Kastjes kwijt

Ze moeten ze chippen! Netbeheerder Liander is een aantal besturingskastjes van de straatverlichting kwijtgeraakt. Jullie weten hoe die kastjes zijn: ‘s nachts zien ze hun kans schoon; ze snijden de kabels door, wrikken zich los uit het trottoir en peren ‘m. Bij daglicht posteren ze zich (draadloos) op straathoeken of in steegjes en houden de schijn op dat ze daar al sinds de tijd van Edison staan.

Nee, grapje van de RaDa-reda! Liander is wel kastjes kwijt, maar anders. Ze staan nog trouw op de hun toegewezen plek, alleen heeft men verzuimd bij te houden waar die plek is. Weeskastjes… Nu er wordt overgestapt op een ander systeem om de straatverlichting aan te zetten (voor de liefhebbers: zonder ‘toonfrequentiepulsen’) moeten de kastjes worden opgespoord. Daartoe bedacht Liander een list: de lantaarns worden overdag aangezet en dan via alle bekende kastjes uitgezet. Lantaarns die blijven branden horen bij in de administratie ontbrekende kastjes. Er wordt dan een beroep op oplettende burgers gedaan om die te melden.

De RaDa-reda moest denken aan het nummer ‘Paal’ van Ivo de Wijs. Ik schreef er eerder over. Over een onooglijk grijs paaltje dat na vele jaren ineens wordt opgekalefaterd:

Die nutteloze paal, hij werd geteerd
Hij staat geregistreerd
Hij werd vandaag gekwast van hogerhand
En in een ogenblik
In een flits besefte ik
Dat het goed gaat, dat het goed gaat met ons land

Zie hier voor het vervolg

We zouden het Ivo kunnen vragen, maar ik vermoed dat de in koor gebrulde moraal ‘het gaat goed met Nederland’ destijds ironisch bedoeld was. En hoe kijken we daar nu tegenaan?

Dat die kastjes zoek zijn is slordig van Liander. Maar ze zijn vaker slordig in die kringen. In het Ramplaankwartier heeft onlangs een werkgroep zich beziggehouden met een curieus trafohuisje, een torentje van 10,5 meter, ontworpen door architect Van Loghem (1881-1940). Een bulldog en een haan van keramiek ‘bewaken’ het huisje.

Zie pag. 18 van de wijkkrant

Maar langs de Julianalaan staat nog zo’n huisje, weet ik toevallig. Minder mooi dan het eerdergenoemde, maar toch… De geglazuurde bulldog is zichtbaar.

De haan is ondergespoten door een respectloze graffitispuiter. Zou het Liander niet sieren als ze daar eens een restaurateur op af stuurden? En wie weet een trafo-historicus?

 

 


 

Vlammenzeeën

Bijna had ik maandag 1-1-2 gebeld voor een brandmelding. ‘s Avonds bij een ommetje zagen we in een woonkamer op de eerste verdieping een fel flakkerende gloed. Likten de vlammen aan het behang? Stond er een vroege kerstboom in de hens?

 

Het bleek een enorm scherm – Bub the cat maar dan zonder Bub? Nieuwe Australische bosbranden op tv? Een grapgrol? Pyromanenporno? Je moet er maar aardigheid in hebben om in het schijnsel van zo’n vuurzee te zitten.

Gisteren bij een pand aan de Verspronckweg dacht ik een déjà vu te hebben. Maar dan met meerdere ruiten. Werd het een rage? Ditmaal bleek het de weerspiegeling van de zonsondergang achter ons.

Ze overdrijven het daarboven sowieso nogal met de oranjegekte deze weken. Deze foto is van eind oktober. Het kan altijd onranjererer…

 


 

 

Hooi op de vork

De dagelijkse ‘Stelling’ van het Haarlems Dagblad (groen = eens, rood = oneens) voelt voor mij toch vaak als gedwongen zwart-witdenken.

