Mijn laatste keer

‘Het onverwachte, het broeierige, het groots en meeslepende, de hemel bestormen, veroveren. Of in elk geval het idee dat zoiets kan gebeuren.’

Die man had schrijver moeten worden, dacht ik toen ik gisteren las over het ‘kroeggevoel’ van Ronald Giphart. In NRC verhaalt hij van de avond van 14 maart (the eve of the lockdown, RaDa-reda), toen hij met vrienden een fles Chassagne Montrachet deelde in bistro Madeleine.

Een zeer complexe wijn‘ volgens kenners, maar het ging Giphart om het savoureren van de laatste ons door de epidemiologen gegunde horeca-uurtjes.

Suggestie voor de krant: zijn er al weemoedige herinneringen opgetekend van automobilisten over hun laatste recordfile? Die avond waarop alles perfect georkestreerd samenkwam (wegwerkzaamheden, natte sneeuw, een kettingbotsing en overstekend Kerst-wild)… De nijdige claxon-improvisaties, wanhopigen die via ventweg en zompige akkers een afslag probeerden te bereiken… ‘God, wat mis ik dat!’

Nou ja, we hebben allemaal onze mini-serie ‘de laatste keer’. Mijn eigen laatste cafébezoek was op 8 maart in die nieuwe Uiver tegenover de Toneelschuur (toen die vrouw naast mij onbedaarlijk hoestte). De huisdichteres herinnert zich hoe zij en ik onze laatste handdruk kregen/gaven. Begin maart. De meubelstoffeerder bracht onze opnieuw beklede stoelen. Zó mooi gedaan, zó goed gelukt dat – korte wederzijdse aarzeling – shillyshally, shillyshally – doe-ik-het-of-doe-ik-het-niet? – nee, het zou al te bot zijn om… – ach, vooruit! (Hij had een goede, ferme handdruk, voor wie het weten wil. Handen die wat kunnen!)

Aan mijn laatste buitenechtelijke omhelzing werd ik onlangs herinnerd. Een vrouw die ik al veertig jaar ken. Ouder dan ik; ze woont alleen, in Amsterdam. Lange tijd hadden we geen écht warme band, maar (hoe het komt, komt het) het afgelopen jaar was er een onmiskenbare toenadering/beginnende vriendschap. Onlangs belde ze. Ja, ook zij hield zich religieus aan alle corona-geboden. “Trouwens, weet je wel dat jij de laatste geweest bent die mij heeft aangeraakt?” Ik had wat hulp nodig, maar toen ze het vertelde wist ik het weer. Een gure avond, we kwamen uit een theatertje, samen met de huisdichteres. Een beetje speciaal voelde hij toen al, die omhelzing – er werd iets beklonken of bekrachtigd. Maar van de speciale status die hij nadien kreeg, had ik toen nog geen vermoeden.

P.S. Born again-blogger iamzero heeft zo zijn twijfels over het kroeggebeuren van straks. Zie Checkgesprek.

 

Fijne slogan! Voor iedereen die nog nooit een ace of een dubbele fout heeft geslagen. De huisdichteres en ik dachten eerst, wij doen ook een dozijn van die rijmpies (Koop een stokkie en een rokkie, speel hockey) maar de oogst viel tegen.

 


 

P-woord en C-woord

Eer ik het vergeet, het lelijkste woord van 2020 en eerdere decennia. Ik kwam het tegen op 11 mei in NRC en… oh… goegeldegoegel… misschien bestaat dat hele afgrijselijke woord niet eens in het wild en/of is het verkeerd gespeld en moet het worden vervangen door een ander minstens zo stuitend woord.

En (tease, tease) nu zouden jullie toch onderhand wel nieuwsgierig geworden moeten zijn of me allang weggeswipet/-gemept moeten hebben ten gunste van een stukje dat wél instant-bevrediging levert. Ter zake (nou ja, bijna), in een artikel over huiverachtige, weigerachtige en besluiteloze basisscholen in tijden van corona, citeert de NRC onderwijskundige Femke Geijsel, hoofddocent aan de Radboud Universiteit:

“De basisschoolsector is heel geprotocoliseerd.” (Sic, sic, sick, sick as a dog / sick as a parrot). Na drie onderdrukte kokhalsjes voorspelde de RaDa-reda het woord een grote toekomst, ook buiten het doorgeprotocoliseerde en voortprotocollerende onderwijs. De Inspectie is de Opperprotocolleur natuurlijk (protocollisator, protocollist, protocollizeur?), maar op alle maatschappelijke terreinen rukt het Protocol onstuitbaar op. [Stelling: het protocol is de vijand van spontaniteit, creativiteit en jolijt.]

