Social distancing

‘Sociale onthouding’ heeft als term mijn voorkeur boven ‘social distancing’ tenzij…

Tenzij er echt sprake is van een afstand. Bijvoorbeeld een waterbarrière. Bij de Schotersingel zag ik een jongen lenige ritmische bewegingen maken met zijn bovenlijf (tot zover niks bijzonders, ze gymnastieken daar vaker) en toen pas zag ik het meisje met koptelefoon aan de andere oever dat soortgelijke dansbewegingen maakte. Soms imiteerde hij haar, soms was het andersom.

Long distance dancing! Ze hadden duidelijk plezier samen en het zag er aanstekelijk… het zou zich kunnen verspreiden als…

(Waarbij mijn vrees altijd is dat deze vorm van dansen al sinds 2014 pandemisch is en dat ik ben als die bezoeker van de Zwarte Markt gisteren, die zich afvroeg wat er aan de hand was. Corona? Mij vertellen ze nooit wat!)

P.S. Bericht bij nieuw RaDa-stukje? Abonneer je via Subscribe2 (menu)

Ischa en Ronit

De afgelopen weken zat er veel Dikke Man in mij, misschien wel meer dan gezond voor een mens is. Gisteren in de Kennemer Boekhandel interviewde ik voor zo’n dertig toeschouwers Ronit Palache, samenstelster van de Ischa Meijer-bloemlezing ‘Ik heb niets tegen antisemieten, ik lééf ervan’ (privé-domein).

Ter voorbereiding las ik natuurlijk de 540 pagina’s van Ronits ‘monument’ voor Meijer (en wat een schitterend monument is het geworden!) en verdiepte me daarnaast hapsnap in ander ischatologisch materiaal, zoals radio-opnamen (de VPRO heeft 400 uur online staan), de memoires van Ischa’s naasten en collega’s in een bundel van Gijs Groenteman en overig werk (Brief aan mijn moeder, Hoeren enz.). Er is veel, veel, véél.
Zoals alles bij Meijer veelveelveel was: zijn branie, zijn gedrevenheid, zijn nieuwsgierigheid, zijn verliefdheden, zijn veelveelveelzijdigheid. Palache nam behalve columns en verhalen ook toneelteksten, lezingen, gedichten en interviews op.

En in samenhang vullen al die genres elkaar aan tot een belangrijk oeuvre. De interviews beslaan maar liefst 160 pagina’s; ze zijn stuk voor stuk leerzaam en aangrijpend (Marga Minco, Abel Herzberg, Isaac Lipschits, Judith Belinfante) en vertellen samen de ontluisterende geschiedenis van de eerste generatie Nederlandse joden na de oorlog. De zo lang zwijgende generatie, die mede dankzij Ischa leerde praten.

Dat ‘geperverteerde joodse poffertje’ (zoals I.M. zichzelf laat noemen uit de mond van Cor Galis) zal me nog wel even bezig houden, met zijn grilligheid en intensiteit. Want Ischa op zijn best is erg goed en ontroerend tegelijk. En dat interviewen? Ja, het is een vak, besef ik na mijn debuut. Ik vond het erg leuk om te doen, zij het dat mijn rol bijwijlen overbodig was, doordat Ronit een soort natuurkracht is: de woorden klateren en kolken  ook wel zonder aandrijving.

Wie verwittigd wil worden bij elk nieuw RaDa-stukje, kan zich abonneren via Subscribe2 (menu)

Ook hier…

Er zijn vast mensen die al coronamopjes hamsteren, wie weet zijn die er blij mee. Zelf verbaas ik me meer over het associatief vermogen van mijn brein, dat (suf en cafeïnevrij) op een modderig paadje langs de Schotersingel een vergeten oranje hondenballetje met uitsteeksels waarneemt en direct het bijschrift ‘coronavirus nu ook in Kleverpark’ apporteert…

Over al dan niet bewuste grapjes gesproken: de persconferentie die de Britse premier Boris Johnson gisteren gaf over ‘the biggest public health crisis in a generation’ en het virus waaraan ‘many more will die’ maakte meer indruk op me dan die van Rutte. Boris zelf zag er koortsig uit, alsof hij al van alles onder de leden had. Het bevreemdendste was dat hij afzag van alle kwinkslagen en guitigheidjes die evenzeer zijn handelsmerk zijn als zijn onhandelbare haardos.