Dat kan geen kwaad bij een opiniepeiling (Bussen met een lengte van meer dan 16 meter horen niet in de binnenstad), maar regelmatig wordt de stelling ingezet om een uitdovend journalistiek vuurtje op te porren. Zoals vandaag:

Wethouder Merijn Snoek mag niet opstappen in coronatijd (Eens / Oneens)

Voor wie het is ontgaan: Snoek (Financiën) wil plaatsmaken voor iemand met ‘frisse energie’. Lees ‘ik zit er na al die jaren doorheen en trek het niet langer’. Zijn aankondiging kwam voor vriend en vijand onverwacht (wat voor hem pleit) en het formele ontslag wordt pas ingediend als er een geschikte opvolger is gevonden.

Bij het obligate belrondje beurde de HD-redactie (in de persoon van Marlies Vording) naast lof voor Snoeks verdiensten ook kritische geluiden. Zo stelt Moussa Aynan dat het wethouderschap een ‘commitment’ met zich meebrengt. En Louise van Zetten vindt de beslissing ‘slap’ en ‘niet netjes’. Alsof de wethouder van Financiën er met de gemeentekas vandoor is naar een Maagdeneiland.

Vooropgesteld, de formulering van de stelling houdt een compliment in. Anders had er wel iets gestaan als

  • Een stijve CDA-er met een dyscalculieverleden en pleinvrees had nooit aangesteld mogen worden op Financiën, Openbare Ruimte en Sport: Eens / Oneens

Zijn er nog alternatieven overwogen voor de stelling van vandaag?

  • Wethouders mogen pas weer opstappen als er een vaccin is.
  • Niet zeuren, Snoek, meer dan 2 miljoen Nederlanders hebben een burn-out!
  • Hé Snoek, WIJ bepalen wel of je kapt of niet!
Archieffoto van Merijn Snoek (onderaan) als lijsttrekker tijdens de Haarlemse Plakoorlog*

Over hooi op de vork gesproken: in het HD staat vandaag ook een heerlijk interview met Bas Spaanderman van het gelijknamige diervoederbedrijf over ‘het groene goud’. Over het juiste tijdstip van maaien (‘s avonds, dan bevat het gras minder suikers en krijg je beter hooi) en oude paarden met de Ziekte van Cushing, die de hoefrand aantast. Die zijn gebaat bij hooi van oude, niet bemeste gewassen. Wat een leuke man! Als Merijn Snoek een weekje meedraait in dat bedrijf heeft hij al zijn vitaliteit terug, durf ik te wedden.

*De Haarlemse Plakoorlog uit 2010 heeft een eigen categorie.


 

Dust is everywhere

Ontwikkelingen, ontwikkelingen… Van de week was ons echtelijk bed buiten ons weten opgemaakt door een bezoekende fotografe. Wat gebeurt er allemaal?

Trouwe lezers vermoeden al dat het RaDa over enige tijd zal ‘flippen’ (zoals dat met Amerikaanse staten heet) van ‘bavocentristisch’ naar ‘bavofugaal’. Maar daar moeten we wel wat voor doen.

Dinsdag om 14.30 uur moest het huis Funda-klaar zijn. We hadden er drie hele dagen voor uitgetrokken. De motivatie was en bleef hoog, daar lag het niet, maar naarmate het uur U naderde, deed onze koortsachtige activiteit steeds meer denken aan zo’n tv-programma waarbij een ex-Dollydot (ik kan er een meidengroep of twee naastzitten) in 72 uur een toekomstbestendige bejaardenwoning optrekt. Ons rommelhok puilde uit. Alle persoonlijke zaken (trouwfoto, tandenstokers, de verjaarskalender) moesten ergens weggestouwd. Ik stelde me voor dat de fotografe op de flitsknop drukte en dat de hele bliksemse boel in een keer naar buiten donderde. We schakelden over van plan A op noodplan B en door naar crisisplan C. Nog even de dorre blaadjes van de varen halen en… een laatste blik: pfff, het laminaat was lelijk opgedroogd. Nou ja, als ze koortslippen en rimpels kunnen retoucheren, moet het met dweilstrepen ook lukken.