Door de C-crisis hebben de protocol-ridders de wind nog meer mee. Zij zijn degenen die beschikken over hectometers afzetlint, meetlatten van exact 150,0 cm, koortsthermometers; zij beplakken vloer, wand en plafond met pijlen die de voorgeschreven loop- en hoestrichting aangeven. De Preciezen zijn aan de winnende hand. De Rekkelijken schikken zich voorlopig schijnheilig en schijnveilig in hun geprotocolleerde lot (dat woord – even erg – geeft Google ipv ‘geprotocoliseerd’).

Nog even en het is Pinksteren. Iedereen verheugt zich op de geprotocolleerde lol die komen gaat. Sissy Boy Steef de Jong treedt vanaf 1 juni op in de Schuur, de Bieb is weer open (geretourneerde boeken 72 uur in een chlooroplossing – oh nee, dat is badinrichting De Planeet, ook weer open) en het NH-Archief hamstert corona-foto’s. Doneert allen! Deze mogen ze ook hebben.

 

Zondag daalde mijn favoriete risicobejaarde voor het eerst sinds tijden de trap van haar woning af om een geprotocolleerd luchtje te scheppen in het plantsoen. Op de trap droegen wij mondkapjes zodat ik bij wankelingen en struikelingen bijstand kon verlenen. Eenmaal buiten gingen die ondingen snel af.


 

Knipoog

Leedvermaak is dubbel vermaak, dus de verleiding was er heus wel even om hier op 3 mei iets te schrijven over Formule Nul / (Anti-cli)Max Verstappen, etc.

Maar gegeven de trieste omstandigheden… En toen liep ik ook nog eens over een lege, gure Boulevard, waar raceliefhebbers deze nostalgisch foto’s hadden opgehangen van de groten van weleer: Graham Hill, Nicki Lauda, Jacky Ickx, Nelson Piquet en andere coureurs uit de tijd dat de duinen nog zwart-wit waren en de strobaal net was uitgevonden. Zelfs ik raakte vertederd.

 

Op 25 april stond in het HD een interview met circuitdirecteur Robert van Overdijk. De krant prees het aan als ‘openhartig’ – zelf vond ik het vooral plat en glad. Citaat over de coronastilte: Met een knipoog zeg ik: de milieuclubs hebben meer dan hun zin gekregen. De RaDa-reda kent en verafschuwt dit soort knipoog. Vet en glibberig als motorolie. De mij-maak-je-niks- het-is-immers-maar-een-grapje-knipoog.

De ‘openhartigheid’ zat ‘m vooral in de passage over het circuit als een plek ‘met potentie’: De bouw van een of twee hotels op het circuit en mogelijk het strand zijn toekomstmuziek. “Voor de zakelijke markt, met congresfaciliteiten, vergaderzalen, flexibele workoffices. Maar fraai genoeg om in het weekend te blijven met je vriendin.” (Knipoog bij dat laatste?)

Ook dat liet ik passeren. Maar deze week doet het circuit weer van zich spreken. Het college van Zandvoort ligt op zijn gat na een conflict met de lokale partijen over een nieuwe verbindingsweg bij het circuit. Wie er het fijne van wil weten kan terecht bij Richard Stekelenburg die in het HD heroïsche pogingen doet het politieke gekonkel te duiden. Het twistpunt is of de nieuwe weg enkel bestemd is voor hulpdiensten of tijdens (maximaal 50!) evenementen ook voor het publiek. N.B. De weg sluit aan op de strandtent van onze raceprins.

Meer circuitnieuws in Trouw: de milieuclubs slaan alarm omdat onder de tijdelijke tribune een oppervlak van 20.000 vierkante meter met allerminst tijdelijke asfaltblokken is verhard. Na de Grand Prix zou de zandvlakte weer aan de natuur worden teruggegeven, was de belofte. Teruggeven aan de natuur, ja. Met een knipoog!