Je kunt je op het RaDa abonneren via Subscribe2 (menu)

Timing

Ik wil niet klagen, hoor. Er zijn vast anderen harder getroffen door het afgelasten van alle feesten, evenementen, voorstellingen, sportwedstrijden en conferenties. Maar toch wil ik even klagen. Want qua timing pakt het maatregelenpakket voor mij beroerd uit.

De afgelopen maanden (de eerste van mijn pensioen) werkte ik met twee mederedacteuren hard aan een jubileumboek voor het 70-jarige Gymnasium Felisenum. Afgelopen woensdag kregen we het eerste exemplaar onder ogen en het resultaat schonk ons veel voldoening. Gisteravond hadden we gedrieën een chic etentje om de voltooiing van ons project en de goede samenwerking te vieren. Nu alleen de reünie van zaterdag nog; 600 gasten, met als hoogtepunt de boekpresentatie. Ik zou een gevat toespraakje houden op het podium en me dan (quasi-bescheiden) in de menigte begeven om me te laten overladen met loftuitingen en lauweren voor het boek. Zo had het moeten gaan. Nu staat ergens een pallet met 1000 boeken in de opslag, voor onbestemde tijd.

Nog iets: voor Straatjournaal schreef ik dinsdag (lang, lang geleden, in een ander tijdperk) een gegarandeerd steriele, geheel virusvrije column voor het aprilnummer. Luchtig, gekscherend, badinerend – jullie kennen me. 600 woorden die (eigen schuld, ik geef het toe) 48 uur later zo waardeloos zijn als een stofkapje van de Gamma tegen Covid-19. Actualiteit uit de oude doos. Dat wordt overdoen.

En dan is er nog de huisdichteres, genomineerd voor de Halewijn-prijs. De ceremonie stond gepland voor aanstaande zondag. De spanning blijft er voorlopig nog een paar weken in.

P.S. Mijn interview met Ronit Palache in de Kennemer Boekhandel gaat morgen wel door (20 uur, toegang €7,50)

Tip: gisteren in Middenduin waren de ganzen ineens zo leuk. En er liepen minder dan honderd bezoekers daar.

  .

..

.

Abonneer je via Subscribe2 als je bericht wilt krijgen bij nieuwe RaDa-stukjes

Lijders

Geschreven voor Straatjournaal februari.

Vorig jaar wandelden we door Duin en Kruidberg naar de Oosterplas. Bekend terrein, meende ik. “Ik weet hier iets leuks,” zei een vriendin met haar verleidelijkste glimlach en hield het prikkeldraad naar beneden. Daarachter lag vroeger het Provinciaal Ziekenhuis. We daalden een helling af en kwamen bij een verlaten L-vormig zwembad. Water bedekt met kroos, een gevelde boom overdwars, het pierenbad dichtgeslibd.

Het was een raadselachtige plek, zoals dat hele uitgestrekte, omheinde gebied mij vroeger als kind zo intrigeerde. Terra incognita; je mocht er niet komen en had geen idee wat zich er afspeelde. Later, als 28-jarige, speelde ik mee in een voetbalwedstrijd tegen het PZ-personeel, op ‘hun’ veld, midden in het bos. Het was idyllisch, het was moeilijk niet afgeleid te worden door de zangvogels.

Een metalen reling stond nog overeind in het zwembad. Een houvast voor die arme gekken, bibberend, pootje badend, spartelend, verbeten hun baantjes trekkend. Tot 1970 woonden er 900 patiënten in Santpoort. Het houdt voor mij iets ontroerends dat men er in de in de 19e eeuw voor koos om geestelijk gestoorden niet langer onder te brengen in pest- en dolhuyzen, maar in de heilzaamste omgeving die het land te bieden had. (Inmiddels is daar villapark Brederode gebouwd – miljonairs moeten ook wonen.)

