Geheugenlampionnetjes

Gisteren las ik een recensie van De Saamhorigheidsgroep van Merijn de Boer (Heemstede, 1982), een roman die zich grootdeels afspeelt in het Haarlem van de vroege jaren ’80.

De groep in kwestie bestaat uit politieke idealisten en spirituele zweefkezen. Ik ben pas op blz. 70, dus het is veel te vroeg voor een definitief oordeel. Het boek is onderhoudend en vaardig geschreven, al heb ik me er nog niet echt aan overgegeven. Daarvoor is de satire me soms net te weinig geraffineerd. Dat ik er hier over begin komt doordat ik deze week meer dan anders bezig ben met het geheugen, en het aanhangend verleden.

 

Haarlem in 1982… Ik liep tegen de dertig en ging nog regelmatig naar cafés. Wat zat er toen bijvoorbeeld in de Smedestraat? De oude Toneelschuur nog. Het Theehuis op de hoek van de Morinnesteeg. En waar nu Kokonoches zit, heette dat niet De Hak? Wanneer werd die tent omgedoopt tot Dwiezels en Delirium?

Goed, dat soort zaken kun je napluizen. En Merijn de Boer heeft vast veel met ‘boomers’ en ‘pech-net-geen boomers’ gepraat. Maar stel dat ik mijn autobiografie wilde schrijven (quod non), hoe wazig of brokkelig zou die dan worden? Deze week sprak ik af met een vriendin van héél lang geleden, die ik nooit compleet uit het oog verloren had. Wel bijna, in 40 jaar spraken we elkaar hooguit vijf keer. We zaten een paar uur in haar ‘paradijsje’ in een volkstuincomplex bij Sloterdijk. De klik was er nog, ze was nog steeds kunstzinnig, interessant en levendig. Maar dat gesprek verliep soms gek, door de enorme hiaten: oh ja, ze heeft een dochter van inmiddels 33, die ik me eerst helemaal niet herinnerde en daarna met wat hulp als een huppelend meissie van acht. Soms dacht ik iets luchtig aan te stippen en dan kreeg ik een synopsis van vier zinnen waar Lucinda Riley met gemak een familiesaga uit kon breien. Het was of je uit de rommelkast van de bovenste plank een doos met een legpuzzel dacht te pakken. Oei, er zaten twee halters in!

En ik vertrouwde mezelf niet. Terugkeren naar het wezen dat je als student was, of dacht te zijn. Of meende te moeten zijn. En dáár dan weer de gecomprimeerde versie van (geromantiseerde, gekuiste, bijelkaargefrutselde, geëxtraheerde, geabstraheerde?). Thuis had ik een associatie bij de twee lampionvruchten die ik meekreeg uit de tuin. Die ene transparante, gaasachtige is het geheugen van nu, met talloze gaatjes en daarin een kern die het voortbestaan veiligstelt). En die andere… Ach, de theorie is zo licht als die lampionnetjes zelf!

 

[Schiet er maar op in het daartoe bestemde vakje hieronder]


 

De beste woke-gerechten

Straatjournaal is uit, met mijn column:

Hoe simpel was het vroeger als je mensen te eten kreeg. Ik heb het over 2019.

Als gepassioneerd thuiskok houd ik sinds jaar en dag nauwgezet bij wat ik mijn gasten voorzet, zodat ik niet in herhaling verval en mijn handgevouwen kiploempia’s of chipolatapudding à la Marius met een triomfantelijke zwaai van het antiek zilveren dienblad presenteer aan iemand die een vorige keer met een sip gezicht zat te pitsen. Hoewel me dat zelden overkomt, al zeg ik het zelf. Meestal likken ze hun vingers af bij mijn keukencreaties.

Ik heb een aantal klassiekers op mijn repertoire (succes verzekerd) maar ik hoed me ervoor vast te roesten; ik houd de culinaire modes bij en pas de receptuur aan aan de nieuwste inzichten op het terrein van de voedingsleer. Ook stel ik er een eer in om speciale wensen van mijn gasten te honoreren. Vegetarisch, glutenvrij, anti-obees, daar draai ik mijn pollepel niet voor om. Maar sinds kort is er iets radicaal veranderd. Ik moest even slikken toen ik argeloos bladerend door de gekalligrafeerde menu’s van vorig jaar (die maak ik altijd om het etentje extra cachet te geven) dit tegenkwam.

