ik al. Vorige week escaleerde het. De buurman griste hem de bril van het hoofd en vertrapte die op straat. De jongeman maakte zich uit de voeten en deed aangifte. Een paar dagen later adviseerde een wijkagent hem in vertrouwen de aangifte in te trekken. Een veroordeling zou averechts uitpakken. Ze hadden het eerder bij de hand gehad. Deze ‘bekende van de politie’ werd er alleen maar agressiever en gevaarlijker van. Dus… Ja, dus wat?

Zomaar drie verhalen uit het vrijdagmiddagcafé – het was of ik werd voorgelezen uit de audio-krant van de Telegraaf. Staat de wereld op zijn kop?

.

sylviawaterspiegel

.

Twee foto’s / een foto van de huisdichteres, vorige week in het Amstelpark

.

sylviageflipt

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Tweegesprek

In mijn stukje Voor Inwendig Gebruik schreef ik al in 2006 over mijn verlangen naar een pretentieloos broodje. Zonder bijsluiter, zeg maar. Zoals vroeger, toen brood uitsluitend als medicijn tegen de honger diende. En voor zo’n simpel broodje moest je niet bij Van Vessem zijn, was de moraal.

Bakken kunnen ze natuurlijk heus wel en de winkel is om de hoek, dus af en toe doe ik er mijn bestellingen. Zo ook gisteren. Ik wees op een brood dat er lekker uitzag en Hollandsch Natuur heette. Die naam kon ik niet over mijn lippen krijgen, dus hield ik het bij een hoofdknikje en ‘Mag ik er zo een van u? Ongesneden?’
“Een Hollandsch natuur?”
Als ik het niet zei, dan het winkelmeisje wel. Ik mompelde een bevestiging en sloot af met een grapje. “Is er extra stikstof aan toegevoegd?”
Het meisje bleek niet verdacht op humor en begon direct aan haar vaste riedel:”Er zit zuurdesem in en wilde rogge, ongeboren tarwe uit Kafzand en …” Nou ja, zoiets. Zij kon het ook niet helpen… Wel goed brood trouwens.

****

Nog een komisch dialoogje, van gisteren. Bij de Raaks werden de huisdichteres en ik aangesproken door twee beteuterd kijkende meisjes van een jaar of vijftien, die hun benodigde informatie kennelijk niet via het 4G-netwerk binnen konden scrollen. Dus ja, ze mochten wat vragen. “Weet u misschien waar de Kunstlijn is?”

“Overal!” zei ik en wees op vijf vanuit ons standpunt zichtbare oranje vlaggen. Nee, ze moesten naar de Shag-shellstraat. We overhandigden ze onze Kunstkrant, opengeslagen bij de plattegrond, met daarop de Schagchelstraat en de andere 178 (?) locaties. Zo, we hadden onze bijdrage aan de cultuureducatie voor die dag weer geleverd.

.

Waalsekerk.

Met 178(?) locaties wirwart het door je hoofd na een paar uur druk door de stad te hebben ge-nuel-gielest. Dit plafond van de Waalse Kerk maakte geen deel uit van de Kunstlijn, maar frappeerde mij wel. Evenals deze deur (vraag me niet waar)  – niets meer aan doen, beste schuurartiest!

.

kunstdeur

.

Versta me niet verkeerd, ik heb veel moois en interessants gezien, maar bij thuiskomst had ik een broekzak vol visitekaartjes van kunstenaars en slechts een zeer onvolledig beeld waar ze bij hoorden. In de Egelantier, waarvoor de gemeente volgens het HD van vandaag 4,2 miljoen hoopt te beuren, hing/stond/lag een breed scala aan kunstwerken. Zoals dit. Vraag me niet van wie, alleen. 