 

Hots-pots

Schaf het weekend af, stelt briefschrijver Jurriaan Verhofstad voor in NRC. Zo voorkom je dat pretparken en gewone parken met piekbezoek te maken krijgen op zaterdag en zondag.

De RaDa-reda is voor; weg met de zondagsrust c.q. zondagsonrust! Smeer werk en recreatie homogeen uit over de zeven ons ter beschikking gestelde dagen. En dan de menselijke emoties nog. Een beetje emo-regulering zou welkom zijn. Want waardoor laat je je beroeren, opwinden en aangrijpen in deze tijd?

In Rotterdam reden, nee rijden (ze zijn weer terug!) camera-auto’s langs plekken waar samenscholingen te verwachten zijn, de zogenaamde hots-pots. Nou ja, zo stond het afgekort. Maar als ze weten waar die hete plekken / hot spots zijn, waarom patrouilleren daar dan geen BOA’s? Maar goed, als je een pagina omslaat / een continent verder leest, kom je bij een artikel over Afrika. In Kenia geldt na 7 uur een avondklok, die wordt gehandhaafd met een erg laag overvliegende helikopter. En de politie schiet er (privacy-vriendelijk, dat wel) met traangas op iedereen die buiten komt. De krantenfoto toont protesterende bewoners van een afgegrendelde wijk in Nairobi. Ze wapperen met papieren vellen met een sterke tekst: WE WANT FOOD.

Terughoppend naar Haarlem zie ik in het HD dat Brasserie Paris (hoek Parklaan/Kruisweg, voorheen Petit Paris) is verkocht. Of was verkocht. Fijne tent, goede mensen, grote hond(en); ik kwam er weleens voor koffie & appeltaart. Maar de eigenaars hadden een droom: een eigen B&B in Spanje, dus verkochten ze (pre-corona) de hele bliksemse boel en (in februari) hun eigen huis bovendien. Alleen zag de aspirant-koper het in maart (post-corona) niet meer zitten en annuleerde de koop. Of dat juridisch kan, moet blijken, maar de misère voor Jean-Paul en Amber (nu logerend bij een vriend) is hoe dan ook groot. Citaat van Amber: Ik dacht op een gegeven moment: nu ga ik in bed liggen en heel hard huilen, maar het zit gewoon niet in me.”

Groot leed, klein leed en tussenleed -alles hotsepotst door elkaar. In een slootje bij de Schoterveenpolder (bij de Jan Haringstraat) zag de RaDa-reda een compositie van kikkerdril en ???? Wat waren die witte sporen? Een verontreiniging met kookroom? Een vis die in het ondiepe water een artistieke baltspoging had gedaan?

 

 

Mooi, toch? En als je alles door elkaar roert (‘swirl’ noemt de software dat), dan krijg je een soort babyvoeding.

 


 

Spelwijzer

Geschreven voor Straatjournaal (overbodige recensies)

Als je de media hoort, lijkt het of het thuiszitten pas dit jaar is uitgevonden. Denk eens na! Ook de holenmens verveelde zich soms stierlijk nadat hij zijn mammoetburger had verteerd en alle gezinsleden elkaar gevlooid en gekamd hadden. Alle vertier was welkom! Knobbelen, bikkelen, balletje-balletje… ’s Werelds oudste bordspel heet senet. Volgens archeologen werd het 5500 jaar geleden gespeeld door de Egyptische farao’s.

Voor wie even weg wil bij alle schermen en schermpjes, hieronder een greep uit de vele gezelschapsspellen die de menselijke beschaving heeft voortgebracht. Doe er je voordeel mee!

MONOPOLY
Is Monopoly het oudste kapitalistische bordspel? Het werd rond 1900 bedacht in Amerika (een marxistische tegenhanger die pas eindigde als de spelers bankbiljetten en onroerend goed volkomen eerlijk hadden verdeeld, is nooit aangeslagen bij het grote publiek). Dankzij Monopoly raakte menige potentiële pandjesbaas, huizenmelker of projectontwikkelaar zodra hij de tafel van tien kende verslingerd aan het innen van exorbitante huurbedragen en het verkopen van hotels tegen woekerprijzen. Wat verschaft een groter genoegen, het geknisper van nieuwe bankbiljetten of de opwellende tranen in de ogen van je zusje als ze de hypotheek van A-Kerkhof, Neude of Brink niet kan betalen?