  • Crudités (witlof, bleekselderie en rettich)
  • Aspergecrèmesoep
  • Tempura van bloemkool en drie soorten witvis met rozetjes van aardappel- pastinaakpuree
  • Blanke vla met slagroom en witte bessen
  • Koffie verkeerd met een bonbon van melkchocolade
  • Wijn: Pinot Blanc d’Alsace 2014

Goed te hachelen, denkt u? Inderdaad, het was een smulpartij. Maar stel dat ik dat menu laat rondslingeren en iemand bekijkt het met de ogen van nu, dan denkt hij waarschijnlijk dat ik kookte voor een galadiner van de Ku Klux Klan. White supremacist cooking!

Nou moet ik bekennen dat ik niet alle moderne gevoeligheden deel op het gebied van diversiteit en racisme. ‘Woke‘ kan je mij bepaald niet noemen. Een paar jaar geleden zei ik nog onbekommerd ‘neger’, me er niet van bewust dat ik tot een uitstervende minderheid behoorde (de laatste negerzeggers). ‘Indiaan’ en ‘Eskimo’ schijnen ook taboe te zijn, Begrijp me goed, ik zet mijn hakken niet in het zand. Met Zwarte Piet ben ik bijvoorbeeld helemaal om, zonder rancune. Een ‘stondpunt’, noemde iemand laatst zo’n veranderde opvatting. Maar dan nog loop ik tegen dingen aan. Zo ontgaat het mij ten enenmale wat er te winnen valt als je ‘slaaf’ vervangt door ‘tot slaaf gemaakte.’

Nou wilde het geval dat ik mijn lesbische zus en haar Surinaamse partner te gast kreeg. Toffe meiden, we lachen heel wat af samen, zolang ik me niet op glad ijs begeef. Dan krijg ik héél veel wind van voren. De dames zijn dankbare eters, alleen dit jaar hikte ik ergens tegenaan. Waar ik voorheen joyeus de ingrediënten in de pan mikte, op gevoel, kwam iedere beslissing me beladen voor. Mijn eens zo knusse keuken was een ideologisch mijnenveld. Witte peper of zwarte? Of toch roze? Witte bonen, bruine of zwarte? Black beans matter… Werd het niet te fallisch, met schorseneren én soepstengels? En als je ergens racisten vindt is het onder groentekwekers, die niks te schaften hebben met diversiteit: alle komkommers recht, alle sperziebonen groen. Veel specerijen hadden een koloniaal verleden. Moest ik daar excuses voor maken?

Op een gegeven ogenblik was ik het zat. Een boos wit mannetje in mij gooide olie op het vuur: “Kieper de hele zwik in de blender en dien een schaal beige smurrie op!” Ik kalmeerde hem en stelde een veilige, politiek correcte maaltijd samen. Dacht ik. De dames zaten gereed. Ik zette alvast de slabak op tafel en meldde overbodig: “Gemengde sla!”

Fout! Vier ogen schoten vuur en uit twee monden werd ik fel gecorrigeerd: “Tot sla gemaakte!”

 


 

Bast

Sven & Anneke? Ad & Suus? Arno & Sofie? Stan & An? Stefanie & Amaryllus? Aafke en Slobodan? Aloysius & Siske?

 

En is die oude liefde inmiddels geroest, of brandt het vlammetje nog steeds, betrouwbaar als een waxinelichtje of zelfs nog knetterend en vonkend? In een bejaardenflat of in een luxe resort? Kan een dendroloog mij vertellen hoelang het duurt voordat het gekerfde hartje in een boomstam (met een zakmes gekerfd, zo groot als een aansteker) is uitgegroeid tot formaat chocoladeletter?

Gisteren bij de Oosterplas kregen wij ineens oog voor de schoonheid van de boomstammen die daar lagen. Gestolde kracht, bevroren wervelingen. En met wat fantasie zie je er demonen of fabeldieren in. Hier mijn selectie.