.

voetenvijf

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Poppenkast

Scepsis, ik neem er dagelijks twee theelepeltjes van in bij de havermoutpap. Als eenpersoons hoofdredactie kan je niet streng genoeg afstand nemen van modes, hypes en de waan van de week. Dus toen er in de media berichten verschenen over een mysterieus graffiti-poppetje dat her en der opdook in Haarlem – op elektriciteitshuisjes, regenpijpen, pin-automaten en lantaarnpalen – dacht ik direct aan een doorzichtige publiciteitsstunt.

.

coolentje

,

Van wie anders dan de maker zelf, daar hoef je geen Sherlock Holmes voor te zijn. Het zwarte poppetje toont immers het silhouet van Eric J. Coolen en is geplagieerd uit diens eigen HD-rubriek ‘Verscholen Haarlem’. Vanzelfsprekend ben ik niet de eerste die dit vermoeden uitspreekt. De altijd energieke en montere tekenaar (geschat op zes Haarlem-boeken per maand) ontkent in alle toonaarden en roept het publiek zelfs op om mee te speuren naar de ‘dader’. Wie had anders verwacht? Hij speelt het spel voortreffelijk en veinst dat het een trouwe fan zo zijn bewondering uit.

Ik had gehoopt de bewijsvoering tegen Coolen voor de weekend-editie van het RaDa rond te krijgen. Echter, gisteren moest ik in verband met de ingevallen koude de kachel aanmaken en ging op zoek naar de pook. Hij stond niet op zijn vaste plek bij de kolenkit en toen ik me bukte om achter de kachel te kijken, hapte ik naar adem.

.

coolemannetje

.

Ik zweer dat het Ampzing Genootschap hier de afgelopen jaren niet over de vloer is geweest! En de deur zit ‘s nachts stijf op het knipje. Even later vond ik nog zo’n zelfde Coolen-mannetje op de gasmeter. Nog gekker werd het toen de printer er spontaan een uitspuugde en ‘s avonds stond ik frontaal voor zo’n levensgrote zwarte gedaante op de scheerspiegel. Ik kon de slaap niet vatten en besloot mijn hallucinaties of dwangvoorstellingen op deze plek met jullie te delen, o zo normale en totaal niet paranormale RaDa-lezers. Welaan, toen ik wilde beginnen aan een nuchtere slotalinea die alles tot de juiste proporties terugbracht en mijn obsessie zou genezen, stonden ze daar. Dreigend op het scherm van mijn laptop, schouder aan schouder..

.

vijcoolen

.

Het waren er vijf!!!!!

Pop-up-wandeling

Het zou een pop-up-stadswandeling door Amsterdam worden en omdat de meteo-apps unaniem een downpour-wandeling voorspelden, was uiteindelijk alleen de organisator er, die des te blijer was dat de huisdichteres en ikzelf (Schotland-veteranen) ook waren upgepopt.

Het verzamelpunt was een koffiebar bij Station Zuid. Veel onidyllischer kan je het niet bedenken, maar even later waren we al in het Beatrixpark. Als enigen, leek het, wat je in een stad niet vaak meemaakt om 11 uur ‘s ochtends. Maar het was best te doen. Some people dance in the rain, others just get wet, stond er op een gele bol en wij wisten wel tot welke categorie we behoorden.

.

daceandgetwet

.

Dat park is prachtig en aan alles was gedacht: herfstkleuren, een kruidentuin, waterpartijen, een poserende reiger en toen het opklaarde ook baasjes met ravottende honden. Maar – misschien was het van de weeromstuit na al die ruige leegte op de Inner Hebrides – vandaag waren het de monumenten en artistieke scheppingen die de diepste indruk maakten.

.

futurepastglory

.

Dit kunstwerk, dat er nog maar sinds mei staat, eert Jakoba ‘Ko’ Mulder (1900-1988), die als stedebouwkundige veel bijdroeg aan de totstandkoming van het Amsterdamse Bos en het Beatrixpark. Een fabeldier volgens sommigen, hetgeen door de kunstenaars (Liet Heringa en Maarten van Kalsbeek) niet wordt bevestigd. Die doopten het Future Past Glory. Hoe dan ook, het stond het daar op zijn fraaist, flonkerend in de zon (die alle apps in hun hemd zette).