De fotografe trok haar eigen plan en mopperde nergens over. Ze had het vast erger meegemaakt, maar zeker ook beter. Het was een vlot, leuk mens (zoals veel fotografen). Toen ze weer weg was, liepen we verdwaasd door het huis. Waarom hadden we het nooit eerder zo uitgemest en opgedoft? Waarom waren daar anderen voor nodig? In de slaapkamer nam de verbazing nog toe: het schone dekbed dat wij er op losjes hadden gelegd was strak ingestopt! Kijk, zo doet een prof dat!

………

En wat is dat met energie? Vandaag hoefde ik niks en dat voelde vreemd. Ik voelde dadendrang en deed een tweede aanval op het arme laminaat. En wat is dat met stof? Wat een raar spul? Ik had het toch naar eer en geweten weggesponst in grote hoeveelheden? Maar al dweilend zag ik toch weer flufjes langszwieren. Kennen jullie Dust is everywhere van de Parquet Courts? Best een goede band!

Huisstof

We maken ons huis Funda-klaar. Dat wil zeggen dat we het bekijken door de ogen van een hyperkritische aspirant-koper: dit matig onderhouden, dat gedateerd; en die amateurschilder (ik waarschijnlijk) grossierde in ‘heilige dagen‘. Wat een knoeier!

Tegelijk zie je het door je eigen vergoelijkende ogen. Al bijna nostalgische ogen. We hebben hier tenslotte twintig jaar fijn gewoond. Je vergeeft het huis zijn zwaktes en ouderdomsgebreken. Die drempels bijvoorbeeld zijn allemaal scheef afgesleten. Het scheelt zowat een centimeter op de plek die sinds 1914 door de bewoners als de meest logische werd gezien om een voetzool te plaatsen.

Het woord ‘strippen’ valt regelmatig de laatste dagen. Ons schrikbeeld zijn de talrijke bouwcontainers hier in de buurt waar regelmatig het complete inwendige van huizen in wordt gestouwd. Onze oude keuken en douche gaan subiet voor de bijl, onvermijdelijk. Maar ze zullen toch niet… nee, niet de schuifdeuren! En het glas-in-lood?!?

Alleen gaan wij er straks niet meer over. Nou ja, voorlopig wonen we hier nog en verdrijven oud stof van plinten en richels waar het zich jaren onbedreigd waande. En af en toe zie je iets wat je nooit eerder was opgevallen. In de lengte van de gang op de bovenverdieping loopt over beide muren een blauwe sierstrook van hout.

Maar nooit eerder was me opgevallen dat er in een onooglijk hoekje bij de wc tussen twee deurstijlen een nakomelingetje was aangebracht. Een stukje hout van amper twee centimeter! Volstrekt overbodig vanuit een oogpunt van nut, maar nu (na het 20 jaar genegeerd te hebben) was ik er toch verguld mee.

Het dak was voor mij voornamelijk de plek waar geen lekkages mochten ontstaan. Dat zullen we nu gaan ‘framen’ verkopen als een mogelijkheid tot dakterras of zonnepanelen en wat dies meer. Al is het uitzicht over de stad ook niet te versmaden.

 

 


 

On(t)roerend goed

Onroerend goed speelt momenteel (zie Funda-mentalist) een meer dan gemiddelde rol in mijn leven en zo kon het gebeuren dat ik op zoek naar een stoffige splitsingsakte of een cruciaal kadastraal besluit mismoedig de zoveelste map opensloeg en daarin tekeningen vond van ons stukje straat.

Uit 1914, bijeengehouden met bruinverkleurd plakband. Nr. 2 van een oplage van 25: een plan voor zes dubbele woonhuizen, op een schaal 1:100. Pentekeningen van de gevels en plattegronden van de woningindeling.