Incidenteel is er aandacht voor andere levensterreinen, zoals bij deze kaart uit het Algemeen Fonds: ‘U hebt de tweede prijs in een schoonheidswedstrijd gewonnen en ontvangt f10’ (tien gulden/ florijn)

VLOOIENSPEL

Jeu de puces, Flohspiel, tiddly winks, gioco delle pulci, loppespil: het vlooienspel is zo internationaal als de vlo zelf. Behendigheidsspel voor twee of meer deelnemers in het bezit van minimaal één hand met minimaal één duim en wijsvinger. Doel van het spel: met een grote plastic ‘vlooi’ of fiche worden de kleinere in de ‘pot’ gewipt. Speel beurtelings, of gewoon allemaal chaotisch door elkaar, zo snel mogelijk tot al je fiches op zijn.

Laat je niet verleiden door speelgoedfabrikanten die hun luxe uitvoeringen vanaf €22 plus verzendkosten jouw kant op willen bol.commen (en ja, de superrijken bestellen voor een luttele €67.000 handgemaakte vlooienspellen met vlooien van zuiver neushoornhoorn en een met diamanten afgezette buut). Met oma’s knopendoos en een jampot maak je in een handomdraai je eigen spel. Speel op een zachte ondergrond – liefst op het tapijt, waarbij iedereen gezellig door elkaar hupst en bupst. Leve de gezinsimmuniteit!

TANGRAM

Tangram kun je spelen met een competitie-element (met een tegenstander en twee sets stukken), maar dit vernuftige Chinese spel is ook bijzonder geschikt voor wie graag even alleen wil zijn of gedwongen in quarantaine zit. Met zeven geometrische vormen (paralellogram, vierkant, driehoeken) probeer je het voorbeeldfiguur te construeren. Voorkennis is niet vereist, een wiskundeknobbel helpt. Mijn Tangram-boek bevat 1600 verschillende opdrachten: zeilbootjes, schemerlampen, monniken met kap, een kozakkendanser, Ed en Willem Bever, Voor de variatie kan je ook eigen figuren bedenken: wifi-versterker, scootmobiel, het profiel van premier Rutte of de Kop van Noord-Holland. En haast je niet! Ook na de intelligente lockdown kan dit spel je nog op een intelligente manier van de realiteit afleiden.

PANDEMIC

Brrr, wat kijken ze serieus, dacht ik vroeger weleens als ik langs de twintigers in spellencafé The Boardroom aan de Kruisweg liep. Misschien speelden ze wel Pandemic, denk ik nu. Hoewel? Ik kende het spel niet, maar bekeek een instructiefilmpje. Naast een verpakkingsdoos met EHBO-kruis jubelt een overdreven gezond meisje over de fantastische uitdagingen die de spelers aangaan. VIER ziektes tegelijk bestrijden ze (kom daar in het heden eens om!), op zes continenten. Waar bij de meeste spelletjes de spelers elkaar bestrijden, opereren ze hier als team. Saamhorigheid en samenwerking, geen slecht idee in een tijd waarin mondkapjes-piraten van verschillende regeringen elkaar de loef afsteken. Het goede nieuws: als de pandemie het wint en de mensheid uitroeit, schud je de kaarten en begin je een nieuw spel.

MIKADO

Zonder de vaste hand van een hersenchirurg en de koelbloedigheid van een ijskonijn in een Siberisch vriesvak schop je het niet ver bij Mikado. Het spel wordt gespeeld met 41 stokjes van 15 cm, die verschillende waarden kennen; de Mikado/Japanse keizer (20p.), vijf Mandarijnen (15p.), vijf priesters (5p.), vijftien Samoerai (3p.) en vijftien koelies (2p.). Neem alle stokjes in de hand en laat ze los zodat er een ordeloze stapel ontstaat. Verwijder nu zoveel mogelijk stokjes een voor een, zonder dat de overige bewegen. Er zijn diverse varianten. Knutsel zelf een spel met satéprikkers of spaghetti (niet eerst koken!). Speel mikro-mikado met tandenstokers (of makro-, als je toevallig 41 bezemstelen over hebt). Of wat dacht je van calorieën-mikado? Vervang de stokjes door kaasstengels, chocoladesticks, dropstaven of Vlaamse frites.