Het park als geheel maakte een verzorgde, gekoesterde indruk. Thuis zag ik dat er een Vereniging Vrienden van het Beatrixpark bestaat. Het verbaasde me niet.

.

beatrixbank

.

We vervolgden onze route via station RAI en het Amstelpark, al even mooi en gecultiveerd. Toen ik nog in Buitenveldert werkte mocht ik er graag een tussenuurtje doorbrengen. Ook hier stonden we stil bij een monument. ‘Rozenoord’ herdenkt de gelijknamige fusilladeplaats aan de Amstel in WO2.

.

amstelparkmonument

.

Elke van de 140 stoelen herdenkt een geëxecuteerde; onder de stoel bevindt zich een naamplaat, die bij de 34 ongeïdentificeerde slachtoffers onbeschreven is gebleven. Zie ook de website.

Langs de Amstel liepen we terug naar het gelijknamige NS-station. Huh…? Het was pas half drie toen we weer in Haarlem terugkwamen, erg tevreden met alles.

Optimale versobering

Het HD opent vandaag met de financiële perikelen bij het Frans Hals Museum, dat de algemene reserves heeft opgesoupeerd de afgelopen jaren. Van museumzijde kreeg de krant een weinig verrassend ‘geen commentaar’; Ann De(penning)meester is zelden scheutig met inkijkjes in de bedrijfsvoering – denk ook aan de interne strubbelingen met haar personeel (onder wie de chef financiën!).

Het verwachte tekort van het Frans Hals bedraagt een paar ton – ondermaatse dwergpindaatjes vergeleken met de 850 miljoen die het project Zuidas extra gaat kosten bovenop de oorspronkelijke aanneemsom van 1,7 miljard. In het HD-artikel daarover kom ik een frase tegen waarvan ik hoop dat klussende RaDa-lezers die nooit hoeven bezigen: er dreigt een ‘optimalisatie van de versoberingen’. Wat moet je je daar concreet bij voorstellen? Je wilt een nieuwe etage op je huis zetten, gaat bij gebrek aan pecunia terug naar een dakkapel, die ook te duur blijkt, zodat je – optimaliserend en op zwart zaad – eindigt met alleen een daktuintje?

De RaDa-reda wandelde gisteren door de stad en kwam thuis met veel te veel foto’s voor één blogje. Neem alleen al de etalage van kantoorboekhandel Muijs, met als bijvangst de gevels aan de overkant van de Gedempte Gracht.

.

Muys1

.

Maar laten we de dingen scheiden. De school vissen van Harry van der Tooren (als ik het goed ontcijfer) zwemt daar ter gelegenheid van de aanstaande Kunstlijn.

.

Muijs2

.

En dat dradencomplex link?

.

Muijs3

.

Duizenden bavocentristen zonder Google Maps en Stratenboeken veren verheugd op. Inderdaad, het is onze stad (laser-scherp).

En daarna (treuzelend in de Warmoesstraat) werd ik vriendelijk binnengenood bij het Hofje In den groenen Tuin. Maar misschien moet dat wachten tot een volgende keer.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Zeehonden

Bladerend door oude zaterdag-HD’s vind ik geen lokaal nieuws dat de term ‘seismisch’ verdient (maar laat het me vooral weten als Haarlem tijdens mijn absentie wél het epicentrum was van schokkende gebeurtenissen).

Wel las ik een artikeltje over dood aangespoelde bruinvissen, die blijken te zijn overleden aan een bacteriële infectie als gevolg van zeehondenbeten. De bacterie in kwestie luistert naar de welluidende naam Neisseria animaloris en het zijn met name grijze zeehonden die op bruinvissen jagen en hem overbrengen. 