Eerst liet ik het sentiment vrijelijk stromen. Kijk nou toch eens, hoeveel tijd en toewijding was daar niet in gaan zitten? Stonden de ambtenaren in die tijd nog aan houten lessenaars? Werkten ze bij het schijnsel van een olielamp of was er al elektrisch licht? En de gedetailleerdheid van die tekeningen. Kunst mag je het niet noemen, maar wat een vakmanschap! Nineteenth century skills! (Nou vooruit, 20ste)

Soms gun ik mijzelf dat soort nostalgie. Later komt de reactie, in de vorm van een andere voorstelling: dat die tekenaar werd opgejut door zijn superieuren, dat hij vloekte als hij een inktvlek had gemaakt op een van de ornamentjes in de gevel, dat hij sluimerende kiespijn had (maar geen tandarts). En in de grote wereld was het niet bepaald koek en ei. Niet eens alleen ei. Of alleen koek. 1914…

 


 

Funda-mentalist

Geschreven voor Straatjournaal

Sinds de lockdown is er iets met mijn oren, lijkt het wel. Zijn ze beter geworden? Komt het door het contrast met de eerdere stilte en rust? Want ik ben niet langer auto-immuun. Bij het voetgangerslicht erger ik me als ik lang moet wachten op de grijze, zwarte en witte gevaartes die als één langgerekt brullend monster voorbijrazen. De meeste lijken ontworpen om tijdens Parijs-Dakar een onvoorzichtig overstekende neushoorn moeiteloos te pletten onder hun enorme banden.

In mijn eigen, volgeparkeerde straat is het lastig om ergens tussen twee bumpers een kiertje te vinden dat mij doorlaat. Schilderachtige pleinen en plantsoenen in de buurt worden permanent aan het oog onttrokken door een barrière van grijs, wit en zwart metaal. Hoe hebben we de auto zo groot laten worden, letterlijk en figuurlijk? Zo alomtegenwoordig? Steeds vaker voel ik me als een egeltje in een herfstig park dat bladblazers hoort naderen, in gesloten formatie.

En zo gebeurde het dat ik een drieste stap zette en mij op onbekend terrein waagde: de wondere wereld van Funda. Ik koos enkele gebieden in Overijssel waaraan ik goede herinneringen bewaar (grazende Lakenvelders, ijsvogeltjes, krentenwegge) en scrolde door het woningaanbod. Tinder, maar dan met huizen. Ze hadden 360º-foto’s (is dat bij Tinder al zo?) en ook bekeek ik video’s met een quasi-opgewekt pingelmuziekje, zo te horen door makelaars uit Hardenberg of Gramsbergen zelf gecomponeerd. Het vocabulaire maakte ik me spoedig eigen: berging, inloopdouche, vlizotrap, zadeldak, sfeergashaard, spoeleiland; met mogelijkheid tot hobbykamer / thuisbioscoop / sauna / B&B. En alles even karakteristiek, speels of sfeervol. Goed, bij Tinder adverteren ze ook niet met hun aambeien en psoriasis, maar toch… Zoveel perfectie had iets unheimisch.

We boekten twee overnachtingen in een hotel aan de Vecht en koppelden er een huizenbezichtiging aan. Ook over de N347 scheurden onophoudelijk grijze, zwarte en witte gevaartes. Die 8,5 miljoen Nederlandse personenauto’s moeten ergens rijden, dat snap ik, en ‘ons’ huis stond gelukkig in een rustige wijk. Héél rustig. Fraai parklandschap, meerdere vijvers. Werden mijn oren slechter of snaterden de eenden minder hard dan in Haarlem? Op gazons hielden geruisloze maairobots de grassprietjes op precies 14 millimeter. Alleen, waar hielden de bijbehorende mensen zich schuil? Ah, toch! Een montere zestiger met energiek grijs stekeltjeshaar veegde gele sierappels van de stoep. We maakten een praatje. Waren er behalve de sierappeloverlast nog problemen hier? Drugslaboratoria, kinderprostitutie, lachgaspatronen die in de groenbakken werden gegooid? Hij ontkende alles en wat die appels betrof, hij deed de stoep drie keer daags, soms ook voor de buren.