Toen ik deze week las over de perikelen met de nieuwe ‘wet verplichte ggz’, die opnames en dwangmedicatie moet regelen, bedacht ik dat ik nog een ongelezen boek had liggen over het PZ. Gesticht in de duinen. Er zat een groen plakkertje op; het kan zijn dat de bibliotheek het had verramsjt. Het werd in 1997 gepubliceerd in opdracht van de Provincie Noord-Holland, die de geschiedenis van zijn psychiatrische ziekenhuizen in Santpoort, Castricum en Medemblik (tot 1967) wilde boekstaven.

Sensatiezoekers en liefhebbers van dwangbuizen, spanlakens en primitieve convulsators (elektroshocktherapie) kunnen elders beter terecht. Het boek is een gedegen, objectieve beschrijving van anderhalve eeuw geestelijke gezondheidszorg, met terugkerende thema’s als onvoldoende financiering, overbevolking en gebrek aan gekwalificeerd personeel. En het is verrassend actueel! Dit schrijft geneesheer Everts in 1851 over zijn ‘lijders’: ‘De krankzinnigen zijn minder gevaarlijk voor de maatschappij dan omgekeerd de maatschappij voor hen gevaarlijk is. In de vrije maatschappelijke samenleving verbeteren of herstellen zij hoogst zelden; integendeel de groote maatschappij met hare bedrijvigheid, haar leven en beweging, met haar edel zowel als onedel bejag, hare woelingen en beroeringen, werkt als een gestadige kanker op hun gemoed, op hunne rust.’

Vandaar die ‘vrijplaats’ in de natuur. Mettertijd zien we schommelbewegingen – tussen vrijheid en dwang, tussen holistische en medische benaderingen. In 1926 voerde directeur Van der Scheer ‘actievere therapie’ in: overdag sport en arbeid (met de verdiende muntjes konden versnaperingen, tabakswaren en parfum worden gekocht in de gestichtswinkel) en ‘s avonds muziek, toneel, lectuur en spelletjes. Het ziekenhuis als proefmaatschappij, waar werd geoefend voor het ‘gewone’ leven.

In de sixties (wanneer anders?) kwam de anti-psychiatrie in zwang en de ontmanteling van het PZ werd een kwestie van tijd. Iedereen die One Flew over the Cuckoo’s Nest heeft gezien, snapt waarom. Ja, ook aan de verhuizing van Santpoort naar Amsterdam lagen idealen ten grondslag: meer patiënten konden ‘begeleid’ zelfstandig wonen.

Anno 2020 mag je je afvragen welke vorderingen er zijn gemaakt. Er zijn steeds meer ‘verwarde’ mensen op straat. De wetenschap kent nog steeds geen biologische oorzaken voor geestesziekten. Het handboek DSM-V onderscheidt weliswaar 347 stoornissen, maar wie meerdere stickertjes krijgt opgeplakt, wordt van hot naar her gestuurd. De crisisopvang faalt juist bij de ingewikkeldste gevallen. Radeloze ouders en hun ontredderde, zelfs suïcidale kinderen wachten vaak een jaar op hulp.

In 1851 of 1926 waren ze misschien wel beter af geweest, zou je bitter kunnen denken.

P.S. Abonneer je opnieuw bij Subscribe2 (zie menu) als je geen email meer ontvangt.

 

Sproeien

Een volle zaal, maar er werd gelukkig weinig gekucht en geniest vanmiddag in de Toneelschuur, bij Parasite. Met uitzondering van de oudere vrouw pal naast mij, die tussen minuut drie en dertien zowat stikte in een onbedaarlijke hoestbui.

Een hoestbui als een klassieke symfonie – de Haffner, de Jupiter, de Corona. Ik onderscheidde vier delen: moderato, allegro con brio, allegretto tempestuozo e lacrimoso, largo con molti molti agenti patogeni (Covid-19?)

Daar zaten we rij na rij met onze schraal gewassen handen en ongekuste wangen. Knap zoals iedereen de blaffende en naar adem happende vrouw negeerde. Oscar-waardig mooi stil spel van het hele publiek! Men hield wijselijk de adem in. Er werd geen opmerking gemaakt, al lagen er alleen op het puntje van míjn tong al een dozijn klaar, variërend van een ironisch ‘hebt u ‘n koutje gevat?’ tot ‘zal ik u uit uw lijden verlossen?’