Daar zit ik dan, met mijn RaDa-genieke vakantiefoto’s. Ik heb foute sympathieën… Op Orkney merkten we een paar jaar terug hoe een zeehond ons langs de kust bleef volgen zolang we zijn nieuwsgierigheid prikkelden met liedjes en gefloten melodietjes. Sindsdien zijn zijn we alert op hun in de golven dobberende koppies.

Dit jaar zagen we een zeehondenkolonie op het onbewoonde eilandje Staffa. Maar die telden eigenlijk niet, het was een georganiseerd boottochtje. Deze gluurder ontdekten we zelf.

.

zeehondinzee

.

Een dag later kozen we een pad tussen glibberige rotsen en troffen deze vondeling.

.

babyseal

.

Moederloos alleen, vredig soezend (en dromend van kleine bruinvisjes?). “Heb je nog een bontjas nodig?” vroeg ik aan de huisdichteres. Nee, we vergaapten ons. De kleine ontwaakte, geeuwde, rekte zich lui uit en bekeek ons vervolgens alsof hij van ons ook wel een foto had willen maken. Later waarschuwden we een voorbijgangster, die beloofde de ‘ranger’ te bellen. Voor de zekerheid, want de moeders laten hun jong ook weleens even achter als ze uit (bruin?)vissen gaan.

Weer twee dagen later waren we een dagje op The Isle of Mull. We sopten daar door een getijdengebied toen we op een rotsformatie een andere slaapkop zagen. Vloed gemist? Hij lag wel érg hoog en droog.

.

zeehondenrots

.

Toen we elkaar opmerkten, misinterpreteerde hij onze lichaamstaal en begon aan een paniekerige, bijna letterlijk halsbrekende afdaling richting ruime sop. We geneerden ons lichtelijk en waren opgelucht toen hij zich door de zeewierwirwar had geworsteld, omkeek en onderdook in de veilige baai.

.

zeehondenrots2

.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Symbiose

In Schotland las ik Drive Your Plow Over the Bones of the Dead van Olga Tokarczuk. Op de e-reader, dus het citaat dat ik nodig heb laat zich lastig zoeken. Het is een observatie van de bejaarde vertelster, die in het grensgebied tussen Polen en Tsjechië tijdens de barre winters op een aantal vakantiehuizen past.

Het ging over de symbiose tussen mensen en huizen, die elkaar nodig hebben om gezond en weerbaar te blijven. Leegstaande huizen kwijnen weg, takelen af en verslonzen. Ik moest eraan denken toen ik eergisteren bij de thuiskomst de sleutel in de voordeur stak. Aan de weerstand voelde ik direct dat het hier de afgelopen weken veel had geregend. Want zo intiem is je relatie met je huis – al ben je je daar zelden bewust van.

Het halletje rook wat muf, maar verder leek het huis onze afwezigheid dapper te hebben gedragen. Geen lekkages of mankementen. Geen stille verwijten. Wel – het kan zijn dat ik het me verbeeldde – meende ik een soort dankbaarheid te voelen toen we het reanimeerden. Geleidelijk kwam de circulatie op gang. Verwarming, water, stroom, wifi. Zelfs de telefoon, die het bij vertrek niet meer deed, gaf een teken van leven. Een beller!

Omgekeerd voelde ik een soort behagen dat ik in B&B’s en hotels, hoe comfortabel ook, had gemist. Zoals de radiator thuis tikt, tikt ie nergens. Je kent ieder zuchtje, oprispinkje en krampje van je huis. En met je eigen gordijnen, kranen, pedaalemmer, koffiezetapparaat en stereo leef je in vanzelfsprekende harmonie. Knoppen en schakelaars gehoorzamen zonder sputteren en zo niet, dan wéét je dat van tevoren. Een huis uit 1914 mag ook wel een paar kuren vertonen. En ik woon er niet voor niets al twintig jaar.

.

pod

.