“Ik blijf hier in de living zitten en laat jullie alleen,” sprak de makelaar. Het belangrijkste is dat je je hart volgt.” Wij liepen braaf door het huis, dat er precies zo uitzag als op de site, maar dan zonder het pingelmuziekje. Niks mis mee. Behalve dan dat er niks mis mee was. ‘s Nachts droomde mijn vrouw dat die hele, steriele woonwijk in een keer over haar heen werd gezet en dat ze gevangen zat, als een wesp in een een omgedraaid ranjaglas.

De volgende dag schudden we het Funda-mentalisme maar lastig van ons af. Onwillekeurig taxeerden we de panden, percelen, opstallen, kavels, tweekappers en semibungalows langs de route. We passeerden ‘objecten’ in plaats van gewoon mooie of lelijke huizen. Het werd pas beter toen we de oevers van de Regge bereikten en de Lemelerberg beklommen. Voldaan namen we vervolgens (zonder voorlopig koopcontract op zak) de trein naar huis. Bij station Haarlem joegen grijze, zwarte en witte gevaartes elkaar op, zoals altijd. Maar de vele fietsers en voetgangers maakten het wel levendig. Het was een nuttige ervaring geweest, stelden we tevreden vast. En er is nog niks beslist.

Zoiets anders?


 

Zenuwmoot

Het was een RaDa-arme week… Bij gebrek aan zitvlees, rust in de donder en concentratievermogen. Er moest een verstrekkende beslissing worden genomen. Vrijwillig, dat wel, maar eigenlijk maakte dat het nog moeilijker.

Gelukkig zou de beslissing samen met de huisdichteres worden genomen, met een statutaire meerderheid van twee stemmen, dat vereenvoudigde de zaak. Rationeel, neutraal zouden we voors en tegens tegen elkaar afwegen; ons uitputtend documenteren, laten informeren, onpartijdig advies inwinnen bij deskundigen en autoriteiten, onze nearest and dearest polsen en dan, na rijp beraad, de eerste knoop doorhakken. Waarna een ketting van andere knoopjes zou volgen.

Maar eerst die eerste. Nou was het het soort beslissing waarbij aan een lange bezinningsperiode ook risico’s kleefden. En dan nog, het was geen kubus van Rubik waar we aan draaiden, waarbij volharding en inzicht uiteindelijk zouden leiden tot het ideaal van zes vlakken met één kleur. Dit was een kubus waarvan sommige blokjes terwijl wij koortsachtig draaiden van groen op geel sprongen of van blauw op rood. Absolute zekerheid was een onmogelijkheid. En toen was daar – ineens – een volmondig, unaniem ‘ja’.

En daarmee was de kous af. Alles kon nu zijn gewenste loop nemen. Nee, niet!!!! Die nacht spookte het woest in mijn hoofd. Want wat nou als…? Alle kansen keerden in het duister ten kwade, onzekerheden bliezen zich op mijn hoofdkussen op tot monsterlijke zekerheden, onze impulsiviteit werd ongenadig afgestraft. Vertrouwen op je intuïtie, dat is vragen om moeilijkheden.

Was het een noodzakelijke katharsis? Bij het opstaan wenkte de toekomst weer. Alleen de zenuwen lieten zich niet verdrijven. Dagenlang. Was ik eerder zo lang zenuwachtig geweest? Bij mijn eindexamen, mijn eerste baan, mijn eerste huisaankoop, mijn huwelijk, mijn afscheid van school? Het was als met verliefdheid – heerlijk en hinderlijk tegelijk.

 

 

Een natuurlijke, ontspannen manier om een keuze te maken? Ook een Konikspaard in de Kennemerduinen is het niet altijd gegeven. Vier poten heb je ter beschikking, en dan ga je zó staan?