Het RIVM greep niet in. De zaal werd niet ontsmet. En nadat een vriendin een glas water voor haar had gehaald en dropjes, keerde de rust terug en kon ik echt naar de film gaan kijken.

Nog meer gesproei: de fikse regenbui om 20.15 uur bij het Stationsplein

 

Met flits ook mooi

Paars PS: Abonneer je opnieuw via Subscribe 2 (menu) als je al een tijdje geen meldingen van nieuwe RaDa-stukjes meer krijgt.

Petasites

In Middenduin kregen we vanmiddag een voorschotje op de lente: drie zeer dartele gele vlinders, één voorlijke pad op solotrektocht en in Zandvoort scheurden Formule 3, 4 of tig-rijders zó hard door de nieuwe kombochten dat het circuit op Elswout leek te liggen.

Nog meer vitaliteit en onbedwingbare gedrevenheid was er langs de oevers: de assertieve manier waarop het groot hoefblad zich manifesteert heeft iets dreigends. Het lanceert zichzelf meer dan dat het gewoon groeit. Die brutale fallische uitstulpingen lijken de eerste verkenners van een vijandige wereldmacht, die onder gunstige omstandigheden (als wij verzwakt zijn door een nieuw virus, zeg maar) de menselijke soort zal verdringen. Alsof er maar één mutatie van Petasites hybridus nodig is om die plant honderden paarse mondjes met tanden te geven die gretig overschakelen op een carnivoor dieet.

Nou ja, dat ik net Day of the Triffids heb gelezen, heeft daar misschien ook mee te maken.

Petasites-paars PS: Abonneer je opnieuw via Subscribe 2 (menu) als je al een tijdje geen meldingen van nieuwe RaDa-stukjes meer krijgt.

Zeeëgels

Plichtshalve verdiep ik me deze week in Ischa Meijer, de man die niet alleen geïnterviewden binnenstebuiten keerde en uitwrong, maar ook zijn eigen innerlijk zo gretig etaleerde; of de omgeving daar nou op zat te wachten of niet, ze kregen geconcentreerde Ischa met extra Ischa-saus. Mag het een onsje Dikke Man minder, denk ik soms. Anderzijds, Meijer is zelfs als aansteller en poseur altijd ‘echt’ en daardoor innemend.

Nee, dan Joost Zwagerman. Vandaag schrijft Frits Abrahams in NRC over diens twee gezichten: het alom bewonderde publieke gezicht van de begeesterde dichter en kunstkenner en het andere, van de man die ‘s nachts dwangmatig zijn paranoia en haat ventileerde in eindeloze mails. Het gezicht waar zijn vrouw Arielle Veerman getuigenis van doet in een recent boek. ‘Had geen mens Joost dan echt gekend?’ vraagt ze zich af over de man die haar huwelijk tot een hel maakte en haar na de scheiding in het openbaar zwartmaakte.

Echt kennen – ik zou er niet over zijn begonnen als er dinsdag niet een stuk in de krant had gestaan over een 57-jarige oud-collega van mij, die terecht moet staan wegens ‘ontucht’/ een relatie met een 17-jarige leerling. Twee jaar geleden met stille trom vertrokken, maar een paar maanden geleden heb ik nog met ‘m staan praten op een feestje. Hij repte met geen woord over de affaire (in de dubbele zin des woords). Het was geen vriend van me, maar ik had zeker geen hekel aan hem en we hebben ooit een avondje gezellig door zitten zakken. Het is niet zo dat ik me persoonlijk door hem besodemieterd voel, maar ik merk dat zijn ontmaskering me wel degelijk bezighoudt. Want, hoeveel mensenkennis heb ik eigenlijk?

Vandaag een zeeëgel gekocht en genuttigd. Verband met het stukje is een abc-tje voor een b-tje RaDa-lezer

Paars PS: wie het RaDa trouw wil volgen maar sinds een tijd geen berichten meer ontvangt: abonneer je opnieuw via Subscribe2 (ergens in het menu)

Paniekpiek

“Géén paniek?! Hoezo GEEN PANIEK?!? Er is juist alle reden tot paniek! Blinde, redeloze paniek!! Laat lichte bezorgdheid en gezond verstand NU varen, beklagenswaardige, waarschijnlijk verdoemde Haarlemmers!!! Verdoe geen tijd met inpakken en praktische zaken. Oriënteer u niet verder, kies een willekeurige windrichting en blíjf rijden – desnoods tegen de rijrichting in – tot u de stadsgrenzen overschrijdt!! Vlucht per bokkenwagen, elektrische step of SUV. Laat zwakken en gebrekkigen onverzorgd achter!”