 

En zo liggen er honderden! Trouwens, als S&A dit lezen…


 

Herfsttijloos

Jazeker, de naam is schitterend: herfsttijloos. En zo ziet Colchicum autumnale er uit op zijn best (vanmiddag in het Kenaupark):

 

Maar tegelijk hebben de bloempjes iets onbehaaglijks, dat ik nooit kon benoemen. Alsof ze aan bloedarmoede lijden – een bleek en bibberig soort futloosheid, een gebrek aan vitaliteit en uitbundigheid. Alsof ze de moed al opgegeven hebben, in de wetenschap dat de winter aanstaande is. Spoedig na het ontluiken, zie je ze ook al slap in het gras liggen, als verwelkte bruidsboeketten die werden weggesmeten en door niemand opgeraapt.

 

Gek, pas toen ik net mijn Wiki-werk deed, besefte ik wat er zo onnatuurlijk is aan die bloemen. Ze hebben geen blad aan de steel. Blad en vruchten volgen pas in het voorjaar. Het botanisch lexicon van H. Kleijn (uit 1970) geeft een keur aan volksnamen die herfsttijloos aan deze eigenaardigheid dankt: Kind-voor-de-vader (doordat deze herfstbloeier de dingen in omgekeerde volgorde doet) en namen als Kale juffer, Kale madame, Naaktbloeier, Naakte begijntjes en Martelaren van Gorcum, die alle verwijzen naar het ontbreken van blad /bescherming.

 

En ‘Levensbloem’? Volgens een oud bijgeloof beschermde de knol van de plant tegen de pest en (corona-ideetje?) andere besmettelijke ziekten. Wikipedia waarschuwt daarentegen dat herfsttijloos het gif colchicine bevat (en meldt behulpzaam hoeveel zaden je nodig hebt om er een kind mee te vermoorden. Op de vingers van een hand te tellen!).

 

Ten slotte, voor de luizenmoeders en -vaders: een aftreksel van de bloemen werd in de volksgeneeskunde aanbevolen tegen luizen. Hildegard van Bingen (een betere middeleeuwse autoriteit kan je je niet wensen) gebruikte Heylheubt (heelt de huid) op die manier. Ook dit staat bij Kleijn. Grappig, je zou er een kruidenmannetje van worden!


 

Showman inside

In april kwam ik uit de kast als pommadeur; na meer dan een maand rondsloeberen in kruippakjes en afdragertjes, deed ik voor mijn moeders verjaardag eindelijk weer eens iets aan mijn uiterlijk. En daar kikkerde ik van op.

Zaterdag overkwam mij iets dergelijks. Samen met de huisdichteres verzorgde ik voor twee kleine gezelschappen een korte rondwandeling door het Kleverpark, met literaire prozastops. Ik had me gedeodoriseerd, mijn nette schoenen glimmend gepoetst en mijn jongste colbertje aangetrokken. En er kwam ditmaal iets bij. Ik stond voor een groep.

Ik had een publiek, al waren het er maar tien. Nou heb ik na mijn pensioen nooit gedacht, had ik toch maar een groep (integendeel, vaak prees ik me gelukkig dat ik dit jaar geen les meer gaf, met die online-experimenten). Maar toen wij bij ons startpunt stonden met ons gevolg, kwamen oude instincten boven. Ik zei iets snedigs en er werd gelachen. Om mij, door een groep. Míjn groep (pardon, onze), die ik mocht bespelen. Wat vonden ze leuk, hoeveel konden ze aan? Met wie krijg je contact? En het was (net als vroeger bij de eerste lessen die je aan een nieuwe klas gaf) een delicaat evenwicht: geen valse bescheidenheid, niet schmieren, niet uitsloven, geen al te erge ijdeltuiterij. Zo’n groep heeft alles door.

Ik was na afloop verbaasd over de voldoening die het optreden me had geschonken; over dat kleine hongerige podiumbeestje inside dat zijn honger zo gulzig had gestild. En zich nu voorlopig weer even koest moet houden. Zo is het ook wel weer.

 

Een groep


 

Salus

Volgens de laatste richtlijnen van het RIVM staat niet vast of het in een ongeventileerde feestzaal om de hals dragen van hoestende, maar nog net niet geruimde nertsen bij bejaarde viruswaanzinnigen met een onderliggende aandoening die net terug zijn van hun vakantiebestemming met code rood en helaas na sluitingstijd bij de teststraat in Schiphol arriveerden de kans op corona en andere zoönoze besmettingen significant vergroot.