 

Moskade

A rolling stone gathers no moss, beweren de Engelsen en het idee is kennelijk dat een dynamisch, beweeglijk type als Mick Jagger door het leven rockt en rolt zonder onder de groene plaque der bedaagdheid te komen zitten. Ja, zó krijgt mos een slechte naam…

Ik liep bij het Ripperda-terrein (bij de Lanssiersstraat / Lansiersstraat) en zag dat het mos aldaar zijn best deed om de kade te koloniseren. De helderheid van het groen was het eerste dat me opviel.

En ze hebben daar bij de voormalige kazerne geen confectiebaksteentjes gebruikt. Er zitten groeven en geulen in, grillige littekens van prehistorische ijstijden (nee, dat is onzin, het zijn bakstenen); die ruimtes worden door het mos dankbaar benut. Zodat het soms lijkt of de mospatronen een code vormen die Turing een gemene hoofdpijn had kunnen bezorgen.

Zeker als je je fotoprogramma de kleuren automatisch laat aanpassen, zoals hierboven en -beneden, is het effect spectaculair en zie je dat de mossen hun eigen onverbiddelijke strijd om het bestaan voeren en daarbij de esthetiek niet uit het oog verliezen.

Ah… weten jullie nog dat ik ‘mosmuis’ (copyright de huisdichteres) had voorgedragen als woord van het jaar? En voor liefhebbers van langzaam groeiende levensvormen is er in dat stukje ook nog ‘lichen’ (spreek uit…).


 

Sint Maarten-vluchtelingen

Mij leek het juist wel een uitkomst: alle heersende complottheorieën overzichtelijk gebundeld in een handzaam, geïllustreerd tijdschrift. Verpakt in steriel cellofaan, landelijk verkrijgbaar bij AKO & Bruna en wie weet ook bij de mindere boekhandel.

Zo hoef je om au courant te blijven niet dagelijks het ranzige diepriool van het internet in te duiken en daar zelf in ziekmakend slijm en excrement te dreggen. Gezond verstand heet het nieuwe blad. Gezond verstand, wie kan daar tegen zijn?

Maar de eerste tegenstanders van ‘pluriformiteit in de media’ (dixit Gezond Verstand-initiatiefnemer Jan van Aken) roeren zich alweer. Het is ook nooit goed. Wat zou daar achter zitten?

Ondertussen dreigt Kennemerland op 11 november overspoeld te worden door Sint Maarten-vluchtelingen. Onze eigen veiligheidsregio raadt het ouders en kinderen niet af om met een lampion langs de deuren te gaan. Er zijn (dit is Nederland!) wel de nodige ‘mitsen’ en ‘maren’, waarnaar de RaDa-reda wegens totale desinteresse slechts zal raden (lampionstokken van minstens 1,20 meter; pepernoten desinfecteren direct na ontvangst of eerst vier dagen in het vriesvak bewaren; de GGD moet een grote rode C aanbrengen op alle huizen die onder de quarantaineplicht vallen, etc.).

Maar nu die vluchtelingen: onze belendende Veiligheidsregio, Noord-Holland Noord, besloot een groot, rood kruis door de hele viering te halen. Noem het gezond verstand. Het gevolg laat zich evenwel raden: calculerende kleuters van Alkmaar tot Den Helder zullen hun ouders met dagenlange onhandelbaarheid chanteren om naar Beverwijk of Haarlem te trekken.

Een tsunami van decibellen en aerosolen sproeiende geluk- en snoepzoekers zal hier de straten overspoelen en onze eigen Kennemerse Sint Maartenvierders vertrappen en verdringen in portieken en deuropeningen. Onlusten dreigen, waarbij het er dik inzit dat wij weke stadsbewoners het afleggen tegen de uit de kluiten gewassen indringers en hun robuuste ouders. Ik wil niet hitsen, maar het handgemeen waarbij de anderhalvemeterregels in acht worden genomen moet nog worden uitgevonden. Misschien boek ik wel een hotel in Noord-Scharwoude die avond…