BLAASVOETBAL

Nu even niet!!!!

GANZENBORD

Een klassiek dobbelspel waaraan tactiek noch behendigheid te pas komt. Speel het for old times’ sake. Bewonder de mooie vormgeving en bereik met jouw gans als eerste nummer 63. Vraag je niet af waarom zo’n onschuldige gans bij hokje 52 tot gevangenisstraf wordt veroordeeld, wat hij bij nr. 19 in een herberg doet (waarom geen gedwongen verblijf in de donzendekbedfabriek?) en waarom hij op nr. 58 ineens dood is en zonder f200 gulden te ontvangen terug naar AF moet. En waarom vliegt hij niet gewoon weg uit die gevreesde put? Een moderne nijlgans zou zich niet lang bedenken.

SJOELEN

Het woord ‘sjoelen’ komt uit het Fries, maar dat is dan ook het enige dat er on-Hollands aan sjoelen is. Sjoelen wordt op hoog niveau als wedstrijdsport beoefend. Er zijn wereldkampioenschappen (met veel Oranje-triomfen) en dan zijn de regels streng. Voor huis-, tuin- en keukenspelers is sjoelen ook sjoemelen; je arm onder de dwarslat (‘handlanger’) door wurmen en dan de ver teruggekaatste schijven terughalen en hergebruiken. Onreglementair, maar leuk! Voor gevoelige oren kunnen de hard ketsende schijven een kwelling zijn, maar dat weegt niet op tegen de intense bevrediging als jouw schijf o zo soepel glijdend o zo langzaam in het gat van de 4 verdwijnt, of het opperste genot van de bewuste carambole, waarbij je scoort via een andere schijf. Wrijf de baan glad met aardappelmeel (beter dan meubelwas) en dan: aan de bak!

PIM-PAM-PET

Kennis en algemene ontwikkeling, daar draait het om bij Pim-pam-pet, zou je kunnen denken. Maar na één keer spelen weet je wel beter. Het draait om dat lekkere draaiplateau, dat na veel omwentelingen eindelijk de letter aangeeft waarmee het antwoord moet beginnen. Je moet er toch niet aan denken dat dat elektrisch werd aangedreven en dat je die heerlijke tactiele ervaring zou moeten missen? Trek een opdrachtkaart (bijvoorbeeld ‘besmettelijke ziekte’), zet de draaischijf in beweging en dan… STUVW.. X..Y.. Z… (zwijnengriep)… nee, hij draait door… A…. (A???…alaria?!, gelukkig, hij draait door)…. B (de bof, shit…)……. C – C – C! “Cholera!!! Vergeet niet dat je ook zelf kaarten kunt maken met de specialiteiten van het huis (boleten, mineralen, ambachtelijk bier of Braziliaanse soapsterren).


 

Vlootschouw

De wereld is complex en de mensen zijn simpel. Zal ik mijn indrukken van gisteren zo samenvatten?

Bij alle artikelen die ik lees over de coronacrisis, ben ik verbaasd over de manier waarop (door mij onvoorzien) de dingen in elkaar grijpen. De kranten brengen dagelijks portretten van gedupeerden, al is het een beetje persen inmiddels, na de gefrustreerde kappers, kasteleins en spierbonken. NRC had vrijdag de schippers van historische zeilschepen (die aan wal blijven), sekswerkers (het oudste contactberoep) en spionnen. Het schaduwen van staatsvijandige elementen door lege winkelstraten is lastiger nu, evenals het onopvallend aanpappen met nuttige contacten (op anderhalve meter afstand).

De sierkwekers hebben het ook zwaar te verduren. Bij mijn fietstocht naar Woerden (voor mij het leukste van de afgelopen twee maanden) vergaapte ik me aan de kassen bij Aalsmeer. Half gefascineerd, half geschokt door de omvang van deze Glazen Stad en het zelfs nu drukke verkeer in het gebied.