N.B. Voorwaarde hierbij is wel dat die nerts regelmatig al zijn pootjes in bleekmiddel wast en zijn snuit snuit in de elleboog van de bejaarde.

Ondertussen hinkt iedereen op twee gedachten (vreemd, hinken doe je op één been, lijkt me. Oh wacht… het is de schuld van Bijbelvertalers).

In het HD vertelt de rector van het Kennemer Lyceum, op de voorpagina abusievelijk Peyer de Zoete genoemd, dat hij tegemoetkomt aan ouders en leraren die vinden dat in de gangen mondkapjes moeten worden gedragen. Peter de Z. berust daarin. Hij wil geen ‘gedoe’. O ironie! De schoolleider heeft zich laten portretteren voor de spreuk ‘Communis salus, singulis constat‘, wat zich laat vertalen als ‘het algemeen heil staat vast voor ieder afzonderlijk’.

Waarbij ‘salus’ /heil ook gezondheid kan betekenen… De spreuk is van Dr. W. Esveld en Anton Pieck maakte er een illustratie bij.

De vele koorden waaraan in het algemeen belang eendrachtig wordt gesjord vormen een soort mondkapje. En zelden leek een spreuk minder waar, of was er minder eensgezindheid over wat het algemeen heil inhoudt dan nu.

P.S. Gisteren een grappig moment op het terras van Cleeff. Een Grapperhaus-achtige man, verschanst achter het Financieele Dagblad, vraagt aan de serveerster, op wie hij even heeft moeten wachten: “Waarom doen jullie bestellingen eigenlijk niet via zo’n barcode?” Zij (jaar of 25): “Met de QR-code? Nee, wij hebben liever persoonlijk contact…” Ik: “Dit vind ik nou nog eens een boeiend generatieconflict.”

Ik blader verder in mijn NRC Next en zie een paginagroot artikel van Jacqueline Rombouts over de ‘kille QR-scanner’ in het museumcafé van het Rijks. Kunnen we het dan nergens over eens zijn? In dit land?

Zelfs de regenbogen zijn verdeeld tegenwoordig.


 

Regenbelletjes

Vanmiddag aan het begin van een regenbui vielen de druppels met hoorbare ‘plopjes’ in de Schotersingel en ze maakten beeldige belletjes. Ik nam een foto, herinnerde me een gedicht van Tom van Deel (?) over regen met belletjes / blaasjes, maar kon het niet vinden op het www.

Wel oude volkswijsheden: Als de regenbellen luiden, trek dan tijdig naar het zuiden en Blaasjesregen, rijke zegen. Doe er je voordeel mee! En een verklaring voor het ontstaan van zulke bellen: je krijgt ze als druppels van grote hoogte vallen (denk aan 4 à 5 kilometer).

En iemand noemde ze ‘paardebellen‘, wat ik wel een aardige benaming vind, maar zij kon het nergens bevestigd vinden. Google zal toch niet kapot zijn?

Belletjesregen; omdat de foto niet erg duidelijk is, heb ik wat blauwsel aan het water toegevoegd. Dan krijg je dit:


 

 

Borrelen 023

Goed, het kan altijd merkwaardiger. In Amsterdam werkte de gemeente onder Eberhard van der Laan aan een geheime, ‘grijze campagne’ tegen moslim-radicalisering – de radicaliserende jongeren mochten niet weten dat het de onsexy overheid was die hen wilde deradicaliseren. De grijze campagne werd nog schimmiger toen ambtenaar Saadia Ait-Taleb werd beticht van malversaties en vriendjespolitiek. Ten onrechte, naar nu (een paar jaar later) wordt toegegeven.

Ach, campagnes… Kunnen we ze niet beter helemaal afschaffen? Bij mijn rondje Schotersingel werd mijn blik getrokken naar een JCDecaux-poster. Daarop was als we de tekst mogen geloven een man bezig het leven te vieren. Hij had zijn beste horloge aangetrokken (met genotsensor?) en ook zijn jasje was niet van de straat.