P.S. Op Iona zaten we een week in een ‘pod’. Niet veel groter dan een tent. Goed geïsoleerd, vloerverwarming, twee kookplaten. Geen stromend water. We hadden gerekend op een soort stresstest voor ons huwelijk, maar de eenvoud en knusheid bevielen uitstekend. We bleven zelfs een paar dagen langer dan gepland.

.

tweedehuis

.

En natuurlijk treuzel je weleens als je een ‘house for sale’ ziet. Met een weidser uitzicht…

.

regentoren

.

Of beter nog, een vuurtoren (die regenbogen doen de makelaars er op de Hebriden standaard bij)

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Door het lint

Ineens wist ik waar de uitdrukking ‘door het lint gaan’ vandaan komt. Na bijna vier weken RaDa-loosheid keerde de voltallige eenpersoons redactie terug uit Schotland. Om 10 uur ‘s ochtends wilde de boot uit Newcastle zijn 1300 passagiers in IJmuiden aan wal laten gaan, maar werd daarbij ernstig gehinderd door de douane.

Het wachten duurde zó onwaarschijnlijk lang dat ik veronderstelde dat de marechaussee een langzaamaanactie hield. Na ruim een uur schuifelen en schoorvoeten bereikte de Engelsman voor ons in het defilé het hokje van de beambten. “Man, this is worse than Africa, believe me!” luchtte hij zijn hart (hij was naar Nederland gekomen voor een afspraak met een ernstig zieke vriend en moest diezelfde middag alweer terug). Ik brieste nog een toegift, waarop ik te horen kreeg dat ze maar ‘twee systemen’ hadden.

Twee computers dus, maar hij vergat het ‘personengeleidingssysteem’.

.

lint

.Een ‘personengeleidingssysteem’ noemt de fabrikant van de Tensabarrier dit.

Ergens tussen de passagiersbrug en de roltrappen naar de het Beloofde Land/de rij naar de douane werden wij onderworpen aan de ultieme vernedering. Daar was een soort overloopruimte gecreëerd van naar schatting 20×20 meter. Je moest er in door een deuropening (zoals wel vaker het geval), dan moest je een route door afzetlinten volgen en vervolgens (dwz na 20 minuten) verliet je – een flauwte nabij – de ruimte via dezelfde deuropening. Het systeemplafond bevond zich op 50cm boven onze hoofden en aan ventilatie / zuurstof voor de 200 passanten in jacks en jassen was niet gedacht. “Ik wil naar huuui-uis!” vatte een blèrend kind het algemene gevoel samen.

De tocht langs die linten – van punt A via al die parallelle paadjes voelde als een sadistische kwelling. Maak er dan een leuk labyrint van. Voorbeelden genoeg! (Kijk eens op deze website) En wie de puzzel heeft opgelost mag zijn paspoort tonen!

Och help, ik had helemaal niet negatief willen beginnen… ‘s Nachts zagen we vanuit onze hut tientallen prachtig uitgelichte meeuwen dansen en zwieren in het slipstream van de boot. Sprookjesachtig. En de vakantie had ons talloze wonderbaarlijke momenten gebracht. Zo was er op het eiland Iona een onverwacht doolhof. Zonder linten.

.

labyrinth

.

Later meer foto’s.

Paars P.S. : in de zijbalk kun je je abonneren op het RaDa – je krijgt dan een emailbericht zodra er een nieuw stukje is verschenen. EN ik zit (in ieder geval de komende maanden) op Facebook

Onrustige hoofden

Straatjournaal-column van deze maand.

De beste manier om het imago van daklozen te verbeteren is natuurlijk om ze allemaal een riante villa te schenken in Bloemendaal of Blaricum. En zou het ook helpen als Straatjournaal (in afwachting daarvan) in plaats van een krant een GLOSSY werd?