 

85% van de geveilde bloemen wordt geëxporteerd (soms eerst geïmporteerd, uit Afrika)- via Schiphol natuurlijk. Normaliter sta je er niet bij stil als je bij de kiosk je boeketje ophaalt voor Moederdag (‘mamadag’ hoor ik net iemand zeggen door het open raam). Ik behoor niet tot degenen die likkebaarden bij het idee van de totale ineenstorting van de ‘oude economie’ maar toen ik daar stond kwam het me voor als een onhoudbaar, dolgedraaid systeem.

En dan die simpele mensen nog.

Gisteren wandelden de huisdichteres en ik langs het Spaarne – of wat ervan zichtbaar was. Ben ik de enige Nederlander zonder boot? Het was komisch om te zien af en toe. Sloepen, zeewaardige jachten, rubber opblaasboten, kano’s, vletten, vlotten en allerhande pieremachochels… Alleen onderzeeboten zag ik niet. En het pontje bij Schalkwijk rustte nog. Maar verder was het Spaarne een groot drijvend terras.

Zie de mensen dobberen in hun zelfmedelijden, zou je boosaardig kunnen zeggen en ja, soms had ik de aanvechting op te treden als water-BOA en gevaarlijk vrolijke opvarenden eraan te herinneren dat het virus… Tegelijkertijd was dat massale gretige genieten ook wel weer… uh… aanstekelijk.


 

 

Terras gezocht

De gemiddelde Nederlander is bereid om de prosecco aan te lengen met virusdodende waterstofperoxide en die gefilterd door een mondkapje te drinken mits hij maar het terras op mag. HET TERRAS! Voor de Romeinen was hun haardvuur heilig (denk Vestaalse maagden) en wij hebben het terras (denk Oost-Indisch dove serveersters en obers).

Niets menselijks is Haarlem vreemd en zo kon het gebeuren dat schaduwraadslid Danny van Leeuwen van de Actiepartij het gemeentebestuur opwekt een verruiming van de terrasvergunningen te overwegen (HD 8-5). Een schaduwraadslid moet íets doen om uit de schaduw te komen en je weet ook zonder enquête dat 93% van alle Nederlanders die weleens door een rietje hebben gedronken zo’n voorstel steunt. Juist nu!

Van Leeuwen pleit voor een ‘solidaire maatregel’, waarbij horecaondernemers de extra ruimte voor terrassen samen delen. En hij wil terrasjes erbij in smalle straten. Hier voorziet de RaDa-reda toch praktische problemen, ook zonder de Casio of het bierviltje erbij te pakken en te becijferen hoeveel vierkante meter binnenstad de terrassificatie zou kosten. Om nog wat openbare ruimte te behouden in het centrum, zou ik eerder denken aan een systeem met losse tafeltjes in alle wijken. Voorzie ze van GPS en een meldknop om een ober met elektrische fiets te sommeren, die na een kort intakegesprek langs komt scheuren om je te bedienen. Het totale aantal tafeltjes in de stad varieert, afhankelijk van de actuele R-factor.

Zoals Van Leeuwen zegt: ‘”Ik kan me voorstellen dat er veel creativiteit bestaat bij de ondernemers. Wat ons betreft is er veel mogelijk.”

Weesfles Cava Covid-19 op zoek naar een vierkante meter terras


 

Gedenkstenen

De Oosterplas en Het Wed zijn voor onbepaalde tijd gesloten – de toegang is versperd met afzetlint. Wegwezen! Zou een simpel bordje met ‘Niet zonnebaden’ niet volstaan? Of ‘Verboden zich op te houden op het strand’?

Nu moet je als wandelaar vreemde omwegen maken om de gele of blauwe route te volgen. Zo ook wij vanmiddag, vanuit ingang Bleek en Berg. We liepen eerst zuidwaarts over het fietspad, langs meer afzettingen, en sloegen zodra het mocht rechtsaf, over een smal kronkelpaadje. En daarna een steil zandpaadje. En zo kon het gebeuren dat we twee oorlogsmonumenten ontdekten die ik niet kende (wel een aantal vergelijkbare gedenkstenen elders in de Kennemerduinen).

Ze stonden dicht bij elkaar – elk opgedragen aan vijf in 1943 vermoorde verzetslieden. Met Dodenherdenking waren er nog bloemen gelegd, die inmiddels slap hingen. Op 4 mei zet je je de hele dag geestelijk al een beetje schrap. Vandaag waren we onvoorbereid. De zon scheen, de vogels floten uitbundig en wij strompelden door het mulle zand plompverloren de oorlog binnen.