De kleurkeuze was klaarblijkelijk afgestemd op de te genieten whisky.  Op het tafeltje staat ook een cognacglas. Drinkt de genieter alles door elkaar, zolang het maar niet vloekt bij zijn colbertje? Is zijn (uitgenoten) gesprekspartner nijdig weggelopen, of dermate mismaakt dat JCDecaux of de opdrachtgever daar de openbare ruimte niet mee wilde belasten?

 

De krulletjes heeft hij gejat van Jeroen Pauw; zijn het leven vierende gezicht blijft mysterieus buiten beeld.

 

En ja, de opdrachtgever, daar moeten we het nog over hebben. Dat is de gemeente Haarlem. Daar is niks geheims of grijs aan. Behalve dan het geheim waarom men het op het stadhuis nodig achtte juist deze boodschap uit te dragen.

Maar goed, we moeten kennelijk gaan borrelen. En stoppen met dat verdomde geheelonthouden. En met sikkeneuren. WTF! We zijn in Haarlem!! Je kunt hier in je eentje aan een al dan niet ontsmet horecatafeltje zitten en om de minuut op je prijzige horloge kijken hoe laat het is!!!!!! Waar wachten jullie nog op?


 

 

1,2 K

Dus er was iets loos bij de Bazaar in Beverwijk. Zaterdag om 23 uur gelastten de autoriteiten dat de versmarkt, de Oosterse markt en het foodcourt de volgende dag niet open mochten, waarna sommige kraamhouders (die hun bederfelijke waar al hadden ingekocht) de kont tegen de krib gooiden en… Wat een land, wat een land! Ik tut-tut-tutte naar nu.nl.

Het bericht stond er amper twee uur. Gevolgd door twee reacties, plus een doorverwijzing naar meer dan 1K overige NUJij-reacties.

1K? Ik moet nog steeds wennen aan die notatie – waarom niet gewoon 1000? Maar goed, ik las er 0,01K en nog 0,02 K en toen was het moment bereikt dat het voelde of ik naakt en ongewapend in het schootsveld van een woedende paintball-battle was beland. Veelkleurige meningklodders en -flodders spatten op en rond mij uiteen. Toen ik tot mijn kuiten in de verfderrie stond (wankelend door zoveel stelligheid, niet meer in te halen taalachterstand en verbetenheid pro of contra de 0,0015K-metersamenleving) las ik van de volgende 0,3K reacties alleen de gebruikersnamen en negeerde hun meningen.

Er zaten weliswaar ook Mark Jansens tussen en Karin24’s en -243’s, maar onderstaande bloemlezing had ik zo bij elkaar. Lees hem, beste Raarlemmers, lees hem aandachtig. Wie weet sta je ertussen en zo niet, dan geeft hij in ieder geval een aardig tijdsbeeld. Volkshumor en zelfspot, rancune, ongenoegen en relativering. En wat deden al die Meninglanders toch met hun K meningen voordat het Grote Boze Wereldwijde Web was uitgevonden?

Hetkantochookanders, Goodspeed, Toon Verberg, Henk_de Realist, Herman_De Bermman, Pipo_de_C, LaatGaan, Ruu10, DeGezondeRoker, Tante Pollewop, Shinz, Maffe_Affe, Rabber Dack, gewooneenmening, I_Hanemaaijer, MichieldeFluiter, Just_my_two_cents, Anouk1991, Plukkie, Hans Verknecht, HomoNeerlandicus, Dinosaurus, Grouch, Gietertje, OB_Server, Max Ravelaar, Grasnaaier, nornoze, Kaaszelf, Fred Cakmak, De Empathisant, Cruisecontrol, Jodela Hietie, Balling, Ganzenveer, Lekkerisdat, DikkevanDalen, Dewijsheidinpacht, creative tension, SankaAreYouDead, Pietje Bell, Hans_reageert, Bunzing76, Next, Mening_is_geen_Feit, lonewolf, MeePraten, RuimdoordeBocht, Patriot_Nederland, Trut_van_de_Petteflet, Gewone_Man, Aanwijsneus, Ds_Dre, Jemaintiendrai, Ouba, Mimo, Jan Peters, Frankieflex, eovolente, K_Zoeloe, oeioeioei, DeWaarheid_abc, Paard, BlauwRoodBananenbrood, Treurig, De_Alwetende, LeefVrijEnVolop, jasperr, Zeggiktoch, Vrouwvan29, Verzonnen_Naam, Blaat_X, KreezieKeesie, Hello2020, JustanOp1n1on, Retour, SP_lid, Zwolse_Zelfstandige_Penvoerder, Boculoer, Bart_Alpha, Feedbek, Jopse, Hebra, Geen_Paniek_Zaaien, Helderziende_Mol, Leegstra, DeRustZelve, Malle_Pietje, Harry-ultra, Viking_op_Klompen, Wartaal_Willy, laagopgeleid, brom_vlieg, CarolaPaling, Bert_zijn_Mening, JaaMaar, Rustaghhhh, Boetje_Koe, Zegnouzelf, Youpie_dePoepie, Rotor, Blinkende_Dageraad, Expert2020, TisTochWatAllemaal, 40Plus, Houdini, Brainzz.