Aldus Muggenmeester Wienen op een chaotische persconferentie, nadat maandag het eerste geval van Covid-19 werd geconstateerd in onze voorheen zo virusarme stad. Grapje! In werkelijkheid lepelde Wienen de te verwachten non-teksten op, in voor zijn doen krom Nederlands (hij zal toch niet in paniek zijn?): “Wij zijn er goed op voorbereid dat de maatregelen worden genomen die je kunt nemen.”

Die patiënt is volgens de eerste diagnose van de GGD Kennemerland ‘een man’ en ‘geen oude meneer’. Die weten heel goed waar ze mee bezig zijn, zoveel is duidelijk. Hoe anders (lees ik in het HD) gaat dat in Castricum, waar de familie Mensing – net terug uit Noord-Italië, koortsig, happend naar adem – vanaf 23 februari via alle beschikbare kanalen tevergeefs poogde alarm te slaan. Moeder en dochter ziek, vader JeanPaul stond, wat zwakjes, voor de klas.

De communiqué-schrijvers en woordvoerders zullen er een hele kluif aan hebben om het publiek ervan te overtuigen dat iedereen er goed op voorbereid is dat er maatregelen genomen hadden moeten zijn die niet genomen konden zijn om te voorkomen dat maatregelen genomen zullen moeten worden die anders niet genomen hadden kunnen hoeven worden om te garanderen dat wij veilig waren.

Had ik trouwens al geschreven dat het woord ‘quarantaine’ uit Venetië stamt, waar schepen bij pestepidemieën veertig dagen in de haven moesten blijven?

De Duvenvoordestraat, gistermiddag, geheel verlaten
De Duvenvoordestraat, gistermiddag, geheel verlaten

Paars PS: wie het RaDa trouw wil volgen maar sinds een tijd geen berichten meer ontvangt: abonneer je opnieuw via Subscribe2 (ergens in het menu) En het RaDa heeft sinds gisteren een officieel ‘slotje’ voor de URL (voor wie het eerst niet vertrouwde).

Felix Nussbaum

Geschenk uit zusterstad Osnabrück: in de Kloostergang van het Haarlemse Stadhuis is deze maand een tentoonstelling van Felix Nussbaum (1904-1944). Zie het HD van vandaag, met een uitvoerig artikel van Nuel Gieles.

Het gaat maar om twintig schilderijen, en dan nog reproducties, maar niettemin, ik vond het een aangrijpende ervaring. Nussbaums werk ontwikkelde zich parallel aan de steeds grimmiger Europese geschiedenis. Neem de zelfportretten: Selbstbildnis mit grünem Hut uit 1927 toont hem ernstig, elegant gekleed en gesoigneerd. Gutbürgerlich, volgens de catalogus.

In Selbstbildnis im Atelier (1938, als vluchteling in Brussel) maakt hij een ontredderde, opgejaagde indruk. Uit 1941 dateert Angst; toelichting overbodig. Soir (1942, na zijn vlucht uit detentiekamp Saint Cyprien in Zuid-Frankrijk) toont hem halfnaakt, kwetsbaar, staand naast zijn naakte vrouw. De reeks eindigt onheilspellend met Zelfportret met Jodenpas, een jaar voordat hij in 1944 in Auschwitz werd vermoord.

Het laatste schilderij dat hij maakte is Triomf van de dood, een dance macabre bij de ruïnes van de beschaving.

 

In Osnabrück staat het door Daniel Libeskind ontworpen Felix-Nussbaum-Haus. Voor wie later de echte schilderijen wil zien. Maar de Kloostergang was voor mij een indringende eerste kennismaking (zie ook hier)

 

Die Verdammten (detail)

 

Die Verdammten (detail)

Paars PS: wie het RaDa trouw wil volgen maar sinds een tijd geen berichten meer ontvangt: abonneer je opnieuw via Subscribe2 (ergens in het menu)