We stonden daar – beduusd – op een plaats waar executies hadden plaatsgevonden; en waar meer dan 75 jaar later een kleine plechtigheid werd gehouden, met een eenvoudige bos tulpen, enkele losse bloemen en dennenappels als eerbetoon.

 

Wikipedia geeft een overzicht van alle acht gedenkstenen in de duinen.

En wie hier klikt ziet op welke plekken in de duinen door de Duitsers gefusilleerden werden gevonden.


 

Vrijersvoeten

Over de dodelijke eenzaamheid van het binnenzitten is al veel geschreven, maar buiten is het ook niet alles. Al een paar weken loopt hier door de achtertuinen een krolse kater.

Ik heb hem nooit gezien, ik weet niet van wie hij is en hoeveel kilometer hij ’s nachts cruisend en kreunend van onbeantwoord verlangen aflegt. Hij mauwt niet erg hard (net hard genoeg om mij te wekken), maar des te hartverscheurender. Minstens zo pregnant zijn de tussenpozen, telkens een seconde of vijf waarin je al zijn kattenzintuigen voelt smachten naar het poesje van zijn dromen.

Zijn queeste door de tuinen duurt zo’n kwartier, waarin ik hem veelvuldig naar de castrateur wens – het alternatief, een ontvankelijk maatje, zou gepaard gaan met nog méér herrie. Katjes die muizen, mauwen niet, maar katjes die kezen gaan als beesten tekeer. De afgelopen nacht kwam daar nog bij dat ik dat liedje van Ramses Shaffy in mijn hoofd had.

Zing, vecht, huil etc. Er was al snel een krolsekatervariant in de maak.

Spritz, vecht, huil, stink, jank, zwerf en bewonder. Voor dat ‘bewonder’ moet nog iets te verzinnen zijn, maar vannacht krijg ik vast weer een kans. Loop rond haar? Bespring haar? Enfin…

 

Nee, dit is ‘m niet. Gewoon een onschuldige soortgenoot.


 

Ezelsbruggetje?

 

Dubbele nachtmerrie: ik sta op een theaterpodium om een Shaffy-klassieker te vertolken. Die gast kan niet zingen, weet het publiek al na twee noten. Het ‘Zing, vecht…’ komt onbehouwen mijn strot uit.

En dan laat ook de tekstvastheid me nog in de steek. ‘Zing, vecht… ????’ Huil, lach? Werk, lach? Lach, kreun? ?!?!? En BEWONDER!!!

Vandaag belandden de huisdichteres en ik op een bankje in de Kennemerduinen waarop de bewuste regel stond geciteerd. Beschikte de goede Ramses (niet altijd compos mentis tijdens optredens) over een handig ezelsbruggetje voor die zeven werkwoorden, in de goede volgorde?

We zochten ernaar. ZVHBLW en Bewonder? Alfabetisch zit er niks in. Metrisch zes keer één lettergreep. De volgorde van de klinkers (i-e-ui-i-a-e) helpt niet. De huisdichteres zag iets met symmetrie rond ‘bid’, maar mij zou het niet helpen. Een bijpassend verhaaltje bedenken? Iets als ‘mijn broer zingt zo slecht dat ik met hem wil vechten en dan huilt hij, waarna ik bid dat…??? Thuis bedenk ik Zwanen Vliegen Hoog Boven Laag Water.

Maar dan nog zou ik mezelf met een beetje plankenkoorts niet vertrouwen. In mijn nachtmerrie worstel ik door, met de moed der wanhoop:

Zing… vecht… huil… bluf… lach… wacht… en bewonder/
Zucht… vecht… hoop… bid… lucht… wind… en bewonder/
Zink… vlucht… help… zit… lig… zwerk… en bewonder/
Zuip… vocht… hink… bid… loer… wenk… en bedonder.

Pfff! En dan moeten degenen ‘met de dichtbeslagen ramen’ en ‘de schuilhoek achter glas’ nog komen…

P.S. Voor meer geheugenproblemen zie  Zomer in Zeeland , de oorwurm van Saskia en Serge.