P.S. Met vier reacties is de RaDa-reda tevreden.

 

Alle richtingen (zoek zelf het verband met het stukje)

 

Bordencollectie gezien bij Garenkokerskade, dit autootje 500 meter verderop

 


 

Vriezen en dooien

Ik beken, ik heb weleens gegluurd, tijdens de hittegolf, als ik langs de Haarlemse kunstijsbaan fietste. Deden ze pirouettes en dubbele Rittbergers in bikini? Maakten oververhitte naaktschaatsers buikschuivers op het laatste rechte eind?

Ik zag nooit iets; de kans was ook klein, besef ik nu. De baan wordt deze zomer alleen gebruikt door jeugdleden van kunstschaatsvereniging KSV; Milieudefensie spande een proces aan tegen de zomeropenstelling (CO2 en zo) en verloor. Voor de details verwijs ik jullie naar het HD (vrijdag 21-8). Dus de ijsmeesters mogen doorgaan, terwijl in Groenland de ijskap…

[Gelieve bij de reacties niet aan te voeren dat de loeiende machines maar zorgen voor 0,00000000000000000000016% van de jaarlijkse uitstoot in Haarlem-Noord, enz. Of dat iemand mij gisteren aan een softijsje zag likken en…]

In Groenland krimpt de ijskap alarmerend, liet NRC diezelfde vrijdag zien op de voorpagina, in een esthetisch zeer verantwoorde kaart van het aantal ‘smeltdagen‘. Alleen… wat is ‘alarmerend’ nog in dit land? En wat kan je je als niet-glacioloog voorstellen bij een ijskap van 3 kilometer dik, waarvan onderaan of bovenaan wat afbrokkelt of smelt?

Een andere vraag, hoeveel durf je je voor te stellen? Tussen mijn stapel onuitgelezen, nog uit te lezen boeken ligt The Uninhabitable Earth van David Wallace-Wells. ‘Het is veel, veel erger dan je denkt. De geleidelijkheid van klimaatverandering is een sprookje.’ Zo begint het eerste hoofdstuk en na tachtig pagina’s vol doemscenario’s en kettingreacties legde ik het gedeprimeerd weg, blij dat ik geen kinderen heb.

Als tegenwicht herlas ik een prachtige passage uit Underland van Robert Macfarlane, over ijs als medium, in de dubbele betekenis. Ten eerste als opslagmedium, zoals een harde schijf. IJs heeft een geheugen: it remembers forest fires and rising seas. Het herinnert zich vulkaanuitbarstingen en allerlei andere vervuiling, die verpakt in sneeuwvlokken neerslaat op het ijsoppervlak. Naarmate er meer sneeuw bovenop valt, neemt de druk toe en ontstaat ijs. De lucht tussen de ijskristallen wordt samengedrukt tot minuscule belletjes. Each of those air bubbles is a museum.

Sommige ijslagen zijn 100.000 jaar oud en de opslagtechnologie heeft nooit een update nodig gehad. Een smeltend stuk ijs ver weg bij Kangertittivaq is daarom ook een medium in de ander zin: een brug tussen ons en een anders onbereikbaar verleden.

 

Ex-ijs? Toekomstig ijs? Aan de IJsbaanlaan? In de omgeving van Ittoqqortoormiit?