Ik vroeg het me af toen ik van een leestafel het eerste nummer van HRLM-Z meegriste, van dezelfde familie als het glossy magazine dat al meer dan tien jaar de stad Haarlem fraai belicht: altijd smetteloos, gaaf, glanzend en glimmend. Die Z staat voor Zakenglossy. In honderd pagina’s wordt een keur aan ondernemers in de etalage gezet. Van ongeduld stuiterende start-uppers, revolutionaire vernieuwers, oude rotten met drie faillissementen op hun CV en stabiele familiebedrijven.

Het fijne van glossy’s is dat ze je niet voor verrassingen stellen. Dus ja, het ondernemen zit bij iedereen in het bloed, in het DNA, in de genen én in hart in nieren. Het is een passie (gaap!), al die ondernemers zoeken uitdagingen (gaap-gaap), zijn slim/smart en innovatief (ook al handelen ze in tweedehands moltondekens of gerecyclede theemutsen), hebben dromen en missies, barsten van de (vanzelfsprekend positieve) energie, zien problemen en mislukkingen als kansen. Je vindt ze bij voorkeur in broedplaatsen en kraamkamers, bedolven onder pasgeboren plannen. Als ze na een 90-urige werkweek even op hun krent zitten, handelt hun hoofd rusteloos verder.

En zulke rusteloze hoofden bestaan écht, weet ik sinds kort. In Gent werd ik meegetroond naar een restaurantje dat was gespecialiseerd in rundvlees. Geen poeha – formica tafeltjes, een allegaartje aan stoelen, maar dat vlees!!! De kok kwam het toelichten in sappig Vlaams. Hij weidde uit over de koeien; hun nobele stamboom, de onbespoten klavertjes vier die ze aten… De Japanse koeien werden gemasseerd om de bilpartij malser te maken. Die kok sliep bij wijze van spreken met een rauwe ossenhaas of een begeerlijke bavette als hoofdkussen. Het liep als een tierelier, met dat vlees, maar het roer ging om. Vanaf december deed hij alleen pizza’s en daarna drie maanden zeevis en daarna… Anders dutte hij in. Ik kon er niet bij. Het kwam mij krankzinnig voor, maar ik ben dan ook geen rusteloze ondernemer.

Het rusteloze hoofd is een motief in zowel HRLM-Z als Straatjournaal. En welke toevalligheden bepalen dan of je die energie kunt kanaliseren en een geslaagd zakenman wordt, of dat je er de speelbal van wordt, in een chaotisch of destructief leven? Deze maand stond in NRC een necrologie van Nol van Schaik (1954-2019). Hier in Haarlem en daarbuiten is hij bekend als oprichter van coffeeshop Willie Wortel, maar meer nog als actievoerder tegen het schizofrene Nederlandse softdrugsbeleid. Op zijn eigen terrein een idealist dus.

In zijn jonge en veel te wilde jaren was Nol onder meer bondscoach van de bodybuilding-federatie. Het lichaam ging voor alles. Hij was zo nuchter als een woestijncactus en clean als een stukje karnemelkzeep. Zeer gespierd, maar geen grammetje zitvlees. Tot hij op een dag – hij was al dertig – toch een jointje rookte en het ineens (voor het eerst) kalm werd in zijn hoofd. “Ik had altijd honderd ideeën en voerde er tien tegelijk uit, die allemaal mislukten. Dat is veranderd doordat ik cannabis ben gaan roken.”

Hij schreef nadien boeken en columns en ‘deugde’. Hoe anders had het kunnen lopen. In de jaren tachtig gingen zijn sportscholen failliet, hij had schulden, pleegde twee bankovervallen, zat in de bajes. Bij een hasjtransport in Frankrijk ontsnapte hij aan de gendarmes door in een ravijn te springen.

Ik wil maar zeggen, Straatjournaal of HRLM-Z? Je kiest je eigen hoofd niet uit en het kan van een kleinigheid afhangen in welk blad je terecht komt.

.

paarspeer

.